hibiscus
een verrukkelijke nieuwe start, al zeg ik het zelf!
hibiscus
schrijf eens een gedichtSchrijf eens een gedicht
Poëzieworkshop 19 maart 2012
Lyceum Martha Somers
Brussel
Docente: Nicole Van Overstraeten
Ja, dames en heren, ondergetekende gaf onlangs een poëzieles aan een
groepje anderstalige Brusselse jongeren, leerlingen van een Nederlandstalige
school.
De uiteindelijke opdracht was een sms-gedicht te schrijven, een
dichtvorm bedacht door de Italiaans-Nederlandse Sofie Cerutti. Kijk maar naar onderstaand filmpje, en naar de resultaten in bijlage:
it's not only rock 'n roll, baby
room in new yorkjaja, rundskop
heeft geen oscar behaald, en van de kat geen kwaad (zie trailer), het charmante frans-belgische tekenfilmpje ook niet.
rundskop vond ik een kanjer van een film.
maar waarom gaan vlaamse films meestal over boertigheid (ook de helaasheid der dingen van verhulst had dit euvel) of over helden (de leeuw van vlaanderen, daens...) over geweld en seks (loft) of over zotten (urbanus & co)? in de top tien* van de vlaamse films vond ik pauline en paulette van lieven debrauwer met dora van der groen en ann petersen dan nog een van de meest subtiele.
ach, ik zou dit blogbericht niet moeten beginnen met een commentaar
betreffende professionele films, want dan zinken onze filmkes, van
productiehuis HOOVER, totaal in de modder, maar toch durf ik hier een paar utube
filmkes te publi, gemaakt bij mijn gedicht room in
new york.
want wij, onhandige en naïeve amateurs, wisten van de prins geen kwaad, maar waren er authentiek mee bezig, op een supergrappige manier. dit blog is mijn bewaardraaiboek!
room in new york
is dit nu echt jouw droom? een avond
samen in een groene kamer. rechts speel ik
verveeld een liedje uit het hoofd. ik draag
een rode jurk met strikje. ik wil dat je het zoent,
ik wil dat je mijn witte armen streelt. maar jij
zit aan de linkerkant en leest. ik tokkel woorden
neer terwijl ik speel, ik schuifel op de pluchen stoel,
ik wiebel heen en weer. ik draai een tomeloze pirouette.
maar ach: die muur van letters tussen jou en mij.
binnenkort hebben wij samen geen gelaat,
geen ogen meer, geen bleke stipneus -
nauwelijks een mond
en tenslotte: dit is een stomme film, erg trendy dus, zoals the artist (die dan toch een oscar won): een zwijgende film, een film met alleen beeld en geen spraak...
een beest van diep bourgognetorse nu
ik barstte als een bom uiteen
toen hij uit mij verdween.
mijn lijf formeel aan flarden.
dit stukgeschoten vel lijkt wel verstard,
verscheurd, verschrompeld. wat blijft:
een naakte romp, een roestige stomp.
een beest van diep bourgogne
bezeten van liefde



valentijnop deze verrukkelijk regenachtige valentijnsdag, dit gedicht!
café coeur
spaarzaam sprenkelden we woorden
over het mosgroene kleed
nipten een bronsglaasje bier
proefden een fruitje verbeelding
ik noemde je appelsapje
frambozenbier, poire william
ik noemde je bourgognewijn
ik noemde je mijn lief
mijn lief van ultramarijn
HAPPY VALENTINE!
adele
germaine


ORCHIDEEEN, KERSTTOMAATJES, KERSENJAM, MIJN AFGHAANSE KRUIDENIER

De diepte ja,
die kennen we.
Die is vaak nogal hartgrondig.
Maar de geur van violieren.
De deur naar de andere
kamer.
Waar ieder
voorwerp specifiek de geliefde
spiegelt.
Waar ieder
ander een rivaal is.
Die deur.
Daarachter.
Wie er liederen zingt.
Die.
------------------------------
uit: 'Paard Heer Mantel', 1986.
.
vanochtend was ik al om
vier uur beneden. was vroeg gaan slapen, begon te dommelen naast het
kacheltje, midsummer murders kon mij niet langer boeien. wou gedichten
lezen van johanna kruit, maar viel terstond in slaap. daarom kipwakker,
zo vroeg. het verbaast mij niet dat ik een paar jaar geleden een gedicht schreef over de winterkou in februari, intocht der orchideeën...
de sfeer is helemaal terug. wat een beetje sneeuw en temperaturen tot - 15 graden al niet vermogen!
tot slot dus deze flimpjes bij dit gedicht. de opnamen behoren tot een nieuw genre, object art, in het nederlands dingdingart. u zult zien, beste lezer, dat wij de objecten uit mijn gedicht een speciaal plaatsje geven in onze cast.
wijzelf hebben de opdracht er zo gloomy mogelijk uit te zien. ik zeg mijn tekst met een eresaluut aan julien schoenaerts, vader van mathias, en probeer de woorden te proeven zoals hij dat deed....
intocht der orchideeën
eind februari, nog woelt winterkou
door mijn gebeente, ijsrif, bevroren skelet.
vrouw van aardalkali ben ik, met heupen
als kurkentrekkers, knobbelvoeten, eelt.
nog dreigt sneeuw, maagdelijke snertsneeuw,
merde. bij het haardvuur rommel ik stiekem
met de telramen: zij zijn met honderden,
de orchideeën. wereldvreemd, als van papier,
parmantig op hun stengel. zij staren mij aan,
ietwat verwilderd, gracieus, in bochten gewrongen,
met open mond en nog opener exotische kont.
ach, mijn lachende afghaanse kruidenier,
mijn vreselijk bruine buurman, vraagt 15 euro
voor een orchidee. daarbij krijg ik nog een toefje
kersttomaatjes cadeau. waw! glimlachend glijd ik
in de afgrond, mijzelf bevrijdend van referenties of
onterechte angst. kocht ik tekens van leven? met nog
2 potjes kersenjam erbij, de meest exquise toevoeging.
wunderkammergisteren op de valreep de tentoonstelling wunderkammer, hedendaags curiositeitenkabinet gezien in de botanique, de kruidtuin in het centrum van brussel*. het was een hele kronkelweg tussen winterslapende planten, struiken en bomen, maar na wat gepuzzel beklommen we toch de trappen van de met een groene koepel bedekte rotonde. de ingang was echter helemaal aan de zijkant, recht tegenover de schaarbeekse poort.
'De Wunderkammern – of curiositeitenkabinetten – die tijdens de Renaissance in Europa zijn opgedoken, liggen aan de grondslag van de musea voor kunst- en natuurgeschiedenis. Het waren echte verzamelaarskamers, en men vond er allerhande curiositeiten, met een uitgesproken voorkeur voor het vreemde en het ongeziene. Er werden meer bepaald kunstwerken, antieke of symbolische voorwerpen voorgesteld, maar ook voorwerpen uit de natuurgeschiedenis zoals opgezette dieren, zeldzame insecten of geraamtes. Ze gingen hand in hand met de grote universele classificeringsprojecten waar de humanisten uit die periode zo dol op waren. Vaak werden geïllustreerde catalogi uitgegeven met een inventaris van deze op zijn zachtst gezegd gevarieerde collecties. Daardoor kon de inhoud ervan verspreid worden bij geleerden in heel Europa.
Deze curiositeitenkabinetten waren dan wel doordrongen van volkslegendes en bijgeloof – men vond er immers maar al te vaak sporen van mythische dieren zoals drakenbloed of hoorns van de eenhoorn –, maar ze speelden wel een fundamentele rol in de ontwikkeling van de moderne wetenschap. In de loop van de 19deeeuw raakten ze in onbruik en moesten ze plaats ruimen voor de officiële instellingen.'
(Perstekst)




de tuinen van thevenet

fokcupy

annie ernaux

De film volgt mensen van het dorp gedurende een jaar, op het ritme van de vier seizoenen met telkens hun eigen kenmerken en uitdagingen. Het leven in het dorp, de routine en de tradities zijn al honderden jaren hetzelfde gebleven.
In de lente begint de machtige rivier te ontdooien en komt hij met veel gekraak en gebulder tevoorschijn van onder het ijs. De zomer is het visseizoen, én dat van de muggen. De herfst brengt eindeloze regen: het moment voor de dorpelingen om hun voorraden verder het woud in te voeren. Ze bereiden zich voor op de lange en harde winter, maken of repareren vallen, ski’s, kano’s en hutten. Dat doen ze met het materiaal dat de aarde en de natuur hen schenkt en op precies dezelfde manier als hun voorouders dat al eeuwenlang hebben gedaan.
met het vingertje
de 50

jaja, af en toe werken dichters in de lage landen bij de zee aan een gezamenlijk project, onder leiding van een witte raaf. zo iemand is thierry deleu uit oostduinkerke. sinds enige jaren realiseert hij het project 'de 50 meester-dichters van de lage landen bij de zee'. in de raadzaal 'de kokpit' in koksijde stelde hij zijn tweede jaarboek voor. heel geëngageerd had hij het over de malaise in de literaire wereld: 'Is er een malaise in de literaire wereld? Een moeilijk te beantwoorden vraag. Het antwoord hangt af van wie je bent, wat je wilt en wat jouw plaats is in het geheel. Ik bedoel: schrijf je kookboeken of reisverhalen? Dan is er geen malaise. Juist!
Indien er een malaise is, - en ik vermoed het sterk, - durf ik nogmaals stellen dat vooral de overheid verantwoordelijk is.
Primo: een collegiale en transparante procedure tot aankoop van boeken, en/of subsidiëring van de auteur, secundo: een overheidscommissie die de ingestuurde boeken beoordeelt en afhankelijk van dit oordeel een aantal boeken aankoopt en/of de auteur bijkomende steun verleent, tertio: de creatie van een label van “Onafhankelijke Auteurs” (dit kunnen debutanten zijn, maar zeker degenen die in eigen beheer, in welke vorm ook, uitgeven).
Deze drie prioriteiten kunnen enkel efficiënt werken mits het aanwenden van drie werktuigen. Eén: de samenwerking (juister: de inspanningsverplichting)) tussen overheid, uitgevers, auteurs en bibliotheken. Twéé: de coöptatie van auteurs in alle overheidscommissies die (ook) boekenbevoegdheid hebben; alle auteurs betekent hier: gekazerneerde én dakloze auteurs. Drie: een overheidsdistributiesysteem voor de uitvoering van prioriteit twee.
Het resultaat van “Plan Boek” moet leiden tot een aangenaam retrogevoel: de jaren ’70, toen boeken werden aangekocht van de meeste auteurs en verdeeld over scholen en bibliotheken.
Wat is de
positie van de uitgever in dit voorstel? Nergens. Logisch toch! De uitgever
hoort thuis bij de commerciële ondernemers'. hieronder aan aankondiging van het feest, plus enkele foto's van henri lemineur. |
|
07 december 2011
- Koksijde
VLAAMS-NEDERLANDS DICHTERSGENOOTSCHAP DE 50 MEESTER-DICHTERS VAN DE LAGE LANDEN BIJ DE ZEE VOORSTELLING VAN HET TWEEDE JAARBOEK DE 50 MEESTER-DICHTERS VAN DE LAGE LANDEN BIJ DE ZEE Op woensdag, 7 december 2011, om 16.30 u, in de raadzaal “Kokpit” van het Gemeentehuis van Koksijde, Zeelaan 303, te 8670 Koksijde Hieronder een aantal foto's: de zaal loopt stilaan vol, ik zit op het puntje van mijn stoel om toch maar niets te missen!
dit zjn ze dus, de 50, of beter : een deel ervan...
Dichteres Nicole Van Overstraeten met Thierry Deleu. zie mij glunderen.. Dichteres Nicole van Overstraeten met kunstschilder Walter Vilain * (een kanjer!) Fernand laforce, voorzitter van de Vlaamse Kunstkring Houtland en dichteres Nicole Van Overstraeten. Meer foto's. Pagina aangemaakt door Henri Lemineur. * http://www.waltervilain.be/
|
utube

dat was even schrikken

toen ik nog niet zo
lang geleden uitgenodigd werd om mee te doen aan het project hommage aan
willie cools, een kunstschilder uit duffel, die overleed op 4 juli 2011, was
het voor mij even schrikken: eigenlijk kende ik willie cools niet echt. ik
bezat alleen maar een prachtige monografie, de sprong in de ruimte*, met
een uitzonderlijke selectie schilderijen.
wat moest ik doen? ik verzamelde zoveel mogelijk commentaren op internet. ik
keek en keek en keek naar de afbeeldingen in de monografie. oeps! ik voelde me
een beetje overweldigd door zoveel 'drukte', haha, ik bedoel dit niet negatief,
maar de dames op de schilderijen en tekeningen van willie cools zijn wel heel
erg beweeglijk en kleurrijk, net of ze een woeste oerritus
uitvoeren op doek. daarbij zijn ze allemaal naakt.
hoe voelt een vrouw zich bij het kijken naar deze schilderijen? ik denk in
eerste instantie toch een beetje ongemakkelijk, in tweede instantie wat
opgelaten. haha, ziet de kunstenaar ons nu echt zo (ik plaats mijn handen in mijn
zij, borstjes vooruit, billen samengeknepen) en moeten we dan zo (ik wiebel en
ik wemel, ik beweeg) dansen? ik werp mijn linkerbeen de lucht in, dan het
rechterbeen, ik beweeg mijn heupen, schokschokschouder en gooi mijn hoofd naar
achteren... hoho, oppassen, ik wil hier niet oneerbiedig zijn. toch moet ik
bekennen dat ik, een beetje lacherig, bovenstaande dansbewegingen stiekem op
mijn kamer uitprobeerde.
indruk maakten deze schilderijen dus wel op mij. bij nadere observatie werd ik me
bewust van het pure vakmanschap van willie cools: door zijn teken- en
schilderkunst worden deze naakten ontdaan van alle vulgariteit. eigenlijk gaat
het willie cools niet om het naakte, zelfs niet om de vrouw, maar om het
beleven en tot expressie brengen van een schildersdynamiek: het gaat om vorm,
kleur en ritme.
erotiek wordt ontluisterende kunst.
.
aan dit project werkten 19 dichters mee, 6 vrouwen en 13 mannen. ik wil in dit blogbericht focussen op de reacties van de dames–dichteressen: hoe werkten zij hun hommage uit, wat zagen zij in de schilderijen van cools, wat voelden zij? niet dat ik hier absoluut een manonvriendelijk bericht wil neertokkelen - de gedichten van mijn mannelijke collega’s zijn super!
maar ik was een tikkeltje nieuwsgierig: zouden de dames, onder de indruk van al dat vrouwelijk geweld in cools’ schilderijen, een specifiek erotisch uitgangspunt hebben aangenomen voor dit project? zouden zij gedichten hebben geschreven met een vleugje wellust, of zou dit poëtisch eerbetoon een soort sublimatie van pijn en verdriet worden om het afscheid, vooral voor wie willie cools bij leven heeft gekend?
.
een vriendin van willie, de dichteres begga mariën, mailde me:
‘ik kan me niet precies herinneren wanneer willie me gevraagd had om aan een nieuwe uitgave mee te werken, maar zijn bedoeling was van verschillende dichters (ik weet niet precies wie) bij zijn werk te betrekken en in die zin iets nieuws te brengen met zijn (nieuw?) werk. daarop heb ik toen mijn positieve medewerking beloofd.
...
iedereen die willie kent weet dat zijn opzet was van mensen, kunstenaars, met elkaar in contact te brengen’
eigenlijk was dit project dus een idee van willie cools zelf, dat na zijn dood verder werd uitgewerkt. geheel volgens zijn opvattingen: laten we de kunst en het leven eren en omarmen, laten we samen, geïnspireerd door mijn schilderijen, in alle vriendschap, iets nieuws uitproberen...
.
de schrijfster en dichteres suzanne binnemans uit lier verbaasde me door de fijnmazige, ietwat melancholisch- sensuele toon in haar gedicht. niets naakte oervrouw dus, maar wel een schroomvolle, bijna onderworpen minnares, die zich schikt in de krijtlijnen die voor haar zijn opgezet. waarom denk ik plots aan gustav klimt, en zijn mooie zinssnede: "… want ik vrees en respecteer echte liefde."
suzanne binnemans’ vrouwelijke figuur geeft zich gewillig over aan de strelingen van haar minnaar, de dichteres vertolkt op verukkelijke wijze het versluierde verlangen naar liefde en geborgenheid, de fragiele droom van elke vrouw...
suzanne binnemans
‘Door het gaas van
mannenwimpers
worden vrouwen dag en nacht bespied’
(Johan Anthierens)
eerst
verborg je nog mijn gezicht
liet je mijn armen en handen dwalen
mijn benen en tenen spelen
over een maagdelijk blank vel
mijn lot lag in jouw handen
je deed me bewegen tussen grenzen
binnen de krijtlijnen voor mij uitgezet
zelf mocht ik niet kiezen
strelend creëerden jouw vingers
ik wentelde me in jouw kleuren
bedachtzaam leunde je over mij heen
ik voelde jouw hete adem
wanneer je mijn naakte lichaam
zorgzaam toedekte met witte sluiers
angstvallig volgde ik jou
je dwong me te kijken
schroomvol vouwde ik me dicht
plooide toen weer open
ik gluurde naar wie mijn hoeder was
getrouw werd ik de jouwe
.
oeps, mijn gedicht. totaal anders. ik besloot, na het schokeffect dat door het door mij gekozen schilderij een nieuwe zomer had teweeggebracht (het vrouweljk naakt zinderde werkelijk van op het doek, ik werd als het ware overrompeld door al dat oranje en roze en vermiljoen) de sterke vrouwenfiguur op het schilderij zelf aan het woord te laten. zij schijnt met haar linkerhand vriendelijk uit te nodigen tot de dans, daarom laat ik dit op het einde ook gebeuren.
nicole van
overstraeten
een nieuwe zomer
omtrent mijn zogenaamde woestheid
wil ik echt geen woorden kwijt, ik weiger
pertinent.
ik zeg: dit zomerrood is vuur. ik
presenteer
de weerbaarheid van vlees, het wachten
op het zachte – maar ook het dieproze
vertoeven.
ondanks mijn tintelende opening, mijn huichelen,
mijn dijen zogenaamd, spijt het mij zeer.
dat jokkend reflecteren van jouw licht -
niets anders dan een droom, een land van zand.
jij mag mij desondanks wel welig koesteren,
dat sta ik teder toe. genieten van mijn eigen
veinzen.
ik weet, mijn schacht is hoog, mijn buik is
zoet,
een hemelvaart van honing. ik wiebel in
oranje,
ik wemel karmozijn, ik zinder en hou dapper
stand.
ik feliciteer en zeg: dans, dans, dans nu met
mij,
reik mij de hand. in deze nieuwe zomer
schuim ik ronduit vermiljoen.
ik kan niet vragen
aan willie cools wat hij van mijn gedicht vindt, maar ik heb toch vaag de
indruk dat hij het soort vrouw dat ik beschrijf echt wou tekenen. mannen die
van vrouwen houden, laten ze bestaan in al hun kracht en sensualiteit. zij
onderwerpen ze niet, zij mogen in alle vrijheid dansen...
aanvulling: hieronder een superleuk fulmpje, mij toegestuurd door enkele geheimzinnige bewonderaars, de gekke dans dus van HH Marat Joy Tchundyk anda his bastardbrotha Marat Tchundyk Gundo.
.
rose vandewalle
introduceert een vrouwenfiguur die wankelt, valt en terechtkomt in een kolkende
spiraal. haha, sommige schilderijen van willie cools met wervelende
vrouwenfiguren hebben dus dit effect: dat je van het dansen draaierig wordt als
een derwisj, dat het uiteindelijk allemaal eindigt in een val.
maar wie dit gedicht subtiel leest merkt op dat de wankelende (dansende?) vrouw eigenlijk wanhopig en angstig op zoek is naar houvast, het zijn de muren van de kamer die bewegen, de dans eindigt in een huiveringwekkende tuimel. ik durf het bijna niet zeggen, maar ik vermoed dat rose hier in enkele penseeltrekken, in enkele verzen, het levenseinde beschrijft. een passend gedicht in deze hommagebundel, vind ik.
rose vandewalle
de kamer
plots kantelt en keert
vangt me op
in haar grijpgrage armen
haar handen zo fel van het willen
bewerkt me
met elk van haar vurige tongen
omsluit me beneemt me
de kamer hitsige adem
kolk en spiraal
de kamer
o ze wentelt en wankelt
weldra in versnelling
sleurt me mee in haar val
komt tot een tuimel
tot een huivering wekkende tuimel
.
hannie rouweler heeft ook een schilderij uitgepikt, waarrond ze een gedicht schrijft. ha, die hannie! virtuoos als ze is, schrijft ze een verrukkeljk lang gedicht met een waaier aan ervaringen, die dan nog in een grotere waaier van interpretaties kunnen worden opgevangen. haar verzen zijn zwierig, mededeelzaam. haar zinnen zijn bijwijlen intens, maar soms ook zacht als velours.
geen briesje dus, maar een felle wind zet ze gewind op papier.
passie, erotiek, een spreekwoord, beelden uit haar jeugd, psychologie, vervreemding, humor - dit alles passeert het oog van de lezer. strofe drie intrigeert me danig: ‘de metamorfose van de tijd buiten het gewricht/ de anonimiteit die in het geel verdwijnt/ granenveld’.
een sleutelvers, vind ik. want dit is wat hannie doet: elementen die deel uitmaken van het schilderij, maar ook haar eigen denken en voelen plaatst ze buiten de tijd, ze worden eeuwige abstractie. heel mooi is het einde: alleen het woord granenveld staat daar, als representatie van haar gedachtenvlucht. het beeld van de weidse graanvelden katapulteert de gele fetisj en de poëzie van hannie naar de ruimte, naar de oneindigheid.
hannie rouweler
DE SCHILDER EN HET
MODEL
(Willie Cools, Gele Fetisj)
Dat de passie spreekt – in Gele Fetisj
dat is duidelijk. De schilder en het model
voelen zich er blijkbaar beiden niet
ontspannen bij:
zij toont haar kut – maar aan wie of wat?
Aan hem, aan haar, de kijker, een
vreemdeling,
haar ogen staren in het niets. De droom,
suggestie.
Ik denk aan het boerenland van mijn oom,
regen
en zon, groei en verval, geluk en dikke
pech.
‘Als de vos de passie preekt
boer, let op je kippen’!
Dit zal niet helpen. Het onbedwingbare in
de lust,
de lijnen die het beeld doorkruisen –
de vrouw zit niet stil, ze verplaatst zich
voortdurend.
De metamorfose van de tijd buiten het
gewricht,
de anonimiteit die in het geel verdwijnt.
Granenveld.
In juni is het vaderdag. Ik geef mijn
vader Jan
postuum een van deze schilderijen op zijn
90e.
Als meisje waarschuwde hij me al dikwijls
als ik me stond op te maken voor de
spiegel
aan de binnenkant van een deur, in de
woonkamer:
‘Hannie, je draagt te korte rokken’.
Kunstenaars en dichters. Pas daar maar
voor op.
.
begga mariën en marije kos schreven de meest abstracte
gedichten. zij interpreteren totaal, de beelden staan verder af van de concrete
schilderijen. ze inspireren zich nog wel op een doek, maar hun gedicht neemt
een meer naar binnen gerichte en tegelijk hogere en verdere vlucht.
toch vind ik beide gedichten (alhoewel ze natuurlijk een eigen profiel hebben) heel romantisch. zij lijken in een droom te zijn geschreven, of op het moment van het ontwaken uit die droom.
de nobelprijswinnaar tomas tranströmer omschrijft trouwens dit moment als ‘een parachutesprong, een bevrijding uit de verstikkende omstuimigheid’...
Waking up is a parachute jump from dreams.
Free of the suffocating turbulence the traveller
sinks toward the green zone of morning.
begga laat een vrouw spreken met een zwarte ziel (wow!) die in haar wezen een zee van klapwiekende meeuwen ervaart (wat een mooi beeld) en ook hier symboliseert het lopende zand de voorbijvliedende tijd.
marije kos’ gedicht vind ik nog geheimzinniger: een herinnering maakt zich los uit het blauw (prachtig beeld)... maar welke herinnering? en wie is die schim, van wie zijn die ogen, die warme hand, wie ervaart pijn en venijn, wiens zicht wordt belemmerd, wie wordt uiteindelijk gered van de ondergang? gaat het om de schilder, zijn model of gaat het om de dichteres? marije kos’ gedicht roept bij mij blijkbaar heel indringende vragen op.
maar in deze laatste gedichten eren ook deze dichteressen een kunstenaar die desondanks – en dit is misschien een troostende gedachte, de verstikkende omstuimigheid van het leven heeft ingeruild voor – ik interpreteer en fantaseer nu zelf- de groene zone van de oneindigheid.
begga mariën
INNERLIJKE
WAARHEID
Hoe helder moet de nacht zijn
om mijn zwarte ziel te verblinden
die tussen wier en algen wordt
verzwolgen?
- Een zee van meeuwen
klapwiekt in mijn wezen -
Hier zijn geen kruimels
voor een weg terug.
De dwaalster bevleugelt het vuur;
luide rook wordt zachter
en balsemt lenig
het zand dat loopt.
marije kos
Bij het
schilderij De Ondergang.
De ondergang
een schim uit het verleden
maakt zich los uit het blauw
herinnering dringt zich op
glooiende vorm gloeiende kleur
strelen zijn ogen
een lach klinkt
een warme hand raakt
maar het is maar even
zweet parelt en adem stokt
zoetgevooisd klinkt anders nu
zacht en rond wordt scherpgetand
prangend fel en giftig
zijn napijn en venijn
de hersenschim vervaagt
ragfijne spinnenwebben
en donkere stofdraden
belemmeren het zicht
net op tijd gered
van de ondergang
nobelprijs

Waking up is a parachute jump from dreams.
Free of the suffocating turbulence the traveler
sinks toward the green zone of morning.
Things flare up. From the viewpoint of the quivering lark
he is aware of the huge root systems of the trees,
their swaying underground lamps. But above ground
there’s greenery — a tropical flood of it — with
lifted arms, listening
to the beat of an invisible pump.
2. Tranströmer schreef ook haiku's. Hier eentje uit 2004:
Birds in human shape.
The apple trees in blossom.
The great enigma.
3. Dit stukje schijnproza heeft ook een schitterend einde:
IJSLANDSE ORKAAN
Geen aardschok maar hemelbeving. Turner had het kunnen schilderen, vastgesjord. Zojuist wervelde één enkele want voorbij, verscheidene kilometers van zijn hand vandaan. Ik moet met tegenwind naar dat huis aan de overkant van het veld. Ik fladder in de orkaan. Ik ben geröntgend, mijn skelet dient zijn ontslagaanvrage in. De paniek groeit terwijl ik laveer, ik ga ten onder, ik ga ten onder en verdrink op het droge! Wat is het zwaar, alles wat ik plotseling mee te slepen heb, wat is het zwaar voor de vlinder om een praam te slepen! Eindelijk aangeland. Een laatste worsteling met de deur. En ditmaal binnen. Binnen. Achter de grote glasruit. Wat een eigenaardige en grandioze uitvinding is glas toch – dichtbij zijn zonder betrokken te raken. Buiten stroomt een horde doorzichtige reuzensprinters over de lavavlakte. Maar ik fladder niet langer. Ik zit achter glas, bewegingloos, mijn eigen portret.
4. Transparant, ongerept, gecondenseerd, dat zijn de trefwoorden bij Transtömers poëzie:
UIT MAART ’79
Moe van iedereen die met woorden komt, met woorden maar niet met taal
begaf ik mij naar het sneeuwbedekte eiland.
Het ongerepte heeft geen woorden.
De ongeschreven bladzijden breiden zich naar alle kanten uit!
In de sneeuw stuit ik op hoefsporen van een ree.
Taal maar geen woorden.
Besluit: en of ik een fan ben van Tranströmers gedichten!
http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20111006_091
http://www.poetryinternational.org/piw_cms/cms/cms_module/index.php?obj_id=466
http://home.kpn.nl/kolos/vertalen/herinneringen.htm#begin
oeidipus

1 reactie op dit bericht
Hoera!