
De oorzaak tot het fabeltje was een lezing die de Franse letterkundige Maurice Barrès in 1893 hield naar aanleiding van het 10-jarig bestaan van de literaire vereniging 'Excelsior'. Er waren die avond verschillende sprekers (onder wie Stephane Mallarmé), maar Barrès zijn lezing was getiteld: "Les deux femmes du bourgeois de Bruges". Daarin vertelt hij het verhaal van die ridder die van de kruistochten terugkeert en 'une belle Clorinde' bekeerde en met haar naar huis trok. Maurice Barrès was voordien eens in Brugge geweest, had die graftombe gezien, waarschijnlijk ook nog een gelijkaardige tombe in de Sint-Jacobskerk en is blijkbaar beginnen fantaseren.
De werkelijkheid is gewoon dat Adriaan van Haveskerke éérst met Clorinde van Valladolid gehuwd was en nadat zij gestorven was hertrouwde met Johanna van Ideghem.
In oorsprong was dit een vrijstaande graftombe maar in de negentiende eeuw heeft men het verplaatst en vastgemetseld tegen de zuidelijke muur van de sacramentskapel. Er wordt beweerd dat aan de vastgemetselde kant ook drie wapenschilden te zien waren waaronder die van van Haveskerke, van Laurin en van Heule. Diezelfden beweren dat het graf eigenlijk toebehoord aan de in 1577 overleden Jan van Haveskerke die ook 2 keer gehuwd was, namelijk met Margareta Laurin en met Joanna van Heule.