Allerheiligen 2008


Allerheiligen
Als basis gebruiken we een Oasis Florette medi.
Langs de bodem brengen we mooie gekleurde rand bladeren
aan van de wilde wingerd.
Vervolgens brengen we een tweede rand aan van laurierkers-
bladeren.
De laurierkers (Prunus laurocerasus) is een plant uit
de rozenfamilie (Rosaceae) die van nature voorkomt in
Zuidoost-Europa en Klein-Azië.
Als boom kan de laurierkers een hoogte van 14 m bereiken,
maar hij komt ook als struik voor, bijvoorbeeld in bossen.
De gebruikelijke hoogte bedraagt 6-8 m.
De plant heeft gewoonlijk een brede en gespreide kroon.
De schors is bruinachtig grijs met duidelijke lenticellen (luchtporiën).
De langwerpige tot lancetvormige bladeren zijn lichtgroen[en
krijgen met het ouder worden een wat donkerder tint.
In de winter blijven ze groen.
De afmeting varieert van 8 x 2,5 tot 13 x 7cm.
De laurierkers heeft roomkleurige bloemen die opvallend ruiken.
De bloemen staan in rechtopstaandetrossen van 8-13 cm lang en
hebben kroonbladen van 4-7 mm lang.
De bloemen bloeien echter enkel bij vrijstaande struiken die veel
licht krijgen.
De struik is al sinds de 16e eeuw in cultuur..
Voor in tuinen en parken is in deze eeuwen een groot aantal
cukltivars ontwikkeld.de cultivars zijn.
Vervolgens brengen we een tweede rand aan van zilverkruiskruid.
Zilverkruiskruid is een min of meer mediterrane soort
die aan zee groeit, op rotsige stranden e.d.; veel planten
aan zee zijn wit-viltig, om ze te beschermen tegen de
uitdrogende zoute zeewind.
Omdat het blad van deze soort zo mooi is, heeft men er
eenjarige sierplanten van gekweekt, meestal enigszins
veredeld voor een compactere groei of mooier blad dan
de wilde plant.
Deze plant heeft net als Jakobskruiskruid bij de nieuwste
indeling van het plantenrijk de geslachtsnaam Jacobaea
gekregen, vanwege de nauwe genetische verwantschap met
deze plant.
De kruiskruiden zijn nu opgesplitst in drie geslachten, het
aloude Senecio en het nieuwe Jacobaea dat eerst alleen de
soortnaam van Jakobskruiskruid was, en Tephroseris met één
enkele plant (moerasandijvie).
Vervolgens brengen we een derde rand aan van skimmia.
![]()
Skimmia is een geslacht van overblijvende groenblijvende,
planten uit de wijnruitfamilie (Rutaceae).
Het geslacht telt zeven of acht soorten, die in het algemeen
afkomstig zijn uit Oost-Azië.
De dikke, stevige bladeren zijn afwisselend geplaatst.
De geurende bloemen staan in grote, eindstandige pluimen
bij elkaar en jn klein en wit.
De meeste soorten kennen aparte mannelijke en vrouwelijke
exemplaren.
De meeste soorten zijn redelijk winterhard, tot zo'n -10 °C.
Sommige soorten kunnen een tegen de wind beschutte plaats
goed gebruiken.
De bessen zijn giftig, maar acute effecten zijn alleen merkbaar
bij consumptie van grote hoeveelheden.
Als bloemen gebruiken we twee witte sterchrysanten
die we op de top van het bloemstuk aanbrengen.
De chrysant heeft bij veel mensen een wat saai imago,
maar toch is het één van de meest verkochte bloemen.
Het is dan ook een bloem die zich heel goed laat
verwerken in de meest uiteenlopende boeketten.
De naam van de bloem komt uit het Grieks: "chrusos"
betekent goud en "anthemon" betekent bloem.
De bloem komt van oorsprong uit China en Japan.
In deze landen stond de bloem in hoog aanzien.
In China was de chrysant zelfs zo speciaal dat alleen
edelen zich met de plant mochten bezighouden.
De Chinese stad Chu-Hsien (chrysantenstad) is
vernoemd naar de bloem.
In Japan kreeg de bloem het predikaat "nationale bloem".
De troon van de vroegere Japanse keizers werden
volledig met chrysanten bedekt, waardoor deze troon
de naam Chrysantentroon kreeg.
Door de bloem af te beelden met zestien stralen, gaven
ze bovendien aan dat er sprake was van goddelijke macht.
In Japan maar ook grote andere delen van Azië staat
de chrysant symbool voor een lang en gelukkig leven.
Pas in 1688 bracht Jacob Layn de chrysant naar ons land.
En tot slot brengen we links en rechts vier rode
cornus alba sibirica-takken aan.
In de kornoeljefamilie (Cornus) zijn struiken te vinden
met bijzonder opvallend gekleurde takken.
De betekenis van Cornus is hoorn, dit vooral omdat het
hout van de Cornus mas zo hard zou zijn als hoorn.
Binnen deze familie vindt je naast struiken ook kruipers
en kleine bomen.
Door de laagstaande zon komen ze in dit jaargetijde
extra goed uit!
Cornus alba ´Sibirica´ is een struik met groen blad,
dat in de herfst schitterend rood verkleurt.
De kale takken die daarna zichtbaar worden hebben
de kleur van rood koraal.




