

Allerheiligen
Gebruik als basis een daklei.
Plak een prikker op éénderde deel van de lei en prik
daarop een derde deel (natte ) oasis op.
Deze basis van de oasis bekleden we met klimopbladeren-
en bloemen.
Vooraan bevestigen we een blad van de varen dat we
over de lengte van de lei laten rusten.
Bovenop de varen brengen we een groene anthurium bloem.
Links naast de bloem steken we een trosje asclepia en rechts
een tros sneeuwbessen.
Langs de bovenkant van de oasis steken we schuin naar
voor hellend een aar van de grote lisdodde.
Langs de lisdodde steken we een witte calla, dewelke
we erop laten rusten.
Achter de cala brengen we in trapcorm drie witte rozen aan,
waarvan we de stengels bedekken met nog een groene anthurium bloem.
_______________________________________________
Anthurium is een groot plantengeslacht uit tropisch Amerika
dat bestaat uit 600 soorten.
Het geslacht behoort tot de aronskelkfamilie (Araceae).
Deze planten zijn epifyten met weinig wortels.
De stengels zijn 15-30 cm lang. De bladeren hebben meestal bladstelen,
maar er zijn ook typen die eenbladrozet maken met slechts een
rudimentaire bladsteel.
De bloemen zijn klein (ongeveer 3 mm) en groeien op een vlezige
bloeikorf (spadix) met (karakteristiek voor de familie) een
schutblad (spatha) eromheen die verschillende kleuren kan hebben.
De meeste soorten hebben een weinig opvallend schutblad dat groen
tot zwart van kleur is.
Met name Anthurium andreanum en Anthurium scherzerianum kunnen
fel gekleurde schutbladen hebben: donkergroen tot wit, roze, oranje
tot helrood en paars.
Deze kleur kan veranderen naargelang het bloemstadium (van knopstadium
tot bloeistadium).
De vruchten zijn besssen die uitgroeien op een vruchtentak (infructescence).
Met name de lakanthurium (Anthurium andreanum) en de flamingoplant
(Anthurium scherzerianum) worden in de handel aangeboden als
potplant of als snijbloem.
Sommige soorten worden ook verkocht als bladplant, bijvoorbeeld Anthurim clarinervium.
__________________________________________________![]()
Grote lisdodde
De grote lisdodde (Typha latifolia) is een plant uit de
lisdoddefamilie (Typhaceae).
Het is een tot ruim 2 m hoge plant van voedselrijke oevers
met lange grote bladeren, en een karakteristieke bruine 'sigaar'
aan het uiteinde van zijn stengels.
De plant bloeit in juni en juli met de mannelijke aar meestal
direct boven de vrouwelijke lichtbruine aar, waaraan de bloemen zitten.
Bij rijpheid zijn de vrouwelijke aren zwartachtig bruin; de sigaren.
Bij de kleien lisdodde (Typha angustifolia) zijn de rijpe sigaren
geelachtig tot groenachtig van kleur.
De grote lisdodde is een zeer algemene plant en komt voor aan
waterkanten in zeer voedselrijke omstandigheden en in zure,
voedselrijk wordende vennen en plassen.
De plant komt niet voor aan grote open wateren.
De plant kan zich onder gunstige omstandigheden vrij snel door
middel van wortelstokken verspreiden.
De lisdodde staat bekend als een beschermde plantensoort, maar
staat niet op de lijst van wettelijk beschermde planten.
Eetbare delen van de grote lisdodde:
De witte binnenkant van de jonge scheuten is eetbaar, zelfs rauw.
Het stuifmeel van de lisdodde bloem is bruikbaar als meel (bloem)
voor het bakken van een koek.
Per bloem levert dat ongeveer een eetlepel meel op.
In het voorjaar kunnen de jonge knoppen gegeten worden als
een soort asperges.
De wortelstokken zijn zeer zetmeelrijk en een bron van voedsel.
De wortels kunnen geschild worden.
Vervolgens kan men de vezels koken, bakken, drogen, vermalen
tot meel of men kan er siroop van maken door ze langzaam
droog te koken.
Men kan de wortels na het schillen onder water scheuren en
breken om het zetmeel eruit te halen.
De wortels kan men eenvoudig bakken in een open vuur,
waarbij de wortelbast als een soort bescherming dient tegen het vuur.
Na tien tot twintig minuten kan men de wortels openscheuren en de
zetmeelrijke vezels eruit halen; deze vezels zijn direct eetbaar.
Per persoon heeft men vijftien tot twintig wortels nodig.
De zaden van de vrucht zijn eetbaar.
Het bruine pluis van de vrucht van de grote lisdodde kan men
door te branden verwijderen.
Daarna kan men de zaden drogen of roosteren.
De grote lisdodde groeit op allerlei plaatsen.
Het is onverstandig om planten uit vervuild water te eten omdat
de plant vervuilingen uit het water wegzuivert en deze opslaat.
Vermijd het eten van deze plant in het geval dat de smaak bitter,
zuur of pittig is.
























