Papier is gewillig...
Plots hoorden we op een TV-zender dat er een boek over Oostende verschenen was. We kijken behoorlijk veel TV en spijtig genoeg weten we dan geeneens waar we iets gezien of gehoord hebben. Gelukkig is ons geheugen echter nog behoorlijk bezig en als we de zender vergeten zijn, dan weten we meestal de inhoud te onthouden...en dat is dus goed. De heren Koen Peeters en Koen Broucke hebben een boek over Oostende geschreven; " Kamer in Oostende" Beide heren kwamen dan, waarschijnlijk om hun werk te promoten, behoorlijk de loftrompet over Oostende en haar bewoners blazen. We moeten eerlijk zijn want dat ergerde ons een beetje, want we wonen al meer dan 57 jaar in Oostende en we hebben toch een eerder andere mening over de Stad aan Zee.... Peeters ( °1959) en Broucke (°1965) vinden Oostende nog steeds de Koninigin der Badsteden en haar inwoners joviaal, vriendlijk, toegankelijk en nog een paar andere lovende adjectieven. Broucke is historicus en schilder en zou toch beter moeten weten. In de 19de eeuw "maakte" Leopold II, bij de Oostendenaars steeds " de Krommen" geheten, van Oostende de Koningin der Badsteden: de Wellington renbaan, het Kursaal, de Gaanderijen, het theater, maar we dienen eraan toe te voegen dat de hele Vlaamse kust toen "in" was! Zo schreef Raymond Brulez (voor Peeters en Broucke wellicht geen onbekende) in zijn vierdelige romanreeks, "Mijn Woningen" dat toen op 28 juni 1914 ene Gavrilo Princip het noodlottige schot in Sarajevo loste bijna alle gekroonde hoven , die overigens allemaal familie van elkaar waren, want daar had Koningin Victoria voor gezorgd , met vakantie aan de Belgische kust ...Ze maakten zich aanvankelijk weinig zorgen, maar moesten dan uiteindelijk toch terug naar huis om tegen mekaar te vechten. Na die wereldbrand bleef Oostende het goed doen, in de Belle Epoque dus, want de stad heeft er een wijk met die naam aang over- gehouden. Nog was het leed niet geleden, want toen kwam Wereldoorlog II en dat was andere koek. De meidagen 40 waren voor de stad een drama. Een vriend van ons moest ooit als opdracht in de eerste kandidatuur geschiedenis voor prof Hans Werveke opzoeken wat er in de meidagen 40 in Oostende was gebeurd en toen bleek dat meer dan 40 % van de huizen in de stad vernietigd of beschadigd was en de hele oorlog lang waren hele wijken onbewoond, want de bewoners door de Duitsers verjaagd...Toen begon de heropbouw...Na de oorlog bleek het bestuur van de stad in handen van enkele kruideniers, die vooral het eigenbelang nastreefden. Adolphe Van Glabbeke (1904-1959) bleek de enige echte staatsman te zijn en zorgde als minister voor de autoweg tot in Oostende en durfde het zelfs in 1958 tegen zijn partijadvies in de minderheidsregering van Gaston Eyskens te steuren , maar de rest. ..Lange Jan" ( Piers) deed aan afbraakpolitiek zelfs het theater moest er aan geloven, maar hij liet wel het lelijkste gebouw van de wereld optrekken: het Europacentrum. De opvolger van Jan, Goekint, zette zijn politiek van loopjongen van de bouwpromotoren voort totdat Oostende werd als de Berlijnse muur van lelijkheid...De beruchte 'ugly Belgian Houses' doen Oostende internationaal voorkomen als een cultstatus als lelijke stad. De lezers van de Standaard duidden Oostende en de kust aan als lelijkste stad in België'(1) We vragen ons af wat beide Koenen dan zo mooi vinden in die lelijke stad? Er was even hoop, toen Jean Vandecasteele het heft in handen nam, maar de Keizer van Oostende dacht er anders over en tot vandaag is geen mens die begrepen heeft waarom Vandelanotte plots vond dat een verkozen burgervader weg moest. Iedereen vond Jean de juiste man op de juiste plaats, maar de keizer niet dus. Dat ie de partij daardoor naar een smadelijke nederlaag leidde deert hem niet, want bij de Saksen Coburgs staat ie nog steeds hoog aangeschreven. Dat zegt veel over hen...In hun boek "Kamer in Oostende" bezingen ze dan ook nog de lof van de Oostedenaar. We zijn zo vrij alle lof met één gebaar van tafel te vegen. Al wat Peeters en Coucke over de Oostendernaar schrijft is precies het tegengestelde: hij is egoïstischs-jaloers, steeds achterdochtig, laat nooit het achterste van de tong zien, toont weinig begrip voor de mening van de andere. We hebben voorbeelden zat om het te staven. Toen we in Oostende begonnen te werken reden we de eerste dag met een nieuwe collega naar het werk. Hij vertelde dat ie krijgsgevangen was geweest in Duitsland.Allesbehalve leuk, maar ze hadden een goeie barak: elkeen hielp mekaar, deelde alles eerlijk, maar na een tijd kwam een Oostendenaar in de barak en na een week lag de hele barak met mekaar overhoop.We konden het moeilijk geloven, maar toen beleefden we het volgende.De zondag na de hoogmis gingen we zoals we deden thuis, met de kaarspelen op café. We hadden vier partijen gekaart en des maandags kwamen we terug van het werk en zagen een kaarter in de deur van zijn huis staan, we dachten een "klapke" te doen. Neen, meneer draaide zich om, zei NIETS en sloot de deur. De Oostendenaar. We zijn later in de voetballerij terecht gekomen, Interklub, Bedrijfsvoetbal...en onze mening is NIET veranderd. Integendeel. We zullen "Kamer in Oostende" NIET kopen
(1) uit: " Rond de Noordzee" van Arnout Hauben en Lander Deweer. Uitgeverij Pelckmans, derde druk 2019 p.33









