Jefke
JEFKE
Als je al zoveel jaren getrouwd bent, en dan nog met dezelfde vrouw, wordt het een hele klus om ieder jaar ter gelegenheid van moederdag met iets speciaals uit te pakken. Ieder jaar hetzelfde gepeins en gedub over met wat voor verrassing je nu voor de dag moet komen.
Ik moet toegeven, dit jaar viel het nogal mee. Eerder toevallig kwamen we hem tegen in een grote bloemen- en plantenzaak. Je moet weten, mijn eega heeft groene vingers en van ons amper vijf vierkante meter groot bloementuintje heeft ze een fleurig pareltje getoverd. Dus af en toe lopen we eens zo’n speciaalzaak binnen om haar mini-floraliën wat aan te vullen. Plots stonden we oog in oog met hem. Zijn kleine gestalte, ruw geschat zowat een meter groot, weekte bij ons meteen een gevoel van medelijden los. Meer nog, het natuurlijke moederinstinct van mijn wederhelft bloeide in volle glorie open. Een kort moment kruisten onze blikken elkaar, net lang genoeg, en zonder er veel woorden aan te verspillen, om van elkaar te weten dat we het ventje zonder enig voorbehoud wilden adopteren. Slechts vaag kwam bij ons de vraag op of we ons daarmee niet al te veel problemen op de hals haalden. Het was het kereltje duidelijk aan te zien dat hij aan de drank was. In zijn rechterhand hield hij losjes een chiantifles. Zijn opgezwollen oogleden verraadden dat het niet zijn eerste fles met roesverwekkend vocht was dat hij “ad vundum” achteroverkapte. En alsof dit alles nog niet volstond bengelde tussen zijn lippen een met speeksel doorweekt peukje sigaret. Maar zijn guitig rond hoedje en zijn openhangend giletvestje, waarvan hij de armopening gebruikte om er nonchalant zijn linker duim in te haken, maakten zijn figuur zo sympathiek dat zelfs halfzware pekelzonden en behoorlijk wat slechte gewoonten door de vingers gezien konden worden.
Voor het zoeken van een passende naam voor het ventje was slechts een lichte denkoefening nodig. Er is maar een naam die bij hem past: “Jefke”.
Sinds die bewuste moederdag maakt Jefke dus volwaardig deel uit van ons gezin. Steevast, dag in dag uit, is hij te vinden in de buurt van ons bloementuintje. Hij trotseert er, zonder morren of klagen, de blakende zon, de striemende regen en geniet ’s winters van het neerdwarrelende sneeuwdons. Altijd staat hij dromerig voor zich uit te kijken met zijn blik op oneindig. Nooit heb ik hem iets horen zeggen. Wie weet spaart hij zijn conversatietalent om dit dan ’s nachts , terwijl de ganse buurt slaapt, te gebruiken tegen de twee overjaarse tuinkabouters in het hofje.
O, ja ... ik vergat het bijna te vertellen: Jefke is ons stenen tuinbeeld.

