Waar is de geur van jasmijn ?

Salafisme wordt het synoniem voor de pure, de fundamentalistische, voor de onverdraagzame islam. Ook in het land van de jasmijn, in het land waar de zogenaamde Arabische lente begon. Het is ook het land waar de westerse cultuur het meest doorgedrongen en algemeen aanvaard werd. Tot de beruchte Jasmijnrevolutie …

De toerist merkt dit amper. Hij heeft voor een vakantie betaald en wil dan ook van de all-inclusive voor elke eurocent kunnen genieten. In Tunesië zijn de salafisten een kleine minderheid, maar ze slagen er bijna dagelijks in met acties in het nieuws te komen. Zij schudden aan de takken van de Tunesische regeringsboom en ’s lands instellingen.
Vooral de universiteiten – waarover wij al berichtten – behoren tot hun uitverkoren slagveld. Docenten aan de universiteit van La Manouba riskeren hun leven als ze volledig gesluierde studentes de toegang weigeren tot hun lessen.
Eind februari werden twee lectoren van de Literatuur, Kunst en Menswetenschappenafdeling door tientallen salafisten in elkaar geslagen. Eerst verhinderden ze hun lessen door, voorzien van luidsprekers, hun ongenoegen te scanderen zodat ze het onderricht moesten opgeven. Nadat ze naar een andere aula verhuisden, stampten ze de deur in en vielen de professoren aan. De directie besloot dan maar de lessen op te schorten.
De niqab is op universiteiten verboden, maar dat stoort de salafisten geenszins: het is voor hen het perfecte excuus om hun bedoelingen, de universiteiten naar hun hand te zetten, uit te voeren. Zo zijn ze er wel al in geslaagd dat aan de b.g. universiteit een gebedsruimte in de Arabische Taalafdeling in te richten, een slag in het gezicht van de verdedigers van het seculiere onderwijs.
Hun doel is de totale islamisering van de staat, een doel waarvoor alles moet wijken, ook de wetgeving of het gezond verstand. Ze beginnen bij het onderwijs, bij de indoctrinatie van de jeugd, tot intimidatie door straatgeweld. In Sousse bezetten ze de straten om de vrijlating van hun ‘emir’ te eisen, een gearresteerde terrorist. In Tunis en andere steden beschadigden ze de kantoren van de UGTT vakbond (Union Générale Tunisienne du Travail), die zij als de ware duivel beschouwen, of in Jendouba, waar ze probeerden de opening van een telefoonagentschap te verhinderen door de stad in brand te steken.
Het land kijkt toe. Vooral Ennahda, de grootste partij en ruggengraat van de interim regering, die blijkbaar verkiest een oogje dicht te knijpen voor de opkomst der salafisten en daarmee de indruk geeft de hand te reiken aan de salafistische broederbeweging. De spanningen krijgen een politieke weerslag waarbij Ennahda volgelingen de slagkracht van de regering onderuit halen. Gratuite verklaringen (zoals van een volksvertegenwoordiger die stelt dat stakers hun lidmaatschap moet ontnomen worden of – erger - moeten gekruisigd worden) besmeuren het imago van Ennahda, die graag het beeld van een sterke beweging onder de leiding van Rached Gannouci, aan de wereld wil geven. Hij kan niet eindeloos toezien en de eigengereidheid van zijn volgelingen accepteren. De commissie die de nieuwe grondwet moet opstellen is een mijnenveld waar de toekomst van het land uitgestippeld zal worden.
Daar gaat het om : wordt Tunesië een islamitische of een Arabische staat ? Er is een marginaal verschil. De eerste definitie – sterk gesteund door Ennahda – heeft de sharia als basis van de grondwet. Dit zou het einde van de seculiere staat betekenen, de staats- en samenlevingsvorm die Bourguiba wenste en die door Ben Ali – op zijn manier – vervolledigd werd.
Floriaan Terbeke
Bron : Ansamed 'Wordt vervolgd)













