De gele wagen rust in bomenkruin, een late zwerm van muggen wolkt bijeen, te vroege asters bloeien in de tuin: De tuinman harkt de okerbladen heen!
Luide krooien spreeuwen op de draden voor verre leisteen-grijze wolken. De mensen door de regenbuien waden, in droeve harten ziektebeelden kolken.
Ik ween om lang vervlogen, mooie tijden, de lente mijner drieste jeugd verleden! De torenklokken tampen over weiden... De stilte nadert, winter meldt zich, heden...? :