Verdriet bonst in mijn hoofd prikt achter mijn ogen pijn wroet in mijn borst als een levend dier een pijn die daar woond sinds de dag dat ik mijn dode kindje zag.
Zul jij me opwachten daar aan de overkant en me tonen je verre sprookjesland of zal ik je eeuwig blijven zoeken is dat lot mij beschoren mijn God... dan ben ik verloren.
Grijze dagen en donkere nachten rijgen zich aaneen sinds jij met alle kleur verdween de wereld werd kil en koud sinds jij stierf en mijn hart daarginds in je kleine handjes houd.
Zijn tandenlose mondje grijnst mij vrolijk tegemoet grote blauwe ogen kijken me verwonderd aan en ik moet denken aan dat kleine meisje haar mondje zou nooit lachen gaan haar grote blauwe ogen nooit opengaan.