De evolutionaire psychologie (EP) is de theoretische benadering van de psychologie die de mentale en psychologische eigenschappen tracht uit te leggen als functionele producten van de natuurlijke selectie.Bondig uitgedrukt ligt het accent van de evolutionaire psychologie op evolutie van brein en gedraging.Alhoewel toepasselijk op alle organismen met een zenuwstelsel,is het onderzoek in EP hoofdzakelijk gewijd aan de menselijke soort en is in nauwe relatie met ecologie,erfelijkheid en sociobiologie.Deze theorie gaat uit van het standpunt dat het menselijk brein samengesteld is uit een aantal functionele mechanismen-psychologische adaptaties en cognitieve modules ontworpen door de natuurlijke selectie.EP is daarom ook gebaseerd op de cognitieve psychologie en op de evolutie biologie (o.a.sociobiologie). De term EP dateert van 1973 maar werd pas in 1992 meer algemeen gekend geworden door het werk van J.Barkow,L.Cosmides en J.Tooby,beschreven in "The adapted mind : Evolutionary psychology and the generation of culture." EP berust op een aantal premissen zoals: A-Een gedraging hangt af van psychologische mechanismen en informatie verwerkingsmodules,gesitueerd in het brein,die beantwoorden aan externe en interne stimuli die hun activatie initieert. B-De evolutie door selectie is het enige oorzakelijk proces dat in staat is zulke complexe organische mechanismen tot stand te brengen. C-Geëvolueerde psychologische mechanismen dienen als gespecialiseerde functies om de adaptieve problemen op te lossen die zich gedurende de lange evolutietijd van de mensen zich hebben voorgedaan. D-De evolutie heeft informatie verwerking van talrijke geëvolueerde psychologische mechanismen ontworpen om geadapteerd te zijn aan specifieke informaties afkomstig uit de omgeving en ook uit het organisme zelf. E-De menselijke psychologie bestaat uit een groot aantal functioneel gespecialiseerde en geëvolueerde mechanismen.Ieder mechanisme is gevoelig voor specifieke vormen van stimuli in een bepaald context,die gecombineerd,gecoördineerd en geïntegreerd worden om een bepaalde gedraging voort te brengen. Deze premissen werden op een enigszins analoge wijze geformuleerd door L.Cosmides en J.Tooby.De kern van EP ligt in de natuurlijke selectie die in andere nota's reeds behandeld werd.Hier mag wel een onderscheid gemaakt worden tussen kenmerken die rechtsreeks de overleving van een individueel organisme bevorderen en andere kenmerken die op eerste zicht deze overleving belemmeren maar voor de overleving van de soort belangrijk zijn.Dit vindt men vooral in de processen die door Darwin behandeld werden als "Sexual selection." In beide gevallen komen deze diverse kenmerken neer op "overleven" en "reproduceren" van een organisme (individueel of als soort).
2-"INCLUSIVE FITNESS".
De theorie van de "inclusive fitness" werd voorgesteld door William D.Hamilton in 1964.Dit houdt een revisie in van de evolutie theorie die gebaseerd is op een combinatie van de natuurlijke selectie,de sexuele selectie en de verwantschap selectie ("kin selection").Ze refereert naar de som van het eigen reproductief succes van een individu en van de handelingen van een individu die een reproductief succes van genetisch verwante individuen nastreven.In haar moderne vorm is de algemene evolutie theorie in essentie een theorie van de "inclusive fitness".De problematiek van het altruisme wordt in de "inclusive fitness" als basis element behandeld. De EP theorie neemt specifieke thema's van de evolutie theorie over en voegt er fundamentele onderstellingen aan toe: a)Het bestaan van onderscheiden psychologische kenmerken : psychologische aspecten van mensen zijn onderscheiden kenmerken zoals bv."angst" op verschillende niveau's. b)De erfelijkheid van de psychologische kenmerken : deze kenmerken hebben een genetische basis;ze worden overgeërfd en waren,op een bepaald ogenblik in het evolutionair verleden,componenten van de genetische variabiliteit. c)Adaptionisme : Deze kenmerken werden onderworpen aan de selectie en zijn doorgaans voorgesteld als adaptaties aan vroegere omgevingen. In verder geciteerde boeken (Nelissen,Mieras) kunnen zeer veel voorbeelden hiervan gevonden worden. ------------------------------------------------------------------------------------------------- INTERMEZZO.
De beschrijving van de evolutionaire psychologie is nogal saai.Het onderwerp is echter zodanig actueel in de kringen van de evolutie dat er regelmatig interessante vulgariserende boeken verschijnen die helpen het geheel op een aanschouwelijke manier te illustreren.Twee recente werken lukken daar zeer goed in.
1-"De brein machine : de biologische wortels van de emoties en gevoelens.Een darwinistische kijk." Mark Nelissen,2008.
2-"Ben ik dat ? Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf." Mark Mieras 2007. Als een stimulus ,hetzij intern,hetzij extern,het zenuwstelsel van een organisme prikkelt is daarvan een emotie het eerste gevolg in het brein.Wat er daarna volgt is de vertaling van een emotie in een gevoelen.Dit leidt tot een gedraging waarvan zowel een fysisch als een cognitief aspect verbonden is.De basis emoties zijn:vreugde/geluk,verdriet,woede,verbazing en walging/afkeer.De complexe emoties zijn schaamte,schuldgevoel en trots.Voor iedere emotie kan men het belang in het algemeen kader van de evolutie theorie aantonen. Voor alle organismen met een zenuwstelsel speelt de keten:STIMULUS--EMOTIE---GEVOELEN----GEDRAGING een belangrijke rol.De gedraging bij lagere organismen is meestal de uitdrukking van instincten.Bij de primaten en alleszins bij de mensen speelt echter op het niveau van de gedraging het aspect van de cognitie een rol bij de initiatie van een gedraging.Hierin is een rol weggelegd voor de cognitieve psychologie die zeker bij de mensen essentieel is.De cognitieve theorie betoogt dat oplossingen voor problemen die zich stellen op het niveau van de gedraging de vorm aannemen van algoritmen-regels die niet noodzakelijk begrepen worden maar die een oplossing voor een probleem inhouden-of de vorm van regels die begrepen worden maar niet altijd de oplossing voor problemen garanderen.Essentieel in de cognitieve psychologie is de erkenning van het bestaan van interne mentale toestanden zoals geloof,verlangen en motivatie.Het is niet denkbeeldig dat hierin een oplossing kan gevonden worden voor de ernstige problematiek van de uitoefening van de "vrije wil" die zich slelt bij de uiteindelijke gedraging.Het is wel een kapitale kwestie in de controverse die is ontstaan bij de toepassing van de evolutionaire psychologie in de menselijke soort.De neurobiologie heeft hierin nog veel werk te verrichten om voor deze mentale toestanden een aanvaarbare verklaring te vinden.Voor de lagere organismen kan men bij de gedraging determinisme aanvaarden maar niet voor de hogere organismen.Bij de primaten is er wel sprake van aspecten die niet met determinisme overeenkomen.Voor de mensen is het aanvaarden van determinisme in de gedraging uiterst gevaarlijk.Dit zou kunnen leiden tot de vrijspraak voor allerlei misdaden;vandaar het enorm belang van de criteria voor de "vrije wil". --------------------------------------------------------------------------------------------------
3-WILLIAM D. HAMILTON.
William D.Hamilton (1936-2000) was een engelse evolutie bioloog en is gezien als een van de grootste evolutie theoretici van de 20e eeuw.Van 1984 tot 2000 was hij professor aan de universiteit van Oxford (New College).Hij werd beroemd door zijn theoretisch werk waarin hij een rigoureuze genetische basis voor de verwantschap selectie (kin selection) uiteen zette.Deze zienswijze is een sleutel element in de ontwikkeling van een algemeen zicht op de evolutie,gecenterd op de genen.Hij is daarom ook een voorloper van de sociobiologie van Edward O.Wilson.
DE REGEL VAN HAMILTON.
Andere biologen ,zoals Fisher en Haldane,hadden een probleem gezien om uit te leggen hoe organismen de "fitness" van hun genen konden verhogen door hun familie verwanten te helpen maar erkenden het probleem en formuleerden het op gepaste wijze.Hamilton werkte hun werk uit en formuleerde het probleem aan de hand van de gekende "Speltheorie".De formule luidt dat de kostelijke actie zou plaats vinden door de gekende uitdrukking: C < R x B Hierin stelt C de kost in "fitness" voor de actor,R de genetische verwantschap tussen actor en ontvanger en B de "fitness" winst van de ontvanger.De uitwerking van de regel van Hamilton is gebaseerd op ingewikkelde wiskunde en daarom moeilijk toegankelijk voor een niet gespecialiseerd publiek.Het belang van de regel van Hamilton wordt echter wel algemeen erkend en wordt geïncorporeerd in biologische werken.Tot heden nochtans heeft geen enkele empirische studie de waarden van R,B en C bepaald om uit te kunnen maken of de regel wel degelijk gevolgd wordt in de natuur.Om van een "theorie" te spreken is het wel voorbarig,zelfs na 40 jaren. Hamilton was geen begaafde spreker en kon moeilijk zijn werk overbrengen bij het publiek.Richard Dawkins (ook professor in Oxford-New College) deed dit echter op briljante wijze in zijn boek: "The Selfish Gene.".