Wanneer je niet meer bidden kunt,
en alles in je hart lijkt dood;
wanneer je staat op ’t dode punt,
en niemand weet iets van je nood,
Wanneer je zoekt naar een houvast,
- want God lijkt soms zo eindloos ver –
Wanneer je moedeloos torst je last,
en aan je hemel blinkt geen ster,
Wanneer de liefste mens ontviel,
wanneer God vroeg je mooist bezit,
Luister dan maar – en wacht – en kniel;
’t Is Gods Geest zelf, die voor je bidt.
Nel Benschop in Gouddraad uit vlas












