|
18/3/2023 Vastentijd - Mathew Philip
Velen van ons proberen tijdens de vastentijd meer discipline te tonen en iets op te geven waar we echt van houden. De lijst met dingen die mensen besluiten op te geven, omvat alcohol, chocolade, vlees en nog veel meer. Vasten is altijd een belangrijke traditie van de vastentijd geweest. Laten we echter ook eens kijken naar andere dingen die we kunnen opgeven en in de plaats daarvan kunnen nemen. Hier is een lijst met dingen die we kunnen opgeven, met Bijbelse verwijzingen ter ondersteuning.
Fil 2:14-15 – Doe alles zonder morren en tegenspreken, opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel.
1 Tess 5:18 – Wees altijd verheugd, bid onophoudelijk, dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt.
Ef 4:31 – Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid.
Ef 4:32 - Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.
Matt 6:25 – Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken… Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?
Matt 6:33 – Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden
Deut 31:8 – De HEER zelf gaat voor je uit, hij zal je bijstaan en geen moment van je zijde wijken. Wees niet bang en laat je door niets ontmoedigen.
Jes 40:31 – Maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput.
1 Joh 2:9 – Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis.
Lucas 6:27 – Tot jullie die naar mij luisteren zeg ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen.
Matt 5:22 – Ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht.
Spr 15:18 – Een driftkop wakkert ruzie aan, wie kalm is sust een twistgesprek.
Ps 34:14 – Behoed dan je tong voor het kwaad, je lippen voor woorden van bedrog.
Spr 21:23 – Wie zijn tong in toom houdt, bespaart zich in zijn leven allerlei ellende.
De vastentijd draait vaak om de vraag: "Wat ga je opgeven?". Ja, we kunnen zoveel dingen opgeven. Snoep, koffie, vlees - al deze dingen zijn goed. Tegelijkertijd moeten we onszelf onderzoeken en ons leven zuiveren van kwade dingen zoals onrecht, klagen, veroordelen, beschuldigen en vele andere zoals trots en hebzucht. De vastentijd gaat niet alleen over persoonlijke reiniging, maar ook over iets aan anderen geven.
Jes 58:6-7: God zegt tegen het volk: Is dit niet het vasten dat ik verkies:
misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?
De vastentijd stelt ons in staat verder te kijken dan onszelf, ons te identificeren met anderen en degenen in nood te helpen. Tijdens deze periode bereiden we onszelf, en sommigen onder ons, voor om de geloften van het doopverbond trouwer na te leven. En de doop gaat allereerst over de dood. Zoals Paulus ons eraan herinnert in Romeinen 6:4-5, worden we in de doop samen met Christus begraven in een dood zoals de Zijne, opdat we met hem mogen opstaan in een opstanding zoals de Zijne. We sterven – aan de zonde en aan de macht van de dood als macht over ons. De paastijd is de tijd om ons te richten op het leven in de verrezen Christus in de kracht van de Heilige Geest. Tijdens de vasten leren we, of verdiepen we ons in wat het betekent om ‘te sterven aan onszelf en vooral te leven door [Gods] allerheiligste Woord’.
Tijdens de vasten herontdekken we de praktijken van vasten, persoonlijk gebed, gezamenlijke bekering en het geven aan de armen en behoeftigen, die God centraal stellen, de gemeenschap verrijken en het discipelschap van Jezus in de praktijk brengen.
|