Algemeen is het weer tijdens de maanden maart en april erg grillig, omdat het de overgangsperiode is van de winter naar de zomerperiode. Tijdens deze overgangsperiode is het nog erg koud aan de Noordpool en veel warmer in de subtropen. Wanneer de wind draait van noord naar zuid of omgekeerd, kan er een groot verschil in weertype optreden. Zo wordt bij aanvoer van koude lucht vanuit het noorden de luchtmassa boven land snel instabiel, onder andere door de steeds hogere stand van de zon. Hierdoor ontstaan uiteindelijk de typische voorjaarsbuien, met onweer, korrelhagel, regen en eventueel sneeuw.
Bovendien hadden we voorbije maand te maken met een golvende straalstroom. Tijdens de warme dagen eind maart bevond zich een hogedrukgebied boven Centraal-Europa die met een zuidelijke stroming erg zachte lucht vanuit de Sahara naar ons land stuurde. Een week later, begin april, lag er een groot lagedrukgebied boven Scandinavië en Centraal-Europa en een hogedrukgebied boven de Atlantische Oceaan. Tussen deze twee systemen ontstond een noordelijke stroming waardoor koude lucht van boven de Noordpool naar ons land gevoerd werd.
Tijdens de maand april waait de wind meestal afwisselend vanuit (oost)noordoostelijke richting of (west)zuidwestelijke richting. Zoals zichtbaar op de windroos bleef voorbije maand echter de koude noordoostenwind overheersen (18%).
