
Jeanne Brabants geeft balletles
De gezusters Brabants
‘Het Dansensemble Brabants was vereerd, maar niet blij met de uitnodiging om bij Willem Elsschot te komen dansen’, zegt Jeanne Brabants, baronnes en dansinstituut met meer dan 200 choreografieën op haar naam. ‘Wat konden we doen in een huiskamer, zelfs al zet je tafels en stoelen opzij?’
1950. Het ensemble maakt school met de zusjes Jeanne, Joske en Annie Brabants en Paula De Schepper. De uitnodiging komt niet van Elsschot zelf, maar van een wederzijdse kennis: Jet De Vetter.
Joske Brabants: ‘Om geld te verdienen hadden wij alledrie het diploma van gymnastieklerares behaald. Gedurende tien jaar heb ik les gegeven aan de verpleegsters van ziekenhuis Stuivenberg. Jetje De Vetter was er hoofdverpleegster. Haar partner, de kunstenaar Frans van Haver, was bevriend met Vic Dolphyn en Anna De Ridder. Jet was werkelijk a member of the family. Door haar werden we geïntroduceerd in de Lemméstraat. De fuiven daar waren ons bekend, maar daar ging het ons niet om.’
Voor de zusjes was het een gelegenheid om dans in de kijker te krijgen. ‘Wij moesten aandacht krijgen in alle lagen van de bevolking’, zegt Jeanne, die artistiek leidster was. ‘Elke kans, hoe moeilijk ook, werd aangegrepen met twee armen en benen. Zoals veel van wat wij deden was dit een vriendendienst.’
Wij hebben ons verkleed in de opkamer vlak voor de badkamer. Het huis kwam me zeer bekend voor, omdat wij tijdens de oorlog en ook daarna aan de Haantjeslei 28 een soortgelijk huis hadden bewaakt voor de joodse familie Herzl. Niets in de woning van de De Ridders deed vermoeden dat men bij een artiest of schrijver op bezoek was. De woning was zeer conventioneel, hun originaliteit zat in hun gedrag, hun manier van leven en de principes die de leden erop nahielden. De benedenverdieping had zoals alle herenhuizen van het begin van de twintigste eeuw een suite van drie kamers. Ons publiek zat in de kamer of het salon aan de straatzijde, wij dansten in de middenkamer, de zogenaamde eetkamer.’
‘Elsschot genoot sinds zijn eerste publicaties groot respect en faam. Hij gedroeg zich als een solist en kon zich ook permitteren om iedereen links te laten liggen. Als financieel onafhankelijk en succesvol zakenman kon hij zijn hobby uitvoeren wanneer en hoe hij het wilde. Hij had een grote hofhouding, vooral familie en genodigde vrienden.’
‘Dans was iets waar Elsschot kennelijk niet zat op te wachten. Hij was thuis, maar kwam laat naar beneden. Ik heb daar tot op vandaag de dag een onaangenaam gevoel over. Ik geloof niet dat dans hem interesseerde, hij wilde er zo vlug mogelijk doorheen.
Ik denk dat we een soort voordracht gaven, een introductieprogramma met veel barreoefeningen. Wij waren in oefenkleren en gebruikten de stoelen als balletbarre. Gezien de geringe belangstelling van het gezelschap heb ik het vrij kort gehouden, mogelijk twintig minuten. Elsschot heeft geen commentaar gegeven, noch ervoor, noch erna.’
‘Toch wel’, zegt Joske, ‘en hoe! Ik zie hem nog staan: een burgermannetje in pak met de twee duimen in de zakken van zijn gilet. Weet je wat hij zei? “Wel, da’s dan ook kunst.” Ik viel plat. Dat werd met zo’n dédain gezegd.’
Jeanne: ‘Zelfs in zeer artistiek denkende kringen werd over dans nog steeds in clichés gedacht. Het gaf je datzelfde onbehaaglijke gevoel na een optreden als een divertissement op een bal.’
De zusjes herinneren zich, behalve Fons en Fine, Jet De Vetter en partner Frans, Vic Dolphyn en Anna in het publiek. Jeanne vertrok meteen na het optreden. ‘Ik had twee jonge kinderen thuis, om de hoek aan de Haantjeslei.’
Bij de kennismaking met dans hoorde een pleidooi om de dansers niet meer te bekijken als toekomstige prostituées, maar als eenzame, hardwerkende mensen, van wie de sociale positie en de totale beroepssituatie moesten worden herzien. Elsschot kon het evenwel niet laten om een klapje te geven op Joskes bips in maillot. ‘Ik was te perplex om iets te zeggen toen ik het voelde’, zegt Joske. ‘Zielig vond ik het. Voor mij als jonge twintiger was Elsschot een vieze, oude man. Ik dacht: is dat nu die beroemde Elsschot?’
Raymond
Vrij bewerkt naar "Een Man van Woorden" door Martine Cuyt