Ik ben Freddy, en gebruik soms ook wel de schuilnaam fritske.
Ik ben een man en woon in Rotselaar (Belgié) en mijn beroep is ex ambulancier GHB Leuven.
Ik ben geboren op 29/01/1945 en ben nu dus 80 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Af en toe ééns schilderen , oude pretkaarten verzamelen en bloggen ! Ben een man van weinig woorden maar van daden..
In feite moet ik ook een klein beetje fier zijn hoor ! De oudouders van ( peet = mijn grootmoeder ) en de Overgrootvader van Pater Damiaan waren twee broers Arnoldus en Egidius De Voster .
Maria Catherina Van Brusselen ( peet ) haar overgrootmoeder is Barbara de Veuster werd geboren in Rotselaar op 6/10/1795 haarPeter ( Arnoldus De Veuster ) broer van Egidius De Veuster overgrootvader van Pater Damiaan ( Jozef De Veuster ) .
Niet alleen onder de kinderen , maar ook onder de volwassenen van de verschillende dorpen , bestond voorheen steeds een zeker naijver en jaloersheid , die bij gelegenheden als kermissen en markten soms hun hoogtepunt bereikten en dan ontaardden in scheldpartijen , het zingen van liedjes , of het declameren van stukjes , waarbij de inwoners van het naburige dorp beknibbeld of uitgelachen werden . In het land van Dijle en Demer werden de streekbewoners soms met eigenaardige spreekgezegden bedacht en de enkele overblijfselen die ons uit de voorbije eeuwen nog zijn bijgebleven getuigen van de pittige geest , die eigen was aan onze voorouders . Eén der meest gekende gezegden luidde als volgt : Poef Haacht. Rijk Werchter . Rotselaar wat slechter . Wezemaal nog wat min . Zo trekken wij het Hageland in . En daar is niets meer in . Hiermede werd de vroegere welstand van de boeren en ook de waarde van de landerijen in de verschillende dorpen geschat . Dorpen met schrale gronden konden natuurlijk in het landbouwtijdvak moeilijk rijke of grote pachthoeven plaats bieden . De gemeenten of de inwoners werden dan met typiche namen aangeduid . Zo werd Gerode ( het strooien dorp ) genoemd . De inwoners van Baal zijn de zandboeren en deze van Schoonderbuken de bezembinders.
( KLEIN GEEL )
Rotselaar wordt voor Klein Geel versleten en wordt de naam Klein Geel niet uitgesproken , dan zegt men schampend dat de regering besloten had een muur rond Rotselaar te bouwen , en dat betekende genoeg . De inwoners uit Rotselaar laten dit echter zo maar niet zeggen , zij antwoorden dat Rotselaar wel de naam heeft , maar dat zij elders de ( toeren ) ( gekke streken ) doen . De inwoners van Wezemaal worden soms met het volgende liedje bedacht door die uit Rotselaar : De Wezemaalse brekken ( grote mieren ) Lopen op stekken . En komen te Rotselaar de teljoren ( borden ) uitlekken .
Een ander volkse legende , die de herinnering aan het verdwenen vrouwenklooster levendig houd , is die van de " Vurige zeug " . Er leefde daar in vroeger jaren een godvruchtige Moeder-Overste , die ook buitengewoon schoon was . Vurig vereerde zij de H. Moeder Gods en alle dagen bad zij vele uren voor haar beeld . In een ogenblik van zwakheid luisterde zij gewillig naar de verleidende woorden van een jongeling , die dikwijls het klooster bezocht , liet zich uit het klooster lokken en zwierf jarenlang met hem rond . Eindelijk werd hij haar moe en liet haar in de steek . Kort daarop stief zij een ellendige dood als zwijnenhoedster . Sinds die tijd kan men haar 's nachts op een gloeiende zeug zien rijden , met vlammen omringd . Zij komt uit het bos aan de overkant van de weg of uit het priéeltje waar ze de eerste maal zondigde . In snelle vaart rent het dier met haar naar het klooster toe en dan weer terug . Na meermaals heen en weer gereden te hebben , verdwijnen beiden weer even plotseling als ze zijn verschenen . Vele mensen uit de buurt hebben de " Vrouwenperkzeug " gezien . Rik Poels is dood achterover gevallen toen hij de spookverschijning aanschouwde . Een werkman die 's nachts van Leuven kwam is er met een flinke knuppel op afgegaan , maar die keer was het gelukkig de non niet op haar varken , maar wel de witte gedaanten van twee slapende zwanen midden op de vijver .
Bijdrage tot de geschiedenis der abdij van Vrouwenpark onder Rotselaar .
Onder de talrijke vrouwenabdijen , die in de loop der 13e eeuw in het oude Hertogdom Brabant gesticht werden , was Vrouwenpark één der mooiste . Gelegen op het grondgebied van Rotselaar , genoot zij eeuwen lang de hoge bescherming van de machtige Heren van Rotselaar , die van meet aan de abdij rijkelijk doteerden . Onder haar bizonderste weldoeners dienen ook de Heren van Wezemaal en de Hertogen van Aarschot vermeld . Op geestelijk gebied hing Vrouwenpark van Wezemaal af , zodat de meeste geschiedschrijvers ten onrechte Vrouwenpark onder Wezemaal situeren . In de 14e eeuw kon de abdij reeds op een rijk partrimonium bogen , en in de 16e eeuw bereikte zij het hoogtepunt van haar materiéle bezittingen , die zich vooral uitstrekten langsheen Dijle , Demer , Velp en Gete . Over de geschiedenis der abdij werd niet veel gepubliceerd , alhoewel de abdij in de Brabantse folklore geen onbekende is . Signaleren we terloops de Beatrijslegende , de H . Katharina van Leuven , de Karnavalzotten van Rotselaar en Wezemaal en de Non op de vurige Zeug . Eveneens dient de aandacht gevestigd op het mirakuleus O.L.V. beeldje dat heden ten dage nog op Vrouwenpark berust .
Bij toeval vond men de begraafplaats in steen waarin het geraamte lag van een wonderbare grote mens " overtreffende naar hun duncken de lengte van twee middelbaeren menschen , twaalf voet lang ". De omstaanders , zegt het document , waren zeer verwonderd en sommigen die het aanzagen namen het als het geraamte van St . Antonius , beschermheilige der parochie , terwijl de meesten geloofden dat het hier het geraamte van een reus betrof .
De datum der oprichting van de eerste kerk te Rotselaar is niet bekend . De huidige toren is zeer oud ( 10e eeuw ) en de geschiedenis door werden onze godstempels verschillende malen vernield en geplunderd . In 1489 brandde het gebouw gedeeltelijk af . Sporen van brand kunnen thans nog worden opgemerkt aan de noordzijde van de toren . De menige plunderingen in de loop van de tijden zijn oorzaak, dat tal van kunstschatten verdwenen . Het rechter zijaltaar, is sinds oudsher toegewijd aan St. Antonius Abt. Het altaar is veelvuldig van kleine figuurtjes voorzien ( Louis XIII stijl ). Boven in de nis bevindt zich een eiken beeld , St . Antonius met een everzwijn . Links van het O. L. Vrouwaltaar bevindt zich een merkwaardige grafsteen van Nicolaus Van Eynatten , laatste bezitter van de Heerlijkheid Terheide . Bij gelegenheid van de historische feesten 1948 , werd de binnenzijde van de huidige kerk gans gerestaureerd in haar oorspronkelijke staat . Veel oude schoonheid onder de kalklagen verborgen , is aldus weer aan 't licht gekomen .
Wat mij het meest boeid aan deze kerk , is het orgel waar men zoveel over geschreven heeft . Maar wat bijna niemand weet dat onze grootvader ( Nante ) Fredinand Piette ( geboren in Wezemaal op 08/11/1878 ) in deze kerk van beroep organist was en waarop wij nu nog allemaal fier over zijn !!!
De naam Rotselaar is een Vlaamse benaming , maar bijna alle geschiedschrijvers der vervlogen eeuwen zeggen Rochelaria - maar zegt J.B. Gramaye , in zijn " Antiquitates Belgicae " , als men de Germaanse oorsprong van de naam in aanmerking neemt , moet men schrijven Rothelaria . Inderdaad " Rochelaria - Rochellaria - Rotselar - Rotselaer - Rotselaar " is wel de Vlaamse benaming , die synoniem is met Rotsplein ( Verwijs en Verdam : Middel - Nederlands woordenboek - Cornelius Kilianus Duffacus , Etymologicum Teutonicae linguae ) . Deze verklaring is volgens de meeste schrijvers ook de natuurlijkste : met het oog op de uitgestrekte velden aan de voet van de rotsachtige heuvelen .