Van toen naar nu - 5


Edward Coremans
1870
De katholieken winnen de parlementsverkiezingen en vormen een homogeen katholieke regering.
Het Belgische politieke leven raakt nog meer dan voorheen in de greep van de strijd tussen klerikalen en antiklerikalen, die culmineert in de schoolstrijd (1879-1884). In de katholieke opinie krijgt de conservatieve ultramontaanse tendens (die meent dat het beleid van het land de goedkeuring moet wegdragen van de paus) de overhand. Progressieve en conservatieve liberalen verenigen zich in de oppositie rond een antiklerikaal programma. Wat er nog overblijft van een niet-partijgebonden V.B. verdwijnt nu snel. Enerzijds worden de Vlaamsgezinde belangen ondergeschikt gemaakt aan de ideologische. Vlaamsgezinden gaan elkaar onderling bestrijden in plaats van hun krachten te bundelen. Anderzijds gaan liberale en katholieke Vlaamsgezinden de V.B. met hun eigen levensbeschouwing vereenzelvigen om de andere kant beter te kunnen bestrijden. De liberalen doen dit met de slogan "klauwaert en geus", de katholieken vanaf 1881 met "Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus". Dit alles heeft een positieve weerslag op de leefbaarheid van een liberale Vlaamsgezindheid, maar doet geen fundamentele afbreuk aan de nog altijd sterk overwegende Fransgezindheid van de partij. Als verweer tegen deze evolutie ontwikkelt zich een traditionalistische ultragodsdienstige Vlaamsgezindheid in de geest van Guido Gezelle dat de overhand krijgt bij katholieke Vlaamsgezinden.
17 augustus 1873
De allereerste taalwet wordt van kracht.
Tijdens de tweede helft van de jaren 1860 eist de Landdagbeweging herhaaldelijk taalwetten. Het probleem van het taalgebruik in het gerecht komt als eerste aan bod. Het publiek is immers gesensibiliseerd door enkele door Vlaamsgezinden uitgelokte ‘gerechtlijke schandalen’ als die rond Jacob Karsman en rond het proces van Jan Coucke en Pieter Goethals (twee Vlamingen die in 1860 voor een Waalse rechtbank onschuldig ter dood veroordeeld zouden zijn zonder hun proces begrepen te hebben). Na de katholieke machtsovername in 1870 kent de V.B. haar eerste politieke successen. In 1872 dient de Antwerpenaar Edward Coremans, een katholiek Kamerlid verkozen voor de Meetingpartij, een wetsvoorstel in. Dat wordt in 1873 goedgekeurd. Al is het bij de bespreking in de Kamer op verscheidene punten afgezwakt, toch wordt het een belangrijke overwinning. Het Nederlands wordt in principe erkend als hoofdtaal van de strafrechtspleging in het Vlaamse land, maar de pleidooien en strafvorderingen mogen in het Frans uitgesproken worden. In Brussel krijgt het Nederlands maar een tweederangsrol. De wet zal goed toegepast worden, behalve in Brussel.
januari 1875
Het Leuvense studentengenootschap Met Tijd en Vlijt richt het Davidsfonds op.
Vanaf 1870 wordt het katholieke flamingantisme conservatiever en godsdienstiger door de groeiende levensbeschouwelijke tegenstellingen tussen klerikalen en anti-klerikalen. Die evolutie is bijzonder goed zichtbaar in Met Tijd en Vlijt, in de jaren 1860 progressief en democratisch, maar na 1870 reactionair. Het richt het Davidsfonds op als katholieke tegenhanger van het liberale Willemsfonds. Het Davidsfonds wordt de bezieler van de katholieke V.B. Het inspireert zich in zijn werking en organisatie op het Willemsfonds, maar dan vanuit een tegenovergestelde gezindheid, trouw aan zijn leuze "Voor Godsdienst, Taal en Vaderland". In de Davidsfondspublicaties staat de strijd tegen de vrijzinnigheid voorop. Het Davidsfonds kent op enkele jaren tijd een sterke expansie en het aantal plaatselijke afdelingen overtreft al snel dat van zijn liberale tegenhanger. Beide cultuurfondsen bouwen een netwerk uit van Vlaamsgezinde verenigingen verspreid over het Vlaamse land. Zo krijgt de V.B. voor de eerste maal een brede en permanente organisatorische basis.
28 maart 1875
Het eerste nummer van het studententtijdschrift De Vlaamsche Vlagge verschijnt.
De oplaaiende levensbeschouwelijke strijd in de jaren 1870 brengt ook de katholieke studerende jeugd in beweging. Sedert decennia hebben priester-leraren in de colleges het terrein voorbereid door hun leerlingen liefde bij te brengen voor hun moedertaal. Met de publicatie van De Vlaamsche Vlagge wordt de eerste stap gezet in de richting van een georganiseerde katholieke Vlaamse studentenbeweging. Deze beweging legt de klemtoon op de onverbrekelijke band tussen de Vlaamse en katholieke strijd. Dat is zeker zo in haar eerste fase, de jaren 1870, wanneer de zgn. blauwvoeterij van Albrecht Rodenbach overheerst. Deze ideologie bouwt verder op het anti-liberale en conservatieve gedachtegoed van Guido Gezelle. Anders dan Gezelle inspireren de blauwvoeters zich op de romantiek.
In de jaren 1880 echter slaat de katholieke studentenbeweging een meer gematigde richting in. Ze is tijdelijk bereid om samen te werken met andersdenkenden in een nieuwe Landdagbeweging voor de vernederlandsing van het onderwijs (zowel in het officiële als in het katholieke net). In samenwerking met de Nederduitsche Bond worden in 1885 en 1886 studentenlanddagen gehouden.
22 mei 1878
De taalwet op het bestuur wordt van kracht.
Inzake het taalgebruik in het bestuur eisen de Vlaamsgezinden tot 1870 enkel dat het Nederlands of beide landstalen gebruikt zouden worden in contacten tussen de rijksadministraties enerzijds en het publiek en de gemeentebesturen anderzijds. De Antwerpse katholieke volksvertegenwoordiger Jan de Laet wil met zijn wetsvoorstel uit 1876 op alle bestuursniveaus de taalvrijheid van de burger laten primeren op die van de ambtenaar, m.a.w. de ambtenaar moet de taal van de burger gebruiken en niet andersom. De uiteindelijke wet zwakt De Laets voorstel af op twee belangrijke punten: zij is niet van toepassing op Wallonië en op de gemeente- en provinciebesturen. In het Vlaamse land en Brussel moeten alle berichten en mededelingen van rijksambtenaren aan het publiek Nederlands- of tweetalig zijn. Bovendien moet de correspondentie met gemeentebesturen en personen er in het Nederlands gebeuren tenzij die dat anders wensen. Alleen in het arrondissement Brussel blijft het Frans de normale correspondentietaal. De nieuwe wet zet in vele Vlaamse gemeentebesturen een vernederlandsingsproces in gang.
Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging

















