.De broedtijd loopt van eind april tot juni en jaarlijks wordt er slechts èèn broedsel grootgebracht. Het wijfje legt 5 tot 7 glanzend witte eieren ( alle spechteneieren zijn trouwens wit) en broedt deze gedurende 14 tot 19 dagen uit.
Zowel mama als papa verdelen de taken, want beide lossen elkaar af bij het broeden en beide zorgen ook voor het voeden van de jongen die na 18 tot 21 dagen uit het nest vliegen, maar er wel in terugkeren om te overnachten.De jongen worden gevoerd met een speciale babypap. De ouders vangen tientallen insecten en bewaren ze in hun krop. Hier worden deze diertjes reeds omgezet in een witte brij en dat is het ideale papje voor de baby specht.
Na het uitvliegen blijven ze nog èèn tot anderhalve week bij hun ouders, maar dan moeten ze volledig op eigen pootjes staan. Ver zwerven ze echter niet weg, want de groene specht is nogal honkvast. Ze blijven meestal in de buurt wonen waar ze geboren zijn en ook mama en papa blijven trouw aan hun geboorteplaats.
.Het is duidelijk dat de specht in zijn of haar kop over degelijke schokdempers moet beschikken.
Hoe dat juist in elkaar zit, weten wij pas uit recente onderzoekingen.
De tussenwand tussen de ogen is bij de spechten "verbeend" en het voorhoofdsbeen is boven de snavel versterkt met "beenbalkjes". Enkele schedelspieren zijn vastgehecht aan de snavel èn aan het kaakgewricht en zijn zo sterk ontwikkeld dat zij de stoot van de snavelslag op het juiste moment opvangen. De snavel zelf is verstevigd met hoornen lijsten.
De heen en weer gaande beweging van het slaan op de bast, wordt door die speciale spieren èn door kraakbeen omgezet in een draaiende beweging. Zo wordt de terugslag gereduceerd en bereiken nog enkel wat zachte trillingen de hersenen. Dit is in feite een unieke constructie!
.Een nestplaats is dieper dan een slaapplaats. Aan een slaaphol werkt hij gewoonlijk een dag of 14, aan een nestplaats werken beide bijna een maand. deze is dan ook veel dieper dan een rustplaats voor de nacht en gaat meestal tot 30 cm.
Meestal wordt voor zulke nestplaats een boom uitgekozen die een zieke plek heeft die zachter is dan de rest van de stam. Toch gebeurt het ook dat spechten in een volmaakt gezonde boom een gat hakken.
Het nest wordt binnenin niet bekleed met materiaal dat wordt aangevoerd, maar de uitgehakte spaanders vormen de vloerbedekking.
Dat hakken gebeurt met stevige slagen. Stel eens voor dat je met je hoofd tegen een stam zou bonken met de kracht en de snelheid waarmee een specht dit doet.
Je houdt er minstens een razende hoofdpijn aan over.
Foto van de Groene specht die zich nestelt in een boomholte.
.Tijdens het begin van de paarvorming, dit is vanaf februari, laat de kandidaat-vrijer'smorgens en 's avonds zijn verlokkende lach horen. Hiermee zoekt hij contact met mogelijke liefjes. "Hij" zit dan in de onmiddellijke nabijheid van zijn slaaphol en "zij komt eens kijken wie daar zo van zijn paretten maakt.
Als hij het wijfje ziet komen wipt hij zeer agressief met de kop, want tenslotte weet hij nog niet dat het een wijfje is. Het wijfje schudt dan de kop zachtjes heen en weer als om te zeggen: " rustig maar, hevige, zie eens wat een knap vrouwtje ik ben".
Dat heen en weer zwaaien komt over als een sussend gebaar, maar in feite is het bedoeld om het mannetje te tonen dat zij geen rode baardstrepen heeft en dus een vertegenwoordigster is van het andere geslacht.
Vervolgens gaat zij op de loop. Typisch vrouwelijk gedrag: eerst uitdagen en dan gaan lopen.
Meneer achtervolgt haar en daarbij kringelen ze beide in een spiraalvormige vlucht rond de takken van de bomen en vliegen ze van boom tot boom.
Indien beide op zeker ogenblik het wel zien zitten, bezoeken ze samen eerst de nestplaats waaraan meneer al is begonnen voor hij kennismaakte met mevrouw. bevalt dit hol mevrouw niet, dan gaan ze samen op zoek naar een geschikte nestplaats. Ze inspecteren eerst de bestaande holen (ook deze van andere spechtensoorten) en pas als er geen geschikt hol wordt gevonden begint meneer er een nieuw uit te hakken.
Geregeld lost mevrouw af bij het hak-en kapwerk.
.Alle spechtensoorten hakken holen uit en roffelen hun liefdeslied als volleerde drummers.
De groene specht heeft de zachtste roffel. Hij duurt een beetje langer dan èèn seconde en telt ongeveer 20 tot 30 slagen. Het gaat zo snel dat je zelfs zijn kop bijna niet ziet bewegen.
Nochtans roffelt de groene specht zelden, dit in tegenstelling tot zijn familileden: de kleine en grote bonte specht en de zwarte specht. Zijn roffel is ook opvallend zwak voor zo'n grote specht.
Die klop- en trommelgeluiden zijn de spechtentaal. Hiermee babellen zij met andere soortgenoten over het territoriumbezit, waar zij overal hun slaapplaatsen hebben, de keuze van de nestplaats, de aflossing bij het broeden, enz. Het drummen heeft dus een duidelijke sociale functie. ook met zijn drumkwaliteiten verleidt een mannetje een wijfje: hoe mooier roffel hij ten gehore kan brengen, hoe sneller hij van de straat is.
Daarom zie je ook soms een specht er lustig op los trommelen op een metalen pyloon die goed resoneert en een perfecte klankbodem vormt.
.Zijn tenen zijn echte klimhaken: vier vlijmscherpe haken waarvan er twee naar voor en twee naar achter zijn gericht. Bij heel gladde oppervlakken kan de buitenste teen van iedere poot, naargelang de noodzaak, naar buiten of mee naar boven worden gericht.
Zijn staart bestaat uit keiharde veren die dienen als steun tegen de stam. Bij de rui wisselt het middelste paar staartpennen het laatst, zodat de specht nooit zonder ruggensteuntje zit!
De groene specht is, zoals trouwens alle andere spechtensoorten, een zeer behendig klimmer. Hij klimt even behendig naar boven als naar beneden.
Dit laatste doet hij niet met de kop naar beneden, zoals de boomklever, maar hij steunt met zijn sterke staart tegen de boom en daalt majestueus de stam af.
Enkel om zijn hol binnen te glippen hangt hij soms met het hoofd naar beneden.
Die kop is bij alle spechten wel iets speciaal, ik kom daar aanstonds op terug.
Foto van de groene specht.
. Als je een perfect golvende vlucht ziet, waarbij in de opwaartse lijn de vogel heel snel met de vleugels slaat en deze daarna, bij de glijvlucht naar beneden, tegen de romp houd gedrukt en als je bovendien nog wordt uitgelachen met een helder klinkende "klu-klu-klu" lach, dan mag je zeker zijn dat je net een groene specht hebt zien vliegen.
Niettegenstaande de groene specht zijn favoriete voedsel op de grond zoekt, is hij uitermate goed uitgerust om tegen de stammen van de bomen te klimmen.
.Men heeft ook vastgesteld dat de bonte specht een eigenaardige manier van slapen heeft.
Zijn naar-bed-gaan en opstaan gebeuren volgens een vast ritueel. Veel mensen hebben ook hun vaste gewoontes voor ze tussen de lakens gaan: van het drinken van warme melk tot het lezen van reclamebladen. 'sMorgens zijn er dan weer bepaalde handelingen die behoren tot het vaste ochtendritueel.
De bonte specht gaat op een vast tijdstip slapen dat afhankelijk is van de lengte van de dag. de tijd, tussen zijn verdwenen in zijn slaaphol en het invallen van de duisternis, is telkens even lang.
Hij zet zich ook niet neer, maar hangt zich tegen de kant, juist onder het vlieggat. Dan zet hij zijn veren op , steekt zijn kop onder zijn vleugels en slaapt tot het eerste ochtendgloren. Bij het eerste daglicht steekt hij voorzichtig zijn kop uit het vlieggat en verkent hij eerst geruime tijd de omgeving. Als allles veilig is, klimt hij uit het hol, maakt dan zeer uitgebreid ochtendtoilet en vliegt dan luid roepend zijn gebied in.
De grootste vijand van de spechtenjongen is de sperwer, die pas uitgevlogen jongen dan weer voert aan zijn eigen kroost.
ETEN EN GEGETEN WORDEN: de wet van de natuur.
.Maar ,ook kannibalisme komt voor. Als er wat te weinig rupsen en larven zijn, hakt de bonte specht nestkasten open waarin jongen van mezen piepen en voeren de pasgeboren meesjes in stukjes aan hun eigen jongen.
Later, als de jongen zijn uitgvlogen en er minder insecten zijn, schakelen ze over op zaden.
Die halen ze overwegend uit denneappels.
Zij plukken de "mastentoppen" uit de bomen en vliegen ermee naar een vaste plaats. Meestal is dit een gevorkte tak, een spleet of een zelfgemaakte nis in een eikenboom. De dennenappel wordt vast geklemd en de specht peutert de zaden eruit.
Eens leeg gehaald laat hij de mastentop vallen en zo zie je soms tientallen dennenappels liggen onder een eikenboom. Dan weet je dat je onder een "spechtensmidse" staat.
De bonte specht heeft verschillende zulke smidsen in gebruik, want voor elke soort dennenappel heeft hij een aparte smidse. Zo zie je de ene keer een verzameling van dennenkegels van de grove den, onder een andere boom ligt een hoop kegels van een douglasspar, weer ergens anders vind je vruchten van een zwarte den, enz.....
Ooit zijn er van èèn specht 57 werkplaatsen geteld.