"Het komt niet licht en zelden voor dat een leugen volmaakt onschuldig is. Liegen in ons eigen voordeel is oplichting, liegen in andermans voordeel is bedrog, liegen om kwaad te doen is laster en dat is een leugen van de ergste soort."
J. J. Rousseau in "Overpeinzingen van een eenzaam wandelaar".
“We gaan ons volledig richten op het positieve in jou. Het negatieve beeld dat je hebt van jezelf, dat nog ernstig versterkt is door de vernietigende manier waarop je ex-BesteVriend je behandeld heeft, gaan we ombuigen. Je bent een goed mens, daar moet je van overtuigd worden. Ja, ik begrijp dat je je vernederd en bedrogen voelt, maar wat hij jou heeft aangedaan, komt op zijn rekening. Die last moet je van je afzetten! Herinner je: plus est en vous”
Dat zei de psycholoog me gisteren tijdens ons gesprek. Hij begrijpt dat ik eerst weer op krachten wil komen voor ik opnieuw de buitenwereld in trek. Mijn mentale beschermingsschildje dat ik altijd automatisch opzette, heeft ook een flinke deuk gekregen, vandaar dat ik nu een tijdje alleen en liefst thuis wil blijven. Toch waarschuwde hij me voor het gevaar dat ik me te veel zou isoleren. Daarom moet ik mezelf overtuigen elke dag minstens een keer naar buiten te gaan.
Ondertussen heb ik het balkonnetje ingericht als mijn buitenverblijfje. Overtollig materiaal vloog ofwel in de afvalcontainer ofwel in de kelder. De bloembakken met geraniums kregen gezelschap van twee andere, een beplant met fuchsia en een met tagetes. Een turkooiskleurige parasol maakt het zomerse gevoel af. Deze morgen wou ik voor het eerst op dit vakantie-balkonnetje ontbijten en lap! Onweerslucht en onverwachte windvlagen trokken een streep door mijn plannen. OK, dan maar wachten op beter weer zeker?
Tot hier toe heb ik 40 % behaald op de huiswerken die de psycholoog me voor deze week heeft opgegeven. Gebuisd!
Kleine werkjes die niet lang duren, daar heb ik geen probleem mee. Het zijn echter die taken die langer duren, waar ik niet aan kan beginnen, hoe dringend ze ook zijn. De strijkmand bijvoorbeeld, puilt uit. In het slechtste geval neem ik een of twee bloezen om te strijken, omdat er ondertussen geen meer in de kleerkast hangen. De rest wacht, wacht en blijft wachten. Dit is echter niet van mijn gewoonte. Mijn hele wezen schreeuwt dat ik er moet aan beginnen! Maar ik kan het niet. Een blokkade, noemt de psycholoog het. Echter, een ganse avond foto’s draaien, bijsnijden, licht bewerken en online plaatsen of gewoon in mappen ordenen, dat gaat moeiteloos.
Gaan zwemmen stond ook op het takenlijstje. Slechts tien minuutjes wandelen en ik sta aan het zwembad. In de kleerkast liggen (al jaren) twee badpakken. Ik kan er niet naar toe. Nog een blokkade. Echter, te voet naar de stad wandelen of naar het natuurreservaat dat aan het zwembad grenst, dat gaat moeiteloos.
Eten koken is nog zo’n zware corvee. Nog goed dat ik soms moet koken voor mijn kinderen, of ik at nauwelijks nog.
Vreemd, die blokkades. Ik vraag me af hoe ze ontstaan zijn. Het zal wel weer een combinatie van oorzaken zijn, zowel van vroeger als van recentere.
Positief is dat ik precies opnieuw een boek kan lezen. Vorige week ben ik er in geslaagd om “Het Bernini-Mysterie” van Dan Brown uit te lezen. OK, zwaar van inhoud is het niet en van de eerste tot de laatste bladzijde word je voortgestuwd in het verhaal. Maar ik kreeg het toch uit! De “Overpeinzingen van een eenzame wandelaar” is minder het soort boek dat je in een ruk uitleest, meer een om af en toe een hoofdstuk uit door te nemen en alles eens goed te overdenken. Daarom heb ik ondertussen een tweede boek ter hand genomen, dat vlotter leest. En dat lezen lukt vrij aardig in een zetel op het balkonnetje hier thuis... terwijl ik de sigaretten van de Jongste op rook (hij is gestopt met dat gif, goed zo!). Neenee, ik ben niet hervallen in slechte gewoontes van vroeger. Zijn pakje leegroken en dan stop ik er ook mee. Dat staat vast!
Zou het me misschien lukken om te strijken op dat balkonnetje? Gek idee, of niet…?
Tot mij sprak deze middag op een terrasje iemand die zo'n tweehonderdvijftig jaar geleden ongeveer hetzelfde ervaarde als ik nu. Gekwetst, alleen achtergelaten, niet begrepen willen worden. De man schreef er een boek over. Een boek dat ik leende in de bibliotheek, gewoon afgaand op de titel. Niemand die wilde/wil luisteren naar zijn/mijn visie op de feiten. Gretiger roddels geloven dan zelf de moeite nemen om de waarheid te achterhalen. En masse samen de enkeling veroordelen en in de modder duwen. Het zal des mensen zijn zeker?
Met de Dochter en de Jongste ging ik deze middag een Bretoense boekweitpannenkoek eten. De Bretoense meubeltjes en het servies, traditioneel beschilderd in Quimper, het gaf een beetje een vakantiegevoel. Zij genoten ervan, praatten en plaagden luidruchtig zoals normaal is voor jonge mensen van hun leeftijd, nog niet te erg getekend door het leven, nog vol enthousiasme, nog gelovend in het goede van de mensheid. Dat het nog lang zo mag blijven voor hen. Mijn gedachten dwaalden echter voortdurend af, ik stelde mezelf voortdurend in vraag. Zijn de beschuldigingen van de ex-BesteVriend, die ik deze middag even vluchtig had opgemerkt in de stad, aan mijn adres terecht of het resultaat van zijn geestesgesteldheid? Het tweede natuurlijk, maar die bevinding mildert mijn pijn echter niet. Ik heb immers iemand ten volle vertrouwd en die iemand heeft daar serieus misbruik van gemaakt, en erger.
De schrijver, lotgenoot van drie eeuwen geleden, is nog jaren blijven leven, alleen, zijn overpeinzingen getrouw aan het papier toevertrouwend. Ook hij vond troost in de natuur en in de godsdienst. Zijn dat dan inderdaad de enige stevige steunpunten in deze wereld?
Ik vroeg me af: wat is erger? De roddelaar of de meute die zijn verhalen gulzig en kritiekloos opneemt, gelooft en alsmaar dikker gekleurd verspreidt?
Ja, het hele gebeuren heeft me dieper geraakt dan ik eerst dacht, zo blijkt. En toch leef ik verder. Vallen? Niet erg. Opstaan verdorie en verder doen!
Zucht. Verder doen. Weer eens diep ademhalen en verder leven. That's life!
“Zalig zij die vrede stichten, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden”. (Mattheus 5:9)
Dat was een van de centrale aandachtspunten die de priester in zijn homilie van vanavond stelde.
Na twee dagen van verdriet en treurigheid was de eucharistie die ik vanavond volgde opnieuw een bron van rust en innerlijke vrede, waarvoor dank! Ik had het nodig. Broodnodig. Want al houd ik mezelf voor dat de roddelcampagne die de ex-BesteVriend nog steeds ijverig in gang houdt (zo blijkt uit FaceBookpagina’s) , me niets doet, het tegendeel laat zich voelen in mijn ziel.
Door de stad dwalen in de regen bracht me geen rust. Naar muziek luisteren ook niet. Wegvluchten in een boek, daar slaagde ik evenmin in.
“Everyday is a second chance”, probeert een van mijn nieuwsbrieven me vandaag voor te houden. Ja, zal wel. Maar je kan de wonden die gisteren zijn toegebracht niet zomaar wegtoveren, ik ben Gandalf niet.
De inhoud van zijn preek was mooi: je vijanden vergeven, onderlinge ruzies uitpraten voor de zon ondergaat, je onthouden van communie voor het geschil met je broeder is bijgelegd, maar het moet wel van twee kanten komen en dat gaat moeilijk als de tegenpartij gezworen heeft nooit nog tegen jou te willen spreken!
Misschien wel goed zo, maar dat wordt dus wonden likken in eenzaamheid.
Neen, ik besef dat het nooit meer kan worden wat het ooit geweest is tussen de ex-BesteVriend en mij. Maar stel dat ik vanavond het tijdelijke voor het eeuwige wissel, zou ik dit tranendal kunnen verlaten met gerust gemoed, wetend dat er iemand is die hier achterblijft en me haat en er blijkbaar plezier aan beleeft me overal te gaan zwartmaken? Of omgekeerd, stel dat– God verhoede!!! – dat zijn uur vannacht gekomen is, zou hij rustig kunnen overgaan, in de wetenschap dat hij hier pijn en verdriet achterlaat?
Uitgerekend op een Hippie-pagina op FB las ik de enig bruikbare goede raad die vandaag bij mij past (althans, dat denk ik): “Wil je de wereld verbeteren? Begin met zelf goed te doen voor anderen”. OK. Boodschap goed ontvangen. Slaap wel, allemaal. Tot morgen, de eerste dag van de rest van ons leven.
Mijn benen losjes rustend op een houten tuintafeltje, glaasje witte wijn binnen handbereik, tussen de bloeiende geraniums door zicht op de groene zuidkant van de stad, bomen, bomen en nog eens bomen, spannend boek op de schoot. Alleen de geluidsoverlast van het verkeer beneden op het spitsuur werkt lichtjes storend - vanavond rustige instrumentale achtergrondmuziek op de mp3-speler laden heft morgen dit probleem op. Alle muggenzifters, haatdragende wraaknemers en kwaadsprekers laat ik diep beneden mij. Zo geniet ik van op het balkon van dit arendsnest van een zomerse vakantierust.
De huizen in de straat waar ik als kind woonde, staan nog steeds op dezelfde plaats. Met hun gele gevels, zwarte daken en grote tuinen, waren ze voor mij de ganse wereld waar ook mijn veilige nestje stond. Ik leefde en speelde er zorgeloos en besefte niet dat ik gelukkig was. Renovatie drong zich echter op. Nu zijn de gevels bezet met rode bakstenen en zijn de daken grijs. Ook de vensters en de deuren werden vervangen. De oudere huizen in de aanpalende straten werden echter volledig afgebroken. Het stratenplan zelf bestaat nu uit concentrische halve cirkels, terwijl het vroeger eerder een dambordpatroon was. Er rest mij geen reden om hier nog terug te keren. Het veilige nestje leeft alleen verder in mijn herinnering.
De sociale woonwijk waar ik als tiener woonde is nauwelijks veranderd, op de bewoners na. Waar toen vnl arbeiders en bedienden woonden, onderwijzers, politieagenten, brandweermannen, leven nu voor het merendeels migranten. Zijn de huizen niet veranderd, de ganse sfeer van de wijk wel. Andere kledingstijlen en onverstaanbare talen maken deze buurt nu vreemd voor mij. Ik heb er niets meer te zoeken.
Deze middag stond ik plots aan een bankje in de oude stadswijk. Twee jaar en negen maanden geleden verklaarde een man me hier zijn liefde. Met de Lieve achter ons, een Onze-Lieve-Vrouwbeeld voor ons en een stralende Venus in de avondlucht boven ons wisten we dat onze liefde voorbestemd en gezegend was. Nu echter… Ik wenste dat ik daar naar die avond kon terug keren, die een van de mooiste in mijn leven was.
Volgens de testen die ik aflegde ben ik niet autistisch (oef!), maar bevind ik me toch in de schemerzone tussen autistich en normaal sociaal functionerend. Een vreemde combinatie van erfelijke, opvoedings- en andere externe factoren schijnt hiervoor verantwoordelijk te zijn. Dank u. Dat weten we dan ook al weer. De psycholoog beloofde me ten stelligste me te helpen om opnieuw normaal te kunnen functioneren in deze maatschappij die niet zo open staat voor wie niet perfect in het plaatje past. Ik kreeg een lijstje met opdrachten voor deze week mee als eerst stap. Elke dag één taak in het huishouden. Een pak blokkades lijkt me immers te belemmeren om normaal te functioneren. Ik veronderstel dat ik eigenlijk nooit genezen ben van de depressie van drie jaar geleden, iets wat de psycholoog helemaal niet tegensprak.
Ondertussen heb ik "via-via-via" vernomen dat een zekere vrouw nu in het bovenste laadje ligt bij de ex-BesteVriend. Dat verklaart veel van zijn houding naar mij toe van de voorbije weken. Ik hoop dat ik hen niet veel zal zien, samen of niet.
Vaderdag. Het heeft altijd minder impact gehad dan moederdag, vind ik. Misschien omdat het later werd ingevoerd en ik moederdag al mijn ganse leven ken? Commerciële uitvinding, lees ik hier en daar. Wellicht, maar ik kan me voorstellen dat er heel wat mannen blij zijn dat ze op een bepaalde dag eens extra aandacht krijgen. Voor zover die natuurlijk uit het hart komt.
Mijn vader was een heel strenge vader die alles controleerde. Soms vond ik dat zeer verstikkend en maakte het mij opstandig, maar hij hield veel van me en was fier dat ik het goed deed op school. De mens heeft ook maar zijn best gedaan. Toen ik alleen woonde, nodigde ik mijn ouders soms uit om te komen eten. Toen hij binnen kwam en op de gedekte tafel een klein lepeltje zag liggen boven elk bord, glunderde hij. Immers, het dessert vond hij altijd het lekkerst en daar keek hij dan ook naar uit. Je mocht je voor de rest de tong uit je lijf gekookt hebben, het nagerechtje was voor hem altijd de top.
Mijn vader is er niet meer. Vreemd, ik was 29 toen hij stierf en dat zal dit jaar 29 jaar geleden zijn. Hij is plots gestorven, zomaar ineens in elkaar gezakt, op een ochtend in de badkamer. Net ervoor heeft hij nog samen met mijn moeder ontbeten. Toen ze verse handdoeken in de kast kwam leggen, vond ze hem op de grond, levenloos. De schok moet enorm geweest zijn voor haar. Elke ochtend vertrok ik rond half acht naar school zodat ik daar nog twee sigaretjes kon roken voor de les begon. Die bewuste ochtend bleef ik ze thuis roken. Waarom? Voorgevoel? Rond acht uur belde mijn moeder me in paniek op om te melden wat gebeurd was.
Ik ken een andere vader die vandaag weer geen bezoek zal krijgen en verdriet zal hebben. Vorige jaren gingen hij en ik samen weg op vaderdag. Ik hoop voor hem dat er vandaag iemand anders is die de dag met hem zal doorbrengen, want sedert hij me zo achterbaks en hard heeft behandeld, houd ik afstand. Pech voor hem vandaag...
Deze namiddag nam ik deel aan een geleide wandeling in een historisch belangrijke wijk van de stad. Al bleek het om een reklamestunt te gaan voor een nieuw verschenen boek, ik heb interessante weetjes opgestoken en de gids was een boeiend verteller. Mijn kinderen waren bij hun vader uitgenodigd voor een etentje. Toen ik thuis kwam, vond ik daar mijn twee zonen. In tegenstelling tot hun zus waren zij niet ingegaan op de uitnodiging van hun vader...
Dat de trein ingevolge werken bijna een half uur vertraging opliep, vond ik in tegenstelling tot heel wat medereizigers geenszins erg. Bijna altijd heb ik een boek of een andere vorm van lectuur bij me en kan ik dus extra gevonden tijd (iets anders dan "verloren tijd") goed vullen. En zou het iets uitmaken ivm de mij opgedragen zoektocht? Een middeleeuws patriciërshuis zou toch niet zomaar weglopen.
Ik liep Brugge door in verschillende richtingen. Een plan had ik niet echt nodig; Brugge is zo klein dat je eigenlijk niet kan verloren lopen. Nu eens op zoek naar een handwerkwinkeltje dat ik me herinnerde van veertig jaar geleden en er inderdaad nog was, zij het aangepast aan de smaak van de hedendaagse mens. Dan weer stapte ik van antiek- naar brocantewinkeltje, me telkens weer afvragend waar men al die mooie oude spulletjes haalde. De prijzen varieerden sterk. Niet dat ik me veel kocht - zowel het geld als de plaats om thuis een en ander uit te stallen ontbreken me. Maar ik kan ervan genieten om al dat moois te bekijken.
's Middags overtrof ik mezelf! Al zeg ik het zelf. Op een terrasje vond ik een vrij tafeltje in een hoek, beetje beschut onder een luifel, daar nam ik plaats, at er een pastagerecht en vroeg ik een koffie er na. Gans alleen zitten eten op een terras, het is me gelukt. Het viel me wel op dat de prijzen in Brugge van 25 tot zeker 50 % duurder zijn dan het toeristische centrum van mijn stad. Tja... Neem de toeristen weg uit Brugge en je zit zo opnieuw met "Bruges la Morte". Kan je het de middenstanders kwalijk nemen? Het zachte warme windje, de mensen aan de andere tafeltjes die me nauwelijks waarnamen, het maakte dat ik me veilig en dus goed voelde.
Ja, ik passeerde de plaatsen en het eethuis waar ik nog niet zo lang geleden tijd doorbracht met de ex-BesteVriend. En ja, het deed me even pijn. Want er zijn zoveel mooie dagen geweest en het had kunnen blijven duren.... Maar neen, gelukkig heb ik een rationele kant die me duidelijk voor ogen houdt: "die man heeft meer dan genoeg van jou geprofiteerd, heeft je op de koop toe een mes in je rug geploft, laat hem nu maar alleen verder knotsen en bouw je eigen leven op!"
Foto's nam ik nauwelijks. Enerzijds zijn alle mooie hoekjes van Brugge al lang en meer dan eens door betere fotografen dan ik vastgelegd en anderzijds lopen overal toeristen in de weg. Wat moet dat hier zijn in het hoogseizoen? Toch kon ik het niet laten een reeksje beelden vast te leggen in de St-Salvatorkerk. Ongelooflijk mooi gebedshuis! Het speet me dat ik het verlaten moest omdat het sluitingsuur vlugger naderde dan ik vermoed had. Enfin, ik ben zeer blij en tevreden met wat ik gezien heb.
Toen ik tegen een uur of zes opnieuw de trein naar huis nam, overdacht ik een en ander. Door dit eendagsuitstapje waren mijn batterijen volledig opgeladen, al voelde ik me moe. Ik kwam tot het besluit dat ik gerust een andere stad kan bezoeken. Een stad die een beetje verder ligt, misschien met een overnachting er bij. Amsterdam, waar ik meer dan veertig jaar niet geweest ben? Of Parijs, dat me serieus is tegengevallen bij mijn laatste bezoek... door een toenmalige grimmige echtgenoot. Al heb ik me op sommige momenten erg eenzaam gevoeld in Brugge - niet tegen iemand kunnen zeggen hoe mooi je iets vindt, hoe grappig een bepaalde situatie is, of gewoon maar eens zeggen hoe gelukkig je je voelt - de uitstap is me geenszins tegengevallen!
Maar, vergeten we niet dat ik die dag naar Brugge ben afgereisd omdat mijn psycholoog me dat had opgedragen. Het patriciërshuis dat hij me had beschreven, had ik zeer vlug gevonden. Verbonden met de OLV-kerk door een privé-ingang was het onmiddellijk duidelijk dat het Gruuthuuse-museum bedoeld werd. En de wapenspreuk van de Gruuthuuse-familie die ik moest zoeken, staat gebeiteld boven de hoofdingang:
"Plus est en vous"!
m.a.w. : er zit meer in jou dan je vermoedt!
Toen ik gewoon ter informatie deze spreuk sms'te naar de psycholoog, ten teken dat ik ze ontdekt had, antwoordde hij me onmiddellijk: "Gebruik ze!"