
Dit onderdeel van de calvariegroep (mèt pleurant), die men in het Oud St.-Jan aantreft, zag er tot voor kort nog zo uit. De tekst was klaar en duidelijk leesbaar. Zie ook mijn blogartikels van 28 juli 2007 in dat verband. Bemerk dat er ook toen al tranen in de ogen stonden van de figuur.
Nu iets anders. Wat die nummering van de quizvragen betreft, daar zal ik verleden maand nog maar eens verstrooid in geweest zijn hé. Het heeft geen zin om dat nu nog te gaan veranderen, tenzij u er met zijn allen op staat, natuurlijk.
Dat dit echt verstrooidheid was en dat ik wel degelijk lezen en schrijven kan en daarnaast ook een beetje rekenen heb ik in het verleden al eens bewezen door in het eerste jaar dat de televisiezender VTM bestond in hun spelprogramma van toen, "Cijfers en Letters" tot vier keer toe (*) te winnen, ondanks af en toe een foutje dankzij - ook toen al! - verstrooidheid. Ik heb er nog video-opnames van en vooral die memorabele tweede aflevering durf ik af en toe nog eens bekijken. Daarin was mijn tegenspeler niemand minder dan
Paul Claes, een zeer geletterd man met ondertussen een indrukwekkend oeuvre maar met helaas nog altijd geen greintje humor. In het inleidende gesprek pochte hij dat hij teksten van Sappho vertaald had. Wat de man bezielde om zich als gerespecteerd auteur en vertaler voor heel Vlaanderen te kakken te zetten door mee te doen aan zo'n "ordinair quizje", ik begrijp het nog altijd niet, maar wat ik wel weet is dat ik nog altijd veel plezier beleef met het bekijken van zijn grimassen die gaandeweg gedurende die 25 minuten grimmiger werden toen hij meer en meer begon in te zien dat hij daar onder de spots roemloos ten onder ging. Het moet toen waarschijnlijk zijn zwartste dag geweest zijn en ikke die soms niet eens optellen kan, ikke was zijn boeman. Met alle respect voor de man en zijn oeuvre hoor, maar ooit zet ik dat filmpje nog eens op youtube want het is er eentje dat voor het nageslacht bewaard moet worden.
(*) Volgens het reglement van het spelprogramma mocht niemand meer dan vier keer meedoen. Ook na die vierde keer winnen moest ik dus onherroepelijk opstappen.
3 reacties op dit bericht
Donaas
Donaas De Moor
Ik weet dat vele lezers van Bruggeblog, net als ik overigens, graag een beetje historische wetenswaardigheden krijgen bij een foto. Daarom kruip ik even in mijn pen om wat extra informatie te geven over het toegangspoortje in het domein van het Groeningemuseum. Het poortje was oorspronkelijk de deurportiek van de gasthuiskapel van het passantenhuis Sint-Juliaans in de Boeveriestraat en werk gekapt in de jaren 1480-1481. Het schild met de drie ossenkoppen is dat van Donaas De Moor die lid van het Brugse stadsbestuur was en van 1465 tot 1481 voogd van Sint-Juliaans. Donaas De Moor is, samen met zijn echtgenote Adriana Devos, ook bekend als stichter omstreeks 1480 van de nog altijd bestaande “dhertien steene cameren”, zeg maar godshuis, in de Boeveriestraat. De dertien godshuisjes waren onderverdeeld in vier huisjes die onder het toezicht en beheer stonden van Sint-Juliaans, terwijl de ambachten van de timmerlieden, metselaars en kuipers toezicht hielden op elk drie huisjes. De wapenschilden van de vier instellingen zijn aan de gevels van de godshuisjes aangebracht. De bewoners van de huisjes moesten verarmde burgers zijn, zogenaamde “verweecten”. Het mochten zowel mannen als vrouwen zijn, al dan niet gehuwd maar met een goede reputatie. Kort na de stichting werd Donaas De Moor valselijk beschuldigd wegens zijn vermeende sympathieën voor de politiek van Maximiliaan van Oostenrijk. Hij werd voor vijftig jaar verbannen uit het graafschap Vlaanderen. Hij trok zich terug op zijn landgoed nabij Middelburg in Zeeland waar hij in 1483 overleed. Hij werd, samen met zijn echtgenote, in de Sint-Jakobskerk in Brugge begraven. Dan blijft nog de vraag hoe het poortje in het Groeningemuseum terecht kwam. Wel toen kanunnik Maes in 1875 een nieuwe gasthuiskapel liet bouwen, verwerkte hij het portiek in de nieuwe kapel. Toen ook die kapel werd afgebroken, werd het portiek eigendom van Michiel English, archivaris van het bisdom Brugge. Na zijn dood werd het door de stad Brugge bij de ervan van English aangekocht en in het Groeningemuseum heropgebouwd. Aan de andere kant van het portiek staat ook nog een wapenschild. Waarschijnlijk gaat het om het wapenschild van de tweede voogd van Sint-Juliaans ten tijd van Donaas De Moor en dat was Jan de Keyt.
Groeningemuseum