Jalousie
Zo klinkt een populaire melodie, de tango Jalousie, gespeeld door een groot symfonisch orkest. De details verschijnen op de video.
Jalousie
Zo klinkt een populaire melodie, de tango Jalousie, gespeeld door een groot symfonisch orkest. De details verschijnen op de video.
Figuren uit de mini & maxi Vlaamse Beweging : Ferdinand Snellaert (1809 - 1872)

Snellaert studeert geneeskunde in Utrecht en Gent, waar hij zich vestigt. Hij geniet er prestige voor zijn initiatieven inzake taal, literatuur en politiek. Hij is bv. een van de stichters van het genootschap De Tael is gan(t)sch het volk en initiatiefnemer voor het petitionnement van 1840. Na de dood van Jan F.Willems in 1846 komt hij aan het hoofd te staan van de V.B. en onderneemt hij pogingen om een zelfstandige Vlaamse partij op te richten die buiten de ideologische strijd zou blijven. Dit mislukt omdat na 1847 de meeste Vlamingen zich bij de langzaam ontstaande liberale of katholieke partij aansluiten.
Hij is in 1851 stichtend lid van het Willemsfonds en in 1849 neemt hij het initiatief tot de organisatie van het eerste Nederlandsch (Taal- en) Letterkundig Congres te Gent. In 1856 wordt hij als verslaggever lid van de door minister Pierre de Decker samengestelde Grievencommissie. Ten opzichte van Nederland blijft hij steeds broederschap en verbondenheid voelen, maar na 1835 legt hij zich uiterlijk neer bij de Belgische realiteit.
Snellaert beschouwt, in tegenstelling tot de meeste flaminganten van zijn tijd, de Walen als een vreemd en vijandig volk. Levensbeschouwelijk leunt hij, hoewel gelovig, aan tegen het liberalisme. Vanaf 1859-1861 kiest hij partij tegen de jongere liberalen onder leiding van Vuylsteke en schaart hij zich achter de onafhankelijken en katholieken. Duidelijk is het dat hij van 1858 af toenadering zoekt tot democraten en radicalen, terwijl hij gaat beseffen dat de V.B. rekening moet houden met het gezag van de Kerk.
@ Nieuwe Encyclopedie Vlaamse Beweging
Equinox Zonsondergang

Een zonsondergang kan inspireren, of een ogenblik voor reflectie bieden, en is wellicht de meest gefotografeerde hemelse gebeurtenis. Maar deze buitengewoon fraaie zonsondergang werd op een speciale dag vastgelegd: tijdens de equinox van 22 september. Op die dag, die de astronomische wisseling van seizoenen markeert, ervoeren aardbewoners bijna 12 uur daglicht en 12 uur duisternis (vandaar de nederlandse benaming voor equinox: nachtevening). Weerkaatst in de kalme wateren van het Balatonmeer met daarop een bewegingloze zeilboot in silhouet, gaat de Zon precies in het westen onder terwijl hij, op weg naar het zuiden, de hemelevenaar passeert. Op de achtergrond bevindt zich de Benedictijnse Aartsabdij van Tihany (Hongarije).
Soms doen we tegendraads. Mag het, Marieke ?
.
Teixeira de Mattos (Willem Elsschot - aflevering 7)

‘Jij heet voortaan Teixeira de Mattos, dat is nog eens een naam, vind je niet?’ herdoopt Boorman Laarmans in Lijmen. Teixeira de Mattos is vooral bekend als vertaler van Louis Couperus, maar had Elsschot de naam daarvandaan? Die naam komt immers meer voor dan men zou denken.’
‘Ik wist van mijn vader dat zijn oom Emmanuel de Bom een vriend had met diezelfde naam. Voornaam Alexander’, zegt Peter Moreaux, achterneef van E. De Bom. ‘Ik wilde weten waar Elsschot die naam vandaan had. Op mijn negentiende belde ik voor het eerst in de Lemméstraat aan. Het was een namiddag in 1957.’
Elsschot had weinig tijd, maar beantwoordde de prangende vraag van de jongeman in de deuropening. ‘Duurt een enkele minuut’, zei hij. ‘Ik was in een taverne, Emmanuel de Bom zat er met enkele vrienden. Ik hoorde hem deze opvallende naam noemen en schreef die op een papiertje. Dat is alles. En nu moet u mij verontschuldigen. Ik moet dringend weg.’
‘Ik mocht nog eens terugkomen. Hij zou me verwittigen.’ Na enige tijd ontving Peter Moreaux een getypte briefkaart. ‘Hij nodigde mij uit hem te bezoeken op een precies uur in de late namiddag. Ik werd binnengelaten in een kamer waar een aantal mensen van zijn leeftijd aanwezig was. Geheel in de stijl van bij Van Schoonbeke in Kaas, liet hij me aantreden als was ik de jonge Laarmans. Hij stelde me flegmatiek aan zijn gezelschap voor, de deugniet. “Mijne Heren, dit is mijn jonge vriend Peter Teixeira de Mattos.” De namen van de aanwezigen en de gezichten zijn voor mij vaag gebleven. Er was bovendien niet veel licht in de kamer. Ik hield mij de hele tijd stil en luisterde naar wat de heren allemaal bespraken. Waarover het ging, weet ik niet meer, maar over de letteren in geen geval.’
‘Er werd een uitstekende wijn gedronken. Natuurlijk dronk ik mee. Nu en dan lanceerde Elsschot – die als Fons werd aangesproken – een korte, maar gepaste repliek, waarbij iedereen moest lachen. De wijn deed misschien ook wel een beetje zijn werk. Elsschot was de droge komiek, die alleen sprak wanneer het hem uitkwam. Ik heb niet veel gezegd en stil luisterend in een hoekje gezeten. Jonge mensen van die leeftijd waren niet zo mondig als die van nu.
Bij het afscheid vroeg Elsschot of ik niet boos was om de grap die hij had uitgehaald met “een argeloze jongeling”. Ik antwoordde dat ik het als een eer beschouwde dat ik had mogen meewerken aan zijn grap. Ik voegde eraan toe dat ik zijn werk bewonderde. Daarop stelde hij me een paar vragen. Hij beloofde mij een exemplaar van zijn Verzameld Werk, dat uitgekomen was, maar waarvan hij er geen meer had. Bij een nabije gelegenheid zou hij dit regelen. Ik ging met een popelend hart naar huis.’
Moreaux’ hart zou blijven popelen. Hij hoort niets meer van de charmante gastheer uit de Lemméstraat. Tot voorjaar 1960 zijn oog valt op een krantenbericht. ‘Ik las dat Elsschot in het ziekenhuis opgenomen was geweest ten gevolge van een tanende ziekte en pas de kliniek had verlaten.’ Op zondag 29 mei in de vooravond belt de dan tweeëntwintigjarige Moreaux voor de derde keer in zijn leven aan bij het huis van Alfons De Ridder. ‘Ongevraagd’, benadrukt hij. ‘Ik wilde hem goede gezondheid toewensen, maar misschien wou ik ook eens polsen hoe dat zat met zijn belofte van destijds.’
‘Hij maakte zelf open. In slaaphemd met daarover een colbertje of kamerjas, dat weet ik niet meer zo scherp. Ik schrok. Zijn gezicht was gezwollen, rood aangelopen, en zat onder de huidschilfertjes. Zijn ogen waren lichtbetraand. Voor mij stond een zieke man. Hij verontschuldigde zich dat hij mij niet kon ontvangen, want hij had pas het hospitaal verlaten. Hij bedankte mij en zei mij hem er bij een volgend bezoek aan te herinneren dat hij me zijn werk zou schenken. Misschien heb ik hem zelf die aanzet gegeven toen.’
‘Het was de attente Elsschot ten voeten uit, de man die jongeren voor vol aanzag, zelfs wanneer hij doodziek was. Hij zei mij te hebben herkend, maar jammerde dat hij een grote vriend die van ver kwam had weggejaagd eerder die dag en dat hij nu wist wie het was. Hij noemde de naam Carmiggelt niet. Die heb ik later vernomen van Elsschots dochter Ida. Ik heb zijn geschenk symbolisch in ontvangst genomen door de handdruk die hij me gaf, die voelde als de eerste en de laatste.
Raymond
7 De Islam en het christendom

Op het eerste zicht zijn de heilige boeken van de islam minder scherp voor de christenen dan voor de joden. Maar toch worden in veel verzen christenen en joden in één adem veroordeeld: zij hebben hun heilige schrift vervalst en zijn godlasteraars. In de grondteksten wordt het verschil tussen moslims aan de ene kant, en afgodenaanbidders en volkeren van het Boek duidelijk gemaakt.
Het is voor moslims onvoorstelbaar dat Allah slechts de derde persoon van een heilige drievuldigheid zou zijn. Er is immers slechts één God, en die god is Allah. Volgens de islam is de messias, zoon van de heilige Maria, slechts een apostel. Maar de messias kan slechts een menselijk wezen zijn omdat Allah per definitie niet eet. Maar toch willen de christenen de bewijzen van de uniciteit van Allah niet aanvaarden, ondanks de bewijzen aangebracht door zijn boodschapper, Mohamed.
Waarom houden de christenen vast aan de drievuldigheid en beschouwen zij Jezus als de zoon van God? God kan immers geen zoon hebben, net zomin als hij een vader kan hebben. Waarom zou een god mens worden om de mensheid te redden? Waarom zou een god zich laten kruisigen als een vulgaire slaaf? De mysteries van de heilige drievuldigheid, van de menswording, van de verlossing, de kruisiging, de verrijzenis zijn volgens de islam slechts verderfelijke leerstellingen, onjuiste dogma’s. Christenen, en in het bijzonder de katholieken die geloven in de drievuldigheid, zijn niet meer dan heidenen die een veelvoud van goden (3...) aanbidden, en voor hen is er geen vergiffenis mogelijk.
Katholieken hebben het moeilijk met de karikaturale perceptie die eenvoudige moslims hebben van hun geloof. Maar ook moslimgeleerden hebben problemen met de talrijke mysteries in het katholicisme, de afwezigheid van ritualisme en het gebrek aan rechtsregels.
Moslims hebben het moeilijk met de sacramenten : de eucharistie, het veranderen van brood en wijn in het vlees en bloed van Christus die genuttigd worden door de gelovigen? Onwaarschijnijke ketterij!
De biecht? Het opbiechten door jonge vrouwen van hun zonden aan een celibataire priester in een afgesloten hok? Satan is zeker in dat hok aanwezig.
Het celibaat van de priesters? Onbegrijpelijk voor een moslim voor wie het huwelijk de helft van het geloof is.
Het huwelijk is niet meer dan een contract voor de moslim. Veelwijverij is steeds mogelijk, verstoting van de vrouw kan en mag. Voor de katholiek is het huwelijk eeuwigdurend.
De dialoog tussen christenen en moslims zou rekening moeten houden met de talrijke koran- en soennaverzen die handelen over de joden en de christenen, in plaats van er overheen te stappen.
Naar Anne-Marie Delcambre - Vertaling Regus Patoff

Ardi, het oudste meisje tot nu toe : 4 miljoen jaar

In de "Tijd van Toen" was er enkel zwart-wit fotografie ; in de "Tijd van Nu" zijn er kleuren. Voor de rest is er nauwelijks verschil
.
Manten weet van wanten : de kleine Gevaert

Figuren uit de mini & maxi Vlaamse Beweging : Aloïs van de Vyvere (1871-1961)

Van de Vyvere studeert rechten in Leuven. Van 1911 tot 1931 is hij katholiek volksvertegenwoordiger. Tijdens de Eerste Wereldoorlog is hij minister van Financiën in het oorlogskabinet in Le Havre. Via talrijke interventies bij koning Albert I tracht hij de positie van de Vlaamse frontsoldaten te verbeteren.
In de naoorlogse periode is Van de Vyvere in de eerste plaats een pragmaticus, die boven alles een mogelijke splitsing van de katholieke partij, veroorzaakt door de christen-democraten of de Vlaamsgezinden, wil voorkomen. Hij wordt voorzitter van de Katholieke Vlaamsche Kamergroep (13 februari 1919). Van 14 tot 22 mei 1919 heeft de fel opgemerkte Interpellatie van de drie Van's (Van de Vyvere, Frans van Cauwelaert en Alfons van de Perre) plaats. Van de Vyvere zet bijzonder duidelijk het Vlaams minimumprogramma uiteen en klaagt de wantoestanden aan het front tijdens oorlog aan. Tevens bepleit hij de vernederlandsing van de Gentse universiteit en een decentralisering van de openbare besturen in eentalige diensten.
Eind 1920 wordt Van de Vyvere minister in de nieuwe regering. Van Cauwelaert probeert eind juli 1921 de regering te laten vallen naar aanleiding van de aanpassing van het wetsvoorstel op het taalgebruik in de besturen. Van de Vyvere verijdelt Van Cauwelaerts poging.
In 1923 keurt hij de wet-Pierre Nolf goed, die hij beschouwt als een stap naar de volledige vernederlandsing van de Gentse universiteit. Eind 1930 trekt hij zich uit de politiek terug, maar blijft voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nog achter de schermen nauw betrokken bij de politiek.
@ Nieuwe Encyclopedie Vlaamse Beweging
Das Lied ist aus
U kent Max Raabe en zijn Palast Orchester inmiddels ... Ach, het is maar een liedje uit de oude doos maar het is helemaal niet uit.
Ganymedes de grootste maan uit ons zonnestelsel

Ganymedes (maan bij Jupiter) in Versterkte Kleuren
Credit: Galileo Project, DLR, JPL, NASA
Hoe ziet de grootste maan in ons Zonnestelsel er uit? Ganymedes, die zelfs groter is dan Mercurius en Pluto, heeft een oppervlak dat bespikkeld is met lichtergetinte jonge kraters over een ouder, donkerder, zwaarbekraterd terrein waardoorheen hier en daar groeven en ribbels lopen. Net als onze Maan houdt Ganymedes immer de zelfde zijde naar zijn centrale planeet, Jupiter, gericht. In dit historische en gedetailleerde mosaïek van opnamen, gemaakt door de Galileo ruimtesonde die van 1995 tot 2003 in een baan rondom Jupiter draaide, zijn de kleuren van deze maan-zo-groot-als-een-planeet kunstmatig versterkt om het kleurcontrast op het oppervlak te verhogen. De violete tinten die zich vanuit de bovenkant en onderkant uitstrekken zijn waarschijnlijk het gevolg van rijpdeeltjes in de poolgebieden van Ganymedes. Er zijn inmiddels mogelijke toekomstige missies naar Jupiter voorgesteld om op Europa en Ganymedes naar diepe oceanen te zoeken welke de benodigde elementen voor het in stand houden van leven zouden kunnen bevatten.
Stoelen als balletbarre (Willem Elsschot - aflevering 6)

Jeanne Brabants geeft balletles
De gezusters Brabants
‘Het Dansensemble Brabants was vereerd, maar niet blij met de uitnodiging om bij Willem Elsschot te komen dansen’, zegt Jeanne Brabants, baronnes en dansinstituut met meer dan 200 choreografieën op haar naam. ‘Wat konden we doen in een huiskamer, zelfs al zet je tafels en stoelen opzij?’
1950. Het ensemble maakt school met de zusjes Jeanne, Joske en Annie Brabants en Paula De Schepper. De uitnodiging komt niet van Elsschot zelf, maar van een wederzijdse kennis: Jet De Vetter.
Joske Brabants: ‘Om geld te verdienen hadden wij alledrie het diploma van gymnastieklerares behaald. Gedurende tien jaar heb ik les gegeven aan de verpleegsters van ziekenhuis Stuivenberg. Jetje De Vetter was er hoofdverpleegster. Haar partner, de kunstenaar Frans van Haver, was bevriend met Vic Dolphyn en Anna De Ridder. Jet was werkelijk a member of the family. Door haar werden we geïntroduceerd in de Lemméstraat. De fuiven daar waren ons bekend, maar daar ging het ons niet om.’
Voor de zusjes was het een gelegenheid om dans in de kijker te krijgen. ‘Wij moesten aandacht krijgen in alle lagen van de bevolking’, zegt Jeanne, die artistiek leidster was. ‘Elke kans, hoe moeilijk ook, werd aangegrepen met twee armen en benen. Zoals veel van wat wij deden was dit een vriendendienst.’
Wij hebben ons verkleed in de opkamer vlak voor de badkamer. Het huis kwam me zeer bekend voor, omdat wij tijdens de oorlog en ook daarna aan de Haantjeslei 28 een soortgelijk huis hadden bewaakt voor de joodse familie Herzl. Niets in de woning van de De Ridders deed vermoeden dat men bij een artiest of schrijver op bezoek was. De woning was zeer conventioneel, hun originaliteit zat in hun gedrag, hun manier van leven en de principes die de leden erop nahielden. De benedenverdieping had zoals alle herenhuizen van het begin van de twintigste eeuw een suite van drie kamers. Ons publiek zat in de kamer of het salon aan de straatzijde, wij dansten in de middenkamer, de zogenaamde eetkamer.’
‘Elsschot genoot sinds zijn eerste publicaties groot respect en faam. Hij gedroeg zich als een solist en kon zich ook permitteren om iedereen links te laten liggen. Als financieel onafhankelijk en succesvol zakenman kon hij zijn hobby uitvoeren wanneer en hoe hij het wilde. Hij had een grote hofhouding, vooral familie en genodigde vrienden.’
‘Dans was iets waar Elsschot kennelijk niet zat op te wachten. Hij was thuis, maar kwam laat naar beneden. Ik heb daar tot op vandaag de dag een onaangenaam gevoel over. Ik geloof niet dat dans hem interesseerde, hij wilde er zo vlug mogelijk doorheen.
Ik denk dat we een soort voordracht gaven, een introductieprogramma met veel barreoefeningen. Wij waren in oefenkleren en gebruikten de stoelen als balletbarre. Gezien de geringe belangstelling van het gezelschap heb ik het vrij kort gehouden, mogelijk twintig minuten. Elsschot heeft geen commentaar gegeven, noch ervoor, noch erna.’
‘Toch wel’, zegt Joske, ‘en hoe! Ik zie hem nog staan: een burgermannetje in pak met de twee duimen in de zakken van zijn gilet. Weet je wat hij zei? “Wel, da’s dan ook kunst.” Ik viel plat. Dat werd met zo’n dédain gezegd.’
Jeanne: ‘Zelfs in zeer artistiek denkende kringen werd over dans nog steeds in clichés gedacht. Het gaf je datzelfde onbehaaglijke gevoel na een optreden als een divertissement op een bal.’
De zusjes herinneren zich, behalve Fons en Fine, Jet De Vetter en partner Frans, Vic Dolphyn en Anna in het publiek. Jeanne vertrok meteen na het optreden. ‘Ik had twee jonge kinderen thuis, om de hoek aan de Haantjeslei.’
Bij de kennismaking met dans hoorde een pleidooi om de dansers niet meer te bekijken als toekomstige prostituées, maar als eenzame, hardwerkende mensen, van wie de sociale positie en de totale beroepssituatie moesten worden herzien. Elsschot kon het evenwel niet laten om een klapje te geven op Joskes bips in maillot. ‘Ik was te perplex om iets te zeggen toen ik het voelde’, zegt Joske. ‘Zielig vond ik het. Voor mij als jonge twintiger was Elsschot een vieze, oude man. Ik dacht: is dat nu die beroemde Elsschot?’
Raymond
Elegante Fleur Agema (PVV) tijdens Prinsjesdag

6 De Islam en de Joden
De koran staat bol van scherpe kritiek, verstoting, hatelijkheden en vervloekingen als het over de joden gaat. En deze openlijke vijandschap is terug te voeren naar de tijd dat Mohamed in Medina verbleef. Eerst was er zijn oproep aan de joden van Medina om de boodschap van Mohamed te aanvaarden. In een tweede fase zijn er de twisten met deze joden. Mohamed vindt ze onrechtvaardig, ondankbaar, pervers, wegzinkend in de zonde, en dit allemaal omdat de joden van het leven wisten te genieten.
De derde fase is de veroordeling: de joden zijn vervloekt en zullen voor eeuwig in de hel branden. Fase vier is de totale breuk met de joden van Medina. Van de drie joodse stammen werden er twee verbannen en de derde uitgemoord. Van alle drie werden de bezittingen verbeurd verklaard.
Andere joodse stammen die leefden van de landbouw in de oase van Khaybar werden overmeesterd en overleefden slechts omdat zij beloofden om de helft van de oogsten af te staan aan hun nieuwe meesters. Dit is in feite de oorsprong van het ‘beschermingsgeld’ dat joodse en christelijke dhimmi’s in de toekomst zullen moeten betalen om met rust te worden gelaten.
In 640 werden joden en christenen uit Arabië weggejaagd, conform de wens van de profeet dat er ‘geen twee religies naast elkaar konden bestaan in het land’. Een eeuw na de dood van de profeet werden de voorwaarden gecodifieerd waaronder christenen en joden konden verblijven in de veroverde gebieden: het betalen van een hoofdelijke belasting en een belasting op onroerend goed. Hierop bestond er geen uitzondering. Waarom deze belasting? De moslimgemeenschap is in het bezit van de enige ware religie en heeft dus het alleenrecht op alles dat door Allah geschapen is. De belasting is de vergoeding die de dhimmi’s moeten betalen voor het onrechtmatig bezit en gebruik van deze goederen.
Vrij naar Anne-Marie Delcambre - Vertaling Regus Patoff

Vaticaanstad gaat groen
.
Vaticaanstad heeft recent niet alleen een aantal fotovoltaïsche zonnepanelen in gebruik genomen, de kleinste staat ter wereld koestert tevens plannen om een netto-uitvoerder van hernieuwbare energie te worden. Het 5.000 m² grote dak van de Paulus VI Hal, waaronder de algemene pauselijke audiënties plaatsvinden, is bedekt met 2.394 fotovoltaïsche panelen. De elektriciteit die ze voortbrengen wordt gebruikt voor verlichting, verwarming en airconditioning. De jaarlijkse productie wordt geschat op 300 MWh. Dat is ongeveer het verbruik van honderd gezinnen. Het Vaticaan ziet hiermee zijn CO2-uitstoot dalen met 225 ton en zijn verbruik van fossiele brandstoffen met het equivalent van ongeveer 225 ton olie per jaar. Het dak van de Paulus VI Hal is golvend, de zonnepanelen zijn vanaf de begane grond onzichtbaar. De hal uit 1969-71 is één van de jongste gebouwen van Vaticaanstad. Er worden ook concerten georganiseerd, voor maximaal 6.300 bezoekers.
Het systeem vergde een investering van 1,2 miljoen euro. Het is ontworpen en geschonken door de Duitse ondernemingen SolarWorld en SMA Solar Technology. De modules werden gemaakt in een fabriek in Freiberg (Saksen). Kardinaal Giovanni Lajolo, gouverneur van Vaticaanstad stelde een nog ambitieuzer project in het vooruitzicht, op het domein van Radio Vaticaan, ten noorden van Rome. “Daar willen we een zonne-energiecentrale van 300 hectare aanleggen.” De energieproductie daarvan ligt zes keer hoger dan wat Radio Vaticaan zelf nodig heeft. De extra energie zou dan op het Italiaanse distributienet gezet worden. Tegen 2020 wil het Vaticaan 20% van zijn energiebehoefte putten uit hernieuwbare energie. Daarmee blijft het in lijn met zijn grote buur, de EU.
Manten weet van wanten : LDD & VB

.
Figuren uit de mini & maxi Vlaamse Beweging : Reimond Tollenaere (1909 - 1942)

Tollenaere studeert van 1928 tot 1934 rechten aan de RUG. Hij is een radicaal aanhanger van politiek Groot-Nederland en verwerpt elk compromis met de Belgische staat. Als beursstudent in Duitsland in 1931 en 1932 komt hij in contact met het nationaal-socialisme en neemt hij een aantal nazileerstellingen over. Tollenaere is nog student wanneer VNV-leider Staf de Clercq hem in oktober 1933 benoemt tot propagandaleider van het VNV. Van meet af aan is het Tollenaeres bedoeling om het VNV een nationaal-socialistische en Groot-Nederlandse koers te laten varen. Hierdoor komt hij regelmatig in conflict met de gematigder strekking binnen de partij. In mei 1936 wordt hij tot volksvertegenwoordiger gekozen. Hij streeft naar een rechtse en antidemocratische beweging tegen een eventueel volksfront van socialisten en communisten.
Tollenaere wordt bij de Duitse inval gearresteerd en naar Frankrijk gedeporteerd (10 mei 1940), maar op 21 juni bevrijd. In de zomer van 1940 spreekt hij zich uit voor een onvoorwaardelijke collaboratie en een nationaal-socialistische Germaanse statenbond. Groot-Nederland zou hierin als autonome staat een plaats vinden. In mei 1941 wordt hij de eerste commandant-generaal van de Dietsche Militie/ Zwarte Brigade van de Eenheidsbeweging-VNV. In augustus 1941 behoort hij tot de eerste lichting Vlaamse vrijwilligers die naar het oostfront vertrekken. Na zijn vertrek heeft Tollenaere geen invloed meer op de politieke koers van het VNV. Bij een van de eerste acties van het Vlaamsch Legioen sneuvelt hij. Zijn dood is een zware klap voor de Clercq die Tollenaere ziet als zijn opvolger.
@ Nieuwe Encyclopedie Vlaamse Beweging
Het intieme Leven van Yves Desmet - Koen Meulenaere

In de categorie 'Zolenlikkers van Verhofstadt' heeft de commanditaire loftsocialist van De Morgen altijd een prominente plaats ingenomen, zij het in concurrentie met de marketeer van De Standaard . Acht jaar lang is de loftsocialist dé propagandist van Paars geweest. Correctie: zeven en een half jaar, want toen hij eindelijk doorkreeg dat de wind aan het draaien was, veranderde hij snel van kamp.
Begin deze zomer werd hij in een van die verschrikkelijke weekendbijlagen van zijn eigen krant geïnterviewd over zijn intieme leven. Door iemand die blijkbaar nog niet was ontslagen en die ook niet zelf was opgestapt, een zeldzaam specimen bij De Morgen van vandaag. De marketeer had het hem een paar weken eerder voorgedaan: in zijn eigen krant de lezer verblijden met zijn privéleven. Pakte uit met een verslag over zijn dieet, en meer in het bijzonder over Cathy, zijn diëtiste, die hij kennelijk graag tot wat meer zou bewegen.
De overeenkomsten tussen deze twee uitverkoren orakels van de openbare nieuwsdienst gaan ver. Alle twee mogen ze ook graag uitpakken met hun culinaire interesses, het modestokpaardje van de parvenu. De marketeer gaat met de ex-premier eten in het Brusselse patsersrestaurant Notos, en schrijft dan over beide een slijmerige hagiografie. De loftsocialist brengt in zijn krant een volle bladzijde verslag uit over zijn bezoek aan het VTM-restaurant van Claudio en Gaëlle! En hou die Italiaanse kokkin in de gaten, van wie Verhofstadt goed weet wat ze kan en wat ze niet kan. Schijnt een boek te hebben geschreven. Als de loftsocialist daar maar geen reclame voor gaat maken.
Wat lezen we nu in dat interview met Desmet? 'Als je mij vraagt welke man ik sensueel vind, dan denk ik aan Guy Verhofstadt.' Dat laat hij dus in zijn eigen blad publiceren! Politiek commentator! En dan volgt een onstuitbare vloed van gênante details over zijn erotische fantasieën. Over zijn geprefereerde onenightstand: Mireille De Gucht. Over zijn eerste erectie, wij verzinnen het niet. Over wanneer en met wie hij de eerste keer heeft gecopuleerd, uiteraard met een oudere vrouw, wat dacht u, Rob de Nijs heeft veel onheil gesticht. Over wat een getalenteerd minnaar hij sindsdien is. Over welk ondergoed hij draagt. Over welk vrouwenondergoed hem niet kan bekoren: de banale sportieve slip, waardoor het volledige vrouwelijke deel van de redactie van De Morgen meteen kan inpakken. Over zijn vorig huwelijk, je houdt het niet voor mogelijk, en over wat er zoal mis was aan zijn eerste vrouw, die zo te lezen een dorre vlakte moet zijn geweest aan wie weinig plezier te beleven viel. Over zijn scheidingsregeling, zij alles en hij alleen de boeken en de cd's, ook Bram Vermeulen had beter gezwegen. Over zijn veel betere huidige partner, ze heet Anneke (die 'eke' erachter!). Wat hij verzwijgt is dat ze van Open VLD een postje in de Hoge Raad voor Justitie heeft gekregen, zeg niet dat liberalen onder elkaar ondankbaar zijn.
Het enige waarover we niets vernemen, is over de prijs van zijn peperdure loft in Mechelen, en over de jaarrekeningen van zijn commanditaire vennootschap. Aan respect voor de privacy van Yves Desmet hoeven we ons voortaan niet meer te storen, hij heeft zelf overduidelijk aangetoond dat hij daar geen belang aan hecht. En voor de rest bewees dat interview één ding: niets zo zielig als een oude vent die nog vol is van zichzelf.
Koen Meulenaere
Joshua Bell
.
Geen commentaar.
Aster Berkhof over Willem Elsschot (aflevering 5)

Vreedzame zachtsprekende opa
‘Veel kan ik helaas niet vertellen over dat eerste interview’, bekent de sociaal geëngageerde Vlaamse schrijver en oud-docent Aster Berkhof, die in 1942 nog Lode van den Bergh heette toen hij als jong germanist Willem Elsschot opzocht. Onder de titel ‘een zakelijk onderhoud’ publiceerde hij zijn interview in het algemene weekblad Nieuw Vlaanderen.
‘Ik heb een heel goed geheugen op de korte afstand, maar een belabberd op de lange. Voortdurend hoor ik vrienden-tijdgenoten dingen vertellen waar ik niets meer van weet. Van het huis in de Lemméstraat herinner ik me dat het een degelijke bourgeoiswoning in een rij was, geen patriciërswoning; een gang, daarnaast een langwerpig vertrek, slechts aan één kant verlicht, schemerdonker dus, oude, zeker kostbare meubelen en zeer veel eveneens kostbare tapijten. Eerlijk gezegd zou ik die donkere oude kasten eruit gegooid hebben en de tapijten vond ik – jonge snaak – stoffige oude vodden.’
‘Elsschot zelf was een vreedzame, kleine gezette al oudere grootvader in een donkergrijs maatpak, met gilet en horlogeketting. Hij was vriendelijk, ik mocht hem alles vragen. Hij sprak zacht, langzaam, met nadruk soms, de ogen dan ernstig op mij gericht. Mij verraste dat grootvaderlijke, ook dat burgerlijke. Ik had vanwege zijn stijl meer stoutmoedigheid verwacht, enige rebelse originaliteit.’
‘Er was ook een tegenspraak tussen zijn schampere standpunten in zijn boeken en zijn verklaring dat zijn enige doel als schrijver was: het bouwen van klassieke zinnen in een zo volmaakt mogelijk, zuiver Nederlands. Ik had hier weer de rebel verwacht, ironische, spitse boutades over liefde of huwelijk of maatschappij. Nee, de cynische vrijbuiter wilde taal. Het stelde me teleur.’
‘Eén keer hoorde ik toch de renegaat: hij zei in verband met Lijmen iets als “Die Boorman is mijn associé geweest”. Daar bonsde mijn hart bij. Ik had hem graag gevraagd of volgens hem bedriegen dan mocht, of hij dat rechtvaardigde, maar dat durfde het kleine, nog wat bange studentje niet. Ook hier was er een raar contact tussen de duidelijke immoraliteit en de stille, beheerste burgerlijkheid.’
‘Ongeveer tien jaar later heb ik Elsschot nog eens teruggezien. Ik zat naast hem aan tafel bij een van mijn toenmalige uitgevers, Bert Pelckmans. Elsschot sprak met vuur over de nieuwe interpretatie van de liederen van Schumann die hij pas gekocht had. Toen hij hoorde dat ik een bewonderaar van die liederen was en dat ik die op de piano begeleidde voor een bevriende zanger, nam hij ons in de nachtelijke uren mee naar zijn huis – daar waren weer die tapijten – en liet ons de liederen horen. Bert Pelckmans had me in de auto toegefluisterd: “Na de liederen niet dadelijk wat tegen hem zeggen, hij zal een brok in de keel hebben.” Het was meer dan een brok in de keel: de tranen stroomden over zijn wangen. Romantisch was hij ook, de ironische, cynische, naar klassiek Nederlands verlangende, vreedzame, zacht sprekende opa. Leve Tsjip. Leve De leeuwentemmer. Leve Kaas.
Raymond
1 reactie op dit bericht
Deze tango...
Hun naam werd, zoals zoveel namen in die tijd, geschreven zoals die bediende van de "burgerlijke stand" DACHT dat het moest geschreven worden. Het werd dan "Lecuy". (fikken weet dat vanwege "aangetouwde familiebanden) {:0).