Donderdag 15 augustus 2013
Smaragd langsprietmot
Geschreven door Cladonia om 17:36
Reageer op dit bericht
Smaragd langsprietmot
Groentje
Naast Blauwtjes zijn er ook "Groentjes" ( Callophrys rubi). Het zijn ook relatief kleine dagvlinders met mooie kleuren. Zij leven in open plekken in bos, heggen en open heidevelden. Hier zat hij op dopheide. In rust, zoals hier, zijn de vleugels steeds gesloten. De eitjes worden bij de bloemknoppen gelegd en de rupsen zullen daar ook eerst van eten vooraleer van de vruchten en de bladeren te eten. De verpopping gebeurt op de grond en meestal is er maar één generatie in een jaar. De kleuren kunnen een andere glans geven zoals men kan zien is de kleur van het vlindertje anders in dat van de "Bijlage".
Eitjes van de Witvlakvlinder
Hier zien we dus alleen maar de eitjes van de "Witvlakvlinder" (Orgyia antiqua). Hoewel de vlinders overdag vliegen worden ze zelf maar zelden gevonden. Dit is te verklaren doordat de vrouwtjes niet kunnen vliegen en dat de mannetjes zo snel en onrustig vliegen dat men ze meestal te kort ziet om ze op naam te brengen. Zodra een vrouwtje uitsluipt gaat ze op haar cocon zitten en steekt haar legboor iets omhoog en gaat een geur afscheiden die onweerstaanbaar is voor het mannetje. Meestal duurt het maar een half uur voor het mannetje verschijnt waarna ze paren. Het vrouwtje zet de eieren mooi af zoals we hier kunnen zien en dan sterft het vrouwtje kort daarna. De eitjes van de eerste generatie komen dan na enkele dagen al uit! Die van de volgende generatie zullen overwinteren. Een wonder en zeer apart gebeuren blijkbaar.
Icarusblauwtje
Een "Icarusblauwtje" (Polyommatus icarus) zien rondfladderen is altijd een mooi moment. Het laat zich ook niet vlug benaderen om te fotograferen. Hier zit het met de vleugels toe en liet toe om dichterbij te komen. De tekening onderaan is natuurlijk niet zo blauw maar wel zeer gevarieerd in stippeling. In bloemenrijke weiden is het wel te vinden. Terwijl de rups zich vooral voed op vlinderbloemige planten. Het maakt deel uit van de kleinere dagvlinders.
Krasser
Vooral in vochtige graslanden is deze "Krasser" (Chortipus parallelus) te vinden. Ze hebben groene gedeelten en bruin of paars. Achtervleugels zijn afwezig. De zang wordt omschreven als van een naaimachine in series van drie seconden en toenemend in volume, elke 5 à 15 seconden
Weidebeekjuffer
Deze "Weidebeekjuffer" (Calopterugidae splendens) behoort tot een grote familie die vooral voorkomen in de tropen maar hier bij ons toch met drie mooie soorten voorkomen. Eén ervan is de "Weidebeekjuffer". Het lichaam is metaalachtig gekleurd en de vleugels hebben "antenodale" dwarsaders. Hier hebben wij een wijfje met een groenachtig lichaam, de vleugels zijn eerst kleurloos en worden later groenachtig geel. Het mannetje heeft een helder groen of blauw lichaam en een donkere vleugelvlek. Deze waterjuffers behoren toch wel bij onze mooiste soorten.
Steenhommel
Deze "Steenhommel" (Bombus lapidarius) is ook een stevig insect. Het achterlijf is relatief lang en rood behaard. Aan deze kenmerken kan men hem erkennen. De naam komt echter van zijn gewoonte onder een steen te nestelen. Dat nest is samengesteld uit een bal gras en mos met wascellen erin. Er zijn heel wat soorten hommels. Gelukkig kunnen er sommige toch op naam gebracht worden. De hommels vormen eenjarige kolonies en alleen de koninginnen overwinteren om in het voorjaar een kolonie te stichten. Hier maken zij wel een groot verschil met onze gewone bijen die met een heel volk overwinteren.
Glad beertje
Het "Glad beertje" (Eilema griseola) is een slanke vlinder en leeft in moerassen en vochtige bossen. In rust zijn de vleugels vlak en licht grijs. Als men de rups zou tegenkomen ziet die er fluweelzwart uit met een paarse rugstreep en variabele oranje vlekken op de zijden. We troffen deze vlinder aan op Jacobs-kruiskruid om te foerageren. In "bijlage" nog een opname van dit speciale vlindertje.
Munthaantje
Het "Munthaantje" (Chrysolina mentastri) is fraai glanzend groen en met lichtinval heeft het mooi reflecterende kleuren op het schild. Het leeft op munt en andere lipbloemige planten. Het behoort tot de "Bladhaantjes" een familie met meer dan 25000 soorten die praktisch allemaal planteneters zijn. Dus onbegonnen werk om deze allemaal te kennen. De larven ervan doen zich voor als traag bewegende slakachtige diertjes. In "bijlage" nog een "Munthaantje" met toch wel bijzondere kleurreflexen .
Tijgerspin
De "Tijgerspin" ( Argiope bruennichi) kan men meer tegenkomen in hoog gras of tussen struiken. Zij is doorgaans geel of nog wat roomkleurig met zwarte strepen. Het mannetje is zeer klein maar 4 mm dus meestal zien we een vrouwtje in wel een speciaal web. Het heeft een "stabilimentum". Dit is en zone met extra weefsel dat hier duidelijk te zien is en waarschijnlijk te maken heeft met een extra versterking van het weefsel. Toch een mooie en indrukwekkende verschijning. De "Tijgerspin" behoort tot de "webbouwende" spinnen die het best gekend zijn.
Entomophthora musci
Een speciaal fenomeen. De wetenschappelijke naam Entomophthora betekend letterlijk 'insectendoder'. Iedere soort Entomophthora is zo aangepast aan zijn gastheer. Hier hebben we de Entomophthora musci die deze dikke vlieg, een gewone huisvlieg (Entomophthora musci) binnendringt. Deze schimmel eet ze helemaal leeg in een periode van 5 à 8 dagen en dwingt de vlieg om een hogere positie in te nemen met de vleugels gespreid (wat een abnormaal gedrag is voor een huisvlieg). Daarna dringen de sporen naar buiten en sterft de vlieg. De sporen kunnen zich dan ook weer best verspreiden. Gelukkig vinden we mensen die dit fenomeen kunnen uitleggen!
Brandnetelbladluis
Bladluizen zijn wel aparte peervormige sap-zuigende insecten. Deze "Brandnetelbladluizen" (Urolecon jaceae aeneus) zien er ook bijzonder uit. Sommigen hebben vliesachtige vleugels (men moet goed kijken om ze te vinden). Op het einde van het abdomen hebben ze gewoonlijk een paar "hoorntjes", die bekend staan als "siphunculi", die en wasachtige substantie afscheiden. Zo wordt honingdauw in overvloed afgescheiden. De meeste brengen levende jongen voort soms wel enkele per dag! De gevleugelde vormen nemen in het late voorjaar en zomer toe en verspreiden zich zo naar andere planten. Ze hebben doorgaans één voedselplant gedurende het jaar. Deze zou zich dus vooral op brandnetel thuis voelen. In "bijlage" nog een opname.
Variabele spikkelspanner
Toeval wil dat we nog een tweede (zoals hieronder) meester in camouflage vonden maar ditmaal op een den: de "Variabele spikkelspanner" (Alis repondata). De verschillen zijn niet groot maar wel behulpzaam in het zich bijna onzichtbaar plaatsen op de schors van een boom om net niet op te vallen.
Gewone spikkelspanner
De "Gewone spikkelspanner" (Ectropis crepuscularia) is wel een meester in camouflage. We vonden hem op berk maar het oog moet er bijna opvallen om hem te herkennen. De vlinders vliegen doorgaans in één generatie in gunstige omstandigheden in twee generaties. Nog een tweede opname in "bijlage".
Phegeavlinder
De "Phegeavlinder" (Amata phegea) heeft wel bijzondere wit gevlekte voorvleugels en de achtervleugels zijn hetzelfde getekend. Het achterlijf heeft een gele ring op segment één en vijf. De rupsen wijzen op beervlinders en eten liever verwelkte bladeren dan verse. Men vind ze op Smalle weegbree, Ridderzuring, Glad walstro en Klein hoefblad. De vlinders vliegen in één generatie in het jaar en leven op warme, open tot half beschaduwde plaatsen vooral langs bosranden. In "bijlage" nog een opname.
Steenanjer
De "Steenanjer" (Dianthus deltoides) is wel een zeldzame vondst. De kroonbladeren zijn getand, helemaal rood met nog een donkere ring en lichter gekleurde vlekjes soms wit (zoals hier) en soms wit met rode vlekjes. Het is en bloemetje dat op droge arme zandgrond te vinden in lage graslanden. Wel echt bijzonder het behoort tot de rode lijst soorten en is daarom ook beschermd!
Watermuur
Deze "Watermuur" (Stellaria aquatica) was wel een apart geval. Normaal heeft die maar vijf stijlen en deze heeft er zes zoals men kan zien. Typisch is dat de kelkbladeren korten zijn dan de witte kroonbladeren en dat is hier ook goed te zien. De "Watermuur" groeit op natte tot vrij vochtige en ook stikstofrijke plaatsen aan de waterkant.
Hondsroos
Grote muur
Akkerviooltje
Het "Akkerviooltje" (Viola arvensis) is een bescheiden bloempje van een 12 mm hoog. Het is gewoonlijk roomwit tot wat geel. De bovenste kelkbladen hebben soms wat paars. Het geheel is wel verrassend mooi zeker als men het tegen komt in een gewone weide!