Aneka

Om Japanese Boy te beluisteren druk op onderstaande foto
.
Aneka
.
Voggue
.
Madonna opgenomen in Hall of Fame




Ellis bextor
.Sophie Ellis-Bextor (Londen, 10 april 1979) is een Britse zangeres. Ze was frontvrouw van de inmiddels opgeheven band theaudience. Haar muziek is een mengeling van eighties-discopop en hedendaagse dancegrooves. Ze dweept met Blondie, Madonna of Fiona Apple.
In 2000 werkt ze samen met DJ Spiller voor het project "Groovejet (If This Ain't Love)".
In 2001 komt Ellis-Bextor met haar eerste eigen nummer, 'Take me home'. De Britse pers vergelijkt de posh Sophie in eerste instantie nog met Victoria Beckham alias 'Posh Spice'. Maar die vergelijking gaat al snel mank. Waar Beckham met haar eerste cd volledig de mist ingaat schiet Ellis-Bextor met haar debuut-cd 'Read my lips' meteen naar de bovenste regionen van de hitlijsten.
Vervolgens zorgt Ellis-Bextor voor een van de grootste popmomenten uit 2002. Haar hitsingle 'Murder on the dancefloor' piekt wekenlang in nagenoeg alle hitlijsten. In 2002 is de song het meest gedraaide nummer in Europa. Met dit resultaat verslaat Ellis-Bextor gerenommeerde artiesten als Westlife, Kylie Minogue en Sugababes.
De single is afkomstig van haar debuutalbum 'Read My Lips', waarvan alleen al in Engeland meer dan een miljoen exemplaren worden verkocht. Er volgen nog twee hits van dit album: Get Over You (2002), en Music Gets The Best Of Me (2002).
In 2003 wint Ellis-Bextor een Edison in de categorie Best Dance. De opvolger van haar debuut volgt eind 2003, getiteld 'Shoot From The Hip'. De cd stelt de critici teleur, er komen nog wel wat singles vanaf: Mixed Up World (2003), I Won't Change You (2003).
In 2004 wordt Ellis-Bextor moeder van een zoontje, Sonny genaamd. De vader is Richard Jones, haar basgitarist tijdens één van haar tours.
In juli 2005 stappen ze in het geheim in het huwelijk. Ze geven hun jawoord in een intieme ceremonie in het Italiaanse Umbrië. Ze huren een landhuis voor de plechtigheid en vertrekken daarna naar het zuiden voor de huwelijksreis.
In het voorjaar van 2007 maakt Ellis-Bextor haar muzikale comeback met de single Catch You. Het refrein van dit liedje gaat: "Run to where you want, run to where you want, I am gonna find you." Ellis-Bextor rent zich door heel Venetië de hakken onder het lijf vandaan in een rode jurk, op zoek naar haar lief. De single wordt op de voet gevolgd door haar derde studioalbum, Trip The Light Fantastic.
Catch You levert geen succes op in de Nederlandse hitlijsten en in Engeland heeft ze al een tweede single klaar: Me and my imagination. Een nummer in de typische Sophie Ellis-Bextor stijl, 29 juni 2007 is de release.
Ellis-Bextor stond op 26 juni 2007 in het voorprogramma van het '25 Live'-concert van George Michael in de Amsterdam ArenA.
In september 2007 werd aangekondigd dat Ellis-Bextor haar eigen tour door het Verenigd Koninkrijk heeft uitgesteld om te gaan touren met Take That, als special guest. Tijdens 34 van hun shows zal Ellis-Bexotr Take That vergezellen. In maart 2008 werd de tournee opnieuw uitgesteld, omdat ook haar Greatest Hits album later uit zou komen.
Vlinder

close your eyes and....

Ishtar naar Songfestival

The Blue Diamonds
.Voor het platenkopende publiek waren The Blue Diamonds het vokale duo Ruud en Riem de Wolff, maar tijdens live optredens in de periode 1960-1963 was altijd hun drummer Dick Messchaert aanwezig en deden ze beroep op diverse bassisten en gitaristen ter ondersteuning. Vanaf eind 1963 was The Blue Diamonds weer een quartet. Ze waren verplicht hun hits te spelen, maar tijdens de soundcheck en ter opvulling van hun show speelden ze wel eens instrumentals. Je kon dan horen dat ze het tegen elke gitaargroep konden opnemen. De solopartij van Riem knalde werkelijk met veel echo effect via hun Echocord door de zaal. Met name op de solosingle uit 1962 van Riem de Wolff (Riem 'Guitar' Diamond) is een staaltje van zijn kunnen te horen op Ajoen Ajoen.
De uit Suriname afkomstge studio gitarist Lex Vervuurt zorgde overigens voor het prachtige gitaarwerk in met name Ramona en Little Ship.
De familie De Wolff kwam in 1949 vanuit Depok, Indonesië naar Nederland en vestigde zich in Driebergen. Ruud was op school vooral geïnteresseerd in athletiek, terwijl Riem en zijn gitaar onafscheidelijk waren. In 1957 begonnen Ruud en Riem de Wolff mee te spelen in het schoolbandje The String Extase Boys. Er werd eerst hawaiian- ,skiffle- en dixieland muziek gespeeld. De bezetting was sterk wisselend, maar in 1958 nam de groep toen ze rock-'n-roll gingen spelen een vaste vorm aan onder de naam The Cool Cats met Chris van der Plaats op bas en Dick Messchaert op drums.
In 1959 werden ze ontdekt door hun plaatsgenoot Richard Bamsch(†), de bekende organisator van grote Indische show avonden in zijn Riched Club in Utrecht en Rotterdam. Hij kwam met de naam The Blue Diamonds op de proppen. Richard Bamsch was ook de man achter The Hurricane Rollers. Tijdens de platensessie in oktober 1959 van de legendarische Indo-rock instrumental Once, verzorgde de band ook de begeleiding voor enkele covers (Til' I Kissed You, Bye Bye Love enz.) van de Everly Brothers door The Blue Diamonds. Zo speelden ze zich in de kijker bij Jan de Winter, de label manager van Decca en Fontana bij Phonogram en kregen een platencontract aangeboden. Overigens werden de opnamen die ze samen met de Hurricane Rollers maakten helaas niet uitgebracht, maar opnieuw opgenomen.
Chris v.d. Plaats zag het coveren van hits van The Everly Brothers en andere artiesten niet zitten en haakte af. De eerste singles in 1959 werden door het trio The Blue Diamonds gemaakt.
Na hun militaire diensttijd (eind 1963) sloot Chris van der Plaats zich weer bij The Blue Diamonds aan en tot medio 1965 was de oude bezetting van The Cool Cats weer compleet. In die periode maakte ze met name twee succesvolle tournees door Indonesië
In de periode 1965-1966 verliet Ruud de Wolff zelfs tijdelijk The Blue Diamonds. Hij verbleef toen in Mexico bij zijn vrouw. Charlie Kunz kwam op bas bij de groep en Chris van der Plaats nam de plaats van Ruud in als zanger/gitarist. Jan Ypema was ondertussen als vervanger van drummer Dick Messchaert bij de Blue Diamonds gekomen.
Leona Lewis slaat lucratief optreden in Dubai af
Verholen gedachten

pps Secret Garden
.
Leven

Jongeren vrolijken Gentse Feesten op

KISS op Graspop

Lily Allen verrast vrienden in lingerie

James Blunt komt naar Werchter Boutique

Deep Purple

Deep Purple is een Britse hardrockband. De groepsnaam is afgeleid van de jazzklassieker Deep Purple, het favoriete nummer van de moeder (of de grootmoeder, naargelang de bron) van gitarist Ritchie Blackmore .
Jon Lord startte in 1968 met een band onder de naam "Roundabout" met gitarist Ritchie Blackmore, maar veel succes had hij niet en al snel vertrokken de drummer en de bassist. Via twee mensen die manager van de groep wilden worden kreeg hij Nick Simper als bassist en Ian Paice als drummer. Rod Evans sloot zich bij de groep aan als zanger.
De groep wijzigde haar naam in Deep Purple, en nam een eerste single op: "Hush". Dit was gelijk de eerste hit. De single werd gevolgd door een cover van "Kentucky Woman" van Neil Diamond, waarna de eerste LP volgde: Shades Of Deep Purple. De plaat was matig succesvol. De band besloot daarom zo snel mogelijk de volgende plaat, The Book of Taliesyn, uit te brengen. Deze LP had wel succes, en de weg voor Deep Purple lag open. De samenstelling van de groep was Ritchie Blackmore op gitaar, Rod Evans zang, Jon Lord op de keyboards, Ian Paice op de drum en Nick Simper op bas. In deze samenstelling werd een titelloos album uitgebracht, waarop Deep Purple voor het eerst samenwerkt met een orkest in April. In hetzelfde jaar schrijft Jon Lord Concerto For Group and Orchestra, waarop de band samenwerkt met de Royal Philarmonic Orchestra o.l.v. Malcolm Arnold. Op het album zijn Gillan en Glover voor het eerst te beluisteren.
Met het overkomen van Roger Glover en Ian Gillan van Episode Six naar Deep Purple slaat de groep een andere weg in. Het succes komt met het album Deep Purple in Rock. Deep Purple zette haar naam als Hard Rock groep. Samen met groepen als Led Zeppelin en Black Sabbath hebben zij deze stijl ontwikkeld. In het begin van de jaren '70 stond de band bekend als "progressief" of als "underground". Black Night wordt een hit in Nederland, maar komt niet op het album te staan. Na In Rock volgt Fireball, waarvan de verkoopcijfers enigszins tegenvallen. In de VS komt de klassieker Strange Kind of Woman op het album te staan in plaats van Demon's Eye. Het titelnummer Fireball wordt een bescheiden hit in ons land. Groter succes komt er als Child In Time (verdeeld over twee singlekanten) op single verschijnt in de Benelux. Het nummer zou later 7 jaar op nummer 1 staan in Veronica's Top 100 aller tijden. Machine Head wordt zowel artistiek als commercieel een groot succes. In de VS is de groep een mega-act geworden en Smoke on the Water is vaker op de Amerikaanse radio te horen dan het volkslied. Veel tracks van dit album komen in hetzelfde jaar op het dubbellivealbum Made in Japan. De samenstelling van de groep op deze albums was Ritchie Blackmore, Ian Gillan, Roger Glover, Jon Lord en Ian Paice (MK2). In 1973 verschijnt voorlopig het laatste album in deze bezetting op Who Do We Think We Are. Woman From Tokyo wordt wereldwijd op single gezet. Japan(!) kiest verrassend voor een liveversie van Black Night als A-kant.
Nadien werden Ian Gillan en Roger Glover vervangen door David Coverdale en bassist Glenn Hughes die om de lead-vocals streden. Burn is een sterk album met klassiekers als Burn en Mistreated. De songs evolueerden weg van de Heavy Rock en invloeden uit de Blues en de Soul vonden hun weg. Uiteindelijk verliet Ritchie Blackmore met slaande deuren de band en Amerikaanse wonderboy Tommy Bolin nam zijn plaats in. Na enkele live-miskleunen en een knappe Bolin-gesigneerde LP Come taste the Band legde Purple er tijdelijk de bijl bij neer. Bolin maakte, na het sublieme Teaser, nog een tweede LP met zijn eigen Bolin band en overleed kort daarna aan een overdosis drugs op het moment dat hij met zijn eigen band het voorprogramma ging verzorgen voor Jeff Beck.
Van de originele leden, Nick Simper en Rod Evans, bracht alleen Simper op een Duits label nog een collector's item album (Slipstreamer) uit, gevolgd door een veel te snel opgenomen miskleun. Alle andere Purple leden bouwden een vrij populaire carrière uit, maar het succes van Deep Purple wist niemand te evenaren. Mr Universe Ian Gillan, Rainbow Ritchie Blackmore, Mr. Hammond Jon Lord, Love is all Roger Glover en Whitesnake David Coverdale waren de voorbeelden van de huidige rockhelden.
In 1980 vormde Rod Evans met enkele andere muzikanten een nieuwe line-up van Deep Purple. Bij hun optredens speelden ze voornamelijk songs van de Mark-2 bezetting. Ritchie Blackmore ging toen naar de rechter die bepaalde dat de naam Deep Purple slechts gevoerd kon worden door een band met tenminste 2 leden uit de Mark-II bezetting. Bovendien verloor Evans al zijn rechten op royalties.
In de jaren '80 volgde een MkII reüniealbum: Perfect Strangers, waarmee de groep er weer stevig tegenaan ging. Maar ook hier liep het weer uit op onderlinge problemen, met Gillan en Blackmore die de band verlieten en vervolgens Gillan die weer terugkeerde. Op Slaves and Masters is Joe Lynn Turner (ex-Rainbow) te horen. Tijdens de toernee van The Battle Rages On stapt Blackmore op en wordt Joe Satriani tijdelijk zijn opvolger.
De laatsten die de groep versterkten waren Don Airey en Steve Morse. Het eerste album met Morse: Purpendicular wordt goed ontvangen. In 1999 wordt na 30 jaar weer opgetreden met een orkest. Met de London Symphony Orchestra o.l.v. Paul Mann wordt het Concerto uit 1969 opnieuw gespeeld. Op het album en dvd die verschijnen zijn vele gasten te horen zoals Ronnie James Dio en Sam Brown.
De huidige samenstelling (2006) is Airey / Gillan / Glover / Morse / Paice, en in deze samenstelling treden ze nog steeds op. In januari 2006 is Deep Purple begonnen aan de ca. 2 jaar durende Rapture of the deep-worldtour. Op 18 april 2006 wordt de nieuwe Ian Gillan cd/dvd Gillan's Inn uitgebracht. Op 9 juni 2006 speelden ze voor de tweede keer op het Arrow Rock Festival te Lichtenvoorde. Tijdens de uitvoering van het nummer "Smoke on the Water" speelt de gitarist Neil Schon van Journey ook mee.
De grootste hit van de band is "Child in Time". Dit nummer staat in elke Tijdloze 100 in de bovenste regionen geklasseerd. Hetzelfde geldt voor "Smoke on the water".
Deep Purple zou op 27 juli 2006 een concert geven in Libanon. Het concert werd afgelast vanwege de oorlog met Israël. Op 13 november 2006 gaf Deep Purple een eenmalig concert in muziektempel Nikaïa in Nice
in zuid-Frankrijk. Voorlopig is Deep Purple aan hun 3 jaar durende
Rapture Of The Deep Tour. Hierbij zijn ze in de Lotto Arena in
Antwerpen geweest. Deep Purple is in 2003 uit geroepen tot beste
live-band en trekt sindsdien overal ter wereld weer volle zalen en
stadions. Ze doen op dit moment zo'n 150 concerten per jaar en zijn
daarmee 1 van de drukste bands ter wereld. Gitarist Steve Morse(sinds
eind 1993) is een waardige opvolger van Ritchie Blackmore en heeft ook
echt nieuw leven in de band geblazen. Hij is in America ook 5 jaar lang
uitgeroepen als beste gitarist en hangt ook in "The Hall of fame". Hij
speelt ook nog steeds in zijn eigen band "The Steve Morse band" en in
de "Dixie Dreggs". Deep Purple was op 15 juli 2006 ook de afsluiter van
het Montreux Jazz Festival, die dat jaar 40 jaar bestond. Deep Purple
deed daar voor de derde keer mee. Ook vanwege hun speciale band met
Montreux door het nummer "Smoke on the water". Deep Purple heeft ook
zijn eigen monument aan de boulevard in Montreux. Volgens de laatste
berichten komt er in 2008 weer een nieuwe CD uit.
Sophie Hilbrand spuit en slikt niet meer

Françoise Hardy

Françoise Hardy tekende haar eerste contract met het platenlabel Vogue in november 1961. In april 1962, kort nadat ze eindexamen had gedaan, verscheen haar eerste album Oh oh Chéri, met het titelliedje geschreven door Johnny Hallyday's schrijfduo. Het nummer "Tous les garçons et les filles" werd een groot succes en er werden er 2 miljoen van verkocht. Ze had lang haar en droeg meestal jeans met een leren jasje en begeleidde zichzelf op de gitaar.
Hardy zong soms in het Engels, Italiaans, Spaans, en Duits. In 1963 vertegenwoordigde ze Monaco bij het Eurovisie Songfestival met L'amour s'en va en bereikte de vijfde plaats. In 1968 ontving ze de Grand Prix du Disque Académie Charles Gros.
In 1981 trouwde ze met haar oude viend en collega Jacques Dutronc, met wie ze al een zoon had, Thomas Dutronc (1973). In mei 2000 had ze een comeback met het album Clair Obscur. Haar zoon speelde gitaar en haar man zong het duet "Puisque vous partez en voyage." Iggy Pop en Étienne Daho deden ook mee. Ze woont tegenwoordig in de buurt van Parijs.
.