|
De vermelding van Maria, Medeverlosseres in het Boek van de Hemel van Luisa Piccarreta:
Vol 17 - 4/5/1925: De missie van de Goddelijke Wil reproduceert op aarde het beeld van de Allerheiligste Drie-eenheid.
(…) De zending van mijn wil zal de allerheiligste Drie-eenheid op de aarde weerspiegelen. En zoals er in de Hemel de Vader, Zoon en H. Geest zijn, onafscheidelijk en toch onderscheiden van elkaar, die heel de schoonheid van de Hemel vormen, zo wullen er ook op aarde drie personen zijn die voor hun zending onderling onderscheiden zijn en onafscheidelijk:
* De Maagd met haar moederschap, die het vaderschap van de hemelse Vader weerspiegelt en zijn macht insluit om de zending te vervullen van Moeder van het eeuwig Woord en Medeverlosseres van het menselijk ras;
* mijn Mensheid; voor de zending van Verlosser, besloten in de Godheid van het Woord, zonder ooit Zichzelf los te maken van de Vader en de H. Geest, mijn hemelse Wijsheid openbarend, en de band die Mij onafscheidelijk maakt van mijn Moeder;
* En jij voor de zending van mijn Wil.
In jou zal de H. Geest zijn liefde doen overstromen en Hij manifesteert voor jou de geheimen, de wonderen van mijn Wil, het heil dat Die bevat en maakt degenen gelukkig die willen weten hoeveel heil deze verheven Wil bevat en wie Die wil liefhebben en Die in hen laat heersen. Zij zullen hun zielen aanbieden opdat Die hun eigen harten zal bewonen en zijn leven in hen vormen. En de band van onafscheidelijkheid tussen jou, de Moeder en het eeuwig Woord zal blijven.
Deze drie zendingen zijn onderscheiden en onafscheidelijk. Met buitengewoon lijden hebben de eerste twee de genade voorbereid, het licht, het werk en alles voor de derde zending - de zending van mijn Wil - om die beide er in te verenigen om rust te vinden, omdat alleen mijn Wil hemelse rust is.
Deze twee zendingen worden gesymboliseerd door de zin, die Ik, toen Ik die schiep, zoveel licht en warmte gaf dat alle menselijke generaties er overvloedig van konden genieten. Ik hield er ook geen rekening mee dat bij het begin van de schepping alleen Adam en Eva op aarde waren. Ik had in de zon alleen voldoende licht kunnen leggen voor deze twee en dan het aan kunnen passen aan de menselijke generaties.
Nee, Ik schiep de zon vol licht, zoals die nog steeds is en zal zijn. Onze werken zijn, vanwege de waardigheid en de eer van onze macht, wijsheid en liefde, altijd tot stand gebracht met de volheid van al het goede dat ze bevatten. Ze zijn niet onderhevig aan toe- of afname. Dit deed Ik met de zon: Ik concentreerde daarin al het licht dat zal nodig zijn tot de laatste mens. Maar hoeveel heil heeft de zon niet geschonken aan de aarde? Hoeveel glorie heeft die de Schepper niet gegeven met zijn zwijgend licht?
Ik kan zeggen dat de zon Mij meer verheerlijkt en Mij bekend maakt met zijn zwijgzame taal en het onmetelijk heil dat die de aarde geeft dan al de andere dingen samen. En dat is omdat die vol licht is en zijn baan stabiel is. Als Ik naar de zon keek met zoveel licht - licht waarvan alleen Adam en Eva genoten - keek Ik ook naar alle levende schepselen. En toen Ik zag dat dit licht iedereen zou dienen, jubelde heel mijn vaderlijke goedheid van vreugde en bleef verheerlijkt in mijn werken.
En dit deed Ik ook met mijn lieve Moeder: Ik vulde Haar met zoveel genade dat Zij iedereen genade kan schenken zonder dat die uitgeput zou raken. Ik deed hetzelfde met mijn Mensheid: Er is niets goeds dat Die niet bevat en omdat het dezelfde Godheid is, kan Die zichzelf geven aan wie Die maar wil.
Ik heb dit ook gedaan met jou: Ik heb in jou mijn Wil ingesloten en daarmee heb Ik mijn eigen Zelf ingesloten. Ik heb in jou de kennis ervan ingesloten, de geheimen, het licht. Ik heb je ziel tot het uiterste gevuld, zo overvloedig dat wat je noteert slechts een klein beetje is van wat je van mijn Wil bevat. En hoewel het nu alleen jou ten goede komt, en wat druppels licht zijn voor een paar andere zielen, ben Ik tevreden, omdat het licht zijnde, zelf zijn eigen weg zal gaan, meer dan een tweede zon, om de menselijke generaties te verlichten en om onze werken tot vervulling te brengen. Dit zal onze Wil bekend en geliefd maken en zal heersen als leven in het schepsel. Dit was het doel van de Schepping. Dit was het begin en dit zal het midden en het einde zijn.
Wees daarom aandachtig omdat het een kwestie is van die eeuwige Wil, die met zoveel liefde wil leven om schepselen in veiligheid te brengen. En Die bekend wil zijn en niet verder gaan als een vreemde. De Wil wil zijn goede gaven schenken en Zichzelf, tot leven van iedereen. De Wil wil zijn rechten en zijn ereplaats. De Wil wil de menselijke wil terzijde stellen, Zijn enige vijand en ook de enige vijand van de mens.
De zending van mijn Wil was het doel van de schepping van de mens. Mijn Godheid ging zeker niet van zijn troon in de Hemel, maar mijn Wil daalde af in alle geschapen dingen en vormde daar hun leven. En terwijl alle dingen Mij herkenden en Ik in hen leefde met majesteit en waardigheid, joeg alleen de mens Mij weg. Maar Ik wil hem overwinnen en overhalen. Daarom is mijn zending niet beeindigd.
En daarom heb Ik jou geroepen en je mijn zelfde zending toevertrouwd, zodat jij de mens, die Mij wegjoeg, in de boezem van mijn Wil brengt, zodat allen naar Mij mogen terugkeren in mijn Wil. Verwonder je er daarom niet over hoeveel grootse en verrassende dingen Ik je kan zeggen over deze zending, hoeveel genaden je die kan geven, omdat dit geen kwestie is van een heilige te vormen. Nee, het gaat over een Goddelijke Wil in veiligheid brengen, waardoor alles terug moet naar het begin, naar de oorsprong waar alles vandaan kwam, zodat de onontkoombaarheid van mijn Wil zijn volle vervulling krijgt.
|