Het werd die zaterdag 17 februari in 1934 een dramatische dag hoewel het gebeuren pas een dag later, op zondag 18 februari, bekend werd: koning Albert I verongelukte op 17 februari, toen hij in Marche-les-Dames zijn geliefkoosde sport, alpinisme, beoefende. Er gebeurde in de geschiedenis meer op 17 februari.
In 1817 werd de kleinzoon van koning Willem I in Brussel geboren. Het kind groeide op in Tervuren. Na de dood van zijn vader, Guillaume of Willem II, werd hij zelf koning van Nederland als Willem III, beter bekend als ‘koning Gorilla’ de meest gehate vorst die het land ooit kende.
Andere geboorten:
In 1909 wordt wielrenner Jef ‘Poeske’ Scherens geboren.
In 1949 geboorte van Peter Piot, aidspecialist die sinds kort aan het hoofd staat van de Koning Boudewijnstichting.
In 1935 werd Mik Babylon, een Roeselaarse politicus voor de Volksunie geboren. Mik Babylon stierf in 2006, hij werd 71.
Bij de sterfgevallen noteren we:
In 1851 de Gentse burgemeester Jean-Baptiste Minne-Barth, een overtuigde orangist.
In 1854 overleed de bedenker van de moderne statistieken, Adolphe Lambert Quettelet, ook de man die de nog steeds gebruikte BMI body mass index bedacht, de index waarmee gewichtsproblemen worden gemeten.
Op 17 februari 1998 overlijdt bokser Cyrille Dalaunoit.
In 1995 breekt het politiek Agusta-schandaal los, rond de betaling van steekpenningen bij de aankoop van helikopters.
Maar eerst het dramatische overlijden van een vorst, verhaal dat aanleiding gaf aan heel wat onopgeloste geruchten en vragen.
Waar is de koning?
Op zaterdagavond 17 februari 1934 gaat wielerkampioen Poeske Scherens op de Brusselse wielerpiste een demonstratie rijden. Koning Albert, een bewonderaar van Jef Scherens wordt er om 18 uur verwacht. Maar de loge, die voorbehouden is aan de vorst, blijft die avond leeg.
Zaterdagochtend heeft Albert nog een audiëntie met de directeur van de buurtspoorwegen. Volgens het relaas van zijn oppasser, kamerheer Théophile Van Dycke, verlaten ze het Paleis en rijden ze naar Laken waar de Koning beslist een namiddag te gaan klimmen in Marche-les-Dames. Die uitstap stond niet op het officiële programma. Omdat er niermand beschikbaar was om de vorst te vergezellen moet de uit Assebroek afkomstige kamerheer Van Dycke mee. De Koning neemt zelf het stuur in handen, Van Dycke kan niet rijden. Eigenlijk is dat tegen de regels want wie kan de wagen besturen indien er met de Koning iets gebeurt ?
Voor de rit naar Marche-les-Dames neemt Albert een splinternieuwe wagen, een Ford mee. Die moet nog worden ‘ingereden’ zoals dat destijds werd voorgeschreven. De snelheid diende beperkt te blijven. Er was toen geen autoweg richting Namen, men moest door alle dorpjes rijden. Ter plaatse werd de wagen geparkeerd. Eerst ging de koning wat oefenen en daarna beklom hij de berg. Théophile Van Dycke zou de koning rond vijf uur komen ophalen. Van Dycke bleef op de afgesproken tijd tevergeefs op zijn baas wachten. Pas een uur later gaat hij zoeken. En hulp halen in het nabijgelegen hotel. Van Dycke belt naar het paleis in Laken en daar wordt dan, volgens de officiële verslagen, meteen een hulpactie ingezet
De avond van 17 februari 1934 valt en er worden twee wagens uit de garage gehaald om naar Marche-les-Dames te vertrekken. Een van de inzittenden is kolonel-geneesheer Pierre Nolf.
Nolf is de arts die aan het IJzerfront koningin Elizabeth had geholpen in het door haar geleide soldatenhospitaal. Later werd hij ook nog minister van Kunsten en Wetenschappen en werd in 1940 genomineerd voor een Nobelprijs. Pierre Nolf was ook bekend van de zogeheten ‘Nolf-wet’ rond de vernederlandsing van de Gentse Universiteit, project dat door de Vlamingen werd afgewezen. De in Ieper geboren Pierre Nolf stond ook bekend als een van de intieme vrienden van koningin Elizabeth, de echtgenote van de verdwenen koning.
Dokter Nolf is een van de aanwezigen die avond in Marche-les-Dames waar gezocht wordt naar Albert. Er komen rijkswachters en houthakkers uit de buurt en een hele groep officieren die het terrein afzoeken. Pas laat, na middernacht, wordt ‘toevallig’ het stoffelijk overschot van Albert I gevonden. Zonder een onderzoek ter plaatse af te wachten wordt het lijk in een gewone auto naar Bussel teruggebracht. Het onderzoek?
Nog voor de uitvaart van Albert voorbij is, gonst het al van geruchten. Koningin Elisabeth was zelf niet aanwezig op de begrafenis. Dat zij noch haar echtgenoot vies waren geweest van amoureuze ontmoetingen versterkten de geruchten. De val van de koning-bergbeklimmer van 17 februari 1934 zal nog lang blijven nazinderen.
Was hier moord in het spel geweest? Moord gepleegd door een bedrogen echtgenoot? Moord door een jaloerse minnaar of minnares? Was de Franse geheime dienst in het spel? Albert had zich al enige tijd uitgelaten tegen de Franse acties tegen Duitsland. Was het de Britse geheime dienst geweest die Albert wilde verhinderen contact te onderhouden met Engelse fascisten die de kop opstaken. Waren het de Duitsers geweest? Over de Rijn was Hitler pas aan de macht!
Niemand heeft een antwoord kunnen vinden op een van deze vragen. Maar wat zeker is, is dat het onderzoek naar de dood door de Belgische justitie op een knullige wijze gebeurde. Verschillende onvolledige of tegenstrijdige verklaringen van onderzoekers werden nooit tegen elkaar gelegd. Een recente publicatie van journalist Jacques Noterman gepubliceerd onder de titel ‘De val van Albert I’ (uitgeverij Van Halewyck – Leuven) bezorgt de lezer uren spannende lectuur over dit onopgeloste drama, de dood van Albert.
www.6minutes.be