stervende oude man
Stervende oude man
Vergeeld ligt hij in't hoge witte kussen
Zijn blik dwaalt schichtig nog de kamer rond
En stotend gaat de hete adem tussen
De oude tanden in de zwarte mond
De magere hand ligt machteloos op de deken
En komt onzeker soms naar 't klam gelaat
Hij ziet het zonlicht aan het venster breken
En ' t avondrood, dat langzaam doven gaat
In 't stille huis klinkt zwaar zijn rustloos hijgen
De lippen zoeken moeizaam naar een woord
Dan noemt hij blij, na machteloos zwijgen,
de naam van Hem, aan wie de geest reeds toebehoord.
*
(geschreven door mijn broer die deze man is nagegaan
Gert-Wim)
Er zijn geen woorden voor een zieke
van wie je weet,hij redt het niet.
Je streelt zijn wang,je ziet zijn ogen,
je bent bevangen door verdriet.
Toch ben je dankbaar voor zijn einde,
dat na een moedig strijden kwam,
omdat het niet zlleen zijn leven
maar ook zijn lijden overnam.
Even was ik bijna vergeten
Hoeveel liefde er ons is gegeven
Had er niet meer aan gedacht
En vergat ik echt te leven
Worstelde met de nacht
Ik vloog mijzelf voorbij
Totdat jij 'halt' riep tegen mij
'Zo kan het nu niet meer
Doe jezelf toch niet zo zeer
Sta eens met twee benen op de grond
Vlieg eens niet zo in het rond
Gun jezelf wat tijd
Anders raak je jezelf nog kwijt'
Nu
ik sta weer stevig op twee benen
Al vlieg ik ook nog vrolijk rond
maar kom toch steeds efkes naar beneeën
om te lachen
Ja ... wij tweeën!

