Dinsdag 2 juli 2013
Hondsroos
Geschreven door Cladonia om 15:54
Reageer op dit bericht
Hondsroos
Grote muur
Akkerviooltje
Het "Akkerviooltje" (Viola arvensis) is een bescheiden bloempje van een 12 mm hoog. Het is gewoonlijk roomwit tot wat geel. De bovenste kelkbladen hebben soms wat paars. Het geheel is wel verrassend mooi zeker als men het tegen komt in een gewone weide!
Klein vogelpootje
Het "Klein vogelpootje" (Ornithopus perpusillis) is wel iets klein! De kroonbladeren zijn witachtig en purper geaderd, met geelachtige kiel en maar 3-5 mm lang! Schutbladen van de bloeiwijze is wel veel langer dan de bloem. De blaadjes zijn elliptisch tot langwerpig en ook maar 2-7 mm lang! Toch wel heel klein maar prachtig om zien als men er een loep bijhaalt. De vruchten zijn ook wel zeer speciaal. Deze zijn gebogen en lijken wel op de klauwen van een vogelpootje (de naamgeving zal hier wel mee te maken hebben). In "bijlage" maakte we er een opname van.
Dwergviltkruid
Het "Dwergviltkruid" (Filago minima) is een klein plantje dat viltig aanliggende beharing heeft. Het is niet groot maximum een 15 cm. Vanaf de voet heeft het vertakkingen. De blaadjes zijn lijn-lancetvormig en een halve tot 1 cm lang en wat aanliggend. Men vind het alleen op open zonnige, schrale zandgrond. Daarom is het bij ons zeer zeldzaam geworden. Door zijn lichte grijzige kleur valt het ook niet op. Mooi om het toch tegen te komen!
Groene eikenbladroller
De "Groene eikenbladroller" (Tortrix viridana) is een van de bladrollers die eigen is aan de Eik en daarom kunnen we van deze constructie wel zeggen dat zij van deze groene vlinder afkomstig is. Zeer kunstig is het blad tot op de nerf doorgebeten langs beide zijden en hangt het geheel aan de bladnerf met de rups, die er later zal uitkomen. Het is mooi opgerold een tweede foto van de bovenzijde van deze constructie in "bijlage" maakt dit nog duidelijker!
Bladroller op Zwarte els
"Bladrollers" zijn een grote familie van vrij kleine vlinders met min of meer rechthoekige voorvleugels. De meeste soorten houden de vleugels in rust als een dakje. Vele lijken op vogeluitwerpselen of stukjes blad. De achtervleugels zijn gewoonlijk grijsachtig bruin. De rups leeft gewoonlijk tussen samengevouwen of opgerolde bladeren (vandaar hebben ze hun naam) maar zij boren ook soms gangen in de planten. Hier hebben we een "Bladroller" die bij een Zwarte els een kunstige behuizing gemaakt heeft voor de rups!
Zilveren ridderzwam
De "Zilveren ridderzwam" (Tricholoma argyraceum) is wel een aparte verschijning. Bovenaan is hij licht zilvergrijs tot gewoon grijs. Als de hoedhuid droog is dan is hij ook wat radiair gestreept tot viltig geschubd (wat hier wel duidelijk is). De geur is wel ranzig zuur en de smaak ook. Hij wordt ook wel als eetbaar bestempeld maar niet erg smakelijk...Ridderzwammen zijn mycorrhiza- zwammen en in loof- en naaldbossen te vinden, sommigen zijn zelfs giftig.
Donker hazenoor
Het "Donker hazenoor" (Otidea bufonia) kan wel 6 cm hoog worden en 8 cm breed. Gewoonlijk is het wat ingesneden-kelkvormig of slakkenhuisvormig ingerold. Hij is dus nogal wat variabel in voorkomen. De buitenkant is lederbruin of kaneelkleurig en is glad of gerimpeld. De binnenkant heeft ook een wat olijfbruine kleur. Het is in loof- en naaldbossen te vinden. Hij leeft er van dood materiaal op de grond . Een terrestrische saprofyt dus.
Gewone franjezwam
Dit is wel geen "normale" "Gewone franjezwam" (Thelephora terrestris). Wij vonden hem op een zanderig fietspad. Hij was daar wel plat aangedrukt op de weg maar zag er toch nog treffelijk uit. Hij is opgebouwd uit halfronde rozetsegmenten. De bovenzijde is donker purperbruin met een lichte aangroeizone die hier vooral opvalt. Hij is verder borstelig behaard als men van heel dichtbij kan zien of met een loep. De geur is scherp zurig als men hem wrijft. Zoals zijn wetenschappelijke naam "terrestris" aanduidt is het zeker een bodembewoner en wel een mycorrhiza zwam. Hij leeft hier samen met de wortels van allicht de dennen uit het bos ernaast.
Gewone berkenboleet
De "Gewone berkenboleet" (Leccinum scabrum) kan 12 cm breed worden en is licht- of donkerbruin maar kan ook kaneelbruin zijn, roodbruin, bruinzwart of wit! Hij is dus zeer variabel in kleur. In de jeugd is hij half bolvormig en daarna wat vlakker. De buisjes zijn roomwit , later vuilwit en donkerder bij kneusplekken. De steel is witachtig met ruwe, grijsbruine tot bijna zwarte schubben. Het vlees is witachtig en bij aansnijden niet verkleurend daarom hebben wij deze ook eens doorgesneden om zeker te zijn. Omwille van zijn zeer variabele kleur werden er al eens verschillende variëteiten van gemaakt, maar dit lijkt wel wat ver gezocht. Hij komt natuurlijk voor bij berk waar hij mee in symbiose leeft. Van de geschubde steel maakten we nog een detail, deze is in "bijlage" te zien.
Waaierbuisjeszwam
Van deze "Waaierbuisjeszwam" (Polyporus varius) namen we een foto onderaan en met de steel.
Berkenridderzwam (900 -ste bijdrage)
De "Berkenridderzwam" (Tricholoma fulvum) kan een 8 cm breed worden, is geelbruin tot donker roodbruin en de hoedhuid is daarbij vettig aanvoelend en nauwelijks geschubd. De geur is duidelijk meelachtig en de smaak is ook zo. Zoals de naam ook reeds aangeeft is hij te vinden in gemengde bossen vooral bij berk waar hij mee in symbiose leeft. Hij wordt ook als eetbaar bestempeld maar moet dan wel goed verhit worden om er geen darmstoornissen aan over te houden.! Voorzichtigheid is dus geboden!
Gewone viltkop
De hoed van de "Gewone viltkop" (Inocybe dulcamare) kan 4 cm breed worden en blijft lang convex. De kleur is beige, olijfkleurig of rossig-bruinachtig. De hoedhuid is fijn viltig, viltig vezelig of viltig geschubd als suède-leer. De steel is ongeveer in de kleur van de hoed. De geur is gronderig of muf. Hij komt voor in loofbossen en gemengde bossen onder eiken, dennen en berken. Het is ook een symbiont en giftig zoals de vezelkoppen.
Paarse schijnridderzwam
De "Paarse schijnridderzwam" (Lepista nuda) kan wel 12 cm breed worden en is een van de mooiste paars gekleurde zwammen. De kleur is vlezig, lila of violetbruin, soms alleen bruinachtig maar bij het drogen altijd verblekend wat ons exemplaar hier duidelijk aangeeft. De lila kleur is nog wel op de steel waar te nemen en onderaan op de lamellen is hij ook nog mooi gekleurd (zie de bijgevoegde foto in "bijlage"! Deze is eetbaar en een goede voor veel doeleinde geschikte consumptiepaddenstoel. Zelfs geschikt om in diepvries te bewaren. Er wordt wel vermeld dat hij bloeddrukverlagend werkt!
Gevlekte vezelkop
De hoed van de "Gevlekte vezelkop" (Innocybe maculata) kan wel 7 cm in doormeter bereiken.
Uitlopersschimmel
De "Uitlopersschimmel" (Rhizopus stolonifer) is een saprofyt op plantenresten maar ook op mest en zo zien wij hem het meest. In het najaar zien we op wandel dikwijls hondendrollen die achtergelaten zijn en die helemaal bedekt zij met deze "Uitlopersschimmel". Van dichtbij is te zien dat het ook (zoals hieronder) uitlopende bundels zijn die bijna straalsgewijs uitstruiken. Op het einde zien we de bolletjes (sporangiadragers) die eerst wit en later zwart worden. Dit zijn dus de doosjes waar de sporen in aangemaakt worden.
Spinellus
"Spinellus" is een geslacht van parasieten vooral op plaatjeszwammen maar deze stond op een "Bruinsporig sapbekertje" (Phaeohelotium monticola) (nog moeilijk herkenbaar). De zwamvlok is sterk vertakt met stekelvormige zijtakken en daarop ronde sporedoosjes die eerst wit maar bij rijping bruin tot zwart kunnen worden. Ook zwammen lijken dus niet te ontsnappen aan parasitaire belagers!
Biefstukzwam
De "Biefstukzwam" (Fistulina hepatica) heeft wel een smakelijke naam en lijkt ook jong eetbaar te zijn, al moet men dan wel eerst het looizuur door afkoken verwijderen. De smaak blijft dan wel wat zurig. Of dit de moeite loont blijft een vraagteken. Hij is tong- tot balkonvormig en aan de aanhechting versmald. Bovenaan is hij vleeskleurig roze en het vlees is rozeroodachtig met lichtere overlangse streperige vlekken als rauw rundvlees. De naam is dus alleszins goed gekozen! De onderzijde is witachtig tot crème en bestaat uit vrijstaande buisjes die dicht tegen elkaar staan. In "bijlage" een opname van deze onderzijde. Hij staat vooral op de stamvoeten van levende bomen vooral van eiken en tamme kastanje. Het is dus wel een parasiet. Hij veroorzaakt bruinrot (cellulose wordt verteerd).
Fluwelige stekelzwam
Deze "Fluwelige stekelzwam" (Hydnellum spongiosus) is een symbiont met naaldbomen. Hij wordt wel 10 cm. Jong is hij fluwelig wit maar hier is hij al wat ouder en wordt dan kaneel- tot roodbruin. De oppervlakte is ruw viltig. Later wordt hij helemaal donkerbruin en bij druk krijgt hij roodbruine vlekken. Onderaan heeft hij natuurlijk stekels die we hier niet zien. Het is wel een zeer zeldzame zwam. We zien hem niet dikwijls.