zuilen van de Waterhallen


Door het Arentshof passeren velen. Het is een van die trekpleisters van Brugge en ook de toeristische koetsen gaan via de Dijver het Arentshof binnen om verder hun weg voort te zetten via Groeninge. Ondanks het feit dat de koetsen elke keer tussen deze twee zuilen in gaan wordt nooit aan de toeristen uitgelegd wat die zuilen voorstellen. Te moeilijk voor de modale toerist?
Tussen 1908 en 1910 werd er gegraven op de hoek van de Markt met de Philipstockstraat met de bedoeling om daar de nieuwe ambtswoning van de gouverneur te bouwen. Daarbij werden 3 dertiende-eeuwse zuilen gevonden, afkomstig van de Waterhallen die eind 13de eeuw gebouwd werd aan de Oostkant van de Markt. In 1294 was het gebouw af en het werd genoemd als een der zeven wonderen van Brugge (staat trouwens in die hoedanigheid op het schilderij 'de Zeven Wonderen' van Pieter Claeissens de Oude dat hangt in het museumpje van het Begijnhof). Deze Waterhal overdekte de reien die toen tot daar kwamen en schepen konden erbinnen lossen. Er was een eerste verdieping boven met reusachtige hallen. Het grondvlak van het gebouw in zijn zijn geheel mat 95 op 28,5 meter. Toen de handel naar het centrum maar ook het gebouw in verval raakte werden de Lakenhallen, zoals ze soms ook genoemd werden omdat er veel Vlaams laken verhandeld werd, werden die Lakenhallen van 1787 tot 1790 gesloopt en het afbraakmateriaal deed dienst voor de nieuwe kazernes die aan de Kazernevest kwamen. Nu bevinden zich op de plaats van de Waterhallen het Provinciaal hof en het Postgebouw.
Twee van de drie zuilen afkomstig van de Waterhallen die honderd jaar geleden opgegraven werden (maar dus meer dan acht eeuwen oud zijn) staan momenteel in de tuin van het Arentshof. Velen passeren er en kennen er de betekenis niet van. Vanaf nu u wel.





















1 reactie op dit bericht
In Brugge is elke steen geschiedenis.