Jezelf
Als je de kant van de zwakkeren kiest,
dan kan je tenminste jezelf blijven.
mizar
JezelfAls je de kant van de zwakkeren kiest,
dan kan je tenminste jezelf blijven.
mizar
De dief Een dief laat zich duur betalen als hij aan huis komt.
mizar
het heelal
een leeg bladBeste Mizar ,
Je weet dat ik het altijd al moeilijk heb gehad met een leeg blad.
t’ Is toch zonde van die eerste pennenstreek die het volmaakte stoort.
Vanaf nu ga ik je dan ook niet meer schrijven, maar ik kom je wel bezoeken.
Marc Zuinich
een mug.
Wie dieren pijnigt, moesten ze in een mug veranderen.
mizar
Rust 3
Rust part 3
Ergens ver weg hoorde ik gehamer dat echter niet in mijn droom paste. Verwonderd opende ik de ogen en keek in een verduisterde kamer. Waar was ik ? Droomde ik ? Naast me werd er op de deur geklopt. ‘Laat me slapen’ sufte ik en bleef nog even soezen. Opnieuw werd er geklopt. Nog loom kroop ik het bed uit, opende de deur en vroeg wat er gaande was.
Voor me stond een sjofele kerel in maatpak, met lederen aktetas en gelakte schoenen. De man bekeek me met de ogen van een uil, doch zei geen woord . ‘Foert’ dacht ik , sloot de deur en stapte terug in het bed. De bezoeker was het daar blijkbaar niet mee eens en bonkte nu in alle hevigheid. Het leek wel een deurwaarder. Het kaartje ‘Do not disturb’ viel ervan op de grond.
Kwaad sprong ik recht en opende opnieuw de deur, maar kreeg nu geen kans om wat te zeggen. De engelsman talmde niet langer en liep langs me de kamer in. ‘You are in my room’ tierde hij . Ik stond perplex. De woorden drongen echter niet onmiddellijk tot met door. Ik wees nog naar het nummer op de openstaande deur, maar verstijfde omdat ik daar 334 ontwaarde. Een verdiep te laag verdomme !
Met een ruk trok de man het beddengoed van het bed . Liep de badkamer in en keek daar gejaagd rond alsof ik wat van hem gestolen had. Door de deuropening zag ik wat vrouwenkleren op een kapstok hangen en ik begreep zijn commotie. De man bleef uitzinnig jammeren terwijl ik me verlegen, in mijn onderbroek, probeerde wit te wassen. Maar hij negeerde mijn excuses en bleef maar ijsberen.
Hulpeloos nam ik de telefoon en vroeg de receptie om de manager langs te sturen. Het lot stond echter niet aan mijn kant, want ondertussen was ook daar de shift gewisseld en het werd nog een hele bedoening voor ik te laat aan mijn eigen nachtshift kon beginnen.
einde.
Rust 2
Rust part 2
Omdat ze me niet van de balie weg kregen, namen ze me mee naar het verdiep waar de hotelmanager zijn dienst deed. De man in maatpak met bijhorende secretaresse bekeek me alsof ik door het plafond kwam gevallen . Hoe dan ook, na veel vijven en zessen en wat getelefoneer, mocht ik drie kwartuur later de sleutel afhalen aan de receptie.
Doodmoe stapte ik in de lift op weg naar een rustig bed. Doch die rust werd me nog niet direct gegund want bij de open deur stond het wagentje van de roomservice . Het dienstmeisje stofzuigde het tapijt en het bleek dat ook de badkamer nog een beurt moest krijgen. Er zat me niets anders op dan te wachten.
Licht geïrriteerd ging ik dan maar aan de tafel zitten en keek wat doelloos rond. Mijn ogen vielen op drie sloffen Gauloise die op de vensterbank lagen gestapeld. Eddy rookte wel heel erg veel en kwam met zo'n stapel amper twee weken rond. Toen ik ook de playboy zag liggen, gniffelde ik om mijn collega, een verstokte vrijgezel. Terwijl ik wat aandachtiger keek, kwam het kamermeisje uit de badkamer. Ze knipoogde even ondeugend en vertrok met haar borstels en dweilen. Als een weerlicht flitste ik uit de kleren en dook met een paar dichtvallende ogen , het bed in voor de hoogst nodige rust.
wordt vervolgd
Rust
Rust Londen city 1972
Het lawaai op de binnenplaats was niet te luchten. De drilboor leek wel op mijn hoofd te hameren en het schriele geschreeuw van een slijpschijf probeerde me volledig gek te krijgen. Steeds weer opnieuw striemden ze mijn zenuwen met hun zweepslagen. En ik had mijn rust zo nodig na een zware nacht werken. De collega’s losten ons te laat af en we hadden er een monstershift van bijna zestien uur opzitten. We werkten toen zeven op zeven dagen in een nachtshift van twaalf uur om een telefooncentrale tijdig in dienst te krijgen. Soms voelden we ons als moderne slaven. Slechts om de drie weken namen we het vliegtuig naar huis om een weekend bij ons gezin te zijn en daar in alle rust wat extra slaap te pikken.
Hier op de middag in die hete hotelkamer kon ik de slaap niet vinden. Mijn hoofd leek wel een boksbal ,die zodanig murw werd geslagen dat mijn gedachten van ergens ver leken te komen. Ik hield de hel van de bouwwerf daar beneden niet langer uit. Er zat niets anders op dan de collega’s van de dagploeg op te bellen met de vraag of ik op iemand zijn kamer mocht slapen. Op een kamer langs de straatkant was het immers frisser en rustiger.
Wat later aan de balie aanhoorde de receptionist mijn probleem en fronste zijn gespannen wenkbrauwen toen ik om de sleutel van kamer 434 vroeg. Hij mompelde wat en wenkte een collega , die me mijn verhaal nogmaals liet overdoen. Ook deze houterige man bekeek me argwanend. Demonstratief schudde hij zijn hoofd en haalde geveinsd verontschuldigend zijn schouders op. Ik kreeg de sleutel niet . Hoe dan ook ik moest die hebben want ik kon elk moment van frustratie openbarsten.
wordt vervolgd
Sex
Sex is heerlijk, maar absoluut onvoldoende.
mizar
De Nar
Het nadeel om nar te zijn, is dat er met je gelachen wordt.
Het voordeel is dat je jezelf kan blijven.
mizar
Reizigers
We zijn reizigers door de tijd
komen uit het onbekende
gaan naar het onbekende
Heel even ‘wij’ op deze stipin de oneindigheid.
Om elkaar te horen , te zien
aan te raken en lief te hebben.
mizar
de steenDe steen.
Ik heb me moe naast je neergezet .
Praat met je. Maar je luistert niet.
Koppig hard als je bent.
Al weet ik dat je iets moois verbergt.
Angstvallig voor me omklemt.
Toch wil ik weten.
Die bolster breken.
Ik hamer, ik tik
Hoor nu hoe je klinkt .Slag na slag met me zingt.
Tot ik tenslotte mezelf in je vind.
Uit het dagboek
Beeldhouwen in Toscane.
TomTom
Ik heb Tom begraven, mijn ganzerik.
Een stukje van me werd mee begraven.
Een stille vriendschap van vele jaren.
De tuin voelt nu een beetje leeg .
Ik vul een glas.
‘Tom, het is fijn geweest’
uit het dagboek
Zapper
Het gat in de kousAls een vrijgezel met een gat in zijn kous loopt,
hoeft geen vrouw zich schuldig te voelen.
mizar
De tempel
De tempel West - Kreta
De man aan het tafeltje naast ons zat ons al een hele tijd te bekijken. Al waren zijn blikken vooral op de benen van mijn vriendin gericht. Die droeg een mini-jurk en trok daardoor steeds weer de aandacht. Niet dat me dat uit jaloezie stoorde, maar ik voelde me niet altijd veilig op de afgelegen plaatsen die we bezochten. Ik vond dat we te veel vreemde gedachten naar ons toetrokken. Het was haar echter wellicht om de kick te doen, want ze wou toch met haar jonge benen bloot. ‘Het is hier ook zo warm .‘verdedigde ze zich steeds weer. Er was dus geen zeggen aan.
‘You go temple ’ zei de man aan het tafeltje en hij zwaaide nonchalant met zijn arm naar de berg boven het dorp. We wisten geen van beiden dat er in dat verloren gat een tempel stond en keken elkaar dan ook verwonderd aan. Hij moet dat gemerkt hebben en zei prijzend ‘Beautifull temple. You go. ’ Ik had er geen zin in . Ik vertrouwde het zaakje niet echt. Hij leek me een zonderling met zijn verwilderde baard die zijn gezicht overwoekerde. Bovendien wat het middag en snikheet. ’ ‘You look temple with me’ drong hij aan. Het klonk voor mij nogal autoritair in de horen , maar mijn vriendin vond de toon eerder uitnodigend. Kortom, na nog wat gehakketak met de nodige gebaren, volgden we de man door het stoffige dorp dat door alle levende zielen verlaten leek.
We probeerden zoveel mogelijk het lommer te pakken terwijl we door de olijfgaarden naar de berg liepen. De zon sloeg ons immers met haar grootste hamer. Aan de voet van de berg waren we wat blij dat we het bos in konden. Het was daar toch ietsjes koeler . De man leek geen last van de hitte te hebben en liep maar door . Hij zei geen woord meer, keek zelfs niet om. Wij volgden hem stil sudderend in ons zweet over het smalle pad dat wild kronkelend de hoogte zocht en splitste en nog splitste. Alsof het tegen de berg was gesmakt. Er leek geen einde aan te komen.
wordt vervolgd.
De tempel 2
de tempel 2
‘You have cigaret’ vroeg de man. en stak de hand uit. Rokend liep hij verder tot ze opgebrand was . Toen keerde hij zich om en doofde de peuk voor onze verbaasde ogen in zijn handpalm. Terwijl hij over drugs en zijn zieke broer begon te praten. We verstonden zijn stuntelig engels niet. Hij probeerde het dan maar in een al even stuntelig Duits en toonde een foto van \'seinen Bruder\' . We bleven echter stoïcijns ‘van krommen haas gebaren*.’ De kerel grimaste en bekeek ons met harde ogen terwijl hij nog een sigaret eiste. Verveeld gingen we weer op pad . We wilden wel terug maar wisten niet meer hoe we gekomen waren. En de zon, die bleef ons maar meedogenloos raken.
Op een kleine open plek wees onze gids een steen en beweerde dat die van de tempel afkomstig was. We waren geen kenners maar in onze ogen leek hij op de keien die langs het pad lagen. Uit zijn woorden begrepen we dat de rest van de tempel hogerop stond . ‘We gaan terug’ mompelde ik tegen mijn vriendin die de schuine blikken van de man niet meer verdroeg. ‘Cigaret’ eiste die alweer en terwijl hij de rook demonstratief in de lucht blies, wilde hij ‘Money’. Ik had zoiets al eerder verwacht en voelde me echt bij de neus genomen. ‘No money . We go back’ zei ik kwaad. Zijn reactie hierop was sneller dan het oog. Plots had hij een mes in de hand. ‘Money’ gebood hij ons, terwijl hij dreigend met het mes zwaaide. Perplex, als twee staande rotsen , keken we naar het glimmende lemmet. Er was geen ontkomen aan , we gaven hem alles . De smeerlap liet ons zelfs geen sigaret . Met snelle passen verdween hij voor onze ogen het bos in.
De tempel hebben we niet meer gezocht . We raakten verstrikt in een wirwar van paden . Het dorp waar we vertrokken, was niet meer te vinden. Uiteindelijk kwamen we op een weg en vingen daar een lift naar de stad waar we op kamers logeerden. Toen we informeerden naar de tempel die nabij dat dorp lag, keek ieder uiterst verwonderd . Er was geen tempel in die streek. Maar ook geen dorp. En dat is zo .
uit het dagboek van mizar
(* van krommen haas gebaren = een gezegde dat ik van thuis meekreeg. oorsprong onbekend.)
Waarom ?
Waarom zijn we ?
En waarom mogen we dat niet weten ?
mizar
De vloed Ouden Doel . zomer 1960
De vloed.
02u 34 Het water komt en klotst. In de tent op de rand van het schor, onder de dijk slaapt het gezin tussen vader en mij. Als oudste waak ik mee aan de achterkant van de tent. Maar de wacht slaapt. En Flodder, de hond ligt languit aan het voeteinde . Het water komt en klotst aan de tent . Vader snurkt zijn eentonig lied. Moeder slikt even in haar slaap en zusje droomt onrustig. Het water komt en klotst nu in de tent. En Flodder de hond is al nat, maar slaapt. De dekens zuigen zich geleidelijk vol. Het water in de tent is als een sluipende slang klaar voor haar prooi. De luchtmatrassen worden ook al nat, klaar om in het geniep weg te drijven , de schepen op de Westerschelde achterna. Alarm ! Groot alarm ! Pompen of verzuipen !
02u 56 Alarm !
De zaklamp flitst haar bleke straal door de kleine ruimte. De wekker doet het niet, en het is springvloed ,en de tent staat buitengaats ,en de rivier komt . ‘Ieder uit de tent en vlug, want we lopen onder ! ‘ roept vader. Een lichte paniek vult het zeil . Mijn broer en ik ,de oudste kinderen, vinden het toch spannend leuk. We stormen hyperactief de tent uit. Kussen, dekens, truien, matrassen, broeken, het grondzeil, moeders schoenen, … alles gaat de dijk op. Moeder draagt kleine zus in een deken en legt ze hoog op het droge . \'Ons kleintje\' is zich van geen vloed bewust en slaapt rustig verder. Kleine broer loopt slaapdronken tussen de stapeling dekens en matrassen. Moeder kan het niet aanzien en dirigeert hem behoedzaam naast kleine zus. En Flodder, de hond, blijft vader achtervolgen.alsof hij wil uitleggen dat hij er ook niets aan kon doen
03u 24 De canadese tent staat met opgerolde wanden wat zielloos in het water dat nu tot aan de voet van de dijk reikt. Hoger op de dijk en onder een heldere sterrenhemel slaapt het gezin terwijl vader de wacht houdt. Gezeten op de schutting die over de dijk loopt, overschouwt hij het tafereel en denkt aan het jaar 1953 toen hij het huis tegen diezelfde stroom moest verdedigen. Gelukkig kon hij de boedel toen ook redden.
04u05 Het klotsen is gestopt en het donkere water keert stil , als een hond met ingetrokken staart, terug naar de rivier. Het wordt tijd om terug in de tent te kruipen. Heel ons huishouden gaat weer onder zeil en als de bedden opgemaakt zijn , begint ieder aan het vervolg van zijn wel natte droom . Flodder, de hond , ligt weer met gesloten ogen, maar waakzaam aan de voeten. En het water golft en gaat alweer, klaar voor die volgende keer. Golft en gaat alweer. Golft en gaat alweer. …
Pitten
Pitten
M ‘Weet je nog Frans hoe we in de boomgaard van Jef Spiers aan de kersen zaten . Van die dikke blauwe. Lekker zoete.’
F ‘ En of ik dat nog weet. We trokken onze zakken vol. Mijn moeder heeft zich nog kwaad gemaakt omdat mijn broek vol vlekken zat. Zelfs met Sunlight-zeep* kreeg zij ze niet proper.’ (*uitgesproken als zunlicht )
M ‘Het zou nu niet meer kunnen. De mensen zijn niet verdraagzaam meer . Ze zouden er direct de politie bijhalen .’
F ‘ Ja dat denk ik ook. ‘
M ‘ Wij mochten gelukkig toch veel hé . Ik zie ons nog aan de groenvijver zitten met onze kersen geteld en verdeeld in twee hoopjes naast ons . Klaar om de pitten om het verste in het water te spuwen. Jij won altijd . Maar jij hebt altijd al een grote mond gehad hé Frans ! J
F ‘ Dat kan Mizarke , maar ik had ook meer pit hé ! .‘ J J
M J J
Uit mizars gesprekken .
1 reactie op dit bericht
Goedenmorgen Hugo