Sharia4Belgium” heeft een totaaloplossing voor alles
Door : Johan Sanctorum en Wim van Rooy
Het probleem van de islamisering mag niet van de politieke agenda
Al een paar weken circuleert er op internet een youtube-filmpje waarin een drietal baardige kerels door Mechelen wandelt en rustig uiteenzet hoe ze de Belgische Islamitische Staat gaan oprichten. We herkennen onder meer Abu Imran, alias Fouad Belkacem, het grappig mannetje-met-bril dat ook al te zien was tussen de heibelmakers op de verstoorde lezing van Benno Barnard. Een en ander situeert zich binnen het obscure sharia4Belgium, een hoofdzakelijk via het internet opererende neventak van het alom bekende Al Qaida.
De broeders op het filmpje laten hun fantasie de vrije loop. Op alle kerktorens zal de heilige zwarte vlag wapperen en onze vrouwen-in-boerka zullen doeltreffend afgeschermd zijn van onzedige blikken. Een kring van godgeleerden zal alle facetten van het maatschappelijke leven regelen, zonder gezever of inspraak. Problemen zoals BHV worden als absolute non-issues gezien: in een islamitische staat kan niemand gaan stemmen, dus is ook dat soort verwikkelingen van de baan.
Klinkt het allemaal nogal vermakelijk, het laatste is toch een doordenker. Het Belgische lijdensverhaal zal na 13 juni niet afgelopen zijn, integendeel, we beginnen terug van vooraf aan, met een grote onderhandelingsronde, nachtelijke vergaderingen en schimmige deals,- een bad waarin ook de door de peilingen voortgestuwde N-VA zich zal moeten begeven. In heel dit imbroglio wordt onze liefde voor de democratie enorm op de proef gesteld. Juridische spitstechnologen verklaren deze verkiezingen bij voorbaat ongeldig. Burgemeesters in de Vlaamse Rand kondigen een boycot aan, maar prijken tegelijk toch op een verkiesbare plaats. Wie gelooft die mensen nog? De afkeer van de politiek zal alleen maar toenemen, temeer omdat de cultureel-historische wortels die ons naar het stemhokje zouden moeten drijven (de Atheense oer-democratie, het christelijke gelijkheidsbeginsel, de individualiserende renaissancecultuur, de Verlichtingsfilosofie, de strijd om het algemeen stemrecht… ) allang uit het collectief geheugen verdwenen zijn. De modale burger verkeert dus in een toestand van de slaapwandelaar/toeschouwer, functionerend op automatismen in een louter formeel politiek schaakspel.
Traditioneel wordt aan extreem-rechts de eer toegekend om van het apolitisme, volgend uit deze democratische karikatuur, te profiteren. Mensen zouden het systeem beu worden en hun heil zien in “’extreme” oplossingen, zoals de chaotische Weimarrepubliek in de jaren ’20 van vorige eeuw het nazi-tijdperk aankondigde. Sharia4Belgium, ten onrechte geminimaliseerd als religieuze folklore, toont dat het ook anders kan. Terwijl de Vlaamse partij, die de islamisering hoog op de agenda zette, nog altijd door de media wordt gemarginaliseerd en gedemoniseerd als “racistisch”, komt het religieuze fundamentalisme van Saudi-Arabische makelij hier rustig de gebouwen opmeten (de Mechelse St. Romboutstoren kan naar verluidt vrij snel getransformeerd worden tot minaret). Want 9/11 is gepasseerd: de fase van de Boeings die zich in torengebouwen boren is voorbij, nu wordt de infrastructuur geïnspecteerd op haar toegevoegde waarde in het islamiseringsproces.
Uiteraard is het architecturale aspect maar bijzaak,- de islam is trouwens niet geïnteresseerd in architectuur op zich, dat is een Westers-decadent verschijnsel. Men mikt ook niet alleen meer op de pure jihad, de heilige oorlog, de zichtbare grote clash der beschavingen. Veeleer speculeren de mannen van de sharia – en dat was in het filmpje eigenlijk vrij duidelijk – op de toenemende desintegratie van onze cultuur en het algemene gevoel van verlatenheid dat de publieke opinie kenmerkt. In één moeite schaft Sharia4Belgium de democratie, de vrijemeningsuiting en de lekenstaat af. De media geven geen krimp.
De echte inzet is ons spiritueel erfgoed
Dit maar om te zeggen dat we ons eens te meer, dankzij de massamedia en de politieke bewustzijnsvernauwing, op de voorgrond aan het verkijken zijn. Er is iets anders aan de gang, namelijk het ontbindingsproces van een door de multicultuur verzwakte samenleving. De persconferentie van Sharia4Belgium in het Borgerhoutse “ontmoetingshuis” De Shelter was er een treffende illustratie van. De plannen om op Ground Zero, in naam van de breeddenkendheid, een moskee (!) op te richten, is zo mogelijk nog frappanter: de aantasting van ons eigen waardenbesef is volop aan de gang.
Ondertussen blijkt, volgens een recent gerechtelijk communiqué, België dé draaischijf te zijn van het internationale terrorisme, met de locale criminele netwerken als doorgeefluik en de moskeeën als meeting points. Dat is geen fantaisistische complottheorie, de staatsveiligheid zelf komt er mee naar buiten. De link tussen moslimfundamentalisme, terrorisme, criminaliteit en een grote subcultuur van niet-integreerbare migranten is dus reëel, we hoeven ze niet uit te vinden. Maar de islamisering is géén verkiezingsthema. Màg het niet zijn. In de eerste plaats omdat het de politiek-correcte consensus zou verstoren. En anderzijds, fundamenteler nog, omdat het thema onrechtstreeks verwijst naar het mentale bankroet van de politieke klasse zelf, terend op publieke onmondigheid en apathie.
De multiculturele doctrine is daarin decennia lang het sluipend gif geweest. Het spiritueel erfgoed dat we gedurende millenia hebben opgebouwd, wordt probleemloos te grabbel gegooid. In de eerste plaats het kritisch bewustzijn van de mondige enkeling die we al bij Protagoras en Socrates aantreffen, en zich steeds weer heeft gereïncarneerd en verrijkt via het humanisme, de Verlichtingsfilosofie, Camus, Popper, Sloterdijk, de hedendaagse anti-establishmentstromingen, de burgerjournalistiek. De vervlakking van het maatschappelijke debat en de verkleutering van de media, de neiging ook om tegenstellingen te verbloemen, spelen dus objectief in de kaart van de mannen-met-ringbaarden. Zij zetten in op verrotting en apathie. Eens komt het grote walggevoel toch, en zal de roep om een sterke morele en politieke autoriteit elk kleindemocratisch geneuzel wegblazen.
Politiek en mediagewijs is het dus een blunder van formaat om de islamisering van de agenda af te voeren, omwille van Woestijnvisverkiezingen en het bijbehorende peilingencircus (in de Standaard-Stemtest komt bv. geen enkele verwijzing naar de islamisering of het moslimfundamentalisme voor…). Sinds de moord op Theo van Gogh weten we dat spreken schadelijk kan zijn, maar dat zwijgen zelfmoord betekent en de sprekers nog kwetsbaarder maakt. De provocatie van Sharia4Belgium moet dus wel degelijk beantwoord worden. Een confederaal België of een onafhankelijk Vlaanderen,- ons interesseert ondertussen vooral wat de visie is van de partijen op die baardige mannen met hun ambitieuze religieuze kolonisatieprojecten die onze eigen cultuurwaarden definitief willen ontmantelen. En daaraan gekoppeld: hoe die politici het toenemende cultuurvacuüm denken te counteren op pedagogisch vlak, in het onderwijs, de media, het socio-culturele circuit.
Voor ons, verontruste intellectuelen, is de boodschap duidelijk. De politiek moet eindelijk het probleem onder ogen durven zien. Maar de impact van de baardige mannen reikt maar zover als onze eigen zwakte. Het onderwijs moet zich dringend opnieuw gaan toespitsen op “Bildung”, doorleefde en actieve kennis, en niet alleen op vaardigheden of passief-geassimileerde eindtermen. Deze culturele heralfabetisering moet mentale weerbaarheid opleveren, kritische intelligentie, die het sharia-verhaal als tegenstrijdig met onze grondwaarden ontmaskert.
Het is niet nodig om Filip De Winter een profeet te noemen, zoals dat onlangs in het vuur van de discussie gebeurde. Toch moet een partij, die de islamisering van Europa als kernthema op de agenda heeft gezet, volwaardig aan de maatschappelijke discussie kunnen deelnemen. Politiek moet ook gaan over langetermijnbewegingen en socioculturele processen, niet alleen over witte konijnen, TV-hypes en oneliners. De euforie rond de Slimste Mens huist maar een boogscheut ver van de dictatuur van Mohammed. Iets om over na te denken in het stemhokje.
Guido Celen, voorzitter Pro Flandria
Guido Naets, Europees publicist
Johan Sanctorum, Res Publica
Jan van Malderen, Pro Flandria
Erwin Vanmol, cartoonist
Wim van Rooy, publicist
res publica
6 reacties op dit bericht
Dit is een hyperkink.
Toen ik het hoorde, viel ik in katzwijm,en ik droomde van...
Zoals in alle sprookjes is dit weer al heel lang geleden toen God nog kon spreken. Niemand zou ooit van dit landje gehoord hebben, was er niet dat eigenaardige kereltje geweest waarover dit sprookje vertelt.
Het mannetje woonde in een eenvoudig klokhuisje. Op het eerste gezicht leek hij een heel normale mens te zijn maar hij kon zo van die speciale windjes laten, geen vieze winden zoals die van de boeren, maar hele lichte die op de koop toe nog naar appelbloesem roken. De mensen hadden hem dan ook al gauw de bijnaam 'het windemannetje' gegeven. Vooral de kinderen speelden graag in zijn buurt want als hij er eentje liet vliegen, voelden zij zich zo bedwelmend gelukkig en zagen overal regenboogkleuren. De winden van het windemannetje waren zo licht, dat zijn ganse klokhuisje aan het zweven ging als hij een tijdje binnen zat. Dan zette hij het raam op een kiertje en daalde het huisje weer zachtjes op de begane grond. In het begin konden de mensen hierom lachen maar toen hij het gemeentehuis, de zustersschool en de kruidenierswinkel de lucht had laten ingaan, werden ze het een beetje beu want ze dachten er niet altijd aan, dat ze aan het zweven waren en toen ze naar buiten wilden, trokken ze de deur wagenwijd open en stortte het ganse gebouw met donderend geraas tegen de vlakte.
Bij de keizer kwamen er alsmaar meer klachten binnen en hij stuurde een paar gendarmen naar het windemannetje met de opdracht hem te doen ophouden. Daar aangekomen klopten de wetsdienaren aan, verontschuldigden zich en draaiden een grote kurk in het mannetje zijn achterwerk.
Twee weken verstreken zonder één incident. Maar de zondag van de derde week, toen het mannetje inkopen ging doen op de markt, ontstond er zo'n grote druk in zijn buik, dat de stop er met een dubbele knal uitschoot. Iedereen keek verschrikt op maar enkele ogenblikken later lag het ganse marktplein bezaaid met marktkramers en boodschappendoeners die op de grond rolden van puur genot. Ze voelden zich allemaal zo gelukkig als God in Mesopotamië, want in die tijd woonde God nog niet in Frankrijk. Toen de keizer dit ter ore kwam, werd hij heel bezorgd en liet onmiddellijk al zijn ministers naar de vergaderzaal komen. "Mijne heren, dat veelbesproken mannetje moet uit de gemeenschap verwijderd worden," sprak de keizer. "Als al onze landgenoten regelmatig op de grond liggen te dromen, dan schuilt daar een groot gevaar in. Wat er op de markt gebeurd is was gelukkig op een zondag. Stelt U zich voor dat dit op een werkdag zou gebeuren, dan betekent dit een catastrofe voor onze economie."
Al de ministers deden alsof ze de keizer begrepen hadden en gaven hem groot gelijk. Nu was de vraag: hoe raken we van de rustverstoorder af? Hem in de gevangenis werpen was geen oplossing want die zou dezelfde dag nog aan diggelen vallen. Zijn hoofd afhakken mocht ook niet want hij was geen moordenaar.
Een jonge minister stak de hand op en stelde voor: "We kunnen hem even buiten de stad aan een boom binden, daar kan hij winden laten zoveel hij wil, niemand zal er door gehinderd worden." Dit vond de keizer een prachtig idee en de minister mocht als beloning op vervroegd pensioen gaan want de keizer had niet zo graag dat iemand anders slimmer was dan hij.
Nu werd een gans peloton soldaten en een deurwaarder naar het windemannetje gestuurd. De deurwaarder stapte zonder kloppen binnen en sprak met administratieve stem: "Wilt U hier Uw naam zetten?" Omdat de deurwaarder zo onbeleefd was, draaide het mannetje zijn naam opzettelijk achterstevoren en schreef "Torp".
De soldaten omsingelden hem en stapten in gestrekte draf het huis uit. Na een lange marsch kwamen ze aan in een klein bos dat als een eilandje tussen de groene weilanden lag. De soldaten zochten de grootste boom uit en de eer kwam toe aan een reusachtige beuk die met zijn enorme kruin het ganse bosje domineerde. De gevangene werd vastgebonden. Er waren twee marinesoldaten meegekomen om de knopen te leggen. Een ganse mand appels werd in zijn bereik gezet, want hij mocht niet van de honger omkomen.
De soldaten maakten rechtsomkeer en verdwenen een tijdje later achter de heuvels. Het mannetje vond dit alles een misplaatste grap en protesteerde met een dreunende wind. De beuk begreep niet goed wat hem overkwam maar hij werd plots onwel en verloor al zijn bladeren. Het was een ware stortvloed. Het arme windemannetje stak tot onder zijn neus onder de beukenbladeren. Toen de beuk besefte dat hij daar nu helemaal naakt stond werd hij zo rood als een beuk. Een oude knotwilg, die al zijn ganse leven in de schaduw van de reus stond, lachte nu heimelijk in zijn knot.
Toen de beuk dit zag werd hij woedend en begon al de andere bomen uit te schelden. Vanuit zijn kale kruin riep hij de herfst. Met slaperige ogen kwam de herfst aangesloft. "Wat gebeurt er?" vroeg ze "Is het al herfst?" - "Kijk wat je gedaan hebt!" bulderde de boom, "het is allemaal jouw schuld!" - "Maar dat heb ik niet gedaan," stamelde de herfst. "Wie doet er hier de bladeren vallen, de zomer zeker?!" snauwde de beuk. "Nee, zoiets doet de zomer niet," gaf de herfst toe, "maar ik ben het ook niet geweest." - "Verdwijn uit mijn ogen!" barstte de boom uit, "je bent oerdom en op de koop toe nog een leugenaar ook!" De herfst droop nee-schuddend af en dronk zich van pure miserie een stuk in haar jaargetij. "Ik ben onschuldig," snikte ze en viel als een blok in slaap. Nu sliep de herfst maanden en maanden. De zomer was al lang voorbij en de winter had reeds zijn vriezemannetjes uitgestuurd. Die keken nogal verwonderd op toen ze zagen dat alle blaadjes nog aan de boom hingen en overal bengelden nog sappige vruchten aan de takken. "Wat krijgen we nu?" vroegen de vriezemannetjes zich af. "De herfst heeft zich zeker overslapen." Maar het was toch te laat om haar te gaan wekken want het was nu volop winter geworden en zij moesten ook klaar zijn met hun werk tegen de tijd dat de lente kwam.
Op één nacht was het ganse landschap omgetoverd in één grote slagroomtaart en als de zon opkwam begon alles te schitteren als diamant. Toen de winter dit zag was hij zeer tevreden van zijn vriezemannetjes en ze mochten allemaal voor een week naar Zwitserland.
Nu was het zo, dat er voor elk land een andere lente, zomer, herfst en winter was. En daar hadden de herfsten wel degelijk hun taak vervuld. Er heerste overal hongersnood nu het winter was geworden.
Toen de keizers van de naburige landen te weten kwamen dat er in Appelflapland nog fruit genoeg was, stuurden zij kooplieden uit om daar appels te gaan kopen. De appelflaplanders plukten en verkochten duizenden kilo's appels. Zo hard hadden ze nog nooit gewerkt en zoveel belastingen hadden ze nog nooit betaald. De schatkist raakte zo vol, dat er een tweede moest bijgemaakt worden. De keizer was nu zo verschrikkelijk rijk geworden, dat hij eraan dacht om een groot feest te geven in het paleis en al zijn landgenoten uit te nodigen.
Maar hij vroeg zich toch af aan wie ze deze vruchtbare winter te danken hadden. Hij zond zijn ganse opsporingsbrigade het land in om de weldoener op te sporen want die mocht in geen geval op het feest ontbreken. Een herder die toevallig langs de beuk voorbijkwam, had het windemannetje zien staan en vroeg hem waarom hij daar vastgebonden was. Het windemannetje vertelde hem het ganse verhaal van de deurwaarder, van de ruzie tussen de beuk en de herfst en van de vriezemannetjes. "Maar dan ben jij het, naar wie iedereen zoekt!" riep de schaapherder. "Kom, ik maak je los en breng je dadelijk naar de keizer."
Met open armen werden ze ontvangen in het paleis en het grote feest kon beginnen. De vrouwen van de vooraanstaanden werkten met hun ellebogen om zo dicht mogelijk bij de beroemde held te zitten en de prinsesjes keken hem met verliefde blikken aan. De boeren dansten de polka met de vrouwen van de ministers en de ministers op hun beurt walsten met de boerinnen. De ganse nacht werd er gesmuld en gedronken; een ware braspartij was het en niemand merkte, dat het ganse paleis heel hoog tussen de wolken hing.
* * * EINDE * * *
Dienaar
jammer
"Opgeruimd...