Via een bevriende locatie
De krachtlijnen van het “Eindrapport van de Interculturele Dialoog” zijn ondertussen gekend: België moet een passieve, diffusionistische samenleving worden, niet gebaseerd op een solide identiteit en inburgeringscriteria, maar veeleer op een assimilatie door de autochtone bevolking van allochtone cultuur- en waardenpatronen. Dat zegt Marie-Claire Foblets, de co-voorzitster van het Verslagcomité, met zoveel woorden: onze eigen normen en waarden, alles wat de Grieks-Romeinse beschaving, het Christendom, het humanisme en de Verlichting hebben voortgebracht, doen eigenlijk niet meer terzake. De begrippen “tolerantie” en “democratisch pluralisme”, juist voortkomend uit deze traditie, worden zo verruimd en vervaagd, dat we ons alleen nog als een spons kunnen gedragen tegenover externe normen en waarden.
Maar dat is niet alles. Bij lezing valt onmiddellijk op dat het pakket van interculturele aanbevelingen op maat lijkt gemaakt van de moslim-allochtonen in België. Men zegt dat niet met zoveel woorden, maar daar komt het op neer: het invoeren van o.m. Arabisch en Turks als tweede of derde taal, het afschaffen van de neutraliteit van openbare diensten (waar het toch vooral om de hoofddoek gaat, ik zie voorlopig geen hindoe-ambtenaren de dracht van de tulband eisen), het opgeven van het principe van de seculiere rechtstaat (om sharia-rechtbanken te kunnen invoeren, zoals in Engeland), het verwijderen van openbare opschriften zoals straatnamen, maar ook het verbieden van boeken, kunstwerken enz. die als “beledigend” zouden kunnen ervaren worden (lees: beledigend voor moslims, want het protest komt altijd van die kant), het afschaffen van Christelijk-getinte feestdagen (waar weerom alleen moslim-allochtonen vragende partij zijn), en het herzien van allerlei empathisch-humane waarden rond emancipatie en dierenwelzijn (om bv. het onverdoofd ritueel slachten te kunnen toelaten). Het lijkt wel een verlanglijstje van de moslim-executieve.
Overschouwt men het namenlijstje van de auteurs en medewerkers, dan wordt ons vermoeden alleen maar bevestigd: dit is bijlange geen genuanceerde en evenwichtige reflectie over de voor- en de nadelen van het multicultureel model. Veeleer is het een geloofbelijdenis, een manifest, hier en daar zelfs pamflettair verwoord, van klassieke believers, zoals KUL-onderzoekster Nadia Fadil, bekend van haar strijdkreet “Fuck Flanders!”, waarmee deze dame haar minachting uitdrukt voor de Vlaamse gemeenschap die haar riante job financiert.
Het is duidelijk dat de samenstellers a priori geen rekening wensten te houden met een fundamentele grondstroom én intellectuele trend in Vlaanderen die zich niet langer wil neerleggen bij het multiculturele dogma van links, stammend uit de jaren ’70 van vorige eeuw. Ik denk dan bv. aan spraakmakende, goed onderbouwde publicaties zoals “De malaise van de multiculturaliteit” van Wim Van Rooy (2008, Leuven, Uitg. Acco).
Publicaties die de paradox van de tolerantie ten gronde uitpluizen: kan/mag een democratie zo tolerant zijn, dat ze een totalitaire theocratie gedoogt die de Jihad predikt en de wereldheerschappij ambieert? Met die fundamentele kwestie schijnt het comité zich niet te willen inlaten. Net door dat negationisme kijkt men ook zedig weg van de acute conflicten tussen onze westerse waarden en deze geïmporteerde culturen, zie bv. de homohaat en de middeleeuwse opvatting over de sociale positie van de vrouw, weeral bij diezelfde islam.
Een zeer gekleurde bril dus. Dat doet ons gissen naar de verborgen agenda’s achter het document dat, laten we het niet vergeten, in 2008 door de federale regering Leterme werd besteld, en vooral een persoonlijke dada is van Minister van Gelijke Kansen Joëlle Milquet (CDH), alom bekend als de rabiaat-francofone Madame Non. Ze presenteerde het werkstuk in de opvallende aanwezigheid van Prins Filip, de man die naar eigen zeggen orde op Belgische zaken zal stellen eens hij de troon bestijgt.
“Dit is zonder meer het discours van Joëlle Milquet: de zoveelste wanhoopspoging om de Belgische constructie te her-legitimeren, vanuit een oud multiculverhaal.”
Deze setting is veelbetekenend. Het ziet het er naar uit dat ook dit document het Europees-georiënteerde identiteitsdenken, dat vooral langs Vlaamse kant veld wint, de kop wil indrukken. Mevrouw Foblets en haar gezellen zijn wat dat betreft zeer expliciet:
“De handige figuur van de zondebok biedt een makkelijke verklaring en het meest geviseerde mikpunt zijn de nieuwe culturele, etnische en/of religieuze minderheden.
Dat is des te zorgwekkender omdat het blijft duren. Een samenleving die ten prooi is gevallen aan angst, vertoont de gevaarlijke neiging om op zichzelf terug te plooien. Wat meteen de vrees meebrengt voor wat daaruit voortvloeit: de angst om z’n identiteit te verliezen.”
Deze bijzonder raadselachtige formulering bestempelt het identiteitsdebat, rond de rechtmatige vraag wie wij, Vlamingen, Europeanen, nu eigenlijk zijn en waar we vandaan komen, opnieuw als irrelevant en zelfs gevaarlijk. Allochtonen moeten alle kansen krijgen om hun eigen cultuur te handhaven en uit te bouwen, maar autochtonen die met hun collectieve identiteit begaan zijn, gedragen zich “angstig”, “plooien zich terug op zichzelf”, enz. Het nadenken over Europese normen en waarden die ons kunnen binden, is dus “een gevaarlijke neiging” en wordt zonder meer gelijk gesteld met zondebokdenken. Tja.
Deze dubbele moraal hangt over heel het document. Ik lees dan ook vooral een angst bij de opdrachtgevers en de samenstellers van het eindverslag zelf: een angst voor het spook van het separatisme en het einde van België. De Interculturele Dialoog is een neo-unitaristisch protocol, tegen de ambities van de Vlaamse republiek gericht, waar inburgering wél een eis zou zijn ta.v. nieuwkomers, en waar identiteit wél een grondwettelijk gegeven zou zijn.
Andermaal lijkt het Vlaamse autonomisme niet compatibel met de non-identitaire Belgische mythe. Dit is zonder meer het discours van Joëlle Milquet: de zoveelste wanhoopspoging om de Belgische constructie te her-legitimeren, vanuit een oud multiculverhaal (“België als kosmopolitisch lappendeken van talen en culturen”) dat zelfs op Europees niveau door toppolitici zoals Angela Merkel naar het rijk der fabelen is verwezen. Maar in België kan het sprookje blijkbaar nog dienen. Het opbod tussen PS en CDH om zoveel mogelijke “nieuwe Belgen” in hun electorale vijver te krijgen, heeft het asiel- en migratiebeleid compleet doen ontsporen, maar dat mag de pret niet drukken. De onderliggende verdunningsstrategie rekent erop dat een complete “allochtonisering” van België de oude communautaire splijtzwam zal smoren, en dat het Europese identiteitsdenken, dat vooral in Vlaanderen opgang maakt, zonder voorwerp zal worden, of hooguit een minderheidsdiscours. Probleemloos worden daarbij kernverworvenheden van die Europese traditie, zoals de seculiere rechtstaat, op de helling gezet. Demografisch stevenen we dan recht op een islamitische leidcultuur af, dominant aanwezig in het straatbeeld en institutioneel verankerd. Als het dat is wat Franstalig België wil, dan doen ze maar. Als dat de verborgen agenda is van gelijke-kansen-minister Milquet, het zij zo. De meerderheid van de Vlamingen wil dat beslist niet, zoveel is zeker. Een reden te meer om van de Ordelijke Opdeling werk te maken, voor we echt in wanorde eindigen. Voorstellen voor nieuwe, niet-religieuze feestdagen te over: de Internationale Vrouwendag, de Internationale Dag tegen het Racisme, de Werelddag van de Culturele Diversiteit, het kan niet op. Over 11 juli als mogelijke feestdag van de Vlaamse gemeenschap rept het comité evenwel met geen woord.
Fuck Flanders, zullen ze gedacht hebben. Wij denken er het onze over.
Bruno Valkeniers
1 reactie op dit bericht
Ware het niet...
Probleem van "zaging & gekwebbel" ? Geen nood: selectief luisteren )-> ènkel horen wat men WIL horen.