Mizar
Mizar.
‘Ik wil mizar wel zijn’ zei ik tegen mijn vader .
zwoele zomerdag koelde langzaam nu de nacht intrad. Enkel wat krekels roerden de stilte nog . Tot ook zij begrepen dat nog langer tsjirpen verloren moeite was.
Vader en ik lagen languit op een deken in het gras onder de sterrenhemel. De
‘Dat daar is de poolster’ zei mijn vader ‘de grote beer toont je de weg.’
In alle hoeken van de hemel knipoogden de sterren. Het was toen veel donkerder dan nu in de tuin en je kon bijna tot in de oneindigheid kijken.
Ik zag helemaal geen beer, laat staan een poolster. Hoogstens een eenvoudige koekenpan. Vader sprong ondertussen reeds verder van ster naar ster, als huppelde hij van steen naar steen in een grote rivier. Hij kende de weg op zijn duimpje. Hij wachtte op mij en opnieuw volgde ik hem gespannen tot ook ik bij de poolster kwam. De kleine navel waar alles rond draait en die het begin van onze lange sterrentocht bleek te zijn.
Vader bleef maar vertellen, zijn stem omarmde me in het donker en voerde me mee in een wonderlijke wereld van de sterren en hun helden . De oude verhalen prikkelden mijn kinderlijke fantasie. Vooral het verhaal van de grote beer en van de ster Mizar met haar kind Alcor, fascineerde me. Ik bleef maar kijken naar dat kleine sterretje dat de indianen zochten om hun ogen te testen. Dat 'ruiterje' daar hoog gezeten op de staart van de beer , wilde ik zelf wel zijn. Dan kon ik samen met de grote beer tussen de sterren reizen.
‘Ik wil Mizar wel zijn ‘ zei ik tegen vader, terwijl mijn ogen dicht vielen en ik in slaap gleed. Moe als ik was verwisselde ik toen echter de namen van de moeder en haar kind. Vandaar dat mijn pseudoniem toen niet Alcor, maar wel Mizar geworden is. En de ster Mizar, daar hoog in het noorden, volgt me nog steeds als een goede moeder op de zwerftocht die het leven toch is.
mizar


1 reactie op dit bericht
ZO MAAR