
Gisterenavond vond er in de drie bovenste verdiepingen van het concertgebouw de officiële opening van de tentoonstelling van de Duitse kunstenaar Detlef Beer (°1962) plaats. Aangezien ik weeral niet uitgenodigd was heb ik mezelf deze morgen maar braafjes aangeboden en met mijn identiteitskaart waarop staat dat ik in Brugge woon in de hand kon ik er vanmorgen uiteindelijk toch gratis binnen. Maar een drankje of een hapje was er deze morgen jammer genoeg niet meer bij. Meer nog: men was de tafeltjes waaraan het orgiastisch gelag van gisterenavond aan de VIPs aangeboden werd onder mijn neus nog aan het opruimen.
Detlef Beer nu. Zijn tentoonstelling wordt door de zogezegde kunstkenners die hier gisterenavond op een hoopje liepen te kwijlen, na de volgens hen niet echt geslaagde start van Rik Poot en Pablo Atchugarry, beschouwd als een "
verdienstelijke poging om met de omgeving en de bijzondere architectuur een confrontatie aan te gaan". De grootste uitdaging voor een kunstenaar die hier exposeren wil is natuurlijk om op het dakterras van het concertgebouw tegen de achtergrond van Brugges skyline iets te maken dat met die skyline een confrontatie wil aangaan. Een week lang heeft Detlef Beer zich op dit dakterras mogen uitleven en die week van naar ik vermoed niet bijster groter inspanningen resulteerde in dit schamele werk, gemaakt uit grijze betonpasta, dat hoogstwaarschijnlijk het einde van de tentoonstelling (maart 2007) niet meer meemaken zal wegens verpulverd door de invloed van weer en wind die hier zeven hoog, open en bloot, makkelijk vrij spel heeft. Blijkt nu dat dat broze aspect van dit '
kunstwerk' opzettelijk is. Ahum! Sorry dat ik even moest hoesten. Lang leve de moderne kunst!