Zandvliet, Berendrecht, Lillo, Wilmarsdonk waren de polderdorpen ten noorden van Antwerpen tot tegen de Nederlandse grens, die van in de jaren '50 en '60 van vorige eeuw aangehecht werden en onteigend in verband met de havenuitbreiding. Daar zijn drama's gebeurd, mensenlevens verwoest, maar de economische vooruitgang kent geen medelijden. Om die reden kan Antwerpen beweren een grensgemeente te zijn. Het district Bezali (Berendrecht, Zandvliet en Lillo) dat in de prachtige televisiereeks "Terug naar Oosterdonk" waarheidsgetrouw tot leven kwam, heet aan de overkant Woensdrecht, Putte, enz. Men kan nu ook de bezitters van de pronkerigste Feestzaal der Lage Landen betitelen als "de boerkes van 't stad", wat ze beslist grag zullen horen.
Een veeteelt- en landbouwverhaal, weggeplukt met dank aan het onvolprezen "Nieuwsblad".
ZANDVLIET - Schaapherder Ludo Van Alphen heeft zijn krulletjes gemeen met de dieren die hij liefdevol grootbrengt. Hij is hun leider: de schapen weten dat hij voor hen lekker eten zoekt. Zijn bord wordt helaas kleiner, want de vzw Natuurpunt neemt het beheer over van 42 hectare groen havengebied. Maaimachines vervangen er de grazende schapen.
Hij kan er 's nachts niet van slapen. Elke dag moet Ludo Van Alphen (52) honderden magen voeden. Ze kennen zijn stap en als ze zijn krullenbol aan de staldeuren zien, is het meteen een geblèr van jewelste. Zevenhonderd schapen en zo'n veertig koeien heeft Ludo. Hij brengt de beesten op een ecologische manier groot en verkoopt hun vlees.
'Ik werk hier zonder sproeistoffen, pesticiden, kunstmest of sojaproducten. Voor de teelt van soja kappen ze massaal bomen, wat schadelijk is voor het milieu. Wij zaaien voor de wintermaanden gras en klaver, in dat laatste zit ook veel eiwit. Klaver is trouwens goed voor de bodemstructuur: de diepe wortels draineren en dooraderen de grond zodat de bodem zuurstofrijk wordt', vertelt Ludo.
'Schapen fokken is in feite verlieslatend. Je hebt maar één of twee lammeren per jaar. Terwijl een varken meerdere worpen heeft, vaak met een nest tot twaalf biggen. Het is spijtig dat iemand die landbouw en natuur verenigt en zijn nek durft uitsteken, nu het deksel op de neus krijgt. De overheid wil een gezonde, biologische en recreatieve landbouw, maar als je in dat plaatje past dan stel je vast dat het elk jaar moeilijker werken is.'
Als kleine jongen zag Ludo Van Alphen hoe de schaapherders met hun kudde over de Kalmthoutse heide trokken. Hij is van opleiding orthopedagoog en werkte in de gehandicaptenzorg. In 1984 werd hij professioneel schapenhouder. 'In mijn humanioratijd kwam iemand uit Antwerpen schapen hoeden op de Kalmthoutse hei. Wa komt die van 't Stad hier op onze hei doen?, vroeg ik me eerst af. Later zijn we bevriend geraakt. Eerst hadden we 20 schapen, uiteindelijk bijna 300. Je kunt niet van de ene dag op de andere schapenhouder worden. Je leert de stiel langzaam.'
Ludo komt op zijn boerderij handen tekort. 'Hier kan minstens twee man fulltime werken, maar ik kan ze niet betalen. Regelmatig krijg ik e-mails van mensen die met de kudde willen meestappen. Iets wat ik zelf ook graag zou willen doen, maar waar ik geen tijd meer voor heb', zucht hij.
Herders spreken over de wachting, en stappen in hun gebied zo'n 12kilometer rond met de kudde. 'De term schaapwachter is een betere omschrijving. Je wacht immers tot ze het stuk hebben afgegrazen. Met die beesten is trouwens onze beschaving begonnen. Door dieren te domesticeren en er in alle respect en bewondering mee samen te werken. Zoiets leer je niet op de landbouwschool. Er zijn ongeschreven wetten. Het is iets instinctief. Zelfs bij primitieve stammen in Afrika werken de herders zo.'
Van Alphen bouwde in Zandvliet twee grote stallen. 'Er staan nog 120 schapen van mij op de hei, in een groot afgesloten gebied. Als het kan dan is het voor een schaap gezonder buiten. Het mag sneeuwen en vriezen, met hun wollen jas kunnen ze daar tegen. Die dieren zien meer af in de zomer als ze een dikke vacht hebben.'
Daarom worden zijn beestjes jaarlijks in mei geschoren. 'Door een Australiër die hier alle kuddes afgaat. Dat is hard werken: van 's morgens 7uur tot 's avonds 18uur. Ik doe dan niet anders dan de schapen halen en binnenbrengen. Ze worden dan aan hun achterpoten aangegeven zodat die man in twee minuten een heel schaap kan scheren. Op één uur doet hij er dertig!'
De wol brengt vrijwel niets op. De overblijvende Vlaamse textielindustrie gebruikt kunstvezels. 'Spaanse en Zuid-Franse wol halen wel een goede prijs, bijna vier keer zo hoog, omdat die wol een fijnere structuur heeft.' Dankzij Ludo blijft het ras van het Vlaams kuddeschaap zuiver en beschermd. Jaren geleden is hij beginnen fokken.
'Eén ram dekt zo'n 100 schapen op drie weken tijd. De maand juli, als de schapen bronstig staan, moet die ram zwaar presteren. Hij zal een bronstig schaap tot vijf keer per dag dekken, andere vrouwtjes verdringen zich dan en wachten hun beurt af.'
De herder uit Zandvliet heeft ook koeien, mooie Lakenvelders, zo genoemd omdat ze een wit vlak als een laken om de rug hebben. De koeien zijn ook een bedreigd ras dat Ludo behoedt voor uitsterven.
Een kudde schapen bestaat uit zo'n 100 dieren en er is altijd één leidster. 'Dat schaap geeft de richting aan. Het weet waar er lekker eten is en de anderen volgen. Schapen zijn echte kuddedieren. Ze hebben geen medelijden met elkaar. Als ze allemaal tegelijk eten krijgen en eentje door het gewoel eronder raakt, dan duwen ze dat beestje plat.'
'Je moet de leidster kennen. Zij weet waar het beste eten te vinden is. Als de leidster naar u luistert dan, kan je gaan waar je wil. Dat is het verschil tussen leiden en drijven. Leiden is moeilijker, je moet de schapen ervan overtuigen dat ze denken: als we hem volgen, komen we bij goed eten. Drijven is makkelijker.' Voor het drijven kan Ludo zijn drie honden gebruiken. Zo heeft hij een Ardeense bouvier die goed is voor de lijnbewaking. Wat wil zeggen dat de hond op één lijn heen en weer loopt en dat de schapen weten dat ze niet over die lijn mogen.
De grote angst van Ludo Van Alphen is dat de blauwtongziekte opnieuw toeslaat. Voor één derde van de schapen is dat virus dodelijk. In juni zou er voor het eerst een vaccin beschikbaar zijn. 'Mogelijk is dat net iets te laat want de blauwtongziekte breekt vooral uit in de warme vakantiemaanden. Het gemuteerde virus wordt via een inlandse mug overgebracht, het is oorspronkelijk afkomstig uit Afrika', legt hij uit. 'Die ziekte is verschrikkelijk. De schapen krijgen schuim op hun mond, hun hoeven zwellen op, ze hebben diarree... ' De laatste keer decimeerde de ziekte zijn schapenkudde van 1.200 naar 700 stuks.
De schapen van Ludo begrazen stukken natuurgebied in de haven. Plaatsen die opnieuw zijn veranderd in rijke natuurgebieden. Via een openbare aanbesteding, georganiseerd door het Havenbedrijf, is een concessie van 42 hectare inmiddels toegewezen aan de vzw Natuurpunt.
De schapen verdwijnen, want Natuurpunt gaat er maaien met machines en wil van de 42 hectare een duinlandschap maken om er de typische kustvegetatie een kans te geven. 'Het systeem van openbare aanbestedingen werkt voor kleine bedrijfjes als dat van mij niet. Ik blijf hopen op een goede samenwerking met alle partijen', zegt Ludo diplomatisch, want hij heeft zijn schaapjes nog lang niet op het droge.
Jean-Charles Verwaest

3 reacties op dit bericht
vergeten?
Die vent dat is zo een grote lul en die is zo vol van zichzelf dat hij zeker een plaats had verdiend bij de gerenomeerden.
Toch zit er ééntje ...
Is het...