
April - Grasmaand.
De maartse zonne, de aprilse wind schendt er zo menig schoon koningskind.
Sneeuw in april, geen nood zware nachtvorst méér doodt.
De spreeuw vroeg in april, schoon een meimaand is op til.
Verschaft april veel schone dagen dan pleegt mei de last te dragen.
Is april schoon en rein, dan zal de mei wilder zijn.
Nooit april zo goed, of hij sneeuwde wel vol 'nen hoed
April zonne, doet water in de tonne.
Grasmaands regen , zomermaands zegen.
Gras dat in april wast, staat in mei vast.
Donder in april, is wat de landman wil.
Op Sint-Ludwina (14) na de noen worden alle velden groen.
Als de spinnen vlijtig buiten weven, zullen wij mooi weer beleven.
Donder baart dikke korenaren.
April maakt de bloem, en mei bekomt de roem.
Sint-Joris(23) nat en schoon, geeft ruw en nat weer tot loon.
Marcus( 25 ) die bomen plant, houdt van regen op het land.
't Mag vroeg of laat zijn , april wil kwaad zijn,
want aprilleke heeft ook zijn eigen willeke.
|