Ik ben er voor jpu


Jij
bent er altijd
voor mij,
maar als ik
denk aan jou
lijkt het soms
of je niet
het gevoel
hebt dat
ik er altijd
ben voor jou,
maar
ik wil
er zijn voor jou,
altijd.
Ik ben er voor jpu

Gesloten oren

The Eagles
.Geen van de vier oprichters was geboren in Californië. Gitarist/toetsenist Glenn Frey ontvluchtte de koude winters en de beklemmende muziekscene van zijn geboortestad Detroit en introduceerde een Rhythm-and-blues-geluid. Drummer Don Henley was bijna afgestudeerd in Engelse literatuur. Gitarist/mandolinist/banjospeler Bernie Leadon had een passie voor country en bluegrass die een sterke invloed had op het vroege geluid van de band. Bassist Randy Meisner was een liefhebber van auto's en fietsen en verkeerde eigenlijk liever bij zijn familie dan dat hij zijn tijd besteedde aan het bespelen van een basgitaar in een rockband.
De band werd geformeerd in 1971 toen John Boylan - toen manager van Linda Ronstadt - Frey, Leadon, and Meisner losweekte van hun bezigheden. Ze misten nog een drummer totdat Frey Henley belde die hij had ontmoet in The Troubadour in Los Angeles. Twee maanden lang vormden Eagles de band achter Ronstadt maar na afloop van deze tournee besloten de mannen een eigen groep te vormen.
Nadat de The Long Run-tour in 1980 was afgesloten werd een tijdlang niets van de band gehoord en hadden alle leden solocarrières met wisselend succes. In het begin van de jaren negentig werd het album Common Thread ter ere van de Eagles uitgebracht. Een van de makers, Travis Tritt, stond er op dat op de video voor Take It Easy alle leden van de Eagles zouden optreden. Toen de video af was besloten de leden (in 1994) om de band weer bijeen te brengen.
Don Felder werd in 2001 uit de band gezet vanwege contractbreuk. September 2005 kwam dit voor het gerecht.
Hieruit ontstond een live-album getiteld Hell Freezes Over (naar aanleiding van een uitspraak van Henley die zei dat de groep weer bijeen zou komen 'als de hel bevriest' - een populaire Amerikaanse uitdrukking) en een single Get Over It die over hetzelfde onderwerp gaat.
Een nieuwe controverse ontstond nadat de band op 12 september 1996 tijdens een optreden voor de Democratische Partij in Los Angeles het nummer Peaceful Easy Feeling opdroeg aan Saddam Hoessein.
In 1998 werd de band opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame en gedurende de ceremonie traden alle zeven leden gezamenlijk op.
Hierop volgden een aantal reunion-tours die vooral opvielen door de hoge toegangsprijzen die alle records braken.
Een nieuw Eagles-album (het eerste studioalbum sinds 1979) krijgt de naam The Long Road Out Of Eden. Het album kwam uit in oktober 2007. Inmiddels is ook de eerste single uitgebracht. Het heeft de naam "How Long" gekregen. De single gaat een beetje terug naar het begin van the Eagles.
Er zijn twee bijzondere dingen te melden over het album. Het eerste is dat het album enkel nieuwe nummers bevat. Het tweede stond in een van de verstuurde nieuwsbrieven. Volgens deze nieuwsbrief zou het album enkel te verkrijgen zijn via walmart.com, Sam's Club, Wal-Mart, en eaglesband.com.
Ter promotie van het album trad de band op 1 april en 3 april 2008 op in Ahoy Rotterdam als onderdeel van hun 'Long Road Out Of Eden World Tour'.
Vera Mann
.
Willy Nelson - Always On My Mind
.Nelson en zijn zus Bobbie Lee werden, nadat hun vader overleden en hun moeder weggelopen was, door hun grootouders opgevoed. Nelson kreeg vanaf zijn zesde jaar muziekles via een schriftelijke cursus. Hij leerde gitaarspelen, zijn zus speelde piano. Tijdens hun middelbareschooltijd leerde Bobbie Bud Fletcher kennen, een violist, en zowel Willie als Bobbie gingen deel uit maken van Fletchers muziekgezelschap "The Bohemian Fiddlers".
Na zijn eindexamen moest Nelson in dienst, en hij ging bij de luchtmacht. Hij verliet de luchtmacht echter al snel in verband met rugklachten. Na zijn korte diensttijd ging Nelson een jaar naar de universiteit maar hield ook dat voor gezien. Uiteindelijk werd hij diskjockey bij een country radiozender in Fort Worth, Texas. Ook zong hij af en toe country liedjes in de plaatselijke cafés. In 1956 verhuisde hij naar Vancouver, Washington en begon zijn muzikale carrière vorm te krijgen. Hij nam een nummer van Leon Payne op ("Lumberjack"). De single verkocht redelijk maar brak niet echt door. Nelson bleef dj-werk doen en zong regelmatig in clubs en cafés. Hij schreef een liedje ("Family Bible") en verkocht dat voor vijftig dollar, en dat nummer werd een hit voor Claude Grey in 1960. Het werd naderhand ook door veel artiesten gecoverd en word door velen beschouwd als een gospel klassieker.
Nelson verhuisde naar Nashville (Tennessee) in een poging een platencontract te krijgen. Dat lukte aanvankelijk echter niet. Hij tekende wel een contract met Pamper Music die zijn liedjes wel zagen zitten, maar zijn performance niet. Zo schreef hij onder andere het nummer Night Life voor zanger Ray Price, een nummer dat als meest-gecoverde countrysong ooit te boek staat. Nelson ging mee op tournee met Price, als bassist van de toerband. Gedurende deze periode werden veel van Nelson's nummers hits voor andere artiesten. Zo zong Billy Walker het nummer "Funny How Time Slips Away", Faron Young zong "Hello Walls", Roy Orbison zong "Pretty Paper", en (wellicht de bekendste van allemaal) Patsy Cline zong "Crazy". Uiteindelijk sloot Nelson in 1961 een platendeal met Liberty Records en bracht hij vanaf datzelfde jaar diverse singles uit, waaronder "Willingly" en "Touch Me" (beiden met zijn vrouw Shirley Collie). Hij wist deze lijn echter niet voort te zetten en zijn carrière kwam tot stilstand. Zijn privéleven was destijds ook nogal kleurrijk: hij was alcoholist, verloor baan na baan en werd verschillende keren betrapt op verboden wapenbezit.
In 1965 kwam Nelson onder contract bij RCA Records, en scoorde hij een paar kleine hits. Hij raakte echter gefrustreerd door de platenindustrie die hem in een keurslijf probeerde te dwingen, verbrak zijn contract, keerde de muziekwereld de rug toe en verhuisde naar Austin, Texas. Daar aangekomen besloot Nelson, geïnspireerd door de muziekscene aldaar, weer muziek te gaan maken. Zijn populariteit in Austin groeide razendsnel, en Nelson kon zijn eigen muziek maken, beïnvloed door rock and roll, jazz, swing en folk. Ook Nelson's levenslange passie voor hardlopen begon in deze periode in Austin.
In Austin tekende Nelson een contract met Atlantic Records. Hij bracht in 1973 een single uit ("Shotgun Willie") die uitstekende kritieken kreeg maar slechts matig verkocht. Het album "Phases and Stages" uit 1974 (geïnspireerd door zijn echtscheiding) bevatte de single "Bloody Mary Morning". Na dit album verhuisde Nelson weer van platenlabel en ging naar Columbia Records. Hier kreeg hij complete creatieve vrijheid over zijn werk. Het resultaat was het immens populaire album Red Headed Stranger (1975). Hoewel Columbia Records het in eerste instantie niet zag zitten om een album uit te brengen met slechts piano en gitaar, zette Nelson (ondersteund door Waylon Jennings) door, en het album werd een enorme hit, deels vanwege de populaire coverversie van het nummer "Blue Eyes Crying In The Rain".
Tegelijk met Nelson behaalde ook Waylon Jennings grote successen aan het begin van de jaren zeventig. De twee werden al snel in één adem genoemd in een genre dat bekend werd als "Outlaw country" ("outlaw" vanwege het feit dat het zich niet hield aan de Nashville-standaard). Nelson's imago van "outlaw" (letterlijk: vogelvrij verklaarde) kreeg nog meer gestalte toen in 1976 hij samen met Waylon Jennings, Jessie Colter en Tompall Glaser het album "Wanted: The Outlaws" uitbracht. Dit album werd een groot succes en werd met platina bekroond. Hierna bracht Nelson nog twee albums uit die beiden de platina status behaalden: "Waylon and Willie" (met Waylon Jennings), en "Stardust", een album vol met ongebruikelijke, op strijkinstrumenten gebaseerde popnummers die geproduceerd waren door Booker T. Jones. Veel critici voorspelden dat "Stardust" Nelsons carrière zou ruïneren, maar uiteindelijk bleek het één van zijn meest succesvolle albums te zijn.
Nelson begon in 1979 met acteren. Hij had rollen in "The Electric Horseman", "Honeysuckle Rose", "Barbarossa", "Red-Headed Stranger", "Wag the Dog" en "Gone Fishin". In 1986 acteerde hij in de film "Stagecoach", naast Johnny Cash, Kris Kristofferson en Waylon Jennings, waarmee hij later ook de country-supergroep The Highwaymen vormde. Nelson acteert nog steeds, maar treedt tegenwoordig meestal aan in kleine rollen. Ook gastoptredens zoals bijvoorbeeld in Miami Vice en The Simpsons gaat Nelson niet uit de weg. Zijn meest recente filmoptreden is zijn rol van Uncle JesseThe Dukes of Hazzard. Ook in de voor 2007 geplande opvolger "The Dukes of Hazzard: Return of General Lee" speelt Nelson mee. in de bioscoop-remake van
In de jaren tachtig had Nelson diverse hits. Hij zong "Always On My Mind" de hitparades in, en ook het duet "To All The Girls I've Loved Before" (met Julio Iglesias) haalde wereldwijd hoge hitnoteringen. Ook zijn albums uit deze periode verkochten goed.
Medio jaren tachtig vormde Nelson samen met Kris Kristofferson, Waylon Jennings en Johnny Cash de supergroep "The Highwaymen". Ondanks hun enorme succes (platina albums, wereldtoernees) taande Nelson's populariteit en moest hij het al snel hebben van liefdadigheidswerk zoals het op poten zetten van de "Farm Aid" concerten in 1985. Hij werd ook berucht vanwege zijn excessieve uitgaven: hij bezat een privé-vliegtuig, een eigen (kleine) stad, een enorm landgoed en een eigen golfbaan.
In 1990 kreeg Nelson van de IRS (de Amerikaanse inkomstenbelastingen) echter een aanslag voor achterstallige belastingen en moest hij $16.7 miljoen ophoesten. Hij kon dit slechts betalen door zijn bezittingen van de hand te doen. Hij bracht een dubbelalbum uit ("The IRS Tapes: Who'll Buy My Memories?"), waarvan de opbrengsten rechtstreeks naar de IRS gingen. Veel van zijn bezittingen werden geveild en verkocht aan vrienden die het hem vervolgens weer teruggaven of voor een symbolisch bedrag aan hem verhuurden. In 1993 had hij al zijn schulden afbetaald.
In september 2006 werd Nelson in Louisiana aangehouden voor het bezit van drugs. In de tourbus van zijn band vond de politie 100 gram 'magic mushrooms' en 700 gram marihuana.[1] Nelson werd snel weer vrijgelaten, maar zal zich voor de rechtbank moeten verantwoorden.
In 2005 vormde Nelson samen met twee zakenpartners het bedrijf Willie Nelson's Biodiesel (ook bekend als "BioWillie"). Dit bedrijf verkoopt biologische brandstof aan tankstations. De brandstof wordt gemaakt van soja-olie en kan in dieselmotoren worden gebruikt zonder dat die daarvoor aangepast dienen te worden. Nelson maakt ook deel uit van een adviescommissie die poogt het gebruik van Cannabis te normaliseren. In 2005 organiseerde Nelson samen met zijn familie een benefiet-golftoernooi om de problematiek veroorzaakt door illegale verkoop van softdrugs onder de aandacht te brengen. Nelson lijkt zelf niet helemaal onbekend met het fenomeen: het gerucht gaat dat hij tijdens een bezoek aan president Jimmy Carter op het dak van het Witte Huis een blowtje heeft gerookt.
In januari 2005 trad Nelson als slotact op tijdens een benefietconcert waarvan de opbrengsten ($120.000.-) naar de door de tsunami getroffen gebieden in Zuid-Oost Azië gingen.
Nelson is vier keer getrouwd geweest en heeft zeven kinderen. Uit zijn eerste huwelijk met Martha Matthews heeft hij drie kinderen - Lana, Susie en Billy (overleden in 1991. Nelson scheidde van Matthews in 1962. Van 1963 tot 1971 was hij getrouwd met Shirley Collie. Dit huwelijk bleef kinderloos. In 1971 trouwde hij met Connie Koepke. Zij kreeg twee dochters, Paula Carlene en Amy. Het paar scheidde in 1988. Sinds 1991 is Nelson getrouwd met Annie D'Angelo. Ze hebben twee zoons, Lukas Autry en Jacob Micah.
Paul Mc Cartney
.Paul McCartney werd geboren in het Walton ziekenhuis waar zijn moeder werkte als vroedvrouw, niet ver van zijn ouderlijk huis in Liverpool. Toen zijn moeder Mary Mohin McCartney in 1956 stierf aan borstkanker, stortte Paul zich op de Rock 'n' Roll. In 1957 leerde hij via een gemeenschappelijke vriend John Lennon kennen, werd lid van diens band The Quarrymen en schreef samen met hem, George Harrison en Ringo Starr geschiedenis als lid van The Beatles. Hij schreef veel van het materiaal van de Beatles samen met John Lennon, alhoewel ze maar af en toe samen een lied schreven - meestal schreef de een het grootste stuk, en maakte de ander het af. Hun relatie was meer een wedstrijd dan een samenwerking, maar door een afspraak die ze al vroeg maakten kregen alle songs voor de Beatles Lennon-McCartney als credit.
Paul werd over het algemeen gezien als de knapste van de vier Beatles, en had de grootste vrouwelijke aanhang. Er hing echter ook een gerucht om hem heen, dat hij al in 1966 is overleden. Hij trouwde als laatste van de vier. Hij had een lange relatie met de actrice Jane Asher voordat hij Linda Eastman, een fotografe, ontmoette. Hij trouwde met Linda in 1969. Samen kregen ze drie kinderen: Mary, Stella en James. Linda had al een dochter, Heather, uit een eerder huwelijk.
Een van McCartney's bekendste composities, Yesterday is opgenomen door een recordaantal artiesten, en staat hiervoor genoteerd in het Guinness Book of Records. Andere ballades die ook een universele aantrekkingskracht hebben zijn onder andere Hey Jude, Let it be en The long and winding road.
Nadat de Beatles in 1970 officieel uit elkaar gingen begon Paul onmiddellijk aan een solocarrière en bracht het album McCartney uit met daarop het bekende Maybe I'm Amazed. Daarna volgde het album Ram dat slecht werd ontvangen. Feitelijk was dit album door zijn low-fi aanpak zijn tijd ver vooruit en tegenwoordig wordt Ram beschouwd als één van zijn beste albums. In 1971 richt Paul McCartney een nieuwe band op: Wings. Ondanks de vele personele wisselingen was Wings erg succesvol in de jaren 70. De enige drie constante leden van Wings waren Paul McCartney, Linda McCartney en Denny Laine. Wings maakte een aantal succesvolle albums zoals bijvoorbeeld Band on the Run en Venus and Mars. Ook werd een aantal grote hits gescoord met onder andere My Love, Live and Let Die, Band on the Run, Listen To What The Man Said, Silly Love Songs en With a Little Luck. Het nummer Mull of Kintyre, opgenomen als ode aan het gelijknamige schiereiland in Argyll, Schotland, waar Paul McCartney een huis heeft, werd de grootste hit. Deze single was de meest verkochte single ooit tot hij in 1984 voorbij werd gestreefd door Do They Know It's Christmas van Band Aid. Tot op de dag van vandaag blijft Mull of Kintyre één van de meest verkocht platen die niet voor liefdadigheid werd gemaakt. In 1981 hield Wings op te bestaan.
Ook schreef hij nummers met Michael Jackson. Uit deze samenwerking ontstond het nummer The Girl Is Mine. Het nummer belandde op Jacksons album Thriller, en het werd als single meteen een nummer 1 hit. Later maakten de twee nog het nummer Say, say, say waarvan nu verschillende remixes gemaakt zijn.
Paul en zijn vrouw waren uitgesproken vegetariërs en dierenrechtenactivisten. In 1991 introduceerde Linda haar eigen serie vegetarische gerechten op de Britse markt.
Op 11 maart 1997 kreeg Paul de titel Sir van Koningin Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk.
Nadat Linda in 1998 was overleden aan borstkanker, trouwde hij Heather Mills, een ex-model en anti-landmijnactivist in juni 2002. Samen kregen ze op 28 oktober 2003 een dochter genaamd Beatrice Milly. In mei 2006 werd bekend dat de twee besloten hebben te gaan scheiden.
In 2008 gaat McCartney vermoedelijk weer op wereldtournee - het was eigenlijk voor vorig jaar gepland maar eerst wilde hij zijn echtscheiding van Heather Mills afronden. Op 17 maart 2008 besloot de rechtbank dat McCartney 24,3 miljoen pond (30,9 miljoen euro) aan Heather Mills moet betalen. Ook moet hij ten behoeve van de opvoeding van hun kind 35.000 pond per jaar betalen.Door de jaren heen heeft McCartney ook werk onder pseudoniemen uitgegeven. In de meeste gevallen ging het om experimenteel of minder commercieel werk. In 1968 produceerde hij "I'm the Urban Spaceman" van de Bonzo Dog Doo-Dah Band. Op het album staat McCartney echter vermeld als "Apollo C. Vermouth".
In 1977 bracht McCartney een orkestuitvoering uit van het album Ram onder de naam Percy "Thrills" Thrillington.
Als Bernard Webb schreef hij in 1966 het nummer "Woman" voor Peter
& Gordon, omdat hij benieuwd was of het publiek een liedje van hem
ook zou waarderen als niet bekend was dat het een McCartney-nummer
betrof. Het nummer werd geen hit.
Onder de naam Paul Ramon (een naam die hij ook af en toe gebruikte voordat hij met The Beatles doorbrak, en die de inspiratie vormde voor de naam van de groep The Ramones) speelde hij in 1969 mee op het nummer "My Dark Hour" van de Steve Miller Band.
In de jaren '90 bracht hij twee experimentele albums uit als The Fireman, in samenwerking met Youth van (oa) Killing Joke. Met name het tweede album "Rushes" is zeer geslaagd. Of The Fireman wel echt Paul McCartney was, was aanvankelijk vrij schimmig: Bandnaam en plaattitel verwijzen in combinatie met elkander naar het Beatlenummer "Penny Lane" (`...the fireman rushes in..') Het label, Juggler Records, verwijst naar het vignet van McCartney Productions Ltd (mpl), waarop een jongleur staat afgebeeld. Verder staan er enkele vervormde geluiden op die aan McCartney's stem doen denken en een foto op de binnenhoes van een naakte dame die erg lijkt op McCartney's dochter Mary. Tijdens de wereldtournee van 2002-2003 werd muziek van The Fireman gebruikt als voorprogramma. Tot dat moment was zelfs bij de fans nauwelijks bekend dat het hier om werk van Paul McCartney gaat.
Bij latere tournees stond de DJ Freelance Hellraiser in het voorprogramma, die diverse nummers uit de solocarrière van McCartney Mixte. McCartney en hij brachten in 2005 een dubbel-LP uit vol met dit soort mixen. Zowel de LP als de artiesten kreeg de naam "Twin Freaks" mee.
Led Zeppelin gaat op tournee
.
Alleen in onze gedachten

La Sakhra
.Petra De Steur (Gent, 20 juni 1972) is een Vlaamse zangeres. Zij is sinds 2006 bekend als La Sakhra
Nadat zij in 1988 werd ontdekt, scoorde ze in de jaren negentig als Petra & Co. een reeks hits: Laat je gaan (1989), Jij daar! (1990), Het loze vissertje (1991) en In een klein stationnetje (1992). Petra valt op door haar extravagante kapsels en ingewikkelde dans-routines.
In 1993 en 1999 deed ze mee aan Eurosong maar brak er geen potten. Ze krijgt een flinke dosis kritiek over haar heen. Vooral haar kapsel - het leek alsof er tandpasta in was verwerkt - moest het ontgelden. Na een inzinking kwam zij als enkel Petra in 1996 terug met een gedurfde uptempo versie van Ik leef voor jou, de laatste hit van Ann Christy. Andere hits uit deze periode waren 'k Beloof jou en Vrij (1996), Jij en ik (1997) en Geen denken aan (1998). Daarna deemsterde haar platensuccessen.
In 2000 was ze backing-vocal de Waalse voorronde voor het Eurovisiesongfestival bij zanger Gerlando, maar ook dit was geen succes. In 2006 deed ze opnieuw een gooi naar een eurovisieticket onder de naam La Sakhra, ditmaal met meer succes. In de eerste voorronde werd ze 3de, normaal gezien stopt het avontuur dan maar dit jaar werd er voor het eerst met halve finales gewerkt en mocht Petra toch aantreden in de tweede halve finale die kwalitatief gezien beter was dan de eerste. De vakjury bekroonde haar met de zegepalm en dat deden ook de volgende 3 jury's. De één-kijker gaf haar slechts de 4de plaats maar haar voorsprong was te groot en ze won de tweede halve finale. In de finale moest ze het helaas afleggen tegen Kate Ryan, de euro-jury deed haar een beetje de das om, Duitsland en Israël gaven nog hoge punten maar van Polen kreeg ze slechts 2 schamele puntjes.
Oh lieveling, oh lieveling

Captain & Tennille
.Captain & Tennille is een Amerikaans popduo, dat voor in de jaren '70 en begin jaren '80 populair was. Captain & Tennille bestaat uit het echtpaar Daryl Dragon (Captain, geboren 27 augustus 1942) en Toni Tennille (Tennille, geboren 8 mei 1943)
Dragon werkte als pianist bij de Beach Boys en Tennille trad op met een zelfgeschreven musical, toen ze elkaar ontmoetten in 1971. Ze gingen samenwonen en tekenden een platencontract. Hun eerste single Love will keep us together, een cover van Neil Sedaka, stond wekenlang op de nummer 1 positie in de Verenigde Staten. Voor dit nummer ontvingen ze ook een Grammy Award in 1975. Later dat jaar trouwde het stel.
De volgende jaren bracht het duo verschillende platen uit. In Nederland werd alleen Do That To Me One More Time een hit: deze plaat bereikte de nummer 1-positie in de Nationale Hitparade (in de Top 40 kwam het nummer niet verder dan nummer 2).
Tennille heeft later nog als achtergrondzangeres gezongen op de plaat Don't let the sun go down on me van Elton John. Ook speelde ze mee op het album The Wall van Pink Floyd.
Nu ff niet

Niet meer? Nooit meer?

Pretenders

The Pretenders is een Britse rockgroep rond de Amerikaanse zangeres, gitarist en songwriter Chrissie Hynde, die met een mix van punk, New Wave en popmuziek (voornamelijk in de jaren tachtig) een reeks hits scoorde, waaronder "Brass in Pocket", "Back on the Chain Gang", het kerstnummer "2000 Miles", "Don't Get me Wrong" en "I'll Stand By You".
Chrissie Hynde verhuisde eind jaren zeventig van de Verenigde Staten (Ohio) naar Engeland, waar ze in 1978, in de nadagen van de Britse punkbeweging, the Pretenders oprichtte. De band bestond toen uit Hynde, gitarist James Honeyman-Scott, bassist Peter Farndon en drummer Martin Chambers.
De band nam een versie op van "Stop Your Sobbing" van Ray Davies, geproduceerd door Nick Lowe. Het nummer werd in Groot-Brittannië een hit, evenals de twee volgende singles, "Kid" en "Brass in Pocket". Begin 1980 kwam het debuutalbum uit, Pretenders, dat zowel in Groot-Brittannië als in de Verenigde Staten een grote hit werd. "Brass in Pocket" groeide uit tot een wereldwijde hit.
In de lente van 1981 bracht de band een EP uit, Extended Play, gevolgd door een tweede album, Pretenders II, in de zomer van dat jaar. Toentertijd werd het album niet goed ontvangen door de critici, maar door enkele hitsingles verkocht het album vrij goed. In juni 1982 werd bassist Peter Farndon door Hynde uit de band gezet, vanwege zijn drugsproblemen. Twee dagen later, op 16 juni 1982, stierf gitarist Honeyman-Scott aan een overdosis cocaïne. Farndon stierf in 1983 aan een overdosis, vlak nadat Hynde was bevallen van haar eerste kind met Ray Davies.
Hynde vormde een nieuwe band, bestaande uit haarzelf, Chambers, bassist Malcolm Foster en gitarist Robbie McIntosh (voormalig lid van Manfred Mann's Earth Band). In deze nieuwe samenstelling brachten the Pretenders december 1983 een nieuwe single uit, het melancholische kerstnummer "2000 Miles", gevolgd door een nieuw album, Learning to Crawl, begin 1984.
In 1985 traden the Pretenders op op Live Aid. Hynde zelf was dat jaar te horen op UB40's versie van Sonny & Cher's "I Got You Babe". Op Get Close uit 1986 waren enkel Hynde en McIntosh te horen, de andere bandleden werden ontslagen en ingeruild voor sessiemuzikanten. De single "Don't Get me Wrong", afkomstig van Get Close werd een wereldwijde hit.
Packed!, het album uit 1990, werd geen succes. In 1994 kwam de band weer terug met het commercieel succesvolle Last of the Independents, mede door de goed ontvangen ballade "I'll Stand By You", die veelvuldig op de radio te horen was. Na het live-album The Isle of View uit 1995 werd het stil rond de band. In 1999 keerde de band terug met het album Viva el Amor. In 2002 kwam er weer een nieuw album uit, Loose Screw, op Artemis Records. In maart 2006 is de boxset Pirate Radio uitgekomen.
In 2005 zijn the Pretenders opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.
The Bee Gees
.De broers zijn geboren op het eiland Man, maar in 1958 emigreren ze naar Australië. Daar begint hun carrière, en in 1967 keren ze terug naar Engeland, waar ze een groep vormen met Vince Melouney, (gitaar) en Colin Petersen, (drums). In Australië en Nederland hebben ze rond dat moment hun eerste hit met Spicks and specks, in Engeland en elders volgen nummers als New York mining disaster 1941, Massachusetts, Words, World, I've gotta get a message to you en Holiday.
Na het album Odessa (1969) verlaat Robin de groep wegens artistieke meningsverschillen, en scoort een solohit met Saved by the bell. Maurice Gibb trouwt met de Schotse zangeres Lulu. De groep wordt later opgedoekt en opnieuw opgericht. Vanaf het moment dat Jive talkin' in 1975 verrassend een Amerikaanse Nummer-één hit wordt, wordt de draad weer opgepakt en met het uitkomen van de soundtrack van Saturday Night Fever in 1977 is de groep plotseling weer immens populair, en één van de belangrijkste proponenten van de disco geworden.
De Bee Gees schrijven en produceren in die tijd platen van o.a. Barbra Streisand, Dionne Warwick en Diana Ross. Robin Gibb maakt wederom in 1983 een solo-LP.
Na 1981 wordt het stil rond de groep, maar in 1987 maken ze hun tweede come-back met het nummer You win again, een Britse nummer-één hit. Een vierde broer, Andy Gibb, eind jaren '70 van vorige eeuw een populair tieneridool, sterft in 1988, juist toen hij als vierde lid bij de groep zou komen. Op 12 januari 2003 sterft Maurice onverwacht aan een darminfarct. Dit is een onderbreking van de bloedtoevoer naar de darmen, een zeldzame medische complicatie die soms optreed bij een draaing van de darmen waarbij het darmkanaal (meestal gedeeltelijk) afgekneld wordt. Hiervoor was Maurice in eerste instantie ook opgenomen in het ziekenhuis. Robin en Barry gaan daarop hun eigen weg met als meest opvallende resultaat een hernieuwde samenwerking tussen Barry en Barbra Streisand, Guilty pleasures in 2005. Ook de samenwerking tussen Robin en Alistair Griffin met het nummer My lover's prayer gaat goed en komt binnen op drie in Engeland. Barry en Robin zeiden dat ze nooit meer muziek zouden maken onder de naam Bee Gees, onder de naam "Brothers Gibb" traden Barry en Robin in februari 2006 voor het eerst sinds de dood van hun broer weer samen op.
Het geluid van de Bee Gees is apart te noemen, vooral opvallend is hun zang met hoge falsetstemmen
Een spiegelbeeld

Guus Meeuwis
.Nadat Guus Meeuwis & Vagant ophoudt te bestaan, maakt Meeuwis in 2004 een nieuw album samen met enkele oude bandgenoten als zijn broer Marc Meeuwis en schrijver/pianist Jan-Willem Rozenboom. Laatstgenoemde schrijft met Meeuwis een geheel nieuw album, simpelweg Guus Meeuwis genaamd. De single Brabant doet het vooral goed in de gelijknamige provincie. In 2007 ontstaat er een idee om het nummer om te dopen tot het officiële volkslied van de provincie Brabant. Er wordt op internet een site geplaatst waar men een petitie kan tekenen. Deze zal aangeboden worden aan de commissaris van de koningin in Noord-Brabant, Hanja Maij-Weggen.
In 2004 brengt Meeuwis de single Hé Zon uit, speciaal geschreven voor de Bart Foundation, waar Meeuwis ambassadeur van is. De stichting is opgericht door familie van de overleden televisiepresentator en BNN-voorzitter Bart de Graaff. Ook toert hij dat jaar met cabaretier Bavo Galama door Nederland met zijn eerste theatertour In Concert 2004, die later op DVD uitgebracht wordt.
In 2004 brengt Meeuwis zijn eerste "Best Of"-album, getiteld 10 Jaar Levensecht. Het album omvat zijn grootste hits, aangevuld met enkele persoonlijke favorieten en twee nieuwe singles. Het succes van het album heeft Meeuwis ironisch genoeg te danken aan de dood van volkszanger André Hazes. Al eerder nam hij een cover van het nummer Geef Mij Je Angst van Hazes op ter gelegenheid van het zilveren jubileumconcert van Hazes. Na het overlijden van Hazes vraagt zijn vrouw Rachel of Guus het nummer ten gehore wil brengen tijdens de afscheidsplechtigheid in de Amsterdam ArenA. Vlak na de begrafenis van Hazes stijgt het nummer al snel naar de hoogste positie van de Top 40 en daar wordt slim op ingespeeld, 10 Jaar Levensecht volgt spoedig. Het komt Meeuwis op een beschuldiging van lijkenpikkerij te staan, middels een vlijmscherpe persiflage in het satirische TV-programa Kopspijkers. Het album wordt desalniettemin bekroond met een dubbelplatina plaat, wat inhoudt dat er minstens 140.000 exemplaren van verkocht zijn.
Het tweede solo-album van Meeuwis verschijnt in 2005. Op 23, 26 en 27 september staat hij drie keer in een uitverkochte Heineken Music Hall in Amsterdam terwijl hij een maand later begint aan zijn tweede theatertour, Levensecht. Tegelijkertijd komt zijn album Wijzer uit. Eerste single De Weg is een vertaling van het nummer van de Duitse zanger en acteur Herbert Grönemeyer. Het wordt een hit en komt tot nummer zeven in de Top 40. Op 6 februari 2006 krijgt Meeuwis tijdens het Harpen Gala in Bussum een Gouden Harp uitgereikt. Slechts een maand later, op 15 maart van dat jaar, wint zijn single Geef Mij Je Angst een Edison Award. De drie uitverkochte concerten die Meeuwis dat jaar geeft (op 9 t/m 11 juni), zijn verplaatst van de HMH in Amsterdam naar het Philips Stadion in Eindhoven. Tijdens zijn concerten promoot hij zijn nieuwe single Ik Wil Dat Ons Land Juicht, dat hij samen met voetballer Ruud van Nistelrooij speciaal schreef voor het WK Voetbal in Duitsland. Speciale gasten tijdens zijn optredens zijn de Limburgse band Rowwen Hèze en de dan nog onbekende zangeres Dennis. Slechts één dag na het laatste concert zendt SBS 6 het in zijn geheel uit.
Het album wordt bekroond met een platina plaat, wat inhoudt dat er minstens 70.000 exemplaren van verkocht zijn. Deze krijgt hij uitgerekend tegelijkertijd met het nieuws dat zijn DVD In Concert goud is, en zijn CD's Schilderij en 10 Jaar Levensecht platina.
In oktober 2006, vier maanden na zijn concertreeks in het Philips Stadion, maakt het management van Meeuwis bekend dat er een poliep ontdekt is op zijn linkerstemband. De laatste maanden van het jaar moet hij rust houden en worden alle optredens en promotionele activiteiten afgelast. Dat betekent ook een flinke vertraging voor de voorbereidingen van zijn nieuwe album. Begin 2007 wordt hij vast panellid van het programma 'Stenders Late Vermaak', een muziekquiz van Rob Stenders op de later dat jaar opgeheven TV-zender Talpa. In april komt zijn single Tranen gelachen op één binnen in de Top 40, waar het twee weken blijft staan. In juni 2007 volgt opnieuw een reeks van drie concerten in het eerdergenoemde stadion in Eindhoven, genaamd Groots Met Een Zachte G. Eind augustus lanceert hij zijn single Proosten, die de derde plaats in de Top 40 bereikt. In februari 2008 start zijn derde theatertour en in juni 2008 gaf Guus voor de derde maal een reeks van concerten in het Philips Stadion, ditmaal 4 avonden.
Leki
.Door haar oudere zus mag Karoline op twaalfjarige leeftijd samen met Technotronic (de groep van Ya Kid K) de studio induiken. Als artiestennaam doopt Manuela haar jongere zusje als Leki K. De K staat voor Kamosi, maar wordt later weggelaten omdat Karoline het te moeilijk vindt om uit te spreken. Uiteindelijk wordt het project niets omdat Karoline eigenlijk nog te jong is voor een internationale carrière. Karoline gaat dansen in hip hop groepjes, begint haar eigen groep en schrijft songteksten.
Wanneer ze zestien is krijgt ze een platencontract en neemt ze haar debuutalbum op. Hoewel ze in heel Europa promo optredens mag geven, wordt het album nooit uitgebracht.
Begin 2004 tekent Karoline een contract met platenmaatschappij Mostiko. Onder de naam Leki brengt ze haar eerste single Breakin' out uit, een nummer dat gaat over feesten en uitgaan. Het nummer wordt goed ontvangen in België en in Nederland. De videoclip van het nummer wordt in Los Angeles opgenomen door Abdullah Malik, die eerder al samenwerkte met Jay Z, en geproduceerd door Blueyedpictures, die eerder al video's produceerden voor Red Hot Chilli Peppers en Prince. Op 12 juli 2004 wordt de tweede single Crazy gereleased, waarvan de videoclip opnieuw werd opgenomen in LA. Deze keer wordt hij geregisseerd door Michael Rooney die de awardwinnende videoclip Weapon of choice voor Fatboy Slim met Christopher Walken draaide. Op 26 juli komt Leki's debuutalbum Breakin' out uit. Op de TMF Awards 2004, die ze zelf opent en presenteert, krijgt ze twee awards: die voor Meest Belovend Nationaal en die voor Beste R&B/Rap Nationaal.
Op 28 november 2005 komt Leki's tweede album Warrior girl uit. Hierop werkt ze onder meer samen met de Amerikaanse rapper Coolio. Singles Spread my wings, Trouble en Sitting in my car komen uit dit album.
In 2006 is Leki één van de artiesten die optreden tijdens het 0110-concert.
In 2007 brengt Leki in eigen beheer de single U&I uit. Ze heeft ook een nieuwe podiumact klaar voor het festivalseizoen. In oktober staat ze op het podium van de TMF Awards.
In 2008 kwam de nieuwe single Over the rainbow uit. In juni 2008 kwam haar nieuw album Multiplicity uit.
Mike And The Mechanics
.Mike and the Mechanics was in eerste instantie een hobbyband van de (bas-)gitarist van Genesis: Mike Rutherford. Later bleek de populariteit groot genoeg om te toeren etc.
Gedurende de beginjaren 80 kwam de solocarrière van Genesisdrummer Phil Collins onverwacht tot grote bloei. Genesis kwam door die soloaspiraties dikwijls stil te liggen. Ook Anthony Banks maakte soloplaten. Na eerst twee echte soloplaten afgeleverd te hebben startte Mike in 1985 een band die bestond uit de volgende muzikanten:
Opvallend is de goede stemvoering binnen de band. De beide Pauls hebben vooral ook live heldere stemmen. De band heeft met name in het buitenland succes alhoewel er ook kleine hits in Nederland worden gescoord. Door het overlijden van Paul Young in 2000 en de toenemende solowerkzaamheden van Paul Carrack komen de werkzaamheden op een laag pitje te staan. Er wordt dan meer gebruik gemaakt van studiomuzikanten en de toernees zijn ook korter. Ook lijkt het of de puf er een beetje uit is. Met de nieuwe Genesis-toernee en Paul Carrack soloplaat op komst (2007), zal het nog wel even duren voordat nieuw materiaal uitgebracht wordt.
Soul Asylum
.Soul Asylum kwam voort uit Loud Fast Rules, een band die in 1981 was opgericht door David Pirner (zanger/gitarist), Dan Murphy (gitarist), Karl Mueller (bassist) en Pat Morley (drummer). De band begon al snel op te treden in Minneapolis-St. Paul en kreeg onmiddellijk een goeie livereputatie dankzij de energieke optredens.
In 1984 bracht de band hun debuutalbum Say What You Will... Everything Can Happen op cassette en vinyl. In 1988 werd het op CD uitgebracht onder de naam Say What You Will, Clarence...Karl Sold the Truck. Na de release van de plaat werd Pat Morley vervangen door Grant Young.
In 1986 bracht de band drie albums uit: Made To Be Broken, Time's Incinerator dat voornamelijk b-sides, demo's en nummers van Loud Fast Rules bevatte en While You Were Out. De band bleef echter tamelijk onbekend bij het grote publiek.
De band in 1988 werd wel getekend door A&M Records. Hier brachten ze twee albums op uit: Hang Time (1988) en And the Horse They Rode In On (1990). Ook deze albums verkopen maar magertjes en door de gehoorproblemen van David wilde de groep er de brui aan geven.
Columbia Records bood hen begin jaren '90 echter een contract aan en de band bracht in 1992 hun succesalbum Grave Dancers Union uit. Hieruit kwam de single "Runaway Train" met bijhorende videoclip die bijzonder veel gespeeld werd op muziekzender MTV. De video toonde foto's en namen van verdwenen kinderen en aan het eind van de clip werd een nummer getoond dat gebeld moest worden als de kijker één van deze kinderen gezien zou hebben. De clip werd aangepast per regio waarin ze afgespeeld werd.
Voor de opnames van het volgende album Let Your Dim Light Shine werd drummer Grant Young ontslagen en vervangen door Sterling Campbell die ook al de helft van Grave Dancers Union had ingedrumd. Het nummer "Misery" vanop de nieuwe plaat haalde nog wel de hitlijsten maar in het algemeen was deze plaat minder succesvol dan Grave Dancers Union. In 1998 werd het laatste album voor Columbia Records uitgebracht, getiteld Let Your Dim Light Shine.
Hierna volgde een lange stilte, onderbroken door een solo-album van David Pirner in 2002.
In 2004 werd een live-plaat uitgebracht die in 1997 opgenomen was op een benefiet ten voordele van slachtoffers van een overstroming, getiteld After the Flood: Live from the Grand Forks Prom, June 28, 1997. Ook nog dat jaar speelde de band een benefietoptreden ten voordele van bassist Karl Mueller die keelkanker had. Op het moment van het optreden speelde Mueller nog wel mee maar op 17 juni 2005 overleed hij aan de gevolgen van de kanker. Hij had ook nog de baspartijen voor een nieuw album opgenomen.
In juni 2006 werd dat album, getiteld The Silver Lining uitgebracht op Legacy Recordings. Bassist Tommy Stinson en drummer Michael Bland waren nieuwe leden in de line-up van de band. In november en december 2006 tourden ze met Cheap Trick doorheen Amerika.
2 reacties op dit bericht
hallo
een dikke knuffel van Lipske!
Dag Erwin , ik wens je nog een fijn dag . Groetjes jef.