Een zeer boze huishoudster

De kapelaan was geestelijk adviseur van de plaatselijke voetbalvereniging en hij ging zo af en toe met het eerste elftal mee bij een competitie-wedstrijd.Het elftal had geen al te hoge klassering en speelde in de onder- afdeling van de KNVB.
Zelf had de kapelaan voor en tijdens zijn studie bij een eerste klasser gespeeld, toen er nog geen betaald-voetbal bestond.
Het was wel in de tijd dat Wilkes en Rijvers in het buitenland prof-voetballer waren geworden en niet meer voor het Nederlandse elftal mochten uitkomen. In Nederland bestond er inmiddels wel een alternatieve betaalde voetbalbond. Later zou de KNVB zelf overgaan tot het betaalde voetbal en fuseren met de alternatieve bond.
De eersteklas-competitie was in die tijd de hoogste ranking.
Vanaf zijn vijfde jaar speelde de kapelaan al voetbal en altijd in de voorhoede, meestal als midvoor of linksbinnen.
Toen de trainer vernam dat hun geestelijk adviseur goed kon voetballen, wilde hij de kapelaan graag in zijn team opstellen.
De kapelaan wilde daar echter niet aan beginnen, omdat de pastoor dan op zondag altijd het lof 's-middags zou moeten doen.
Maar zo een enkele keer meevoetballen zag hij wel zitten.
En op een middag was het dan zover dat de kapelaan zijn entree in het eerste elftal zou maken.
Het voetbalveld grensde aan de tuin van de pastorie, dus de kapelaan kon zich thuis omkleden en door de tuin het veld betreden. De pastoor zou die dag het lof doen.
De huishoudster was het totaal oneens met de kapelaan. Hij hoorde ook naar het lof te gaan en zich niet te verlagen om dan voetbal te gaan spelen met spelers die nooit in de kerk kwamen.
Hij moest dan zelf maar zijn voetbalkleding wassen, zij zou het niet doen. De pastoor probeerde de boel te sussen maar liep tegen het harde pantser van de huishoudster op. Eigenlijk had hij de kapelaan best willen zien voeballen.
Toen de kapelaan het voetbalveld betrad kreeg hij de indruk dat er nauwelijks mensen naar het lof zouden gaan want het aantal toeschouwers was meer dan normaal.
Dat kreeg hij later ook te horen van de boze huishoudster: "U moest U schamen, de parochianen kwamen wel naar U kijken en niet naar God".
De kapelaan ook niet van gisteren repliceerde,"weet je dan niet dat ik als gezalfde van de Heer min of meer God vertegenwoordig en dus ook op het voetbalveld?".
Maar zijn vuile wasgoed nam hij maar mee naar zijn ouders.



















