Woensdag 29 oktober 2008
10 fantasierijke termen uit de financiële wereld


Op Wall Street vind je de stier
Termen die je maar beter kent.
Bankiers en beurshandelaars blinken namelijk uit in het verzinnen van kleurrijke namen voor financiële producten en fenomenen. gers. Of toch ongeveer...
Ninja-leningen
Een bankier heeft het natuurlijk niet echt over vechtersbazen in zwarte outfits die het keizerrijk bewaken. De term 'ninja' is in dit geval - met een beetje goede wil - een afkorting van No Income No Job no Assets. Met andere woorden: een groep personen die geen vast inkomen heeft, niet werkt en ook geen andere bezittingen als onderpand kan voorleggen. Dat zijn in de VS toch een lening konden krijgen aan een veel hogere interestvoet ligt mede aan de oorzaak van de subprime crisis.
Bear / Bull
We zijn bij de beestjes terechtgekomen. Allereerst bij de beren, die op Wall Street staan voor een slechte markt. Een stier (Bull) daarentegen geeft het optimisme op de beurs aan. Niet moeilijk dus dat je in de buurt van het beursgebouw in New York wel een standbeeld van een stier vindt, maar dat je er een bronzen beer niet hoeft te zoeken. De oorsprong van beide termen is niet meteen duidelijk. Een van de verklaringen die de ronde doet verwijst naar de manier waarop beide beesten een aanval inzetten: sluipend bij de beer, volop chargerend in het geval van de stier.
Cat
Ook de kat duikt op in het financiële jargon, al hebben we hier opnieuw te maken met een afkorting. Cat staat voor 'catastrophe bond' of 'katastroof obligatie'. Niet omdat het zou gaan om een slechte investering, wel omdat dit soort beleggingsinstrumenten op de markt gebracht worden door verzekeringsmaatschappijen die na een katastrofe geld moeten ophalen. Het kan ook een stuk geweldadiger als symboliek, want aandelenhandelaars spreken deze dagen ook graag over een
'dead cat bounce'. De term heeft dan niets met obligaties te maken, maar mag vrij letterlijk genomen worden: een stuiterende dode kat. Het onfortuinlijke dier staat symbool voor een aandelenmarkt die tijdelijk terug stijgt alvorend verder te zakken. Het gaat om een technische opstoot van de beurskoers, maar waarbij de dalende trend (in de berenmarkt of omwille van slechte vooruitzichten) niet wordt gebroken. Ideale gelegenheid om een aandeel tegen een nog gunstige prijs te verkopen.
Aasgierfondsen
Helemaal ongezellig wordt het als we het over aasgieren hebben. Opnieuw een term die je relatief letterlijk mag nemen, want zogenaamde aasgierfondsen kopen de schulden van arme landen op om vervolgens via de rechter een betaling af te dwingen. Uiteraard wordt er voor de overname van de schulden bijna niets betaald, vooral omdat de verkoper alle hoop al opgegeven heeft om zijn geld ooit nog terug te zien. Aasgierfondsen gaan echter door tot het einde en leggen vaak indien nodig beslag op olieinstallaties of mijnbedrijven
Goodwill
Tijd voor een 'zachtere' term. Je associeert het woord goodwill wellicht met een goede daad, met iemand die zijn hart toont. In de financiële wereld is dat niet anders: het woord verwijst naar een bedrag dat een overnemer bovenop de eigenlijke waarde van een bedrijf wil neertellen. Vaak gaat het om een bekende merknaam of een marktpositie waarvan de waarde moeilijk in traditionele boekhoudposten te vatten is. Goodwill is dus een boekhoudkundige die een waarde bepaalt bovenop de feitelijke boekwaarde van een bedrijf.
Opties
Een optie is een keuze die je voorgeschoteld wordt en waar je al dan niet gebruik kunt van maken. Dat is niet anders in de financiële wereld, waar de term verwijst naar het recht om een aandeel in de toekomst te kopen tegen een op voorhand vastgelegde prijs. Veel (Amerikaanse) bedrijven gebruiken het systeem om hun werknemers extra loon te geven. Maar wat als je een aandeel van je werkgever mag kopen aan 30 euro terwijl het momenteel op de beurs voor 20 of 25 euro verhandeld wordt? Dan wordt gezegd dat je optie 'onder water' zit. Met de term optie heb je nog wel enkele varianten, bijvoorbeeld put-opties. Dat is het recht om iets in de toekomst aan afgesproken prijs te verkopen.
Flippen
Dat beurshandelaars zich gek kunnen gedragen hebben we de laatste weken al meermaals gemerkt. Maar flippen heeft niets te maken met paniekaanvallen of dalende beurzen, integendeel. De term verwijst naar de praktijk waarbij een aandeel onmiddellijk na de eerste beursnotering gekocht wordt en bijna onmiddellijk doorverkocht. De praktijk maakt gebruik van het fenomeen dat heel wat nieuwe aandelen tijdens de eerste handelsuren vlot hoger gaan.
Liquide
Andere termen klinken ronduit industriëel. Zo worden bedrijven beoordeeld op hun liquide middelen. Dat heeft uiteraard niets te maken met stuwdammen of sluizen, maar verwijst simpelweg naar het deel van het bedrijfskapitaal dat onmiddellijk opvraagbaar is. Cash - al dan niet op een bankrekening - is liquide omdat het van vandaag opgevraagd kan worden, terwijl een wagenpark of een loods pas ingezet kan worden na verkoop.
Acid test
Nog zo'n term uit de financiële fabriek: de acid test (letterlijk 'zuurtest') is een rekenmethode die in feite gebruikt wordt om de liquiditeit van een bedrijf te bepalen. De liquide middelen op korte termijn worden er gedeeld door de schulden op korte termijn. Hoe hoger de ratio, hoe beter een bedrijf gewapend is tegen economische stormen. Wie het liever iets smakelijker ziet, mag ook het synoniem 'quick test' gebruiken.
Bankiers en beurshandelaars blinken namelijk uit in het verzinnen van kleurrijke namen voor financiële producten en fenomenen. gers. Of toch ongeveer...
Ninja-leningen
Een bankier heeft het natuurlijk niet echt over vechtersbazen in zwarte outfits die het keizerrijk bewaken. De term 'ninja' is in dit geval - met een beetje goede wil - een afkorting van No Income No Job no Assets. Met andere woorden: een groep personen die geen vast inkomen heeft, niet werkt en ook geen andere bezittingen als onderpand kan voorleggen. Dat zijn in de VS toch een lening konden krijgen aan een veel hogere interestvoet ligt mede aan de oorzaak van de subprime crisis.
Bear / Bull
We zijn bij de beestjes terechtgekomen. Allereerst bij de beren, die op Wall Street staan voor een slechte markt. Een stier (Bull) daarentegen geeft het optimisme op de beurs aan. Niet moeilijk dus dat je in de buurt van het beursgebouw in New York wel een standbeeld van een stier vindt, maar dat je er een bronzen beer niet hoeft te zoeken. De oorsprong van beide termen is niet meteen duidelijk. Een van de verklaringen die de ronde doet verwijst naar de manier waarop beide beesten een aanval inzetten: sluipend bij de beer, volop chargerend in het geval van de stier.
Cat
Ook de kat duikt op in het financiële jargon, al hebben we hier opnieuw te maken met een afkorting. Cat staat voor 'catastrophe bond' of 'katastroof obligatie'. Niet omdat het zou gaan om een slechte investering, wel omdat dit soort beleggingsinstrumenten op de markt gebracht worden door verzekeringsmaatschappijen die na een katastrofe geld moeten ophalen. Het kan ook een stuk geweldadiger als symboliek, want aandelenhandelaars spreken deze dagen ook graag over een
'dead cat bounce'. De term heeft dan niets met obligaties te maken, maar mag vrij letterlijk genomen worden: een stuiterende dode kat. Het onfortuinlijke dier staat symbool voor een aandelenmarkt die tijdelijk terug stijgt alvorend verder te zakken. Het gaat om een technische opstoot van de beurskoers, maar waarbij de dalende trend (in de berenmarkt of omwille van slechte vooruitzichten) niet wordt gebroken. Ideale gelegenheid om een aandeel tegen een nog gunstige prijs te verkopen.
Aasgierfondsen
Helemaal ongezellig wordt het als we het over aasgieren hebben. Opnieuw een term die je relatief letterlijk mag nemen, want zogenaamde aasgierfondsen kopen de schulden van arme landen op om vervolgens via de rechter een betaling af te dwingen. Uiteraard wordt er voor de overname van de schulden bijna niets betaald, vooral omdat de verkoper alle hoop al opgegeven heeft om zijn geld ooit nog terug te zien. Aasgierfondsen gaan echter door tot het einde en leggen vaak indien nodig beslag op olieinstallaties of mijnbedrijven
Goodwill
Tijd voor een 'zachtere' term. Je associeert het woord goodwill wellicht met een goede daad, met iemand die zijn hart toont. In de financiële wereld is dat niet anders: het woord verwijst naar een bedrag dat een overnemer bovenop de eigenlijke waarde van een bedrijf wil neertellen. Vaak gaat het om een bekende merknaam of een marktpositie waarvan de waarde moeilijk in traditionele boekhoudposten te vatten is. Goodwill is dus een boekhoudkundige die een waarde bepaalt bovenop de feitelijke boekwaarde van een bedrijf.
Opties
Een optie is een keuze die je voorgeschoteld wordt en waar je al dan niet gebruik kunt van maken. Dat is niet anders in de financiële wereld, waar de term verwijst naar het recht om een aandeel in de toekomst te kopen tegen een op voorhand vastgelegde prijs. Veel (Amerikaanse) bedrijven gebruiken het systeem om hun werknemers extra loon te geven. Maar wat als je een aandeel van je werkgever mag kopen aan 30 euro terwijl het momenteel op de beurs voor 20 of 25 euro verhandeld wordt? Dan wordt gezegd dat je optie 'onder water' zit. Met de term optie heb je nog wel enkele varianten, bijvoorbeeld put-opties. Dat is het recht om iets in de toekomst aan afgesproken prijs te verkopen.
Flippen
Dat beurshandelaars zich gek kunnen gedragen hebben we de laatste weken al meermaals gemerkt. Maar flippen heeft niets te maken met paniekaanvallen of dalende beurzen, integendeel. De term verwijst naar de praktijk waarbij een aandeel onmiddellijk na de eerste beursnotering gekocht wordt en bijna onmiddellijk doorverkocht. De praktijk maakt gebruik van het fenomeen dat heel wat nieuwe aandelen tijdens de eerste handelsuren vlot hoger gaan.
Liquide
Andere termen klinken ronduit industriëel. Zo worden bedrijven beoordeeld op hun liquide middelen. Dat heeft uiteraard niets te maken met stuwdammen of sluizen, maar verwijst simpelweg naar het deel van het bedrijfskapitaal dat onmiddellijk opvraagbaar is. Cash - al dan niet op een bankrekening - is liquide omdat het van vandaag opgevraagd kan worden, terwijl een wagenpark of een loods pas ingezet kan worden na verkoop.
Acid test
Nog zo'n term uit de financiële fabriek: de acid test (letterlijk 'zuurtest') is een rekenmethode die in feite gebruikt wordt om de liquiditeit van een bedrijf te bepalen. De liquide middelen op korte termijn worden er gedeeld door de schulden op korte termijn. Hoe hoger de ratio, hoe beter een bedrijf gewapend is tegen economische stormen. Wie het liever iets smakelijker ziet, mag ook het synoniem 'quick test' gebruiken.




