Wurlitzerdromen


Goede morgen lieve dromertjes,
Zijn we dat geworden? Zijn we zodanig aan het afstand nemen van de fata morgana van de multiculturele werkelijkheid dat we ons mentaal terugtrekken in herinneringen en dromen? Gedeeltelijk wel – al was het maar uit geestelijk zelfbehoud. Als ik door de straten loop, dan heb ik dikwijls de indruk dat ik enkele eeuwen geslapen heb en wakker geworden ben in een griezelfilm.
Ik ga vandaag even wat verder terug in de tijd dan verleden vrijdag. De zangeres van vandaag, Lucienne Henriette Delache, werd geboren op 16 april 1913 in Parijs en overleed, veel te jong, op 48jarige leeftijd op 10 april 1962. Van opleiding was zij apothekeres en ze zong slechts in haar vrije tijd, gewoon voor haar plezier. Toch zou ze onder de artiestennaam “Lucienne Delyle” de populairste Franse zangeres van de vijftiger jaren worden.
Jacques Canetti, artistiek directeur van Radio Cité, ontdekte haar in 1939 tijdens een zangwedstrijd voor de radio en nam haar onmiddellijk onder contract. Een jaar later trouwde ze met Aimé Barelli (1917-1995), een jazztrompettist en schrijver van arrangementen, die haar carrière zou begeleiden. Ze hadden samen een dochter. Ze nam vanaf 1939 regelmatig plaatjes op maar pas in 1942 had ze haar grootste succes met “Mon amant de Saint-Jean”. In 1953 stond ze samen met de jonge Gilbert Bécaud op de planken bij de heropening van de Olympia. Tevens speelde ze in enkele filmen. Tegen het einde van de vijftiger jaren ging het snel bergafwaarts met haar gezondheid: ze leed aan leukemie en haar laatste concerten dateerden van 1960. Twee jaar later overleed ze in Monaco.
Zoveel mooie liedjes heeft ze gezongen: Un ange comme ça, Domino, Mon coeur est un violon, Judas, Le Rififi, Paname, Tu n’as pas très bon caractère, On n’as pas tous les jours vingt ans, Parlez moi d’amour, J’attendrai…
Graag applaus voor Lucienne Delyle met “Je suis seule ce soir”
Tot volgende week.
Kusje van Lolita






