Naar de inhoud

een lief okerkleurig scharminkel

akke.beakke.be
literatuur, cultuur, small talk

Archief

schrijven










Conférence Nobel, le 7 décembre 2008

Uit: Dans la forêt des paradoxes

Pourquoi écrit-on? J'imagine que chacun a sa réponse à cette simple question. Il y a les prédispositions, le milieu, les circonstances. Les incapacités aussi. Si l'on écrit, cela veut dire que l'on n'agit pas. Que l'on se sent en difficulté devant la réalité, que l'on choisit un autre moyen de réaction, une autre façon de communiquer, une distance, un temps de réflexion.

Jean-Marie Gustave Le Clézio


vandaag wil ik even de eerste paragraaf van de feesttoespraak van nobelprijswinnaar literatuur 2008 overpennen. op mijn nachtkastje heb ik l' etoile errante liggen, uitgegeven bij gallimard*, in folio.

ben nog niet beginnen lezen (het is een boekje over de palestijnse kwestie). heb de indruk dat le clezio, ondanks zijn indrukwekkend palmares, mij minder ligt. over reizen naar het verre oosten heeft hij bijvoorbeeld nauwelijks geschreven en het oosten is nu eenmaal mijn ultieme droom.

maar de aanzet tot zijn toespraak (die ik trouwens met genoegen integraal gelezen heb) vind ik toch de moeite. waarom schrijven wij? omdat we niet anders kunnen: wij willen op papier dingen vertellen die we in het dagelijkse leven nergens anders kwijt kunnen. de realiteit is zo dwingend, dat er soms geen ruimte is voor dromen, voor schoonheid, voor genoegen. maar we kunnen dat alles zelf creeëren, we hoeven maar een potlood vast te nemen of te beginnen tokkelen....


* J .M. G. Le Clezio, Etoile errante,  Gallimard, 1992

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

lead me from the unreal to the real, from darkness to light








beste lezers, vandaag 21 december, aan het begin van de winter, deze blog opnieuw opgestart.

bijna een jaar lang gewerkt aan een manuscript, een soort verhalenbundel/roman met als titel het verdriet van halle.
stuur het eerstdaags naar enkele uitgevers. 2009 wordt beslist een spannend jaar! maar ervaar tegelijk heel vreemde gevoelens: zodra het boekje klaar was, interesseerde het me totaal niet meer. heb vage plannen om opnieuw poëzie te schrijven, een eigen literaire website op te starten enz..

ook wemelen in mijn hoofdje
nieuwe nieuwe verhalen.

2008 eindigt voor ons een beetje in mineur: tv plots kapot (beelden roodgekleurd, beeld valt uit, wat gerammeld en geklopt op het toestel, niks hielp) warmwaterkranen helemaal verkalkt zodat we met moeite nog kunnen baden, mijn voet verzwikt, a. ziek (een soort bronchitis, opgelopen tijdens een kille avondlijke zoektocht naar onze verdwenen poes) en hilarische conflicten met de zussen.

maar gelukkig volg ik sinds enkele weken een cursus yoga.
eigenlijk had ik me hiervoor ingeschreven omdat ik sinds de zomer regelmatig opsta met stijve nek en schouders (ook mijn linkervoetgewricht doet soms pijn en verknobbelt) en het kraken van sommige knookjes doet zeker een belletje rinkelen: alleluja, N. wordt een dagje ouder!

maar waw! ik struikel bijna over mijn woorden als ik wil uitleggen wat yoga in die luttele tijdspanne (drie weken!) reeds met me heeft aangericht:
na een yoga-sessie voel ik me soepel als een poema.

elke ochtend kijk ik dus op internet naar een joetjoeb video: asa to ma, beautiful vedic mantra uit de brihadaranyaka upanishad*, achtste eeuw. daarna snel ik naar boven, spreid gezwind mijn matje, brand een wierookstokje, zet een esoterische cd op. daarna wring ik mj in allerlei bochten.

verleden woensdag was de zwelling in mijn linkervoet na de les als bij wonder verdwenen. mijn andere pijnprobleempjes, na de dagelijkse sessie, schijnen zich oeps! te verplaatsen: van mijn nek naar mijn schouders, van mijn hoofd naar mijn wangen, van mijn romp naar mijn knieen... maar joehoe! als ik er nu eens in slaag de pijn door te geven aan de aarde...




* http://www.youtube.com/watch?v=8SDUmRKDHv0&watch_response
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door nicole2 om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

verwaarloosd

rijstepap is van oorsprong chinees










heb ik mijn blog de laatste weken, dagen, uren. foei. ook mijn bezoekers veronachtzaamd, bijna niet meer naar andere blogs gesurfd, hoho!


1 van de voornaamste redenen hiervoor is: ik werk opnieuw aan mijn kortverhalen, dank zij de frisse wind die kwam aangewaaid van het schrijfgroepje lesamys (zie favo's) waar ik nu toe behoor.

zo'n paar decennia geleden publiceerde ik twee kortverhalen (1 in het tijdschift appel en 1 in gierik) maar daarna werd ik verliefd op gedichten. onlangs vond ik echter een hele map met notities en kortverhalen-in-wording terug en ik besloot ze uit te typen.


om mijn lezers te plezieren dit keer een preview van een kortverhaal, eigenlijk een soort jeugdflashback, jaren en jaren geleden opgetekend en nu pas tot een volkomen verhaal uitgeschreven.

jeanneke smokkel

.
ik woonde als kind in een straat met de naam van een boom. ‘de’ meiboom. altijd, altijd, als ik de naam van die straat hoorde vernoemen, sloeg mijn verbeelding op hol. ik stelde mij voor hoe het zou zijn in een ‘echte’ boom te wonen. ik verzon allerlei fantasieën rondom boomhutten. ik maakte mezelf wijs dat mijn straat vroeger tot een of ander ‘natuurgebied’ behoorde (het woord ‘natuurgebied’ bestond toen nog niet, ik geloof dat ik aan zoiets dacht als aan het concept ‘bos’). een gebied (in mijn verbeelding) bijna gelijk aan de jungle. ik was een junglekind, een wolfskind. ik leefde volledig volgens het ritme van de natuur.

zelfs al ging het hier om een imaginaire boom (een ‘meiboom’ bestond niet. een meiboom was een vegetatientius die op 1 mei traditiegetrouw werd geplant* om de groeikracht van de natuur over te brengen op de gehele samenleving. een kerselaar, een els, een hagendoornstruik of brem konden ook de dienst uitmaken*), toch kibbelden wilde dagdromen omtrent natuur-  en oerwoudtoestanden koortsachtig om een plaatsje in mijn jeugdig en fragiel geestelijk bestand.

.
ook mijn eerste imaginaire ‘liefdesavonturen’ speelden zich af in een identieke omgeving: ik was een roversmeisje, dat met haar familie diep in het bos woonde. de roversbende had een roodharige, koene ridder met de naam ‘timoer’ gekaapt om losgeld te eisen van de ‘slechte’ hertog, die wreedaardig zijn volk verknechtte en die hoogstnodig zijn lesje moest leren.

natuurlijk werd ik verliefd op timoer, bracht hem eten in zijn hok en hielp hem ontsnappen, tot grote consternatie van de roversbende. maar alles liep toch nog goed af: timoer had sympathie opgevat voor de rovers in het bos, die leefden volgens de wetten van de natuur en elke dag eerbiedig de bomen groetten. hij kwam bij de hertog tussenbeide en/of stootte hem van de troon (de versies verschilden van dag tot dag) en schonk zijn volk de opbrengsten van hun eigen oogst (die ze vroeger volledig moesten afstaan!). daarbij organiseerde hij elk jaar grote zomer-, herfst-, winter- en lentefeesten, waarbij het volk naar hartelust mocht schransen, dansen en grote bekers wijn drinken. en natuurlijk trouwde ik met mijn koene roodharige ridder. end of story.

.
de meiboom - ik heb het opnieuw over mijn straat - werd indertijd (ik spreek hier over de vroege jaren vijftig) bevolkt door heel wat oudere dames, bijna allemaal weduwen, die in kleine, maar nette arbeidershuisjes woonden. wij noemden ze bij hun bijnaam - in sappig hals dialect: mariatche, clementin van fernand (die familie was van de befaamde toots thielemans) stine petont, fiene vawuile en de laatste, maar niet de minste: jeanneke smokkel.

jeanneke smokkel droeg altijd een lavendelblauwe geruite voorschoot, was ostentatief corpulent en stonk altijd naar (vonden wij als ukkies, excuseer voor het woord) pis. in de zomer zat zij (zoals vele oudjes in die tijd) op een stoel in het ‘deurgat’ en breide donkerblauwe sokken. tegelijk hield zij de spelende kinderen (dat waren wij) in de gaten.

wij noemden jeanneke smokkel jeanneke smokkel omdat zij de hele tijd door snoepte (muntjes, of zuurbollen) en daarbij lelijke smoelen trok. snoep was in die tijd ‘smokkelink’. neen, dit woord duidde niet op smokkelpraktijken, maar betekende eigenlijk gewoon ’zoetigheid’. wij wisten altijd wanneer jeanneke smokkel een nieuwe voorraad snoep bijhad: dan vertoonden haar zakken vreemde bobbels en gingen wij in haar omgeving hinkelen. wij kregen dan ook een snoepje, als we ‘braaf’ waren geweest en niet teveel kabaal hadden gemaakt. 

.
op een koude winteravond had mijn bobonne (wij woonden bij mijn grootouders in) de vriendinnen (eigenlijk waren het aartsvijandinnen, maar ze deden zich voor als vriendinnen) jeanneke smokkel en fiene vawuile uitgenodigd voor een rijstepapfeestje. in die tijd waren wij nog dol op eenvoudige desserts als rijstepap met bruine suiker, opgediend in diepe, witte borden met reliëfversiering aan de randen. die borden gebruikten wij niet alleen voor het middagmaal (aardappelen, groenten en vlees), maar ook voor gerechten als rijstepap, meutekespap en biersoep. het waren borden all-in.

jeanneke smokkel vertelde de hele avond over de oorlog. over een vroegere buurvrouw haar dochter, die toen de duitsers hier in halle ‘gelegerd’ waren, verplicht was geweest aan een duitse officier – ik citeer jeannekes woorden letterlijk – te ’werken’.

te werken? toen jeanneke smokkel die rare uitdrukking gebruikte, keek ze obsceen en met een mengeling van brutaliteit en verlegenheid naar een punt in de verte. of liever, naar de schouw vol ’postuurkes’ recht tegenover haar plaats aan tafel.

ik vroeg me toch af, in mijn kinderlijke verbeelding, wat dat ‘werken’ wel betekende. was de dame misschien verplicht geweest zorg te dragen voor het uniform van die officier? had zij de opdracht gekregen de pluisjes en stofjes elke dag van de kraag en de revers van zijn kakikleurige jas af te borstelen met een kleerborstel van varkenshaar? de koperen knopen te poetsen met sidol? elke dag zijn manchetten en pattekes glad te strijken met zachte, bedrijvige vingers? te zorgen voor een handgestreken zakdoek elke dag in zijn linkerpocket?

maar toen ik de bestraffende blik van mijn moeder opmerkte en plotseling haar gefluisterd ‘sjuut’ hoorde, kreeg ik ineens argwaan. ik wist dat me iets ontging, de soort belangrijke informatie die grote mensen altijd uitwisselen en waar we als ukkepukken altijd maar konden naar raden. plots was het verhaal dat jeanneke smokkel vertelde vreemd spannend, ondanks – of misschien juist dank zij – de verpletterende blik van moeder, die in een oogwenk jeanneke het zwijgen had opgelegd.

.
van het rijstepapfeestje herinner ik me eigenlijk alleen nog de pijnlijke stilte achteraf, onderbroken door het luide geslurp van fiene vawuile, die toen reeds lichtjes dement was en zich van het hele gesprek niks had aangetrokken.

het is pas later, veel later, toen ik op de hogeschool de etymologie van het woord ‘smokkelen’ had geleerd, dat ik aan het rijstepapfeestje bij bobonne terugdacht en begreep waar het verhaal van jeanneke smokkel over ging. maar toen sprak ik reeds algemeen beschaafd nederlands en droomde van een carrière in het onderwijs.

aan boomhutten dacht ik allang niet meer, laat staan dat ik nog verliefd werd op roodharige ridders.

 

* Dit volksfeest vindt zijn oorsprong in zeer oude gebruiken: een vegetatieritus die de groeikracht van de natuur moest overbrengen op de gehele samenleving. De versierde boom is het symbool van de vruchtbaarheid van mens, dier en akker.

"Schoon lief, waar waarde gij den eersten meiennacht, dat gij mij genen mei en bracht" zingt een alom gekend meilied. Daarbij wordt dan geduid op een even oud middeleeuws gebruik: het planten van de mei.

Het behoort tot de traditie dat de jongens aan de huwbare meisjes een 'meitak' schonken. Dit teken was algemeen verspreid en de meitakken spraken voor ieder verstaanbare taal. In de vroege morgen van 1 mei voor de deur van de uitverkorene geplant, symboliseerden ze het oordeel van de jongelingen over de huwbare meisjes. Sommige onbetrouwbaren kregen een kerselaar, een hagedoorntak bestempelde het meisje als een katje dat niet zonder handschoenen mocht worden aangepakt, een bremstruik betekende 'flauwe trees' en een elzetak een praatzieke meid.


nawoord:

hehe, fijn dat dit verhaal is afgeraakt. de eventuele lezer mag gerust zijn commentaar posten, liefst zelfs!


op zaterdag 12 april ga ik o.a. een workshop kortverhaal volgen op de schrijfdag van creatief schrijven in gent. ook herinneringendingen staat op mijn programma, maar ik herinner me niet meer waarover deze workshop gaat.... ..


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

op aanvraag: nog een receptje






 

vreemd, hoe tegenwoordig woorden, beelden, geuren en vooral smaken mij terugvoeren in de tijd.


alleen al de gedachte aan bloemkool- met-garnalengratin bijvoorbeeld (een suggestie uit vorig blogbericht) bracht me ogenblikkeljk terug naar mijn schooltijd. ik proefde dit gerecht voor het eerst in de grote refter van de toen (in de vroege jaren zestig) superprestigieuze normaalschool in laken, waar ik zes jaar lang studeerde en zowat twintig jaar heb lesgegeven .

wij konden warm eten in de refter, samen met de internen. omdat wij lange uren op school moesten 'kloppen', waren mijn ouders akkoord dat ik bonnetjes kocht voor 'de warme refter' i.p.v. elke dag met boterhammekes te zeulen. vermits wij in die tijd nooit buitenshuis gingen eten, waren de maaltijden op school voor mij ronduit revelaties: ik werd ingewijd in zgn. sjieke 'tafelmanieren' (heel streng was de opvoedster, wij moesten er niet aan denken het voedsel in de verkeerde volgorde en op onjuiste wijze te verorberen, zelfs fruit moesten we met mes en vork leren eten!) en proefde dingen die bij ons thuis nooit op tafel kwamen.

zo ook gegratineerde bloemkool met garnalen. het gerecht werd opgediend in de typische metaalachtige (alu?) kommen die in gaarkeukens worden gebruikt, maar wij waren er desondanks allemaal dol op. als ik dit gerecht later zelf ben beginnen klaarmaken, ben ik me er duidelijk bewust van geworden dat het oog ook wat wil: gegratineerde bloemkool met garnalen wordt liefst opgediend in een (witte?) terrine van aardewerk of glas, zeker niet in een grijze metalen gedeukte gaarkeukenkom!!

ik wil hier (op aanvraag!) een eenvoudige bereidingswijze van bloemkkoolgratin met garnalen publiceren, maar ondertussen bestaan op internet ook heerlijke varianten en zeker meer gesofisticeerde bereidingswijzen (met o.a. porto en cognac) * van dit oorspronkelijk typisch vlaams recept:


Bloemkool met kaassaus en garnalen, gegratineerd

Aantal personen: 4

·         1 frisse 'flandria' bloemkool

·         zout

·         3 dl halfvolle melk

·         50 gram smeerkaas

·         nootmuskaat

·         citroensap

·         150 gram grijze noordzee-garnalen

 

* Kook de bloemkool, laat ze uitlekken en schik de roosjes in een ovenschaal.

* Roer de smeerkaas door de hete melk tot zij er volledig in is opgenomen en maak de saus af met nootmuskaat en citroensap.

* Giet haar over de bloemkoolroosjes in de ovenschaal, strooi de garnalen erover en laat in de oven een bruin korstje op het gerecht komen.

 
nog een tip: zorg ervoor dat de garnalen volledig bedekt zijn met de kaassaus. het is de kaas die moet gratineren, niet de garnalen!


* users.pandora.be
/robertdebruyne/Visvoorgerecht/bloemkoolterrine.htm



65-58f2bc9cb08cae51434088b65a7fe24a.jpg

vreemd, hoe tegenwoordig woorden, beelden, geuren en vooral smaken mij terugvoeren in de tijd.

alleen al de gedachte aan bloemkool- met-garnalengratin bijvoorbeeld (een suggestie uit vorig blogbericht) bracht me ogenblikkeljk terug naar mijn schooltijd. ik proefde dit gerecht voor het eerst in de grote refter van de toen (vroege jaren zestig) superprestigieuze normaalschool in laken, waar ik zes jaar lang studeerde en zowat twintig jaar heb lesgegeven .

wij konden warm eten in de refter, samen met de internen. omdat wij lange uren op school moesten 'kloppen', waren mijn ouders akkoord dat ik bonnetjes kocht voor 'de warme refter' i.p.v. elke dag met boterhammekes te zeulen. vermits wij in die tijd nooit buitenshuis gingen eten, waren de maaltijden op school voor mij ronduit revelaties: ik werd ingewijd in zgn. sjieke 'tafelmanieren' (heel streng was de opvoedster, wij moesten er niet aan denken het voedsel in de verkeerde volgorde en op onjuiste wijze te verorberen, zelfs fruit moesten we met mes en vork leren eten!) en proefde dingen die bij ons thuis nooit op tafel kwamen.

zo ook gegratineerde bloemkool met garnalen. het gerecht werd opgediend in de typische metaalachtige (alu?) kommen die in gaarkeukens worden gebruikt, maar wij waren er desondanks allemaal dol op. als ik dit gerecht later zelf ben beginnen klaarmaken, ben ik me er duidelijk bewust van geworden dat het oog ook wat wil: gegratineerde bloemkool met garnalen wordt liefst opgediend in een (witte?) terrine van aardewerk of glas, zeker niet in een grijze metalen gedeukte gaarkeukenkom!!

ik wil hier (op aanvraag!) een eenvoudige bereidingswijze van bloemkkoolgratin met garnalen publiceren, maar ondertussen bestaan op internet ook heerlijke varianten en zeker meer gesofisticeerde bereidingswijzen (met o.a. porto en cognac) * van dit oorspronkelijk typisch vlaams recept:

Bloemkool met kaassaus en garnalen, gegratineerd

Aantal personen: 4

·         1 frisse 'flandria' bloemkool

·         zout

·         3 dl halfvolle melk

·         50 gram smeerkaas

·         nootmuskaat

·         citroensap

·         150 gram grijze noordzee-garnalen


* Kook de bloemkool, laat ze uitlekken en schik de roosjes in een ovenschaal.

* Roer de smeerkaas door de hete melk tot zij er volledig in is opgenomen en maak de saus af met nootmuskaat en citroensap.

* Giet haar over de bloemkoolroosjes in de ovenschaal, strooi de garnalen erover en laat in de oven een bruin korstje op het gerecht komen.


 
nog een tip: zorg ervoor dat de garnalen volledig bedekt zijn met de kaassaus. het is de kaas die moet gratineren, niet de garnalen!


* users.pandora.be
/robertdebruyne/Visvoorgerecht/bloemkoolterrine.htm



65-eef043968e79c14a81908428c30be1dd.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

recept: pittige bloemkoolsoep met koriander







hèhè, in mijn profiel beweer ik dat ik hou van koken. nochtans heb ik nog maar 2 x een recept gepubliceerd op deze blog, foei! deze leemte wil ik vandaag goedmaken met een verrukkelijk recept voor bloemkoolsoep.


1.

gekregen van de afghanen: 4 kleine, redelijk uitgebloeide bloemkooltjes. hier en daar een vlekje weggesneden, bloemkooltjes in roosjes verdeeld en in stromend water gewassen. nog eens gewassen in zout water.

wat nu? voor een slaatje vond ik deze roosjes beetje te rijp, voor bloemkool met garnalengratin had ik niet alle ingrediënten bij de hand.

de laatste tijd kook ik trouwens bij voorkeur met ingrediënten die ik per toeval vind in mijn voorraadkasten, ik bespaar zo heel wat tijd en geld.

en o wonder, schitterend recept gevonden op internet* :


Ingrediënten:


1 dikke bloemkool, in roosjes

1 flinke ui, gesnipperd

1 l groentebouillon

2,5 dl kokosmelk

1 eetlepel sesamolie

2 teentjes

1 eetlepel groene currypasta

1 koffielepel gemberpoeder

1/2 theelepel piment

1 koffielepel kurkuma

1 koffielepel korianderpoeder

1 koffielepel komijnpoeder


Bereiding:


1. Fruit de ui glazig in de sesamolie. Doe er de knoflook en de currypasta bij. Schep om tot de aroma's vrijkomen.

2. Schenk er de bouillon bij. Voeg er de bloemkoolroosjes en de specerijen aan toe. Breng aan de kook. Dek af. Laat 20 minuten zacht koken.

3. Schep met een schuimspaan een flinke portie bloemkoolroosjes uit de soep. Hou ze apart.

4. Doe de kokosmelk bij de soep en pureer. Breng ze weer aan de kook. Kruid naar smaak met peper en zout. Doe er de apart gehouden bloemkoolroosjes weer bij.

5. Laat de soep nog even goed doorwarmen. Schep ze in kommetjes of borden. Werk af met koriander.


2.

mijn currypasta was echter niet groen, maar geel en had niet de vorm van pasta, maar van een blokje. de kokosmelk had ik ook niet in huis, maar verving ik gezwind door kokospoeder opgelost in halfvolle melk en de verse koriander heb ik uiteindelijk dan maar vervangen door peterselie.

deze soep is dus eigenlijk heel makkelijk te maken. als je alle kruiden (of substituten ervan) verzameld hebt, kun je aan de slag. daarbij geurt deze soep overheerlijk, terwijl je ze kookt loopt het water je zo in de mond.


3.

a. heeft de afghanen een kom hete soep gebracht. ze vonden ze lekker, maar te zoutig. gelijk hadden ze: ik had gewoontegetrouw wat zout en peper bijgevoegd, maar dat was absoluut niet nodig, de kruiden brachten op zichzelf genoeg pit in de soep. om het zoutige te blussen (a. vond de soep niet te zout, maar hij houdt nu eenmaal van zoutige dingen) heb ik room op de tafel gezet:  de smeuïge smaak van de crème bluste perfect de ietwat overdreven hartigheid van de soep en genereerde in een softe, volle body die roomsoepen zo heerlijk maakt. een handvol gewassen en gesneden peterselie maakte het soepje op grandioze wijze af.

smakelijk!


*zie: http://www.kookjij.nl/recept-pittige-bloemkoolsoep-met-koriander

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 4 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

een melige schuldbekentenis

















*
elke dag stel ik mezelf de vraag: doe ik genoeg voor anderen, doe ik genoeg voor deze wereld? draag ik mijn steentje bij, zelfs in mijn kleinste daden en geringste uitspraken, om het goede te doen, mijn medemensen en ook mijn omgeving een beetje beter, gezonder en menselijker te maken?

ach, ik heb in mijn leven al veel stommiteiten gedaan, mensen gekwetst, in de steek gelaten. mij hard en superieur opgesteld, onverschillig, laf en verwaand. maar joehoe! deze melige schuldbekentenis is alleen belangrijk voor mezelf.

ik weet dat anderen ook zulke dingen doen - niets menselijks is hun vreemd -  en ik weet: je moet elke dag opnieuw beginnen. ouder worden heeft vele voordelen: je bent je duidelijk bewust van je woorden en daden en je hebt de handigheid verworven om te 'spelen' met je eigen attitudes. zaak is te kiezen - zonder enig schuld- of schaamtegevoel - in welke omstandigheden, voor welke toestanden je je nog wil engageren en voor welke niet. ouder worden betekent een scala aan mogelijkheden bezitten om te ageren of niet, je in te zetten of niet, je te laten vertederen of niet, je te laten meeslepen of niet. ik zeg wel: laten. want je hebt al zoveel meegemaakt, dat het moeilijker wordt nog door iets of iemand geboeid te raken.

terwijl ik bovenstaande zinnen neertokkel wil ik toch onmiddellijk nuanceren: het is maar als je je afsluit voor je gevoeligheden, dat de onverschilligheid om het hoekje kijkt. ontroerd en 'ingepakt' worden heeft eigenlijk niets met leeftijd te maken. sommige jonge mensen zijn of worden ook afgesloten van de troost die schoonheid en ontroering kan schenken en zijn alleen bezig met het bevredigen van hun materialistische, dus eigenlijk doodsaaie, dagdagelijkse behoeften.

dus wil ik heel de tijd ook anderen enthousiast meeslepen when I am deeply touched by something. als ik bijvoorbeeld de lente ruik en ik zie hoe de piepkleine botergele bloempjes van mijn forsythia voorzichtig openbloeien. als ik net een verrukkelijk boekje heb gelezen, zoals het vintage kortverhaal dat a. een paar dagen geleden voor me meebracht, van kazuo ichigiro*, over een zomer na de oorlog in kagoshima, japan.

reeds op de eerste pagina leidt kazuo ichigiro ons naar een tuin waarin het gebladerte en de struiken rijke en vreemde kleuren aannemen: gamma's van rood en oranje en violet. de zon komt in de late ochtend over het muurtje heenkijken en tovert 'lichtgevende vlekken' op de geboende plankenvloer van de veranda. een pad van stapstenen kronkelt naar de achterzijde van de tuin en verdwijnt tussen de bomen... waw! zo'n zen-tuintje wil ik ook wel!

maar deze schitterende intro verraadt het talent van een meester-verteller. en dat is hij ook, kazuo ichigiro. een van zijn belangrijkste romans, the remains of the day, is schitterend verfilmd*. in mijn oosters blibliotheekje bevindt zich een andere parel: de troostelozen*, een dikke, ongelooflijk intrigerende en kronkelende roman over de labyrinten van de geest, over de verraderlijkheid en het onwezenlijke van menselijke emoties. als je begint te lezen, lees je de 535 pagina's in
één ruk door tot aan het einde!


*
voel mij opnieuw vaag verkouden, heb vervelende hoofdpijn en voel nog de napijn van mijn spectaculaire val verleden week. ik gleed grandioos van een gevaarlijk gladde (het had juist gesneeuwregend!) houten trap, ik hotste en botste naar hartelust en een toevallige getuige zei dat hij mij had 'horen' vallen. ik hield er een blauwe bult van zeventien centimeter doorsnede van over en een stijf, pijnlijk lichaam, alsof ik uren had getraind voor een olympische medaille. maar zo ben ik: eigenlijk voel ik me gelukkig dat het maar 'dat' is geweest, ik kan er nu vrolijk om lachen en sta weer dagelijks op mijn trilplaat om mijn stijfheid weg te masseren.

zondag ben ik met n. gaan stappen in oostende. de meeuwen waren weer prominent aanwezig, ze cirkelden krijsend over het wapenplein en samen met de druilerige regenvlagen en de donkere, pruisisch-blauwe zee vond ik de sfeer weer op en top. in de kapellestraat hoorden wij de schitterende song van bryan adems: when a man loves a woman uit de film don juan di marco en even later op het dijkterras van venezia zong sinead o'connor 'nothing compares to u'....

n. zocht een jeansjasje, heeft het echter niet gevonden, want overal werden regenjassen aangeboden in het zwart en ook leren jasjes, waar n. niet van houdt. zelf zocht ik een blauw khol-potlood, want mijn blauw potlood van bourgeois was op en een streepje aan mijn ogen is zowaar mijn handelsmerk. als ik geen oogschmink gebruik voel ik me naakt. ik vond een pruimkleurige starry plum cream shaper for eyes van clinique en kocht ook een bleu é
tincelante potlood van bourgeois, met glitters. leuk voor een feestje. mooi, mooi.

maar toch heb ik een nostalgisch verlangen naar mijn eerste schitterend blauw ogenpotlood, bleuette, van bourgeois, een kleur die ik nergens meer tegenkom. eigenlijk zoek ik ook zwarte eyeliner, want ik wil de ogenmake-up van amy winehouse.

om van haar onnavolgbaar stemgeluid niet te spreken.



aantekeningen:

(uit wikipedia)


*
Kazuo Ishiguro (born November 8, 1954) is a Japan-born British novelist. Born in Nagasaki, Nagasaki, Japan, his family moved to England in 1960. Ishiguro obtained his Bachelor's degree from University of Kent in 1978 and his Master's from the University of East Anglia's creative writing course in 1980. He now lives in London with his wife Lorna MacDougall and daughter Naomi.

*

The Remains of the Day (1993) is a Merchant Ivory Film adapted by Ruth Prawer Jhabvala from the novel by Kazuo Ishiguro. It was directed by James Ivory, produced by Ismail Merchant, and starred Anthony Hopkins as Stevens and Emma Thompson as Miss Kenton, with James Fox, Christopher Reeve, Hugh Grant, and Ben Chaplin. The film was nominated for eight Academy Awards.

*

The Unconsoled (1995) is a novel by Kazuo Ishiguro. It is about Ryder, a famous pianist who arrives in a central European city to perform a concert. However, he appears to have lost most of his memory and finds his new environment surreal and dreamlike. He struggles to fulfill his commitments before Thursday night's performance.

The novel takes place over a period of three days.


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

charlotte mutsaers









charlotte mutsaers* heeft een uitdeinende nekrimpel in de vorm van een onvolprezen parallellogram, of eenvoudiger gezegd een ruit.

ik merkte geamuseerd, maar toch een beetje verbouwereerd deze vreemde huidkronkel op. want die bewuste woensdagavond zat ik pal achter deze dame, in passa porta, het internationaal literatuurhuis te brussel, net vóór zij geinterviewd zou worden door dirk leyman, journalist bij de morgen*.

mijn vriendin monika had gezien dat het slotje van charlotte's halssnoer was losgeraakt en zij dreigde dit kostbaar kleinnnood te verliezen. maar toen monika op haar schouder tikte om haar voor 'het gevaar' te verwittigen, werd ik me plotseling bewust van de vreemde vorm van de huidplooi in charlotte mutsaers' ranke nek.

waw! wat een dame, die charlotte! niet alleen heeft zij reeds 12 schitterende romans op haar actief, zij is ook gelauwerd met 4 prestigieuze literaire prijzen. ik geloof dat ik jaren geleden zeepijn* heb gelezen en dat deze bundel essays en verhalen mij beviel. of liever: ik herinner mij haar springerige manier van schrijven, die ik leuk en inventief vond en zo helemaal vrouwelijk... maar naast een knappe schrijfster is charlotte ook een elegante vijfenzestigjarige dame, die in een kort pied-de-poule-rokje, laarzen, zwartgebreide kantkousen en daarbovenop een lief roze truitje op en top indruk maakt en met haar pittige présence een hele zaal aan het lachen krijgt.

de titel van haar gloednieuwe roman, koetsier herfst,is ontleend aan een gedicht van niemand minder dan osama bin laden - o, schande? blijkbaar zoekt charlotte een beetje de controverse op. dat zij door haar grappige maar weerbarstige uitspraken het publiek een beetje wil ontregelen, is zeker een feit. verontwaardigd protesteerde zij ook tegen het etiket 'lichtheid', door sommige commentatoren voor haar bedacht. charlotte wil niet 'licht' bevonden worden, zij vindt van zichzelf dat zij echte serieuze literatuur schrijft. of dat zo is wil ik even aan volgend fragment* toetsen:

Zodra de lente begon, vertrokken mijn ouders naar Parijs. Mijn moeder om zomertailleurtjes te kopen, Chanel n°5 en lippenstift. En mijn vader om lekker te eten en te genieten van de vele vrouwen in open bloesjes en met hangend haar. Wij kregen dan een oppas, Anna geheten. Ook Anna droeg open bloesjes en hangend haar. Maar van vogels had ze geen verstand. Ze kon nog geen kraai van een meeuw onderscheiden. Goed, dat komt meer voor. Je zou alleen zeggen: als het over vogels gaat, hou dan je mond. Dat deed ze niet. En ik was zo dom naar haar te luisteren.

Ik wist alles van vogels. In de boekjes stond dat ze alleen maar zongen uit angst of uit baltsaandrift. Dat was niet waar. De meeste vogels, zo had ik ontdekt, zongen puur voor de lol. Ik heb nog meer ontdekt : kippen komen graag bij je op schoot. In Oostende ken ik een man, hij werkt bij de kaartverkoop van het museum, wiens kippen ook altijd op schoot komen. Je moet je er natuurlijk wel voor openstellen maar dat geldt voor alles. In de zomer kwamen de duiven bij ons naar binnen en dan speelden ze boven op de speelgoedkast.

tja, ze leest wel lekker, die charlotte. leuk, eenvoudig, concreet geschreven. nog een hele tijd door praat ze in dit fragment over haar liefde voor vogels allerhande: zij is er duidelijk dol op!

maar kan ik mezelf in charlotte's proza terugvinden?

welnu: haar moeder gebruikte chanel n°5. mijn moeder had een flesje pompéïa van l.t. piver op haar nachtkastje staan. mijn moeder naaide zelf haar kleren en kocht zeker geen tailleurtjes in parijs.

zelf ben ik ben bang van vogels. charlotte is duidelijk een dierenliefhebster. bij mij is het vreemd genoeg net omgekeerd: dieren houden van mij. honden en poezen komen direct naar mij toe, alsof ik een van hen ben, haha!

alle gekheid op een stokje: ik wou hier even de 'lichtheid' van charlotte's literatuur afwegen. wat zeg ik nu? charlotte schrijft licht en vlot, maar door de uitwerking van haar plots en personages en hoogstwaarschijnlijk ook door de gelaagdheid van haar teksten, de 'onderstroom', krijgt deze lichtheid een andere dimensie. daarbij is een roman schrijven als 'koetsier herfst" (464 bladzijden) ernstige arbeid: charlotte heeft er 7 jaar aan gewerkt!

maar het belangrijkste is toch altijd het effect dat een schrijver bij de lezer genereert. en ik moet zeggen: de speelsheid en kruidigheid van charlotte's proza bevalt mij wel. 

hoogstwaarschijnljk zal ik ze lezen, die charlotte.


* Charlotte Mutsaers is een van de belangrijkste auteurs uit ons taalgebied. Haar werk is moeilijk in een genre onder te brengen. Zelf gebruikt ze liefst het woord 'charlottesque'. Haar boeken en schilderijen getuigen van een unieke kijk op de wereld.

* Charlotte Mutsaers, Zeepijn, Meulenhoff, 1999

* (Aankondiging programma van woensdag 27 februari '08 - 20.00 in Passa Porta:)

 ‘Uitgever op bezoek’ is een reeks avonden van de literaire organisatie Het beschrijf en het Vlaams-Nederlands Huis de Buren waarin literaire uitgeverijen u een blik achter de schermen gunnen. Waarom wordt de ene tekst een boek en belandt de andere in de prullenmand? Hoe maken uitgeverijen een keuze uit het enorme aanbod aan te vertalen boeken? Wat is de relatie tussen een auteur en zijn redacteur?

Hoofdredacteur Suzanne Holzer brengt de Nederlands-Belgische schrijfster Charlotte Mutsaers mee met haar gloednieuwe roman Koetsier Herfst. Ze wordt vergezeld door collega Thomas Van den Berg en dichter-redacteur Alfred Schaffer . Deze laatste praat met Miriam Van hee , een van de vijf genomineerden van de Herman de Coninckprijs voor haar nieuwe bundel Buitenland. Moderator en gastheer van de reeks 'Uitgever op bezoek' is Dirk Leyman.

* Fragment uit Zeepijn, pag. 61-64



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

ontijd

















haha, eigenlijk wordt het misschien stilaan tijd om een tweede blog te beginnen, met alleen mijn gedichten. soms publiceer ik hier de aanhef van een gedicht (zie vorige berichten) en dat maakt mijn lezers nieuwsgierig naar het geheel.


daarom uitzonderlijk op dit bericht twee gedichten van me, geschreven in 2004, voor het project steenwegen, een initiatief van de stad halle. de gedichten zijn daadwerkelijk wekenlang tentoongesteld op het oudstrijdersplein (plaslion) en in de minderbroedersstraat.

opzettelijk gebruikte ik
in deze gedichten een breed-uitdeinende, barokke, ietwat badinerende didactische stijl, waar ik me nu absoluut niet meer in kan vinden. maar soit, ik beleefde veel plezier in het beschrijven van oude foto's van halle (want dat was de opdracht) en het was dus een superleuke oefening.

hier komen ze:


plaslion                        

 

(waarom wegen herinneringen zwaar?

omdat ze vol zijn van gedachten.)

 

wanneer wij in de nadagen,

in de donkere nadagen van februari

in de straten verdwalen, wanneer wij

in de krolse kattendagen - in de krokusdagen

van de kat - blijven sluimeren als het sneeuwt,

heeft de tijd zich loom in dromen verstopt,

op het plein van vele namen. dit is het plein

van de krijgers, van de leeuwen en de kinderen.

dit is het plein van ijs. maar bovenal is dit

het plein van de hemelse vlucht.

 

ziehier een foto van de plaslion,

in 1911 of  ‘28. het was toen vliegfeest,

een reuzeluchtballon werd opgelaten om halftwee.

wij zien de school, het witte huis en een lantaarn.

de punthoed op de ronde kiosk werd rechtgezet

voor d’oege tippe. de massa stond opzij en keek

met open oog. zij die daar zaten op de voorste rij

wachtten heel braaf tot het begon, maar zij die

stonden aan de rechterkant drumden amechtig

naar een plaats, om zeker niets te missen.

 

ojee, dit is een tweede foto van het plein,

maar nu vanuit een andere hoek. links

zien wij een huis met naam. de ballong dirrigé

stijgt langzaam naar omhoog, de vracht is vrij.

de massa staat nog steeds paraat, maar dreigt

te smelten tot een brij. wij zien daar vaag

een canotier, maar de elegante dame in pak

en pelerine staat buiten kijf. we kijken vlug

naar boven, waar de ballong hangt te flemen

- ach, dit feestje was een streling, zo voorbij.

 

(hoe zou het zijn geweest, te wonen op dit plein?

waren er al gele hyacinten  -  en prinsen van carnaval?) 



woensdag, 25 februari 2004



ontijd

 
(in het hoekige en ronde van straten en pleinen

zoeken wij naar sporen, het duister van herinnering.)

 

gisteren, we liepen loom en dromerig

door de hoornstraat - voelde ik

een zachte aanwezigheid. het was alsof

een lichte wind mij langs de haren streek,

ik zag wuivende grashalmen en ruisend riet.

om me heen trilde de lucht, voor even maar.

we liepen de beestenmarkt over, volgden

de volpestraat tot aan het leeuwenplein,

toen plotseling het onzichtbare zichtbaar

werd, het zichtbare onzichtbaar.

 

daar zag ik aan de overkant het poorthuis

met het sierlijk twijgend raam. omgeven

door een vreemde geur van verf en terpentijn

verschenen zij daar plots, vooraan. zij dachten

aan een grap daarstraks, toen zij naar buiten

liepen voor de pose - voorwaar, de fietser

moest erbij. geen tijd om aan te trekken

dat kostuum van ongetwijnde zijde of moiré,

geen tijd voor een camee. de dames streken

gauw wat plooitjes glad, maar droomden

 

van een jurk in stijl. de zwartsatijnen veuve

hield flink de wacht. zij schermde zich van

anderen af, van links en rechts de meiden -

en wellicht ook van haar, de mooiste ooit.

de blaaskaakzoon in ribfluweel en vilten hoed,

die keek alleen naar voor. maar aan de poort

stond zij, de dame en passant, in bloezend

bloesje met het wijde bloezenfront. de man

in vlotte overjas met hoge hoed erbij dacht

vaag of zij dat draagt, een roze cache-corset?

 

(hier tintelt tijd in ontijd, onze gedachten 

frivool & rozevingerig.)                                                      


donderdag, 19 februari 2004

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door nicole2 om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

de wilgenpil


















wij hebben griep - of zijn we gewoon maar snipverkouden? a. is er eigenlijk al bijna vanaf, met liters thee, bedrust en een strip troc (pijnstiller met paracetamol) als remedie. zelf verkies ik aspirine.

het voornaamste bestanddeel van aspirine, lees ik in de bijsluiter, is acetylsalisylic, wat ook de wetenschappelijke naam is van het plantengeslacht wilg. aspirine slikken is dus niets anders dan een moderne variant van het kauwen op wilgenbast, een oerremedie tegen koorts en pijn. ook heb ik een schattig flesje met echinacea-pilletjes van dokter vogel bij de hand, om mijn weerstand te versterken. een griepje hebben kan dus best leuk zijn: bedrust kan resulteren in zalige lectuurmomenten. als dan nog per toeval superzachte braziliaanse jazzmuziek* uit mijn radiootje klinkt, voel ik me als een koningin te rijk, een kuchende en snotterende weliswaar, maar toch een koningin.

tja, erg veel moeite moet ik blijkbaar niet doen om me ok te voelen. ach, lieve mensen, in deze wereld van waanzin kun je ofwel overwoekerd worden door alles wat verschrikkelijk oogt en er dan nog aan meewerken ook (door je te focussen op het negatieve!), of je kunt verkiezen telkens opnieuw heerlijke momenten te voorschijn te toveren uit het onmetelijk reservoir aan realiteiten en verbeeldingen die ons omvademen. (hihi, wat een woord, plotseling kwam het in me op, het betekent omarmen, in het engels to embrace en het komt ook voor, geloof ik in het verrrukkelijke gedicht 'mei' van herman gorter (1864-1927), een hollandse impressionistische dichter.)

* Klara Mixtuur, dinsdag 19 februari 2008, Caetano Veloso: Joia (Caetano Veloso) - Soul Jazz Records SJRCD-164 en Bojo: Procedimento 3 (Bojo) - Gonzo Brazz-Ill




Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

de nadagen van februari


wanneer wij in de nadagen

in de donkere nadagen van februari

in de straten verdwalen, wanneer wij

in de krolse kattendagen - in de krokusdagen

van de kat - blijven sluimeren als het sneeuwt...






.

11 februari, bijna valentijn. zaterdag was het de warmste winterdag ooit. mijn poes minky is al drie dagen 'weg'. ik vraag me voortdurend af of haar verdwijning te wijten is aan de 'kattendagen', zoals ik in bovenstaande aanhef van 'plaslion', een in 2004 door mij gepleegd gedicht, suggereer - of is er iets gebeurd? ik schrik op bij elk geluid in mijn keukentje en heb al enige malen uit het raam haar naam gefluisterd in de nacht....

zal ze vandaag of morgen met haar gebruikelijk é

lan door de openstaande keukendeur naar binnen zoeven, of zien we haar nooit meer terug? we wachten met spanning de gebeurtenissen af...

.

in de laatste, schitterend uitgegeven bundel van de poolse dichteres en nobelprijswinnares wisława szymborska, dubbele punt*, vind ik maar een paar gedichten naar mijn gading. ik betwist zeker niet de virtuoze manier waarop zij haar poë

zie neerschrijft: zij is altijd grandioos to the point, maar teveel gedichten zijn (schitterende) opsommingen. en wat moeten we nu met opsommingen?

ik geef toe: de laatste dagen rommel ik weer ijverig in mijn boekenkasten en ondertussen prevel ik mijmerend de titels van de boeken en poëziebundels die ik in 2007 heb gekocht en gelezen. ik som ze op en heb zo een beetje de neiging de titels te noteren. maar maak ik daarbij een gedicht?

wisława szymborska is natuurlijk een generatie ouder dan ik (zij is ondertussen 85!). misschien doe je dat dan: voortdurend lijstjes en sommetjes maken van de elementen uit je omgeving, van de dingen die je leven uitmaken (objecten, de topics van een of ander willekeurig verhaal, de samenstellende delen van een scène, landschap of uitzicht). ik mis in deze poë

zie echter het zingen.

vind toch nog altijd dat poë

zie niet te overdacht moet zijn, wel een beetje meeslepend. de lezer moet in vervoering raken, lichtjes in trance als het kan en het gedicht moet schoonheid en vitaliteit uitstralen. je veux ê

tre totalement emballée...

maar o wee, wie ben ik om kritiek uit te brengen? ik moet ook maar eens proberen zo'n gedicht te schrijven, waardoor niet alleen ikzelf in vervoering geraak, maar ook mijn ontelbare lezers, haha!

.

toch wil ik in dit blogbericht mijn lievelingsgedicht uit wisława's bundel noteren, niet alleen omdat het een uitzonderlijk knap gedicht is, maar omdat het zo geladen is met symboliek: hoe wij onwetend zijn over en vooral onachtzaam omgaan met de werkelijkheid (wie van ons heeft oog voor de sterren, het morgenrood, de regenboog, de wolken, de neons, de maan, de zilveren vis in het water, de havik hoog in de lucht?).

hoe wij vooral deze werkelijkheid verkeerd om lezen.

en hoe wij net als blinden dikwijls totaal in het duister tasten als het de anderen betreft (l'enfer, c'est les autres, zei ooit de franse filosoof jean-paul sartre). maar als wij dit dan beseffen en vrede moeten nemen met onze existentiële duisternis, blijven wij dan even beleefd en begripsvol als de blinden, even onbaatzuchtig - of vernietigen wij dan onze omgeving, de natuur, de fauna en flora met daarbij inbegrepen onze medemensen, de anderen, omdat zij vreemd zijn aan ons eigen innerlijke zelf en daarom ook potentieel gevaarlijk?

 

De beleefdheid van de blinden


Een dichter leest gedichten voor aan blinden.
Hij had niet gedacht dat dat zo moeilijk zou zijn.
Zijn stem trilt.
Zijn handen trillen.

Hij heeft het gevoel dat elke zin
Hier wordt getoetst aan het duister.
Hij zal het nu zelf moeten doen,
zonder licht en kleuren.

Een hachelijk avontuur
voor de sterren in zijn gedichten,
het morgenrood, de regenboog, de wolken, de neons, de maan,
voor de vis tot nog toe zo zilver onder water
en de havik zo stil, hoog aan de hemel.

Hij leest - want het is al te laat om niet te lezen-
over een jongen in een geel jasje op een groene weide,
over de telbare rode daken in het dal,
over de bewegende rugnummers op de shirts van de spelers
en de naakte onbekende in de deuropening.

Hij zou ze willen verzwijgen - hoewel dat niet kan -
al die heiligen aan het gewelf van de kathedraal,
dat afscheidsgebaar vanuit het coup
éraam,
dat glaasje van de microscoop en de fonkeling in de ring
en de beeldschermen en de spiegels en het album met gezichten.

Maar groot is de beleefdheid van de blinden,
groot hun begrip en onbaatzuchtigheid.
ze luisteren, glimlachen en klappen.

Een van hen komt zelfs naar voren
met een verkeerd om geopend boek
en vraagt een voor hem onzichtbare handtekening.




* Wisława Szymborska, Dubbele punt, De Geus, Breda, 2007



Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van een lief okerkleurig scharminkel

↑ Terug naar de berichten