Naar de inhoud

ZIJ KWAMEN UIT HET LAND VAN WAAS.

Genealogie van de families Blijweert - Blyweert - Bleyweert.
seniorennet.beseniorennet.be
Paul Blyweert heet U welkom op zijn webstek.
Kom nog eens terug voor nieuwe informatie.
Deze webstek wordt regelmatig aangevuld met nieuwe gegevens.

Tak Burcht

    

    



    
Isabella Blyweert  achterkleindochter van Eduardus.

     Overleden na een tragisch verkeersongeval te Bazel

     op 11 oktober 1998.  Ze was amper 20 jaar oud.

 

 

 

  

 

Op 26 augustus 1881 huwt Leopoldus Blyweert (° Kruibeke 5-11-1853) met Fidelia Waem (° Kruibeke 14-5-1860).  Leopoldus ( zv Franciscus Blyweert en Melanie Bontinck) is een rechtstreekse afstammeling van de gewezen burgemeester van Kruibeke Judocus Blyweert (1695-1775), die begraven ligt in de kerk van Kruibeke.

 

 

Judocus Blijweirt (1695-1775)  x  Elisabeth De Grave (1698-1769)

|
Joannes Franciscus Bleijweirt (1728-1784)  x  Maria Josepha Broeckaert (1738-1807)

|

Josephus Blyweert (1761-1809)  x Joanna Theresia De Jonghe (1768-1846)

|

Franciscus Blyweert (1799-1860)  x  Melanie Bontinck (1824-1871)

|

Leopoldus Blyweert (1853-1931) x Fidelia Waem (1860-1948)

 

 

Het echtpaar vestigt zich te Burcht.  Leopoldus komt uit een bakkersfamilie.  Hij oefent korte tijd dit beroep uit in de bakkerij van zijn vader.  Eens weg uit Kruibeke staat hij in de bevolkingsregisters van Burcht genoteerd als arbeider in een cementfabriek en later gewoon als fabrieksarbeider.

 

In het gezin van Franciscus Blyweert en Melanie Bontinck, de ouders van Leopoldus, worden 9 kinderen geboren.  5 overlijden er voor hun derde levensjaar, twee blijven ongehuwd. 

De broer van Leopoldus, Petrus Alexander Blyweert (1852-1933) huwt op 11-10-1876 te Melsele met Philomena Vercauteren (1854-1884).  In dit gezin worden 7 kinderen geboren.

Zes komen levenloos ter wereld.  Een kind (tweede in rij) wordt juist geen 8 maanden.

 

Leopoldus is dus de enige uit het gezin die de naam Blyweert voortzet.  Zijn afstammelingen wonen vandaag nog te Burcht en  Zwijndrecht, maar ook te Antwerpen, Hoboken, Oostende, Hove, enz.

 

Het zijn de afstammelingen van de zoons van Leopoldus Blyweert:

 

Franciscus Xaverius Blyweert (1887-1968)  x  Anna Van Machelen (1899-1940)

 

Petrus Joannes Blyweert (1894-1966)  x  Maria Bernardina Rymenants (1890-1933)

 

Eduardus Blyweert (1892-1968)  x  Julia Cole (1893-1933)

 

 

Franciscus Xaverius was scheepshersteller, Petrus Joannes was kraandrijver en Eduardus was havenarbeider.

Tak Sint-Niklaas

   
     Schilderij van Magda Blyweert
     dv. Eduardus en Joanna Paulussen.
     Tentoonstelling te Brasschaat op
     20 en 21 april 2002.


Eigenlijk zou er moeten staan: de tak Elversele – Tielrode – Sint-Niklaas.  Inderdaad op 18 januari 1735 huwt Johannes Baptist Blyweirt  (zv Johannes en Anna De Mayer)  uit Kruibeke te Elversele met Anna Catharina Van Cleemput. Zij hebben twee zoons: Joannes Franciscus  en Judocus.

 

Joannes Franciscus Bleijweirt huwt rond 1776 met Maria Joanna Seghers uit Hamme (we hebben de plaats en de datum van hun huwelijk tot op vandaag niet gevonden).

Joanna Seghers zal acht kinderen baren. Drie overlijden voor hun tweede levensjaar, twee worden doodgeboren.

Eén zoon zet de naam verder.  Joannes Antonius Blyweert huwt te Tielrode op 12 december 1804 met Anne Catherine Van Daele.  Eén dochter is 13 jaar bij haar overlijden. De andere vijf kinderen overlijden vóór hun vijfde levensmaand.  Dit betekent meteen het einde van de tak Elversele-Tielrode.

Judocus Blijweyrt huwt op 25 januari 1770 te Sint-Niklaas met Anna Maria Elinck. Dit huwelijk betekent de start van de tak Sint-Niklaas.  Meer dan 230 jaar zullen de naamdragers te Sint-Niklaas aanwezig blijven.  Bij ons laatste controle op 20-06-2000 leefde er  echter nog één enkele afstammeling  nl. Josephine Maria Blyweert, dv Aloysius Franciscus Blyweert en Amelia Leontina Symoens en weduwe van Georgius Valentinus Noens.

 

De tak Sint-Niklaas wordt echter verder gezet te Antwerpen door de achter achter kleinzoon van Judocus Blyweert, Carolus Ludovicus Blyweert (zv. Aloysius Franciscus x Maria Josepha Heyninck).

 

Hij huwt tweemaal.   Een eerste maal te Antwerpen op 24 mei 1890 met Rosalia Catharina Van Don uit Herentals en een tweede maal eveneens te Antwerpen op 23 maart 1895 met Josephina Maria Rotteveel.

 

De zoon uit het eerste bed Joannes Baptista Blyweert huwt te Antwerpen op 16 april 1912 met Anna Lauwerijsen.

De zoon uit het tweede bed Eduardus Franciscus Blyweert huwt te Deurne op 6 februari 1932 met Joanna Gerardina Paulussen.

 

De afstammelingen wonen vandaag nog steeds te Antwerpen.  We vermelden er een paar.

 

Alfons Blyweert (zv. Joannes Baptista en Anna Lauwerijsen)  was tot zijn overlijden in 1998 een bekende figuur in de Koninklijke Antwerpse korfbalclub.

 

Jan Jozef Karel Blyweert (zv Eduardus en Joanna Paulussen)  is pastoor van de wijk Mariaburg te Brasschaat (Kerk van Onze Lieve Vrouw).

Paul Blyweert

 

Groep Blyweert en het Trefles kantoorproject te Anderlecht.

Trefles I is een kantoorproject van ongeveer 9 ha te Anderlecht, vlakbij de Brusselse ring.  Het totale project omvat 250 appartementen en woningen (in uitvoering) en 30.000 m² kantoren (gerealiseerd).  Het is dit kantoorgedeelte dat werd ontwikkeld door de projectontwikkelaars Immo Larcier/Groep Blyweert (uit Waasmunster) en de verzekeraar Marcator (op 50/50 basis).
Trefles I telt vijf gebouwen van elk ongeveer 6.000 m².  Twee werden verkocht aan Siemens.  Van de rest is reeds 97 % verhuurd aan o.a. Delhaize, het uitzendbureau Vedior, het Japanse Astellas, e.a.

Door het grote succes bij de verhuur van het eerste deel werd gestart met Trefles II.  Dat omvat nog eens 2,3 ha bestemd voor woningen, appartementen en kantoren.  De kantooreenheden zullen elk ongeveer 3.500 m² tellen.

Peter Blyweert zv Renaat zv Julien, gedelegeerd bestuurder van de Groep Blyweert, stelt dat het succes van het Trefles project wordt verklaard door o.a. de hoge kwaliteit van het project, de ligging en de trend bij multinationale ondernemingen om zich te vestigen aan de westelijke rand van Brussel.
De bouwaanvraag voor Trefles II werd eind april ingediend.  Peter hoopt dat het project volgend jaar van start kan gaan.

Bron De Tijd en eigen informatie.

PB

Franse tak





             Henri Hubert Blyweert
             Kunstschilder
             1910-1985

     
       Verschillende families verlaten vanaf 1860
       Steendorp (wijk C van Bazel) in de hoop een betere
       toekomst te kunnen opbouwen in Frankrijk.
 


De migratie van Vlaanderen naar Frankrijk kende een piekmoment in de periode rond 1886.  Vooral de departementen 59 (Nord), 62 (Pas de Calais) en 75 (Parijs) waren belangrijke toevluchtsoorden. 

1. De eerste die vertrekt is Jozef Blyweert zv. David Blyweert en Isabella Theresia De Roeck. Hij huwt rond 1859 met Julie Delanghe uit Maerke-Kerkhem (waar, hebben we nog niet kunnen achterhalen). Hun eerste kind, Célestine Blyweert wordt geboren op 4 februari 1860 te Thonne-les-Prés (département de la Meuse).
Célestine huwt te Rijsel op 9 februari 1880 met Charles Valcke uit Gent. Zij overlijdt te Rijsel op 14 mei 1914.

Na de geboorte van Célestine komt het paar naar Steendorp waar drie kinderen worden geboren. In 1867 vinden we ze terug in Rijsel waar de jongste twee kinderen het levenslicht zien. Jozef Blyweert overlijdt te Rijsel op 29 mei 1871. Zijn weduwe zal nog tweemaal huwen en overlijden te Rijsel op 19 juni 1889.

Hun zoon Joannes Blijweert (° Bazel 11 december 1863) huwt te Hasselt op 2 februari 1901 met Aldegone Francisca Machiels uit Diepenbeek. Hij overlijdt te Merksplas op 14 november 1912.

Zijn dochter Ludovica Blijweert (° Hasselt 16 juni 1900) huwt te Hasselt op 19 april 1932 met Jaak Arthur Michiels uit Sint-Katelijne-Waver. Zij overlijdt te Hasselt op 15 augustus 1980. De afstammelingen Michiels wonen vandaag mogelijk nog in de omgeving van Hasselt.

2. Blyweert Eustache Louis zv Judocus en Isabella Van Mieghem huwt te Bazel op 9 mei 1838 met Juliana Claus. Zij zullen beiden overlijden te Roubaix. Hij op 27 maart 1867 en zij op 8 januari 1887. Te Steendorp is hij steenbakkersgast, in Roubaix “teinturier”.

Al hun kinderen zijn geboren in Bazel. Het zijn er 14, waarvan er 8 overlijden op zeer jonge leeftijd. Het gezin zal in 1865 met de families uit Steendorp naar Lot vertrekken waar hun dochter Stephania overlijdt gedurende de grote cholera-epidemie. Zij zullen Lot spoedig verlaten. Later vinden we ze terug in Roubaix.

Hun zoon Petrus Ludovicus (Pièrre Louis in Frankrijk) huwt te Roubaix op 6 september 1875 met Marie Louise Schaeck uit Aalter. Hij overlijdt erop 30 maart 1924.

De jongste zoon Vitalis (Vital) Blyweert huwt te Roubaix op 6 maart 1886 met Stéphanie Marie Vanderlinden uit Lokeren. Vital overlijdt te Roubaix op 28 januari 1903. De afstammelingen van zijn oudste zoon Adolphe Victor Blyweert (° Roubaix 6-08-1886, + Avesnes sur Helpe) wonen vandaag nog te Avesnelles en ruime omgeving. De achterkleinzoon van Vital, François Blyweert (x Antoinette Thiebaux) overleed te Avesnelles op 12 maart 2006 na een langdurige ziekte. Toen ik enkele jaren geleden opzoekingen deed te Avesnes sur Helpe en Avesnelles bracht ik een bezoek aan de familie die grote belangstelling betoonde voor de voorouders uit Steendorp. Ik bleef geregeld telefonisch contact onderhouden met François en Antoinette. Enkele dagen voor het overlijden van François sprak ik nog met Antoinette. Graag had ik de begrafenis bijgewoond maar werd te laat ingelicht.

De dochter Maria-Christina (° Bazel 19-02-1854) huwde te Roubaix met Pierre Vinck (die ook nog een tijdje te Lot verbleef). Zij trokken naar Amerika waar Maria-Christina te North Andover overlijdt op 29-12-1919. Pierre Vinck keert terug naar Dworp maar zal tenslotte te Gent overlijden op 25 april 1925, arm en eenzaam.

3. Blyweert Hubert (° Bazel 30-02-1841) huwt op 21-11-1870 te Rijsel met Marie Thérèse Van Herweghen eveneens uit Bazel. Hubert overlijdt te Rijsel op 18 maart 1905. Ze kregen zes kinderen waarvan er vijf op zeer jonge leeftijd overlijden. Enkel Henri Blyweert (° Rijsel 15-09-1873, + Rijsel 18-03-1905) zal de tak voortzetten. Hij huwt te Rijsel met Marie Jeanne Augustijns, geboren te Rijkevorsel. De afstammelingen van hun kinderen (Henri Hubert, Maurice André, Eduard Louis en Thérèse) wonen vandaag nog steeds in Rijsel en ruime omgeving. Ik heb de meeste van hen bezocht en onderhoud regelmatig telefonisch contact. Meer in het bijzonder met de zoon en kleinzoon van Henri Hubert (° Rijsel 10-03-1910, + Blois 16-07-1985). Henri Hubert begon zijn loopbaan als lithograaf en eindigde ze als kunstschilder te Beaugency (rue des querres 38) Hij was reeds overleden toen ik een bezoek bracht aan zijn tweede echtgenote. Zij schonk mij twee schilderijen van Henri Hubert en heel wat affiches waarop hij steeds een bloemstuk schilderde. Zijn zoon Jean Gabriel en zijn kleinzoon Stéphane stellen eveneens regelmatig hun schilderijen ten toon. Ik heb verschillende openingen bijgewoond te Rijsel. Henri Hubert kreeg vooral bekendheid met het schilderen van stillevens met bloemen.

Ter gelegenheid van Rijsel 2004 – culturele hoofdstad van Europa – was er een overzichtstentoonstelling van de werken van de drie generaties in het ¨Palais Rihour”, van

6 tot 14 maart. Met een tiental Blyweerten waren we aanwezig op de opening op zaterdag 6 maart 2004.

Het blijft mijn ambitie deze tentoonstelling naar het Land van Waas, Bazel of Steendorp, te brengen vanwaar de voorouders van de drie kunstenaars 140 jaar geleden vertrokken. Jean-Gabriël en Stéphane zien er naar uit ! Het was bijna gelukt ter gelegenheid van de herdenking van het vertrek van 40 families uit Steendorp naar Lot. Het heeft echter niet mogen zijn. Wie dat met mij wil organiseren is van harte welkom.

Ik zal in een latere bijdrage de drie schilders afzonderlijk behandelen.

4. Augustinus Blyweert, zv Bernardus Blyweert en Henrica Lauwers huwt op 30-04-1864 te Bazel met

Leocadia De Winter. Zij zal 14 kinderen baren waarvan de eerste drie binnen het half jaar overlijden en de volgende vier dood worden geboren. Nog twee later geboren kinderen overlijden binnen de twee maanden na de geboorte. Na de dood van Leocadia hertrouwt hij te Bazel op 28 november 1884 met Philomena De Souter uit Bazel. Augustinus overlijdt te Lomme (Fr) op 11 januari 1924.

De oudste zoon Benediktus Blyweert (Benoit in Frankrijk) huwt te Lambersart op 3 september 1892 met Eugénie Mélanie Plaete uit Boeschepe in Frans Vlaanderen. Er zijn geen naamdragende afstammelingen meer.

De tweede zoon Joannes Franciscus Blyweert (Jean François) geboren te Bazel op 4 april 1866 huwt te Rijsel op 17 maart 1900 met Adolphine Charlotte Ballieu (geboren te Rijsel maar met Gentse wortels). Hij overlijdt te Rijsel op 31 december 1921.
Van de afstammelingen van de zoons: Adolphe Maurice Louis en Marcel Henri wonen er een aantal nog in Rijsel en omgeving en de rest verspreid over verschillende Franse departementen. De meeste heb ik leren kennen ter gelegenheid van bezoeken of familiebijeenkomsten: huwelijk of overlijden. Levendig herinner ik mij nog het bezoek bij Maurice Adolphe Blyweert, kleinzoon van Jean François, en zijn echtgenote Renée Marie Quenson, eind augustus 1994 te Sint-Médard-en-Jalle tegen Bordeaux. Wij werden er met grote gastvrijheid ontvangen, kregen er logies en proefden van de lekkerste Bordeauxwijnen.

Paul Blyweert

De afstammelingen van Pieter Blyweert

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                 De afstammelingen van
                 Pieter Blyweert alias
                “Pee de veestouker”

 

 

 

 

 

 

Vele van onze familienamen verdwijnen in snel tempo.  Over een tweetal eeuwen zal de overgrote meerderheid niet meer voorkomen in de bevolkingsregisters. 

 

BLYWEERT (BLIJWEERT) is één van die verdwijnende namen.  Op 31-12-1997 waren er landelijk nog 59 met de familienaam Blijweert en 189 met Blyweert. Op 11-03-2002 waren er dat respectievelijk nog 56 en 183.  Een vermindering met 9 op nog geen vijf jaar tijd.

 

Op 31-12-1997 droegen in Groot Beersel  nog 7 personen de naam Blyweert en 1 de naam Blijweert. Vandaag woont er nog 1 Blijweert.  In Lot is de laatste Blyweert verdwenen met het overlijden op 25 oktober 2001 van Marie Thérèse Blyweert, dochter van Paulus Blyweert (mijn dooppeter) en Maria De Greef (Dworpstraat 204). Na 136 jaar aanwezigheid blijft er te Lot, van deze familie afkomstig uit Steendorp, geen naamdrager meer over. Zo verging het de meeste familienamen van hen die 140 jaar geleden in Lot aankwamen vanuit het verre Land van Waas.

 

 

BLYWEERT

 

De families die hierna worden beschreven zijn afstammelingen van  Franciscus Blyweert (° Bazel 28-01-1778), + Bazel 02-12-1860) en van Maria Amelberga Buytaert (° Temse
19-02-1793, + Bazel 17-07-1849). Beide waren dagloners.

 

Hun zoon Pieter Blyweert (° Bazel 3-07-1830, + Dworp 24-11-1900) x Rosalia Baetens
(° Kruibeke 21-05-1832, + Dworp 5-02-1912) kwam met zijn vrouw en vijf kinderen naar Dworp. Te Dworp werden nog vijf kinderen geboren. Pieter alias "Pier de vierstoker" was te Bazel gelaagwerker. Te Lot was hij stoker in de weverij François Scheppers.

 

A.    Paulus Blyweert (° Bazel 23-01-1857, + Dworp 23-05-1922) x Justina Catharina Van
Haecke (° Huizingen 26-08-1860, + Dworp 25-09-1904). Zij huwden te Dworp op
15-04-1885.

1.   Catharina Justina Van Haecke x Victor Paesmans (Dworp 20-08-1910).
     
a.   Leopold Paul Paemans x Isabelle Decuyper (Ukkel 12-07-1941).
      b.   Ferdinand Jan Paesmans x Germaine Beeckmans (Lot 10-10-1941).
      c.   Gaston François Paesmans x Gerarda Nachtegaele (Lot 5-07-1948).

2.   Elisabeth Marie Blyweert x Jan Baptist Deneu (Dworp 16-10-1909).
      a.   Joanna Augustina Deneu x André De Cort (Lot 24-05-1933).
André was
            schoenmaker. Zij hadden hun winkel in de Dworpsestraat 186.
     
b.   Anna Catharina Deneu x Maurice Wauters (Lot 23-09-1936).  Maurice
            was schrijnwerker.
Zij emigreerden met hun zoon Jean op 15 april 1953
            naar Donnybrook in Australië.
      c.   Yvonne Deneu x Albert Vanhaecke (Lot 26-09-1926). Albert was
            automekanieker. Hij verhuisde in 1961 met zijn gezin naar Roeselare
            waar hij een garage uitbaatte.

3.   Maria Josepha Blyweert x Emiel Marchal (Dworp 31-07-1915).
      a.   Marcelline Marchal x Léon Marie Louwette (Lot 22-09-1937).

4.   Mathilde Marie Blyweert x Georges Godeau (Dworp 6-05-1919).

5.   Jozef Blyweert x Catherine Rimaux (Sint-Pieters-Leeuw 4-07-1921).  Jozef
      was groothandelaar in vleeswaren. Het gezin verhuisde eind 1931 naar 
      Anderlecht.

               Niettemin wilde Jozef begraven worden te Lot. De grafkelder van het
               echtpaar bevindt zich dan ook op het kerkhof te Lot.
               a.   Alice Blyweert x Robert Dujardin (Anderlecht 28-10-1946).
              
b.   Irena Blyweert x Marcel René Fink (Anderlecht 23-08-1948).

 

B.   Alexander Blyweert (° Bazel  25-02-1859, + Dworp 5-02-1926) x Joanna
       Catharina Desmet (° Sint-Pieters-Leeuw 28-12-1852, + 20-12-1927).
       Zij huwden te Dworp op 11 mei 1883.

       1.   Petrus Blyweert x Amelia Vandenberghe (Ruisbroek 14-11-1908). Petrus was
             tot zijn overlijden op 24-04-1969 voorzitter van de Oudstrijdersvereniging
             1914-1918.  
             a.   François Blyweert x Rosina Keymolen (Sint-Pieters-Leeuw 19-08-1941).
                   aa.   Josée Blyweert x Jan Vlassendraet (Sint-Pieters-Leeuw
                           19-06-1964).

       2.   Maria Theresia Blyweert x Joannes Desmet (Dworp 15-01-1919).
             a.   Angele Desmet x Jan Vroom (Lot 14-07-1943).
             b.   Anna Catharina Desmet x Karel Boon (Lot 22-09-1945).
                   aa.   Guido Boon x Agnès Sidonie Laus (Lembeek 29-05-1970).
                   ab.   Ivo Boon x Liliane Marit (Lot 26-08-1971).
      
       3. Nicolaas Blyweert x Theresia Hofmans (Ruisbroek 26-07-1919). Theresia overleed te Ruisbroek op 9-01-1923. Nicolaas hertrouwde te Ruisbroek op 6-04-1926 met Louisa Francisca Peetroons, zus van Frans Peetroons, lange jaren onderwijzer van het vijfde leerjaar aan de Gemeentelijke Jongensschool te Lot. Ik ben een van zijn oudleerlingen.
         
          
             a.   Marcel Blyweert (zoon uit het eerste huwelijk) x Simone Willems (Jette
                   29-07-1952).

                   aa.   Marc Blyweert (+)
                   ab.   Hugo Blyweert (+) x Anita Vanbellingen (Beersel 16-01-1984).
                          aba. Stijn Blyweert.
                          abb. Roel Blyweert.
                   ac.   Bruno Blyweert (+) x Nadine Geeroms (Sint-Pieters-Leeuw
                           26-06-1982).
                           aca. Tim Blyweert
                   ad.   Viviane Blyweert x Marc Van den Broeck (Sint-Pieters-Leeuw
                           5-09-1983).
                           ada. Sveva Van den Broeck.

                           adb. Jente Els Van den Broeck.
                   ae.    Eric Blyweert.
                   af.    Rudy Blyweert x Mary De Smet.
                           afa. Aaron Blyweert.

                           afb. Rani Blyweert.

             b.   Anna Catharina Blyweert x Victor De Bolle (Ruisbroek 16-08-1947).
                    ba.   Marie Louise De Bolle x Raoul Henri Thoen
                            (Ruisbroek 31-05-1969).

                                             baa.  Ilke Paul Thoen x Bert Vanhoof.
                         bb.   Nicole Joseph De Bolle x Michel Emile Gérard (Sint-Pieters-Leeuw
                                        2-09-1978).


                c.   Petrus Nicolaas Blyweert x Maria Sertons (Anderlecht 16-05-1953).
                      ca.   Danielle Louise Blyweert x Christian Demanet
                             (Anderlecht 29-09-1982).
   
    
4.   Marie Louise Blyweert x Petrus Van Pee (Dworp 12-06-1920).
                   aa.   Germain August Van Pee x Maria Segers.
           
     5.   Jan Baptist Blyweert x Emerentia De Greef (Dworp 2 jun 1921).
                   aa.   Paul Alexander Blyweert x Sonia Van Wesemael (Gent 7-07-1962).

                           aaa.  Ina Blyweert.
                           aab.  Els Blyweert.

                          

     6.  Alfons Blyweert x Joanna Panurge (26 apr 1924), xx  Maria Pé (Lot
                   3 okt 1943).

                   aa.   Alexander Maurits Blyweert x Albertina Dekegel (Halle 21-04-1945).
                           eaa.   Jeannine Blyweert x Jacques Hertens (Ruisbroek
                                     10-08-1968).
                           aab.   Francine Blyweert x Gilbertus Weemaels
                                     (Ruisbroek 3 april 1971)
                           a
ac.   Christiane Blyweert x Jean Paul Meerts
                                     (Ruisbroek 28 maart 1975).
                           aad.   Anne Monique Blyweert x Philippe Habay.
             
       7.  Francisca Blyweert x Adolf Desmedt (Huizingen 22 mei 1925).

       8. Maria Blyweert x Frans Ceuppens (Dworp 3-04-1926
).            
                    aa.   Petrus Ceuppens x Marie Therese Desmedt.
                    ab.   Fernand Ceuppens x Gerardine José Van Herreweghe (Dworp
                            19 jul 1958).

 

C.   Maria Paulina Blyweert (° Bazel 25-10-1861, + Lot 02-02-1939) x
       Petrus Belsack (° Beersel 21-06-1863, + Lot 27-03-1934). 
       Zij huwden te Dworp op 11-10-1892.
     
      1.   Anna Catharina Belsack x Jan Baptist Van Holder (Dworp 31-05-1924).
           
a.   Petrus Van Holder x Maria Joanna Meerts (Lot 7-06-1960).
            b.  
Felix Van Holder x Simonne Wijns (Lot 6-11-1956).

   
      2.   Eugène Belsack x Joanna Barbara Van den Eynden (Dworp 27-05-1927).

D.   Alphonse Blyweert (° Bazel 29-08-1865, + Dworp 17-10-1901) x
       Francisca De Mol (° Beersel 24-11-1864, + Huizingen 6-01-1939).
       Zij huwden te Dworp op 9-11-1892).
       
       1.   Rosalie Blyweert x Jan Baptist Heymans (Elsene 2-08-1919).
             a.   Jean Albert Heymans x Irma Vignier (Buizingen 26-02-1938).

             b.   Marie Josephine Heymans x August Cornelis (Huizingen 10-10-1941).
             c.   Jeanne Heymans x Jozef Leopold Cornelis (Huizingen 3-08-1946).

       2.   Maria Ludovica Blyweert x Alfred Mosselmans (Dworp 26-02-1916).
             a.   Francisca Ludovica Mosselmans x Jan Jozef Lefebure (Huizingen
                   14-08-1941).

E.   Joannes Blyweert (° Dworp 15-01-1871, + Huizingen 4-06-1960) x Maria
       Borremans (° Huizingen 12-02-1873, + Huizingen 6-12-1962). Zij huwden
       te Huizingen op 5-09-1901.

       1.   Rosalie Blyweert x Gustaaf Bergmans (Huizingen 14-08-1943).

    
       2.   Julien Blyweert x Irma Lissens (Buizingen 5-05-1930).

             a.   Maria Godelieve Blyweert x Paul Jean Swalens (Huizingen 19-07-1955).
                   aa.   Marleen Swalens x Octavian Motoi.
                   ab.   Anne Marie Swalens x Philippe Van Mol.
                   ac.   Katelijne Swalens x Marc Verbist.


             b.   Renaat Frans Blyweert x Bernadette De Neubourg
                   (Ruisbroek 3-12-1955).
                   ba.   Koenraad Blyweert  + Martine Robberechts
                           baa.  Julie Blijweert (° Vilvoorde 1996).
                   bb.   Machteld  (Martine) Blyweert x Luc Gaelens (Ukkel 9-09-1983).
                   bc.   Peter Blyweert x Linda Debergh (Sint-Niklaas 1-07-1983).

                                              + Katia D'Haeyer
                           bca. Renaat Blyweert (Sint-Niklaas 2003)
                           bcb. Margaux Blyweert (Sint-Niklaas 2004)
                           bcd. Thibaut Blyweert (Sint-Niklaas 2004)
                 

                   Op economisch gebied ongetwijfeld de meest succesvolle tak van de afstammelingen van “Pee de veestouker”. Renaat leidde vele jaren het Antwerpse bouwbedrijf Amelinckx en was een bekend lobbyist.  Zijn zoons Koen en Peter traden in de voetstappen van hun vader. Koen als politiek lobbyist en beheerder van talloze bedrijven (o.a. Aralco de maker van de milieuboxen).  Peter was tot half 2003 zaakvoerder van o.a. Aliplast, Europees marktleider van aluminiumprofielen voor de bouw.  Dit bedrijf opgericht in 1984 was voor 74,5 % eigendom van Koen en Peter Blyweert. De waarde werd in 2003 geschat op 285 miljoen euro. Eind 2003 verkocht de familie Blyweert 72 % van haar aandelen in de firma voor een bedrag van 205 miljoen euro. De miljardairs van onze familie.

                  Ook de broers van Renaat, Luc en Johan, beheren een aantal succesvolle ondernemingen.

                  Dat zij hun afkomst niet verloochenen blijkt uit het feit dat Peter, Johan, Luc en Koen ruim 95% van de sponsorgelden schonken voor de aankoop van de gedenkplaten te Steendorp en te Lot.

                  In het boek van Ludwig Verduyn, “De 200 rijkste Belgen”, verschenen in jaar 2000 bij de uitgeverij Halewyck , staat de familie BLIJWEERT op nummer 189.

           
             c.   Magda Blyweert x Ludovicus Van Loock (Huizingen 6-01-1959).

             d.   Luc Blyweert x Jacqueline Bernard (Tongeren 27-07-1965).
                   da.   Joeri Blyweert x Anouk Peeters (Bonheiden 12-12-1998).
                   db.   Elke Blyweert x Lucas Vrambout (Keerbergen 9-11-1996).

             e.   Rita Blyweert x Frans Bruning (Huizingen 15-05-1962).

             f.   Ludovica Blyweert x Petrus Verhulst (Dworp 3-03-1970).

             g.  Hedwig Blyweert x Jan Frans Mertens (Huizingen 14-02-1966). Jan is
                  geneesheer te Sint-Pieters-Leeuw.

             h.  Kris Blyweert x Magda Mennes (Essen 6-07-1968).
                  ha.   Anke Blyweert x Santiago Vivas-Soler (Keerbergen 2-04-1993).
                  hb.   Marleen Blyweert x Yannick Croonenberghs 
                          (Keerbergen 14-02-1997).

             i.  Johan Blyweert x Roza Desmet (Halle 5-07-1972).


       3.   Alphonse Blyweert x Irma Deproost (Lot 25-04-1932).

             a.   Marie Therese Blyweert x Omer Van Volsem (Huizingen 11-08-1956).
                   aa.   Anne Van Volsem x Johan Kellaert (Beersel 18-08-1989).
             b.   Herman Blyweert x Elisa Simeons (Buizingen 15-04-1960)


       4.   Jozef Blyweert (geneesheer te Lint) x Elisabetha Michiels (Steenokkerzeel
              8-08-1942).

             a.   Dirk Jan Blyweert x Yolande Helderweirt (Kruibeke 25-07-1970).

                   aa. Inge Blyweert x Philippe Laurent (Waver 26-07-1997).

             b.   Karel Hendrik Blyweert x Bernadette Michielsen
                   (Rijkevorsel 22-08-1970).
                   ba.   Koen Blyweert x Katleen Van Espen (Lier 5-09-1998).
                   bb.   Liesbeth Blyweert x Italo Van Zelst (Duffel 29-08-1997).


             c.   Marc Jan Blyweert x Lutgart Claessens (Geel 28-07-1977).

             d.   Jan Alfons Blyweert x Rosa Goeleven (Kaggevinne 8-04-1976).

             e.   Geert Gustaaf Blyweert x Lina Mertens (Brasschaat 27-08-1982).

             f.    Ann Maria Blyweert x Guido Vanlaer (Lint 10-11-1984). 

             g.   Bart Karel Blyweert x Els Dockx (Lint 5-09-1987).

 

F.   Maria Louisa Blyweert (° Dworp 24-04-1872, + Anderlecht 5-03-1943) x
      Gustaaf Thibaut  (° Dworp 29-05-1873, + Anderlecht 1941).


      1.   Rosalie Thibaut x Theophile Backaert.

      2.   Paulus Thibaut x Elisabeth Vincent (Anderlecht 5-02-1927).
            a.   Gustaaf Thibaut x Katharina Vanden Broeck.
                  aa.   Nadina Thibaut x Victor Demol.
                  ab.   Katharina Thibaut x Emiel Rijpers.
                  ac.   Andrée Thibaut x Jacky Nelemans.

      3.   Maria Thibaut x Leon Baudart.

G.      Josephus Blyweert (° Dworp 29-09-1875, + Lot 22-03-1931) x Theresia
 Debognies (° Dworp 1-03-1877, + Lot 3-03-1943).

      1.   Marietta Blyweert x Franciscus Messelis
            (Sint-Pieters-Leeuw 30-09-1922).
            a.   Emilie Messelis x Herman Ollevier (Sint-Gillis 29-03-1947).

      2.   Leonie Blyweert x Raphaël Hendrickx (Sint-Pieters-Leeuw 30-09-1922).
           
a.   André Hendrickx x Christiane Castiaux.  

      3.   Petrus Blyweert x Marie Louisa Basteleurs (Vorst 11-08-1928).

             4.   Amatus Blyweert x Irma Dejaegere (Sint-Joost-ten-Node 22-11-1930).

             5.   Marie Alice Blyweert x Antoon Detré (Lot 18-07-1936). Antoon is de
                   stichter van de garage Volkswagen-Audi op de Bergensesteenweg
                   te Sint-Pieters-Leeuw.
                    a.   Jozef Leopold Detré x Arlette De Laet.
                    b.   André Jean Pierre Detré x Maryse De Win.


Dit artikel verscheen reeds in nr. 226 van LOTGEVALLEN.
Het was het laatste van een reeks van zeven bijdragen over de afstamming van
de families die in 1865 verhuisden van Steendorp naar Lot.
De reeks verscheen onder de titel: "Welke Lottenaar heeft Waas bloed in de aderen ?".


 

Paul Blyweert

 

De tak Dworp-Lot-Huizingen-Lint


      

     


    




        Johannes Blyweert

 

    

In september 1865 vertrekken 40 gezinnen uit Steendorp naar Lot (een wijk van Dworp). 
Onder hen Petrus Blyweert x Rosalie Baetens en vijf kinderen (waaronder mijn
grootvader Alexander).  In de Carré op het Breedveld te Lot worden nog vijf kinderen
geboren,


Onder hen Joannes, grootvader van Renaat, Luc , Johan en Kris Blyweert en
overgrootvader van Koen en Peter Blyweert, allen succesvolle ondernemers.

Hij is ook de grootvader van de geneesherenfamilies uit Lint, Duffel, Brasschaat en Martenslinde, allen afstammelingen van Jozef Blyweert, de jongste zoon van Johannes.

 

Jozef Blyweert is de eerste Blyweert, afstammeling van eenvoudige steenbakkersgasten (gelaagwerkers), die studeerde aan de universiteit.  Hij behaalde het diploma van Doktor in de Geneeskunde langs het leger om, de enige mogelijkheid toen voor kinderen van bescheiden komaf om lange universitaire studies te bekostigen.

 

Jozef heeft in mijn leven, zonder het te weten, een belangrijke rol gespeeld.  Hij werd door mijn vader Jan Baptist Blyweert, zoon van Alexander en kleinzoon van Petrus, steeds als voorbeeld aangehaald van iemand van bescheiden afkomst die het ver had gebracht.  “Jefke van Lint” werd voor mij een rolmodel. 

 

Op 10 april 1995, ik ben dan reeds een paar jaar bezig met mijn opzoekingen, maak ik kennis met hem en zijn echtgenote in hun woning in Zevenhuizen te Lint. Hij vertelt over zijn grootvader “Pier de vierstoker”, stoker van de ketel van de grote stoommachine van de weverij Scheppers te Lot.  Ik vertel hem over onze voorouders. Voor mij was het een belangrijk en emotioneel moment oog in oog te staan met “Jefke den doktoor uit Lint” die voor mij zolang een voorbeeld ter navolging was geweest.  Ik denk dat het ook voor hem een ontroerend moment was kennis te kunnen maken met de geschiedenis van de Blyweerten.  Hij was heel fier op zijn familienaam en op zijn bescheiden afkomst.

 

Het bleef bij dit ene bezoek.  Ik had later nog herhaaldelijk telefonisch contact met hem.  Hij overleed te Lint op 19 juli 1999. Ik beschouwde het als mijn plicht zijn uitvaartplechtigheid bij te wonen op zaterdag 24 juli in de parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Geboorte te Lint.

 

Jozef Blyweert was ook korte tijd burgemeester van Lint.

 

PB

De tak Bazel-Steendorp

Op 23 november 1738 huwt Judocus Blijweert (zv Egidius en Maria Eeckelaert) uit Kruibeke met Catharina Deijaert (dv Joannes en Elisabeth Van Bogaert) uit Bazel. 
Zij gaan wonen te Steendorp, een wijk van Bazel.  Dit is het begin van de grootste tak van de Blijweerten en Blyweerten.

 

De overgrote meerderheid van de afstammelingen te Steendorp zullen het beroep van steenbakkersgast uitoefenen.  Er is echter ook een traditie, tot op de dag van vandaag, van timmerlieden of schrijnwerkers.

 

De meeste afstammelingen zullen tot het midden van de negentiende eeuw wroeten in de kleiputten van Steendorp.

 

Dan begint de uittocht. 

 

De tak Zelzate-Wachtebeke





        Laatste rustplaats van
        Albertus Blyweert te Lake Worth
        (Palm Beach County - Florida USA)


 

Op 15 juni 1683 huwt Judocus Blijweert (zv Michael en Clara Van Strijdonck) uit Kruibeke, van beroep houtverkoper, met een meisje uit Zelzate: Maria Theresia Borgois. Het is zijn tweede huwelijk. Hij brengt zijn bruid mee naar Kruibeke. Beide zullen daar overlijden en begraven worden in de Kerk van Kruibeke.  De grafzerk, bijna uitgeslepen, is nog aanwezig in deze kerk.  De namen zijn echter nog leesbaar.

Een van hun zoons Judocus Blijweert (x Elisabeth De Grave) zal bijna een kwart eeuw, tot zijn overlijden in 1775, 80 jaar oud, burgemeester blijven van Kruibeke.  Hij was één van de meest welstellende burgers van zijn tijd. Dit echtpaar ligt eveneens begraven in de kerk van Kruibeke.  Met een beetje geduld kan ook hun grafzerk er worden gevonden.

Een broer van Judocus jr, (Joannes) Franciscus Blijweert huwt in 1720 te Wachtebeke met Maria De Rechter.  Een andere broer, Joannes Baptista Blijweert huwt in 1728 te Zelzate met Livina De Jonghe en een tweede maal, eveneens te Zelzate, met Theresia Misseghers.

Zij zijn de stamvaders van de Bleyweerten uit Zelzate, Wachtebeke, Antwerpen en vooral Limburg. Eén afstammeling, Albertus Bleyweert, trok naar Canada en later naar Amerika.

(Zie kaartje spreiding familienaam Bleyweert).

 

 

DE TAKKEN VAN ONZE STAMBOOM

De takken van onze stamboom

 

 

Met de stand van mijn opzoekingen op de dag van vandaag zijn wij allen, dragers van de familienamen Blijweert, Blyweert en Bleyweert, afstammelingen van het echtpaar Michiel Blijweert en Mertine Fermaijs (waarschijnlijk Vermuys) dat in de tweede helft van  de zestiende eeuw leefde en woonde te Kruibeke in het Land van Waas.

 

We kennen oudere naamgenoten uit veertiende en vijftiende eeuw maar we zijn er nog niet

in geslaagd, met 100 % zekerheid, de band te leggen met onze (voorlopige) stamouders uit Kruibeke.

 

Er is een “bijna zekerheid” dat Michiel de zoon was van Joos en de kleinzoon van Jan. “Bijna zekerheid” is echter onvoldoende.  Nergens hebben we een document gevonden waar in vermeld staat “Michiel fs Joos”. Er zijn echter wel heel wat onrechtstreekse bewijzen.

 

Onze oudst gekende voorouder leefde te Sint-Gillis-Waas (onder de vierschaar van Vrasene) op het einde van de veertiende eeuw (1374). In de loop van de vijftiende eeuw en de eerste helft van de zestiende eeuw leefden en woonden ze te Melsele.  We vinden de familienaam ook een enkele keer vermeld te Bazel en meerdere malen te Zwijndrecht.

 

Hoewel we met ons onderzoek heel wat meeval hebben gekend is er ook één grote tegenvaller.  Daar waar de oude archieven van Kruibeke, Melsele en Bazel goed zijn bewaard gebleven is veel van het oud archief van Zwijndrecht verloren gegaan.  Het is nu juist is Zwijndrecht dat waarschijnlijk de verbinding te vinden is tussen onze stamvader Michiel en zijn naamgenoten uit Melsele.

 

Een zaak staat echter vast, alle naamdragers (drie schrijfwijzen) hebben gemeenschappelijke genen en zijn afstammelingen van Michiel en Mertine.

 

De afstammelingen hebben zich in de loop van de eeuwen vertakt: de tak Kruibeke, de tak Zelzate-Wachtebeke, de tak Bazel-Steendorp, de tak Sint-Niklaas-Antwerpen, de tak Haasdonk, de tak Nieuwkerken-Waas, de tak Brussel, de tak Willebroek, de Waalse tak, de tak Burcht, de tak Dworp en tenslotte de Franse tak.

Ze komen één voor één aan bot in de loop van de volgende weken.

 

PB 

Uit de pers: Peter Blijweert


  GROEP  BLIJWEERT  BOUWT
  TE  ANTWERPEN


De nieuwe vastgoedontwikkelaar Groep Blijweert (o.l.v. Peter Blijweert) uit Waasmunster vat een eerste project aan op de Antwerpse Frankrijklei-Tabakvest, ter hoogte van het Onze-Lieve-Vrouwcollege en met uitzicht op het stadspark.

De groep Blijweert heeft grote plannen.  Ze neemt zich voor vooral in kleinere steden en grotere gemeenten aan de slag te gaan.  Zo staan projecten te Audenaarde, Sint-Amands en Ukkel op stapel.  De groep heeft de bedoeling over een tiental jaren enkele honderden appartementen per jaar op de markt te brengen.

 

Ook de grootsteden laat de groep niet links liggen, getuige het project te Antwerpen.

 

De bouwwerken aan het pand te Antwerpen zijn intussen gestart.  Aan de kant van de Frankrijklei zijn er commerciële ruimten voorzien op de gelijkvloerse en eerste verdieping.

Voorts komen er aan de Frankrijklei acht appartementen.  In het totaal telt het project elf luxe-appartementen verspreid over zes niveaus.  Alle appartementen beschikken over een terras.  Twee ondergrondse parkeerniveaus met 42 parkeerplaatsen zijn vanuit de private woongedeeltes rechtstreeks toegankelijk met de lift en de trap.

 

De appartementen hebben een oppervlakte van 130 tot 150 m².  De groep Blijweert mikt dus duidelijk op de hogere prijsklasse.  Op het vlak van kwaliteit van architectuur, afwerking en isolatie wil de groep het bestaande aanbod overklassen.

 

Als architect werd het bureau Stijn Peeters Architecten aangesproken. De bouwwerken worden uitgevoerd door de bekende bouwfirma M&M/Ilegems.  De oplevering is voorzien voor 1 juni 2007. De verkoop berust bij het Antwerpse makelaarskantoor De Meester.

 

De Groep Blijweert richt zich op een ruim doelpubliek, zowel op jongeren die in de nabijheid van het centrum van Antwerpen willen wonen als op oudere mensen die naar de stad terugkeren of hun huis in de stad wensen te ruilen voor een appartement.

 

Bron: De Tijd, GVA en eigen informatie.

 

Uit de pers: Johan Blijweert en "De Gulden Cop"

De Gulden Cop
De oudste herberg van Temse, gelegen op de hoek van de Markt en de Kasteelstraat,
is opnieuw open.

De naam van de herberg werd voor het eerst vermeld in 1506, precies 500 jaar geleden. De herberg kreeg echter pas haar huidige locatie in de 17de eeuw.
De oorspronkelijke kroeg stond twee huizen verder, op de plaats van de huidige bakkerij Bredael.
De naam verwees wellicht naar een uithangbord met een gulden drinkbeker.
De nieuwe Gulden Cop is een markant gebouw, met een lijstgevel uit machinesteen in provinciale art nouveau-stijl.
Architect was de Temsenaar Triphon De Smet naar wie in Temse een straat is genoemd.
In de loop der jaren waren er talrijke verenigingen gevestigd.
De Gulden Cop sloot in 2004 de deuren.
De nieuwe zaakvoerder is Johan Blijweert, afkomstig van Steendorp. Hij leidde de voorbije jaren met succes een horecazaak “De Noenstraat” in de nabijheid van het UZ te Gent.
In een vorig leven was hij kantoordirecteur van de Kredietbank.
Nu zette hij zijn schouders onder een grondige vernieuwing, van onder meer de gevel en het interieur van de zaak.
Er is ook een nieuwe toegang tot de feestzaal via de Kasteelstraat.

Veel succes Johan !  Wij komen zeker een pint pakken als we in de omgeving zijn !

(Bron HLN en eigen informatie).

Gedenkplaat te Lot





        Gedenkplaat op het Breedveld
        te Lot.

De weverij F. Scheppers te Lot

      Zicht van de hoofdingang van de weverij
      François Scheppers aan de Lakebrug te
      Lot.
      Voor 1927 (Lot wordt een zelfstandige
      gemeente) gelegen op het grondgebied van
      Sint-Pieters-Leeuw.
      Thans gelegen op het grondgebied van de
      fusiegemeente Beersel (Vlaams Brabant).

Viering : 1865 - 2005




     Gedenksteen te
     Steendorp


In september 1865 verhuisden een veertigtal gezinnen per trekschuit van Steendorp onder Bazel naar de "Carré op het Breedveld" te Lot onder Dworp. Zij gingen er werken in de weverij SCHEPPERS. Met ruim 280 waren ze, een echte volksverhuizing. Deze families woonden van oudsher in het Land van Waas. Zij droegen familienamen als: Audenaert, Biesemans, Blyweert, Bursens, Claus, De Cock, De Jonghe, De Roeck, De Wachter, Foubert, Hoefman, Ilegems, Merckx, Schiettecatte, Sel, Steveninck, Van Cleempjut, Van den Bosch, Vander Haeghen, Vergauwen, Vermeiren, Verwimpt, Vinck, Windey, Wouters, e.a. Hun afstammelingen wonen er vandaag nog.

Het Heemkundig Genootschap "van Witthem" van Beersel en de Heemkundige Kring "Wissekerke" van Bazel sloegen in 2005 de handen in elkaar om de 140ste verjaardag van het vertrek uit Steendorp en de aankomst te Lot te herdenken en te vieren.

Op 3 september 2005 reisden ruim 70 afstammelingen en leden van de Lotse verenigingen naar Steendorp om op de plaats waar hun voorouders vertrokken (de steiger op het einde van de Gelaagstraat) een gedenkplaat in te huldigen geschonken door de afstammelingen van de families die in 1865 Steendorp verlieten.

Op 25 september 2005 scheepten 300 deelnemers (afstammelingen, leden van de Heemkundige verenigingen van Beersel en Bazel, leden van de Lotse verenigingen en vele tientallen belangstellenden) te Steendorp in op de "Mozart" om de weg die de Wase migranten in september 1865 volgden opnieuw te beleven. Er werd gefeest, gevierd gezongen en veel verbroederd en verzusterd tussen de vele families uit Beersel (Lot is thans een deelgemeente) en uit het Land van Waas.

Bij hun aankomst te Lot vertrok van op de plaats waar de Waaslanders in 1865 aanmeerden een Historische Stoet, mogelijk gemaakt door een sinds lang niet meer geziene samenwerking tussen de Lotse verenigingen. Tien groepen illustreerden de belangsrijkste momenten uit de geschiedenis van de migranten. De zon was van de partij en ook HEEL Lot. Het werd een echte triomftocht door de Lotse straten op weg naar de Carré. Daar werd onder grote belangstelling een gedenkplaat (eveneens geschonken door de afstammelingen) ingehuldigd op het Breedveld, waar de Waaslanders een nieuwe thuis vonden. Voor het eerst sinds mensenheugnis weerklonk er de Vlaamse Leeuw.

Heel het weekeinde kon men in de Sint-Jozefskerk te Lot een tentoonstelling bezoeken rond het wel en wee van de migrantenfamilies; hun afstammelingen en de fabriek van SCHEPPERS. Meer dan 1.000 bezoekers maakten er hun opwachting.

Het Heemkundig Genoodschap 'van Witthem' van Beersel zorgde voor de uitgave van een speciaal nummer van haar tijdschrift "En het dorp zal duren..." helemaal gewijd aan het feestproject en geïllustreerd met vele tientallen foto's. De prijs van dit speciaal nummer bedraagt 15 euro. Er werd eveneens een DVD gemaakt die ons toelaat de Historische stoet opnieuw te beleven (duur 45 minuten). Prijs van de DVD: 8 euro. Wie én speciaal nummer én DVD aankoopt betaalt 20 euro. Een spotprijs voor wie het allemaal meemaakte.

Bestelling door overschrijving van het gepaste bedrag op rekening nr.001-3114341-38 van Heemkundig Genootschap "van Witthem" Beersel. Wie lid wil worden kan dat door overschrijving van 18 euro (4 nummers per jaar).

In LOTGEVALLEN, tweemaandelijkse publicatie van de gelijknamige v.z.w. publiceerde ik een zevental bijdragen over de afstamming van de voornaamste migrantenfamilies onder de titel "Welke Lottenaar heeft Waas bloed in de aderen". In nr. 220 ging het over de familie Illegems; in nr. 221 over de families De Wachter, Hoefman en Deroeck; in nr. 222 over de families Van Cleemput, Vergauwen, Decock en Neydens; in nr. 223 over de families De Cock en Vanderhaeghen; in nr. 224 over de families Biesemans, De Clercq en Van Nedervelde; in nr. 225 over de families Vermeiren, Wauters, Van Namen en Vanvlierberghe en tenslotte in nr. 225 over de familie BLYWEERT.

Inlichtingen en abonnementen bij: Jan Blykers, E. Debusscherstraat, 44 te Lot. Tel.: 02 377 45 99. Abonneren kan door storting van 12 euro op rekening nr. 438-3129551-57 van Lotgevallen, Dworpsestraat 191 te Lot (Tweemaandelijks). Voor wie geinformeerd wil blijven over de lotgevallen van de lottenaren.

ZIJ KWAMEN UIT HET LAND VAN WAAS.







       De carré op het Breedveld te Lot
       Het laatste huisje van "de kleine carré" in
       nagenoeg oorspronkelijke staat.
       Hier vonden de Waaslanders een nieuwe thuis.

    


Paul Blyweert

 

ZIJ  KWAMEN  UIT  HET  LAND  VAN  WAAS 

 

 

Tijdens de vergadering van de Kamer van 9 november 1926 legde Henri Jaspar, Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, een "Wetsontwerp tot oprichting der gemeente Loth" neer.

 

Na bespreking in Kamer en Senaat volgde op 8 april 1927 de publicatie in het Staatsblad. Lot was van toen een zelfstandige gemeente.

 

Op zondagnamiddag 31 augustus 1952, als hoogtepunt van de viering van het 25-jarig bestaan van de gemeente, trok een Historische Stoet door de straten van Lot. Gestart op 25, 26 en 27 mei 1952, datum van de jaarlijkse kermis "Over de Vaart", gevolgd door vieringen in de wijken Acqueduc-Carré (7, 8 en 9 mei), Lot-Centrum (12, 13 en 14 juli), Kesterbeek (26, 27 en 28 juli en Statiewijk (2 en 3 augustus) werden de feestelijkheden besloten met een "officiële jubeldag" de laatste zondag van augustus 1952.

 

Dertig praalwagens illustreerden een aantal momenten uit de geschiedenis van Lot. Meer dan de helft ervan verwees naar feiten uit de periode dat de gemeente nog niet zelfstandig was maar gedeeltelijk tot Sint-Pieters-Leeuw (van de Steenweg op Bergen tot de Laaktbrug) en gedeeltelijk tot Dworp (over de Laaktbrug) behoorde.

 

De stoet werd gevormd in de Stationstraat, tegen de Steenweg op Bergen. Hij trok voorbij het gemeentehuis en volgde dan de Dworpsestraat, Kerkstraat, Beerselsestraat, Kerkhofstraat, Kesterbeeklaan, Lakenberg, Dworpsestraat en werd ontbonden aan het "Pleintje Decort" (hoek Dworpsestraat en Pastorijstraat).

 

"Kroniek van Vijf en Twintig Jaar - 1927 Lot 1952" geeft bij wagen 9 volgende omschrijving: "Zij komen per trekschuit uit het Waasland de Carré bevolken, door Kristen Syndicaat. Omtrent 1860 wierf de weverij Scheppers werkvolk aan in het land van Waas. Deze deden de verhuis per trekschuit over de kanalen en werden gehuisvest in de Carré".

 

De wagen van het "Kristen Syndicaat" viel niet in de prijzen. Historisch en demografisch bekeken illustreerde hij nochtans een van de belangrijkste feiten uit de Geschiedenis van Lot: de komst van ruim 300 Waaslanders.

 

Op de foto van praalwagen nr. 9 lezen we de namen van drie Wase gemeenten : SINT-NIKLAAS - STEENDORP - TEMSCHE.

 

Slechts een paar families kwamen uit Sint-Niklaas en Temse. De overgrote meerderheid, een 45-tal, kwam uit STEENDORP (toen een wijk van BAZEL aan de Schelde). Steendorp is vandaag een deelgemeente van Temse, Bazel een deelgemeente van Kruibeke.

 

Wagen negen, de omschrijving van de thematiek en de foto vormen een uniek  historisch document. Het is de enige bron waarover we beschikken met informatie over de wijze waarop deze families (ruim 280 personen) uit  STEENDORP in de CARRE geraakten: per trekschuit.

Met hun geringe bezittingen scheepten ze in op een trekschuit die aangemeerd lag aan de

"Embarcadère" te Steendorp, op het einde van de Gelaagstraat, daar waar de schuiten werden geladen met bakstenen. Dan ging het stroomafwaarts tot Rupelmonde.

 

Ter hoogte van Rupelmonde vaarden ze rechts de Rupel op. Tussen Ruisbroek en Terhagen trokken ze de schuit rechts het kanaal van Willebroek in. Vanaf Anderlecht ging het verder op het Kanaal van Charleroi. Te Lot verlieten ze de schuit en trokken samen naar de Carré, waar voor hen een nieuw leven begon.

Zo moet het ongeveer gegaan zijn in het najaar van 1865.

 

De meeste families kwamen tussen 4 september en 22 november 1865. Enkele volgden

tussen 3 september en 20 december 1866 en tussen 19 augustus en 3 september 1867. Later vonden nog enkelen apart de weg naar de "Carré op het Breedveld".

 

De herinnering aan deze "volksverhuizing" was nog levendig in 1952. Van de echte Waaslanders (geboren te Bazel, Beveren, Sint-Niklaas, Temse, Tielrode, Waasmunster, enz.) waren er toen waarschijnlijk niet veel meer in leven. Kinderen van deze "immigranten", geboren te Dworp, en hun kleinkinderen zagen wagen 9 voorbijrijden en wisten nog uit de mondelinge overlevering dat hun voorouders "per trekschuit" in Lot waren aangekomen.

 

Er werd in de gezinnen nog regelmatig herinnerd aan het verre Steendorp. Er woonden daar immers nog verre familieleden.

 

Twee anekdotes m.b.t. tot mijn eigen familie, eveneens afkomstig van Steendorp, zijn mij bijgebleven.

 

1.       Steendorp ligt aan de Schelde. In zowat elke familie waren er schippers. Ik heb mijn vader Jan Baptist Blyweert, zoon van Alexander Blyweert (° Bazel 25.02.1859 - + Lot 05.02.1926)  en andere familieleden vaak horen vertellen dat zij zich tijdens de Tweede Wereldoorlog op zekere dag naar het Sas haastten. Daar lag een schip van een familielid uit Steendorp. Zij hoopten er wat steenkool te krijgen.

 

2.       Op donderdag 22 januari 1959 kwam mijn vader zwaaiend met Het Laatste Nieuws de huiskamer binnen. "Wij hebben een honderdjarige in de familie, een nicht van mijn vader: Bake Blyweert. We gaan een telegram zenden", klinkt het mij nog in de oren.

        Veertig jaar later ging ik op zoek naar Het Laatste Nieuws en Bake Blyweert.

        De titel in Het Laatste Nieuws luidde: "Steendorp viert Eeuwelinge Amelberga
        Blijweert.  Gehuldigde is o
uder dan de gemeente zelf".

 

Amelberga, kwam met haar ouders, Charles Blyweert (broer van Alexander) en Anna De Cock, haar zus Philomena en broer Simon aan in de Carré op 14 november 1865. Vader en moeder werkten bij Scheppers. Charles overleed op 17 september 1866, tijdens de grote cholera-epidemie die de bevolking van de Carré en de Wase inwijkelingen decimeerde. Anna keerde met haar twee dochters terug naar Steendorp op 10 april 1867. Amelberga overleed er op 17 maart 1959.

Daardoor kon in 1959 Steendorp en niet Lot voor de eerste maal in de geschiedenis van de gemeente een honderdjarige vieren.

 

 

Een volksverhuizing.

 

262 inwoners van "De Gelagen" (Steendorp, wijk C van Bazel) meldden aan de Dienst Bevolking van Bazel hun vertrek naar Dworp tussen 4 september 1865 en 22 november 1865, 11 tussen 3 september 1866 en 20 december 1866 en 8 tussen 19 augustus 1867 en 3 september 1867.

 

43 van hen hielden het vlug voor bekeken en keerden terug naar Bazel: 26 tussen 31 januari 1866 en 29 november 1866, 5 tussen 10 april 1867 en 10 december 1867,  8 tussen 30 en 31 oktober 1969 en  4 op 1 februari 1870.

 

Niettemin kunnen we spreken van een echte volksverhuizing. De weerslag op de bevolkingscijfers van Bazel zowel als van Dworp is opvallend. Voor de respectievelijke wijken van deze gemeenten, Steendorp (wijk C van Bazel) en Lot (wijk C van Dworp), is de invloed ongetwijfeld nog ingrijpender. Voor de afzonderlijke wijken beschikken we echter niet over bevolkingscijfers.

 

De officiële bevolkingsstatistieken voor Bazel en Dworp spreken voor zich.

 

Bevolkingscijfers voor Bazel en Dworp

Bazel                                                                                           Dworp

 

31 december 1863: 5178                                         31 december 1863: 3641

31 december 1864: 5188                                         31 december 1864: 3827

31 december 1865: 4829 (- 359)                        31 december 1865: 4101 (+ 274)

31 december 1866: 4655 (- 174)                             31 december 1866: 4009 (- 92)

31 december 1867: 4672                                         31 december 1867: 4091

 

Als we de bevolkingsaantallen van de gemeenten van het arrondissement Sint-Niklaas op 31 december 1865 vergelijken met die van 31 december 1864 vertonen deze een lichte vooruit- of achteruitgang. Bazel is de grote uitzondering (- 359 inwoners). Op afstand volgt Temse (- 134 inwoners, van 8316 naar 8162).

 

In het kanton Halle kennen ook Ruisbroek en Sint-Pieters-Leeuw over dezelfde periode

een grotere dan gemiddelde bevolkingstoename, respectievelijk + 96 (van 1464 naar 1560) en + 39 (van 4846 naar 4885).

 

De gestadige groei van de bevolking van Dworp werd gestopt in 1866. Er was zelfs een niet onaanzienlijk verlies van 92 inwoners. De oorzaak was de grote cholera-epidemie die heel Europa teisterde in het jaar 1866. Het was de ergste epidemie van de eeuw.[1]

 

We maakten een telling van het aantal sterfgevallen te Dworp voor de jaren 1864 tot en met 1868.

 

1864: 108; 1865: 149; 1866: 217; 1867: 92; 1868: 106.

 

Voor het jaar 1866 telden we in totaal 217 sterfgevallen: in januari: 6; februari: 5; maart: 9; april: 14; mei: 6; juni: 6; juli: 12; augustus: 51; september: 87; oktober: 11; november: 2 en december: 8.

 

In augustus en september 1866 woedde de cholera-epidemie in alle hevigheid. Vooral de Carré te Lot werd getroffen. De bevolkingsconcentratie in deze arbeiderswijk werkte de besmetting in de hand. Na twee maanden was het ergste leed geleden.

 

In deze twee maanden stierven in de Carré een 70-tal mensen waaronder een 25-tal Waaslanders. Sommige Wase families werden zeer zwaar getroffen:

 

-          In het gezin van Jan Baptist Verhulst x Rosalie De Wachter overleden niet enkel de vader maar ook vier kinderen. De moeder bleef achter met 5 kinderen.

 

-          In het gezin Andreas Steveninck x Paulina Varewijck stierven naast de vader ook drie kinderen. De moeder bleef achter met de oudste dochter.

 

De officiële statistieken vermelden voor 1866 in totaal 212 overlijdens in Dworp (wij telden 217 overlijdensakten): 141 personen stierven aan cholera; 71 aan andere ziekten.

 

Het waarom.

 

Wat zette er tientallen families toe aan Steendorp te verlaten en naar Lot te trekken om er te gaan werken in de fabriek van Scheppers?

Hoe kwamen de bewoners van "De Gelagen"[2] te weten dat er te Dworp werk en huisvesting op hen wachtte?

Hoe is te verklaren dat ze nu juist in het najaar van 1865 vatbaar bleken voor de argumenten van de "ronselaars"?

 

Als antwoord op de eerste vraag kunnen we zeggen dat ze zoals de meeste emigranten, zowel gisteren als vandaag, een betere toekomst verhoopten, voor zichzelf en voor hun familie.

 

We vonden echter nergens concrete gegevens m.b.t. arbeidsvoorwaarden en lonen in de steenbakkerijen van Steendorp voor de periode rond 1865.

 

August De Winne verwees in een artikel over "De Steenbakkers" naar een arbeidsenquête van 1886 waarin de patroons zelf de kwalen aanstipten die de steenbakkersnijverheid teisterden: alcoholisme, het trucksysteem[3], de betaling in koopwaar, de overdreven lange werkdagen en de kinderarbeid. "Een arbeider verklaarde dat tijdens de lange zomerdagen kinderen van zeven jaar zonder onderbreking werkten van vier uur 's morgens tot negen of half tien 's avonds. Voor de maaltijden kregen ze maar een uur rust. Als het 's morgens niet lukte ze wakker te krijgen, kleedde de moeder ze aan terwijl ze nog sliepen; de vader of een buur bracht ze naar de werf. Als de arme schapen daar nog altijd sliepen, wierp men ze koud water in het gezicht om ze te wekken…"[4]

 

In hetzelfde artikel, oorspronkelijk verschenen in Le Peuple in het jaar 1901, beschreef

A. De Winne op indringende wijze de werkomstandigheden in een "arm steenbakkersdorp op de linkeroever van de Schelde: Steendorp."[5]

 

Tussen 1886 en 1901 werden door een  aantal wetten de meest schreeuwende misbruiken uitgeroeid. De wetten werden bij gebrek aan afdoende inspectie echter niet altijd nageleefd. Niettemin kregen de steenbakkers hun loon in geld, was het trucksysteem volledig verdwenen en was het verboden kinderen onder de twaalf in de steenbakkerijen te laten werken. Maar toch…

 

"Steendorp, een mooie, passende naam! De kleine, lage huisjes zijn met de stenen van de streek opgetrokken. Zelfs de kerk is met de grond van het dorp gebouwd. Ze ziet er bijna even miserabel uit als de steenbakkershuisjes. God zelf is hier met een armoedig huis tevreden, om niet te zeer te spotten met de armoede van deze droevige streek…

De steenbakkerijen strekken zich uit over een enorme oppervlakte. Op de tafels, die twee- tot driehonderd meter lang zijn, drogen de gele bakstenen die van bij de vormers komen, in de zon. Onder loodsen van dezelfde lengte gaat het drogen voort en de gedroogde stenen bakt men daarna in grote ovens. Jonge meisjes duwen, barrevoets, kruiwagens vol bakstenen voor zich uit en steken de stenen zelf in de oven.

 

We zijn vlakbij de putten. Het zijn grote kuilen, gevuld met zwarte, vette klei… Als de putten eenmaal leeggehaald zijn, gebeurt er haast nooit nog iets met de grond. De klei wordt gewoonlijk in de herfst opgehaald en men laat er een hele winter lang vorst, zon en andere weerinvloeden op inwerken, waardoor de klei verbrokkelt en een betere kwaliteit krijgt. Als ze klaar is om bewerkt te worden zuivert een arbeider de klei van stenen en maakt er grote aardkluiten van. Een helper kneedt elk van die kluiten met zijn twee handen en verdeelt ze in kleinere kluiten. Die brengt hij naar de werktafel van de meesterarbeider, de modeleerder of  vormer, die voor de eigenlijke fabricage instaat.

De vormer werkt met een aantal houten lijsten of modellen en met een houten mes. Hij plaatst een lijst op zijn tafel, bestrooit ze met zand zodat de klei er niet aan vastkleeft en vult ze op met aarde. Hij drukt de klei dan met de hand samen en effent met zijn mes de bovenste oppervlakte. De steen die hij zo gevormd heeft, geeft hij aan een helper, de drager, die hem op een tafel gaat neerleggen. Een tafel is een grote, rechthoekige, volledig platte oppervlakte van 1500 tot 2000 m2, waarop men de stenen droogt. Dit werk werd vroeger aan kinderen van zes en zeven jaar toevertrouwd. Het drogen gaat voort onder de loodsen. Daarna moesten de stenen alleen nog in speciale ovens gebakken worden.

 

Voor ons delft een man klei uit een put. Hij heeft zijn broek tot aan de knieën opgestroopt. Zijn blote benen zitten onder het slijk. Zijn hemd staat open,  je ziet zijn magere behaarde borst. Zijn gerimpeld gezicht is geel, het heeft de kleur van de grond. Zijn haren en wenkrauwen zijn grijsachtig wit en lijken door de zon verschroeid. Ik vraag hoe oud hij is.

'73 jaar' zegt hij, terwijl hij even uitblaast met de spade onder zijn arm. 73 jaar en hij werkt nog ! …

'En hoeveel verdien je?'

'Negen frank per schip, het is te zeggen per 12.500 stenen. De beste arbeiders kunnen twee schepen, of twee schepen en een half per week wegvoeren. Ik moet het natuurlijk rustiger aan doen; ik haal hooguit een schip. We werken vooral in de winter. Als het één dag regent, kunnen wij twee dagen niet werken, want we moeten het water laten uitpompen. In de zomer werken we zestien uur per dag. Dan ben je 's avonds doodmoe!'…

 

We komen bij een tafel. Een vormer staat er aan zijn werktafel. De kleikluiten die zijn helper klaargemaakt heeft, werpt hij in een vorm. Krachtig duwt hij met beide handen de aarde bijeen. Wat er te veel is, neemt hij met zijn houten mes weg. Nog twee andere helpsters, twee jonge meisjes, leggen de stenen op de grond. Het werk van de vormer is buitengewoon lastig. Om een idee te geven: tijdens een werkdag van zestien uur maakt hij gemiddeld tienduizend stenen: dat zijn meer dan tien stenen per minuut! Je moet de ongelukkige op dit akelige plein onder de brandende zon zien werken. Alles is in beweging: de armen, het hoofd, de romp, de benen. Uit de borst ontsnapt een geweldige han telkens als het mes over het raam gaat. De man is drijfnat van het zweet: het loopt langs zijn gezicht, zijn armen en benen. Je vraagt je verwonderd en treurig af hoe een mens zestien uur lang dit onmenselijk werk kan volhouden.

De vormer krijgt 45 centiem per 1000 stenen: op mooie zomerdagen, als hij zestien uur werkt, verdient hij zo ongeveer 4,50 frank. De drie helpers samen verdienen ook 45 centiemen per 1000 stenen. De stenen in de oven steken en ze er weer uithalen - een werkje voor vrouwen - brengt 35 centiemen op, nog altijd per 1000 stenen…

 

'Heb je al geprobeerd deze arbeiders te organiseren? ' vraag ik aan Van Hoeylandt. 'Ja, maar gemakkelijk is het niet. Negentig procent kan helemaal niet lezen…

 

Als we terug op weg zijn naar Temse zien we in een bocht op een tiental meter van ons een put met vuil, stilstaand water. Het is een rotkuil. Drie arbeiders staan er in te werken met de modder tot aan hun buik.

'We gaan eens kijken' zegt Van Hoeylandt.

Nauwelijks heb ik enige stappen gezet, of ik moet al wegvluchten. Ik stik, ik heb zin om te braken, zo walgelijk is de verrotte lucht die uit de put opstijgt. Het vlas dat in de Leie geroot wordt, parfumeert de omgeving ook niet dadelijk, maar zo'n stank, dat heb ik nog nooit meegemaakt. Voor de arbeiders in de put is het lachen geblazen als ze zien hoe misselijk ik word…"

 

 

Op de tweede vraag blijven we het antwoord schuldig. In de Wase archieven vonden we geen enkel document dat verwijst naar deze uittocht. De procesverbalen van de zittingen van het Schepencollege van Bazel van 1850-1872 zijn zoek.

Vele van de bewoners van "Het Gelaag", steenbakkersknechten van beroep, waren ongeletterd. Aanplakbrieven in de herbergen kwamen er dus vast niet aan te pas.

We kunnen enkel gissen. Waarschijnlijk brachten "ronselaars" de steenbakkersgasten samen in een of andere herberg van Steendorp en overtuigden hen daar van de betere toekomst die hen wachtte te Dworp: verzekerd werk voor heel het gezin gedurende het ganse jaar,  hogere lonen, onderwijs voor de kinderen en nieuw gebouwde woningen. Hun overtuigingskracht was zo groot dat  ruim 280 inwoners van Steendorp hun dorp aan de Schelde verlieten.

 

  

Het antwoord op de derde vraag staat in nauw verband met de militaire geschiedenis en strategie van die tijd.[6]

Na de onafhankelijkheid van België werd stilaan afgestapt van de liniën[7] en barrièresteden[8] die in het zuiden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden opgericht waren om het land te verdedigen.

In 1848 besliste de legerleiding één grote solide vesting op te richten te Antwerpen: de Schelde vormde er een natuurlijke hindernis; de omliggende polders konden onder water worden gezet en bij een Franse aanval rekende men op hulp via de zee van vooral Engeland. Op 20 augustus 1859 namen de Kamers het wetsontwerp aan dat bepaalde dat Antwerpen het nationale reduit[9] zou worden.

Het uitbouwen van Antwerpen tot nationaal reduit omvatte het bouwen van een nieuwe omwalling en een fortengordel van acht grote polygonale[10] forten, een gigantische onderneming. De uit te voeren metselwerken werden geschat op 1 miljoen m3, binnen de vier jaar te voltooien. Dit betekende minstens 250 miljoen bakstenen per jaar. De werken werden toegewezen aan de Brusselse Compagnie Générale de Matériel des Chemins de Fer.

De vraag naar bakstenen nam plots sterk toe met het gevolg dat de prijs de hoogte inging. Als reactie op die prijsstijgingen besloot de Compagnie Générale voor eigen rekening bakstenen te produceren. Hiertoe werden bestaande steenbakkerijen opgekocht  maar ook  nieuwe opgericht. In 1860 kocht de maatschappij te Bazel verschillende gelagen die meestal eigendom waren van graaf Vilain XIIII.[11]

In Bazel werden 750 arbeiders ingeschakeld, met een productiecapaciteit van 50 miljoen bakstenen.

 

Het werk werd door de Compagnie Générale opgeleverd in 1865.

 

De gevolgen laten zich raden. De capaciteit van de steenbakkerijen lag zeer hoog maar na de voltooiing van de forten was er plots veel minder afzet van stenen. In vergelijking met vroeger was het aantal steenbakkerijen flink gestegen. Dit alles moet er toe geleid hebben dat de productie van bakstenen, eigenlijk bruusk, op een lager niveau kwam te staan met een prijsdaling van de stenen en een vermindering van de werkgelegenheid als gevolg. De "gelaagwerkers" van Steendorp werden nu vatbaar voor de argumenten van de "ronselaars" van Scheppers.

 

Een toemaatje.

 

Het blijft ons verbazen dat we in het Modern Archief van Bazel geen enkele verwijzing  vonden naar de grootste emigratiegolf die de gemeente ooit kende. Een mogelijke verklaring is de toenemende vervreemding van de parochie van Steendorp, bevolkt door arbeiders en steenbakkersbaronnen, en de moederparochie van Bazel, vooral bewoond door landbouwers. Dit werd nog in de hand gewerkt door het feit dat de Steengelagen op driekwart uur afstand van Bazeldorp lagen. In de winter was de weg die naar de parochiekerk van Bazel loopt onbegaanbaar. Op 2 juni 1828 werd begonnen met de bouw van een eigen kerk die ingewijd werd op 27 december 1830. Het Koninklijk Besluit van 3 februari 1835 maakte van het Gelaag een zelfstandige parochie. Op 20 augustus 1881 tenslotte wordt Steendorp een zelfstandige gemeente. Op 1 januari 1977 werd Steendorp een deelgemeente van Temse en niet van Bazel.

 

Kon het "die van Bazel" niet veel schelen, op de Gelagen moet het vertrek van een 45 tal families ongetwijfeld beroering hebben verwekt. Hoe reageerde Modest Fonck, pastoor van Steendorp sinds 1861, op het verlies van 10 à 15 procent van zijn parochianen?

 

 In een artikel van Jan Art[12] lezen we "Alfons Vilain XIIII[13] burgemeester van Bazel en ook van de 'briquetteries", het toen nog niet zelfstandige dorp Steendorp, schrijft de bisschop op 30 september 1867 "qu'il me sera impossible dorénavant d'inviter Mr. le curé des Briquetteries aux diners que je donne aux membres du clergé de mon canton". Immers, zijn zoon had de pastoor opgepikt op zijn koets om hem van het station van Beveren naar Bazel te voeren en "Mr. le curé" was begonnen uitvaren tegen het slechte beheer dat de inwoners van Steendorp ondergingen, en dit op een hevige toon. Vilain XIIII vraagt de pastoor van standplaats te veranderen."

 

Mogelijk achtte pastoor Fonck de burgemeester en het gemeentebestuur van Bazel verantwoordelijk voor de uittocht van zijn parochianen.

 

Jan Art toont met tal van voorbeelden aan dat bij zo'n  verzoek van de plaatselijke adel of de voormannen van het politieke leven, de belangrijkste weldoeners van de diocesane werken, een pastoor weinig kans had om op zijn plaats gehandhaafd te blijven.

 

De bisschop van Gent greep deze keer echter niet in en pastoor Fonck bleef nog tot 1897 parochieherder van Steendorp. Betekenisvol?

 

 

 

--------

 



[1] "De cholera morbus was een besmettelijke darminfectie die de slachtoffers opzadelde met een hevige diarree, voortdurende braakneigingen en pijnlijke spierkrampen.  Zonder behandeling volgde binnen de vier dagen de dood.  Heel Europa had er onder te lijden. De cholera sloeg toe in 1831-1832, in 1848-1849 en 1854-1859 en nogmaals in 1866. Een laatste opstoot kwam er in de jaren 1892-1893, maar de epidemie kon worden ingedijkt dankzij de vooruitgang van de wetenschap. In 1883 had de Duitser Robert Koch de cholerabacterie kunnen identificeren en kon aan een vaccin worden gewerkt… De hoge mortaliteit was bovendien te verklaren door het feit dat bijna niemand werd gevonden om de choleralijders te verzorgen…De overledenen werden 's morgens vroeg of 's avonds laat zonder te veel ceremonie begraven om de kansen op besmetting tot een minimum te beperken." (Geuren en Kleuren. Een sociale en economische geschiedenis van Vlaams-Brabant 19de en 20ste eeuw, onder redactie van Jan De Maeyer en Peter Heyrman, Uitgeverij Peeters, Leuven, 2001, blz. 62-63).

 

Gedurende het hoogtepunt van de cholera-epidemie in de "Carré" (augustus-september 1866) verzorgde E.H. Goutstouwers, de eerste kapelaan van Lot,  de zieken met grote toewijding in "het hospitaal op het Breedveld".

De overlijdensakten van 1866 vermelden meestal als plaats van overlijden dit "hospitaal".

Het hospitaal was gelegen op het einde van de "Grote Carré", op de plaats waar zich nu het Petanqueplein bevindt

De ligging kennen we door mondelinge overlevering. Ik kreeg deze inlichting gedurende een gesprek "Bij Vorke" met Julius MINNE op 22.08.2003. De echtgenote van Jules, Juliana LASSAUT (+) wist het van haar grootmoeder Juliana VAN NAMEN (° Waasmunster 1.08.1865  +  Lot 10.11.1950). Juliana kwam met haar ouders van Sint-Niklaas naar Lot. 
 

Ludovicus Petrus Goutstouwers werd geboren te Essen en woonde op het Breedveld. Hij was de zoon van Joannes Goutstouwers en Maria Catharina Vanachtmael. Hij overleed op 24 november 1866, 36 jaar oud (akte 209 BS Dworp).

In de Historische Stoet van 31 augustus 1952 herinnert wagen nr. 8 aan deze periode "Pastoor Goutstouwers en de cholera, uitgebeeld door de K.A.J. In 1866 heerste een verschrikkelijke cholera-epidemie in Lot. E. H. Goutstouwers, eerste kapelaan van Lot, verzorgde de zieken met dappere toewijding. Hij stierf als slachtoffer in 1867".  De Goutstouwersstraat zorgt er voor dat hij niet wordt vergeten.

 

 

[2] Steendorp was een gehucht van Bazel tot 20.08.1881. De kern ervan heette het Gelaag ,
de Gelagen of het  Steengelaag.
Een gelaag of een steengelaag is de gehele uitgestrektheid van een steenbakkerij met grond
en alles wat er toe behoort.
De arbeiders heetten er gelaagwerkers of steenbakkers.

 

[3] Truckstelsel: stelsel van gedwongen winkelnering, waarbij de arbeiders hun loon niet in geld, maar in goederen of bons voor goederen ontvangen (J. Verschueren, Modern Woordenboek, vijfde druk, 1933, Brepols, Turnhout, blz. 1833).

 

[4] DE WINNE August, Door Arm Vlaanderen, Uitgeverij Van Halewyck, Leuven, 2001, blz. 48.

 Het boek  is een vertaling van de Franstalige editie van 1902, "A travers les Flandres" (Société Coopérative "Volksdrukkerij", Gand). Dit oorspronkelijk boek was dan weer een bundeling van de artikels die August De Winne in 1901 in Le Peuple publiceerde.

August De Winne was journalist voor Le Peuple vanaf 1891. Met deze en andere artikelen waarin hij de mistoestanden in landbouw en industrie aanklaagde, bouwde hij een grote reputatie op. De Winne werd na de Eerste Wereldoorlog directeur van Le Peuple, en in 1921 hoofdredacteur. Hij stierf in 1935.

 

[5] Bij K.B. van 20 augustus 1881 werd Steendorp een zelfstandige gemeente.

 

[6] POTTIER Werner, De bouw van de fortengordel rond Antwerpen volgens het plan
Brialmont (1859-1882). Verhandeling tot het verkrijgen van de graad van licentiaat in de
geschiedenis, Gent 1984.

POTTIER Werner, de bouw van de fortengordel rond Antwerpen. Verschenen in
Vesting Antwerpen - De Brialmontforten, eindredactie Piet Lombaerde, Pandora.

Met dank aan Roger Colaes (Hollebeek 70 Temse), die een publicatie voorbereidt over
de Geschiedenis van de steenbakkerijen van Steendorp.
 

[7] Een linie is een reeks van verdedigingswerken die elkaar ondersteunen.

 

[8]Barrièresteden zijn de steden genoemd in het barrièretraktaat.

Barrièretraktaat: het verdrag in 1715 te 's Gravenhage gesloten betreffende het leggen van een
barrière  (een rij van vestigingen) in de Oostenrijkse Nederlanden.  Het was gericht tegen Frankrijk
en werd gesloten tussen Karel VI van Duitsland, Engeland en de Verenigde Nederlanden.

 

[9] Reduit: klein gesloten verdedigingswerk in een grote vesting dat als laatste toevluchtsoord moest dienen.

 

[10] Polygonaal: veelhoekig.

 

[11] Burggraaf Alfred Vilain XIIII,  burgemeester van Bazel sinds 1856.

 

Op 14 juli 1779 werd Philip Louis Vilain XIIII (° Gent 17.12.1778) Heer van Wissekerke
(Heerlijkheid van Bazel).  Hij was toen nog geen volle zeven maanden oud.  Hij is niet
lang Heer van Wissekerke gebleven. In 1794 trokken de Franse legers ons land binnen
en werd het bij de Franse Republiek ingelijfd.
Alle heerlijkheden, heerlijke rechten en titels werden afgeschaft.

De familie bleef echter dominant aanwezig.  tussen 1800 en 1939 leverde de familie
Vilain XIII onafgebroken de burgemeester van Bazel.
 

[12] ART Jan, Kerkelijke Structuur en Pastorale Werking in het Bisdom Gent tussen 1830 en 1914, In Standen en Landen LXXI, UGA, Kortrijk-Heule, 1977, blz. 121.

 

[13] Het is Alfred Vilain XIIII en niet Alfons.

 

Familienieuws (+) - François Blyweert (F)

Avesnelles (Frankrijk).

Op 12 maart 2006 overleed te Avesnelles François Blyweert, geboren te Avesne sur Helpe op 7 juni 1938. Hij huwde op 3 september 1960 met Antoinette Thiébaux . De voorouders van François kwamen op het einde van de negentiende eeuw van Bazel (wijk Steendorp) naar Roubaix. De begrafenis had plaats te Avesnelles op 15 maart 2006.

Familienieuws (+) - Albert "Flor" Blijweert

Op 13 februari 2006 overleed te Antwerpen Albert "Flor" Blijweert echtgenoot van Thérèse Borms. Hij werd geboren te Mortsel op 9 mei 1926 als zoon van Joannes Franciscus Maria Blijweert en Alicia Maria Theresia Denis.  Hij huwde met Thérèse Borms te Antwerpen op 30 juli 1955. Zijn ouders waren afkomstig van Steendorp.

Familienieuw (°) - Pieter-Jan Blijweert

Geboren te Gent op 23 november 2005: Pieter-Jan Blijweert, zoon van Marc Blijweert en Malva Van der Meirsch, kleinzoon van Florent Blyweert en Maria Van der Heyden, achterkleinzoon van  Peter Frans Blyweert en Marie Augusta De Bock.
Florent Blyweert was tot hij op rust ging vleesgroothandelaar.
Marc Blijweert is zaakvoerder van een vleesuitsnijderij te Nieuwkerken-Waas.
(Tak Haasdonk).

Meer van ZIJ KWAMEN UIT HET LAND VAN WAAS.

↑ Terug naar de berichten