Halfoogst 2008


Halfoogst
Men neemt kippengaas van 35 x 30 cm. en draait hem in een de vorm
van een friethoorntje.
Rond het hoorntje brengt men cocovezel aan, die men omwikkelt met
fijne binddraad.
In het hoorntje brengen we een plastic zakje aan, die we opvullen met
steekschuim. ( Het oasis vooraf goed laten vocht opnemen )
Het hoorntje plooien we vervolgens langs de puntkant licht naar boven.
In de benedenzijde van het steekschuim brengen we enkele takjes Laurier.
Laurier is vooral afkomstig uit het oostelijk Middellandse Zeegebied,
uit landen als Turkije, Georgië en Griekenland.
De laurier is goed bestand tegen zilte wind en dus uitstekend te gebruiken
in gebieden langs de kust.
Een laurier kan groeien in zowel een gematigd warm als een vrij koud klimaat.
Langdurige vorst wordt echter niet verdragen.
Laurier wordt veelvuldig gebruikt voor een haag of erfafscheiding.
Vervolgens maakt men de cirkel rond, gelijk opbouwend, links en rechts,
met beukebladeren , hypericum, weinmannia en camelia.
De Beuk (Fagus sylvatica) is wellicht een van de meest gebruikte loofboomsoorten.
Hij domineert het bos op bijna alle bodemsoorten, behalve de te natte en te arme.
Als typische schaduwboomsoort heeft hij het wel moeilijk in pioniersituaties.
Verjongen onder scherm of in kleine groepen is daarom aangewezen.
De natuurlijke verjonging verloopt onregelmatig door de zeldzame zaadjaren.
De Beuk produceert snel zeer bruikbaar hout.
Hou hem wel in toom want door zijn dominant karakter gaat hij al snel overheersen.
Hypericum ( Latijnse naam )
Hertshooi of Sint Janskruid vind je als wilde plant maar ook als cultivar voor tuinen.
Als takkenvoedsel verkiezen we de gekweekte vormen, daar deze meestal meer
en breder blad hebben en door de takken liever gegeten worden.
Hypericum komt in zowat heel de wereld voor, maar heeft een voorkeur voor iets
koelere klimaten.
Sommige van de meer dan 400 verschillende soorten zijn groenblijvend of
verliezen hun blad pas aan het begin van de winter, andere soorten verkleuren
helemaal op het einde van de zomer.
Hertshooi heeft opvallende grote gele bloemen met lange meeldraden.
Een aantal soorten hertshooi, zoals bv Hypericum adrosaenum, maakt mooie
zaaddozen aan, die gebruikt worden voor boeketten.
Helaas is deze soort niet wintergroen en blijft deze een struik.
De meest als takkenvoedsel gebruikte soort hypericum is Hypericum ‘Hidcote’
een plant van ongeveer 100cm hoog die half wintergroen is.
(kan tegen enkele graden vorst indien beschut)
Deze soort groeit snel uit, en wordt gebruikt in borders als bodembedekker.
Elk voorjaar wordt deze plant gesnoeid waardoor er nieuwe scheuten uitschieten.
Veel takken eten hypericum waardoor deze plant voor takkenliefhebbers uiterst
waardevol is.
Je vindt hem voor een zacht prijsje in bijna elk tuincentrum en hij staat mooi in elke tuin.
Tip: is in de winter de plant bevroren kan je eventueel de stengels toch gebruiken!
Zet ze in water op een beschutte plaats, niet te warm om het doorschieten te
voorkomen, en laat de plant weer scheutjes en bladeren krijgen.
Weinmannia trichosperma is een wintergroene struik of
kleine boom die inheems is in Chilli.
Dit geslacht maakt deel uit van de familie Cunoniaceae.
Deze plant verkiest een leemachtige grond, half schaduw en voldoende vocht.
Dit boompje heeft een varenachtig samengesteld blad dat zeer glanzend is aan de
bovenzijde en mat aan de onderzijde.
In december verschijnen de trossen witte bloemen gevolgd door rode vruchten in
de zomer die de hele plant een rode kleur geven.
Camelia, oorspronkelijk afkomstig uit Japan, Korea, India en China,
tijdens de 17e eeuw ontdekt en ingevoerd.
Kruisingen, veredelingen en opkweek leidden tot de meest verassende resultaten.
Camellia bestaat uit eindeloze variëteiten met ettelijke soorten bloemen in
pastelkleurige tinten.
Graag een standplaats bij voorkeur in volle zon of een halfbeschaduwde plaats,
ze verdragen absoluut geen kalk, eerder een zure en tamelijk vochtige grond.
Deze groenblijvende struik heeft een crème – wit bont, ovaal blad.
In het voorjaar wordt de Camellia met grote enkele bloemen getooid.
Opmerkelijk zijn de meeldraden in het hart van de golvende bloembladeren.
Deze maken de bloei een waar spektakel.
Het midden van de hoorn bouwen we op , beginnend aan de onderzijde ,
met een distel en enkele tarwehalmen.
Vervolgens schikken we drie orange rozen op de rij .
Boven de rozen brengen we links een aspidistra blad en rechts
een ledervaren aan.
Het aspdidistra blad rollen we voor de helft toe alvorens te
in het oasis te prikken.
Ledervaren of Arachniodes adiantiformis ‘Imperial’
Ledervaren is al enkele decennia een populaire snijgroensoort.
Die populariteit kan nog verder stijgen dankzij de introductie van cultivar ‘Imperial’.
Reden voor deze aanname is de sterk verbeterde houdbaarheid van de varenachtige.
Het blad is breder, voller en lichter groen dan we van de ledervaren gewend zijn.
Het vult de boeketten beter, waardoor minder takken nodig zijn.
Bovendien is de ‘Imperial’ vrij van sporen.
Consumenten hoeven daardoor geen sporen meer weg te vegen onder de vaas.
Het blad is tevens vrij van sproeiresidu, omdat de ‘Imperial’ in de kas wordt
geteeld en niet , zoals gebruikelijk , in de buitenlucht.
Tussen de varen en de aspidistra brengen we een zonnebloem aan
die we laten rusten op de roosstengels.

