Van toen naar nu - 4


Julius Vuylsteke
1863
De zaak Jacob Karsman verhit de gemoederen in Vlaanderen.
Karsman is de hoofdfiguur in een incident dat de aandacht vestigt op de achteruitstelling van de Nederlandstaligen in het Belgische gerecht. In april 1863 geeft hij een dichtstuk uit zonder de naam van de drukker te vermelden, wat in strijd is met de wet. Dit levert hem een boete van 5 frank op. Karsman tekent protest aan bij het hof van beroep in Brussel en kiest de liberale Vlaamsgezinde voorman Julius Vuylsteke als advocaat. Vuylsteke wil in het Nederlands pleiten, maar krijgt daarvoor van de rechter geen toestemming. Het hof vaardigt een arrest uit dat hem verplicht het Frans te gebruiken. Hierop verlaat Karsman de zaal. Hij wordt bij verstek veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. Dit incident lokt hevig protest uit van de Vlaamsgezinden en vormt de inzet van een jarenlange strijd voor een wet op het taalgebruik in het gerecht.
21 november 1864
De spelling De Vries-Te Winkel wordt in België officieel aanvaard. Nederland doet dit twee jaar later zodat er eindelijk spellingeenheid is.
In 1863 werken de Nederlanders Matthias de Vries en Jan te Winkel een nieuwe spelling uit met het oog op de samenstelling van het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Maandenlang wordt hier in België over geredetwist. Vooral de katholieke bladen gaan in de aanval. Ze beschouwen deze nieuwe poging tot ‘verhollandsching’ van de spelling als de zoveelste manoeuvre tot hereniging van Noord en Zuid. Hun kritiek mag echter niet baten.
1864
De eerste landdag vindt plaats in Antwerpen.
De protestmeetings rond de zaak Jacob Karsman (1863) vormen de aanzet tot de Landdagbeweging. Die groeit uit het protest tegen de conservatieve liberale regering dat in het begin van de jaren 1860 progressieve liberalen, Vlaamsgezinden en katholieken verenigt (o.a. in de Antwerpse Meetingpartij). De Landdagbeweging streeft naar de vorming van een onafhankelijke volkspartij, waarin de taalstrijd een onderdeel vormt van een ruimer vooruitstrevend hervormingsprogramma. Er worden achtereenvolgens landdagen gehouden te Antwerpen (1864), te Gent (1866) en te Brussel (1867).
Wegens het kiessysteem (dat alle zetels in een kiesdistrict geeft aan de partij met de meeste stemmen) kan de onafhankelijkheid van de volkspartij maar relatief zijn. In feite leunt ze aan tegen de katholieke partij. De publicatie van de pauselijke encycliek Quanta Cura in 1864, waarin de moderne vrijheden worden veroordeeld, wakkert de levensbeschouwelijke tegenstellingen aan. Vlaamsgezinde liberalen die voorrang geven aan de strijd voor de vrijzinnigheid keren terug naar de liberale partij. In de katholieke partij wordt de conservatieve vleugel sterker.
Omstreeks dezelfde tijd voltrekken zich in de jonge arbeidersverenigingen afscheuringen onder invloed van vrijzinnigen. Er komt een einde aan het veelbelovende bondgenootschap tussen de V.B. en de beginnende arbeidersbeweging dat in het kader van de onafhankelijke volkspartij is ontstaan. Het ontluikende socialisme zal van bij het begin wantrouwig staan tegenover de ‘klerikale’ V.B. De aanhang van de V.B. blijft voorlopig beperkt tot de (vooral katholieke) kleine burgerij.
1867
Peter Benoit komt aan het hoofd van de Antwerpse Ecole de musique/ Vlaamsche Muziekschool.
Dit moment markeert een nieuwe fase in de Vlaamse muziek. De band met de V.B. wordt strakker aangehaald. De Vlaamsche Muziekschool moet volgens Benoit de ‘levensbron’ van de Vlaamse muziekbeweging worden. In zijn muziekleer is alles te herleiden tot een terugkeer naar de natuur en tot de Duitse romantische opvatting van de natie als een volkseenheid. Hij pleit voor het behoud van de eigen aard, taal en muziek. Alleen uit het oude volkslied is volgens hem nog ‘de ware volksgeest’ te distilleren. In vroeger tijden was het volk immers nog niet van zijn eigen taal ‘vervreemd’ en was de muziek nog niet ‘besmet’ met vreemde invloeden.
Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging


















