
Het is er dan toch van gekomen, mijn werken zijn ter bestemming geraakt ...
Wat er dit jaar allemaal fout gelopen is, weet ik niet. Maar om de één of andere reden ben ik helemaal niet meer op de hoogte van het reilen en zeilen op de academie. Je moet gaan poetsen en daarna je werken binnen leveren voor de jury. Maar wanneer? Geen berichtje van de lerares, geen telefoontje van een medestudent. Dus dan maar op goedvallend uit...
Gisterenavond zijn Fiep en ik eraan begonnen. Werken naar de academie doen, dat doe je niet zo maar. Dat is hard labeur, zeker als je niks ziet. Je bent al gauw aan het sleuren met veertig, vijftig kilo en Fiep is nu ook geen bodybuilder. Maar we waren overtuigd, zo moeilijk kan het niet zijn. Gewapend met curverboxen liepen we trap op, trap af. Met de slappe lach, natuurlijk. Fiep is kleiner dan ik, liep voorop, bereikte eerst de trappen en werd daardoor nog kleiner. Maar goed, geen enkel werk sneuvelde onderweg.
De lessen worden gegeven in twee groepen, de dagklas en de avondklas en nu was het avond. Ik kende niemand uit die groep en blijkbaar voelde niemand zich geroepen om ons te leren kennen. Ook de lerares niet. Het werd een gesukkel van jewelste. Blinde vrouw, witte stok, curverboxen vol keramiek en een klaslokaal vol breekbare dingen ... Maar we bereikten de uitstalplek! Zonder brokken te maken. Terwijl Fiep alweer vertrok om de volgende lading binnen te sleuren, begon ik mijn spullen te rangeren. Ik voelde de ogen in mijn rug prikken, maar niemand zei iets. Alleen één vrouw. Ze kwam even naar mijn werken kijken.
"Mooi werk heb je." Zei ze "Je hebt precies veel hulp gehad van de lerares, want als je dat zelf moet maken ... Ach ja, voor jouw is het een bezigheid. Als je al wat met klei kan smodderen, ben je zeker al gelukkig?"
Ik slik eens. Wil haar een antwoord toesnauwen. Wat denkt die trut wel? Maar dan glimlach ik even vriendelijk. Ik ga me hier echt niet moe maken. Waarschijnlijk is dat het idee dat de hele klas van me heeft. Daar tegenin gaan zou me, in hun ogen, alleen maar een arrogant mens maken. Dus zeg ik niks, duw mijn kin omhoog en doe alsof ik ergens een dikke, vette stront ruik. Ze snapt de hint, geloof ik.. Ze verdwijnt zonder nog een woord te zeggen. Ik zet me in een hoekje en wacht op Fiep. Die loopt nog steeds met klei te zeulen, helemaal alleen, terwijl het hier volloopt met sterke mannen. Maar we zijn niet van de avondklas, dus worden we niet geholpen. Ik zeg maar niets tegen Fiep, ze wordt hoe langer hoe norser. Zoveel als we binnen gesleurd hebben, moeten we ook weer buitensleuren. Materiaal, klei ... En weer niemand die even een handje wil helpen. De wereld van de Kunst, waar iedereen elkaar helpt, kunstenaars onder elkaar ... vergeet het maar. Ieder voor zichzelf en als ik je een pee kan stoven, heb je het zitten en dat is iets waar ik helemaal niet mee om kan. Ik heb een hekel aan superego's, mensen die meer last hebben met hun grootheidswaanzin dan met hun creativiteit. En op de academie loopt het er vol van. Maar goed, we waren weer buiten.
Fiep vond dat ze nu wel een cola verdient had. Het chiqste zaakje hebben we uitgezocht. We zagen er niet uit, wat kon het ons schelen??? Na de nodige drankjes waren we weer in staat om naar huis te rijden. Het thema academie werd angstvallig vermeden. Wat ik in september ga doen? Of ik terug ga? Ik weet het niet. Waarschijnlijk wel. Nu ik weet hoe ze daar over me denken, ben ik alleen maar gemotiveerder om te bewijzen dat ik even goed ben als zij. Dat ik geen kleiklodderaar ben. Ik heb een hele vakantie om erover na te denken. Maar het zal ze niet lukken om me een minderwaardigheidsgevoel te geven, dat kan ik je garanderen.
2 reacties op dit bericht
...
haha herkenbaar hoor!