De soldaten vechten en de koningen zijn helden ( Talmoed)

In de Westhoek was het weer feest, want de Britse Prins William en de Belgische Prinses Astrid met een hele sliert elleboogwerkers kwam de honderdste verjaardag van de "Mijnenslag" van Mesen vieren. Of dat eigenlijk wel een feest was, daar denken we helemaal anders over. We zijn steeds geïnteresseerd geweest in de Grote Oorlog, maar vonden het NIMMER een feest. Integendeel, bovendien moest de Grote Oorlog er nooit gekomen zijn, want toen Gavrilo Princip, in juli 1914 de Aartshertog van Oostenrtijk Frans Ferdinand neerknalde moest het zo'n vaart niet gelopen zijn, want al die Europese gekroonde hoofden waren familie van mekaar en naar het schijnt waren ze allen aan het feest in de modaine Vlaamse badsteden, doch ene Graaf Leopold Berchtold, Oostenrijks minister van buitenlandse zaken, vond dat de eer ( wat dat ook mag zijn) Oostenrijk gekrengd was en dat moest gewroken, bovendien wou ie de Serviërs wel een lesje leren...en daarna begon er een Amerikaans opbod, van als jij dat doet, dan wij dat en 't spel zat op de wagen. België is het enige land ddat er zonder het zelf te willen ingerold is, want Duitsland had een Schlieffenplan en dat hebben wij geweten...Waar de interesse voor mij dan vandaan kwam...Druppel per druppel . In ons leesboek in de dorpsschool lazen we het verhaal hoe een Vlaamse boertje, aan wie de Duitsers om weiland vroegen , naar zijn eigen weide trok al vonden de Duitsers het gras op de weide ernaast veel mooier en malser, maar zei het boertje: " Dat is mijn wei en die daar naast is die van mijn buurman..." Dat trof me enorm...Daarna kwamen dan de winterkaartavonden bij ons thuis en na het kaarten, kwamen de verhalen. Nooit heldhaftige verhamen, maar steeds over hoe de soldaten van alles probeerden om van het front weg te komen. Er was er zelfs één die bij de compagnie " sans floche" (1) ondergebracht was.
Wellicht ligt Emile Kesliek hier in dit massagraf begraven
Reeds als kind kregen we een afkeer van oorlog en daarom vinden we dat het stukje van Gaston Durnez in zijn boek :" Zeg mij waar de Bloemen zijn..." (2) over " Het Vrouwtje uit de Rue de la Paix"voor iedereen verplichte lectuur moet zijn en vooral voor de gekroonde hoofden. We vatten het verhaaltje samen:" In de zomer van 1964 komt een sjofel oude vrouwtje de horeca zaak De Hollemeersch op de flank van de Kemmelberg in Dranouter binnen. Ze vraagt aan de waard of ie weet waar de Franse soldaat Emile Kesliek begraven ligt. Ze toont een briefje: " Emile Kesliek, tué à Dranoutre, Belgique, soldat à la 9ième compagnie du 413ième d'infanterie , le 25 avril1918, n° matricule 1540" Ze hebben het me toen laten weten.Emile was haar verloofde en zesenveertig jaar had ze gespaard om hem te komen zoeken. Ze vonden het graf niet al deed de kastelein er alles aan...Madame Colombat keerde terug naar Troyes in Frankrijk waar ze in rue de la paix woonde en voor ze vertrok zei ze nog dat de Franse graven wel beter verzorgd mochten worden. Op haar hotelkaart stond dat ze ongehuwd was en 64 jaar oud..." Was er een reden om feest te vieren in de Westhoek, zouden die gekroonde hoofden aan madama Colombat denken??? We betwijfelen het.
(1) De gestraften, vooral deserteurs maakten deel uit van deze compagnie. Al hun eretekens werden afgenomen...ook "de floche" die vooraan hun soldatenmuts ( sjako) bengelde. Ze moesten veel zeer gevaarlijke karweitjes opknappen
(2) Gaston Durnez (° 1928 Wervik) Vlaams journalist bij de Standaard. " Zeg mij waar de Bloemen zijn" Davivdsfonds 1988


