|
28/11 Dit is de werkelijke reden dat Bill Gates van mening veranderde betreffende het klimaat - Niburu
Je ziet de laatste tijd dat ook sommige prominente figuren van mening zijn dat de situatie van het klimaat toch niet zo rampzalig is. Onder hen Bill Gates, maar bijna niemand weet waarom ze ineens omdraaien als een blad aan een boom in een herfststorm. Velen zullen zich misschien hebben afgevraagd hoe het kan dat een aantal prominente figuren zoals Bill Gates nu opeens van mening zijn dat de situatie van het klimaat toch niet zo rampzalig is als eerst gedacht.
En de reden daarvan heeft alles te maken met AI en de geweldige datacenters die daarbij horen en die zoveel energie slurpen dat die nooit en te nimmer gevoed kunnen worden door windmolens en zonnepanelen. Dus, met andere woorden, gaan ze door met de energietransitie dan kunnen ze de datacenters en AI op hun buik schrijven en dat gaat Gates toch echt een stap te ver, dus krijgt het klimaat een schop.
Dit alles wordt uitgelegd in onderstaande 10 minuten durende video van historicus en commentator Victor Davis Hanson en maakt deel uit van zijn serie "Victor Davis Hanson: In a Few Words".
Hanson bespreekt hoe de traditionele 'klimaatveranderingsorthodoxy' – de dominante consensus over een naderende klimaatcatastrofe – onder druk komt te staan door nieuwe economische, technologische en geopolitieke realiteiten.
Centraal staat de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI), die een enorme vraag naar elektriciteit creëert en de haalbaarheid van een snelle overgang naar hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zonne-energie in twijfel trekt. De toon is kritisch en sceptisch tegenover wat Hanson ziet als hypocriete en onrealistische groene beleidsideeën, met verwijzingen naar recente gebeurtenissen en uitspraken van invloedrijke figuren.
Hanson opent met een persoonlijke reflectie:
Gedurende de afgelopen 35 jaar was de 'klimaatverandering' onbetwistbaar dominant. Oorspronkelijk 'global warming' genoemd, werd dit veranderd in 'climate change' om extremen in temperatuur (zowel hitte als koude) te verklaren als gevolg van menselijke CO2-uitstoot, vooral door westerse samenlevingen.
Het dominante narratief eiste een radicale economische omschakeling van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare bronnen zoals wind en zonne-energie. Hanson geeft toe dat hij nooit had gedacht dit in zijn leven te zien veranderen, ondanks inconsistente bewijzen:
De aarde is 4 miljard jaar oud, de mens slechts 300.000 jaar.
Betrouwbare temperatuurmetingen bestaan pas sinds 150 jaar, met cyclische schommelingen (bijv. decennia van abnormale hitte of koude).
Pre-industriële aanwijzingen (via boomringen en ijsmonsters) tonen natuurlijke variaties.
Hanson wijst op recente scheuren in de consensus, gedreven door scepticisme van invloedrijke stemmen en het publiek.
De Zweedse koning Carl XVI Gustaf (een fervent environmentalist) uitte openlijk twijfel: waarom Europa's economie ondermijnen met extreem hoge elektriciteitsprijzen, terwijl het continent slechts 6% bijdraagt aan de wereldwijde uitstoot? Bill Gates schokte de wereld door te stellen dat er geen 'imminente klimaatcrisis' meer is – een breuk met zijn eerdere groene idealen.
De tweede termijn van Donald Trump brengt functionarissen die subsidies voor groene projecten willen stopzetten.
Hanson noemt rampzalige groene initiatieven in Californië, zoals:
De high-speed rail (15-20 miljard dollar geïnvesteerd, geen meter spoor gelegd).
Een zonnecentrale in de woestijn die nu wordt ontmanteld.
Batterijopslag in Moss Landing (bij Monterey) die twee keer in brand vloog.
Deze voorbeelden illustreren groeiend publiek scepticisme, gebaseerd op tastbaar falen.
AI is de grootste technologische doorbraak sinds de Industriële Revolutie, maar vereist ongekende hoeveelheden elektriciteit. Sam Altman (OpenAI-pionier) waarschuwt dat de VS voor dominantie 100 ééngigawatt-centrales per jaar moet bouwen – equivalent aan grote kernreactors, schone kolen of aardgas. Windmolens en zonnepanelen kunnen dit niet leveren, zelfs niet met subsidies.
Dit dwong Bill Gates om zijn groene visie te heroverwegen; het is incompatibel met het vervangen van fossiele brandstoffen op korte termijn. Hanson benadrukt dat dit niet alleen theoretisch is: zonder betrouwbare energiebronnen zal AI-groei stagneren, wat de westerse innovatiekracht bedreigt.
Landen als Rusland en Iran zijn afhankelijk van hoge olieprijzen om hun militaire avonturen te financieren. Groen beleid dat olieprijzen drukt, ondermijnt dit, maar Hanson impliceert dat realpolitik (bijv. via Trump) prioriteit krijgt boven ideologie.
Ontwikkelingslanden eisen het recht op fossiele brandstoffen voor economische groei, terwijl het Westen hypocriet preekt. Volgens Hanson contrasteert dit met westerse elites die hun eigen welvaart niet opofferen.
Een kernpunt van Hansons kritiek: de 'avatars' van klimaatverandering lijden nooit onder hun eigen ideologie.
Voormalig president Barack Obama waarschuwde voor stijgende zeespiegels door klimaatverandering, maar kocht toch multimillion-dollar strandhuizen in Martha's Vineyard en Hawaï. "Waarom zou hij dat doen als hij echt gelooft dat de oceanen zijn investeringen zouden overspoelen?"
Hanson hekelt het inconsistente narratief, gebrek aan empirisch bewijs en elite-zelfbelang. De oproep tot radicale transformatie van economieën is gebaseerd op 'wensen van een paar elites' zonder solide data, maar vol hypocrisie.
Hanson sluit af met een oproep tot heroverweging: de klimaatdiscussie moet rekening houden met realiteiten zoals AI's energiebehoeften, geopolitiek en mislukte groene projecten. Hij voorspelt een einde aan de ongebreidelde dominantie van het orthodoxe klimaatbeleid, ten gunste van pragmatischere benaderingen.
|