Wurlitzerdromen


Goedemorgen lieve mensen in Vlaanderland en in de wijde internetwereld,
Richard Wayne Penniman werd geboren als derde kind uit een gezin van zestien op 5 december 1932 in Macon, Georgia. Vanaf 1945 stond hij als jonge tiener al op de scène en vanaf 1951 begon hij gospelgeïnspireerde plaatjes op te nemen die onopgemerkt bleven. Zijn succes begon toen hij in 1955 overschakelde op zijn eigen versie van rock ’n roll, met een variatie van ritmes, geluiden, kreten en kreunen gesteund door boogiewoogie en rhythm ’n blues muziek. Klinkt eerder afschuwelijk, nietwaar?
En toch was Little Richard de inspiratiebron van bekende zangers zoals James Brown, Elvis Presley, Otis Redding, Bob Dylan, Michael Jackson enz. Zijn Tutti Frutti, Long Tall Sally, Lucille en Good Golly Miss Molly waren allemaal goed voor een gouden plaat en hij drukte een stempel op de rock ’n roll door zijn opzwepende optredens en eigen(aardige) interpretatie. Men noemde hem de man die de rock ’n roll emancipeerde… Ik heb er geen idee van wat we ons daarbij moeten voorstellen.
Op het toppunt van zijn succes stopte Little Richard in 1957 abrupt met rock ’n roll en bekeerde zich tot het christendom. Hij trok zich helemaal terug, volgde godsdienstlessen en meende zijn roeping als predikant en zendeling te moeten volgen. Hij verklaarde dat de rock ’n roll, met zijn obscene en sexueel geladen teksten, inging tegen de wil van God en hij zou vervolgens nog slechts gospelliedjes zingen en opnemen. Tijdens die periode ontmoette hij tijdens een evangelisch congres Ernestine Campbell, huwde haar in 1959 en liet zich twee jaar later al van haar scheiden.
Terwijl in het begin van de zestiger jaren de verkoop van rock ’n rollplaatjes in de VSA het slop zat, piekte de verkoop van zijn plaatjes in Groot-Brittanië. Hij werd er uitgenodigd voor verschillende optredens met de Beatles in het voorprogramma. Toen hij daar zijn gospelliedjes wou brengen, moest hij noodgedwongen toegeven aan de druk van het publiek dat een ticket gekocht had voor een rockconcert. En waar hij ook kwam, was hij goed voor uitverkochte zalen met een uitzinnig enthousiast publiek. De concertenreeks werd beëindigd met een televisieshow: de fans reageerden met meer dan 60.000 brieven. En die show ging de wereld rond.
Little Richard nam weer seculiere plaatjes op en begon zwaar te drinken. Hij verklaarde dat hij méér succes zou kunnen gehad hebben ware het niet dat zuiderse predikanten de R & B-radiozenders onder druk zetten om zijn populaire muziek niet te draaien. En bovendien werd hij ook geboycot door zwarte platenruiters aan de Westkust, vooral in de streek rond Los Angeles, die hem op hun zwarte lijst zetten omdat zijn optredens zowel door blanken als zwarten bezocht werden. Toen de Black Power-beweging in de late zestiger jaren opkwam, werd hij uitgenodigd op te treden voor een uitsluitend zwart publiek. En hij weigerde want hij wou niemand uitsluiten.
Tijdens de volgende jaren bleef hij populair, een orgie- en partijbeest en gewillig gebruiker van allerlei drugs. Na enkele wilde jaren keerde hij terug naar zijn predikantenmissie. Maar de muziek zou nooit ver weg zijn. Optredens, opnames, films en televisie kwamen regelmatig aan bod. En hij nam zijn roeping absoluut ernstig: zo zegende hij huwelijken in van o.a. Bruce Willis en Demi Moore, van Bruce Springsteen en zelfs van 20 trouwlustige koppels tegelijkertijd.
Toen hij de status van “Salonfähigkeit” bereikt had, werd hij zelfs uitgenodigd voor een viering van de nationale feestdag op het Witte Huis, stond bij diverse grote festiviteiten op de affiche en hielp waar hij kon om de kas van liefdadigheidsverenigingen te spijzen. Hij heeft vrede gesloten met God, met zijn muziek, met zichzelf: “Alhoewel ik rock ’n roll zing, houdt God van mij. Ik ben een rock ’n rollzanger, maar ik ben ook een christen.”
Hier volgt één van de bekendste nummers van Little Richard: Lucille
Kusje van Lolita











