Het soldatenliefje
HET SOLDATENLIEFJE
In een uithoek van het plein zat hij, achter een houten plooitafeltje, stilletjes te genieten van wat er zich rondom hem afspeelde. Hij was er die avond alleen op uitgetrokken. Kijken hoe anderen zich amuseerden en hoe het orkest op het podium zich uitsloofde om het publiek in de juiste feeststemming te brengen, was voor hem al ruimschoots voldoende. Noch aan bacchanale drankgelagen of ongeremde uitspattingen van feestvreugde wou hij zich die avond te buiten gaan, enkel maar een paar uurtjes de feeërieke sfeer in zich opnemen. Maar vooral naar mensen kijken met hun rood aangelopen gezichten en naar de flarden van hun commentaren luisteren over wat ze de afgelopen dagen zoal hadden meegemaakt op de Gentse Feesten.
Door zijn kalende en aan de slapen grijs geworden haardos was het hem aan te zien dat hij al enkele jaren voorbij het tijdstip was dat hij Abraham had gezien. Ostentatief dwaalden zijn blikken over de massa die het plein bevolkte, zonder de hoop tussen de wriemelende feestelingen bekenden te ontdekken. Plots focusten zijn ogen, enkele tafeltjes van het zijne verwijderd, op een slanke verschijning, zuinig nippend aan een frisdrank. Haar modieuze en toch sportieve outfit, het rokje tot net boven de knieën die haar mooi gevormde benen volledig tot hun recht lieten komen en voor alles haar vlasblond jongensachtig kopje, lieten zijn speurende ogen vastnagelen op dit ene kleine plekje van het plein. Toen ze even haar hoofd half in zijn richting draaide, stokte zijn adem en schakelde zijn hartslag naar een hogere versnelling. Even dacht hij dat hij het verkeerd voor had maar toen de schaarse verlichting hem enkele ogenblikken toeliet haar gelaatscontouren te onderscheiden, ebde de twijfel vlug weg. Wel ouder en vooral rijper was ze geworden, maar zij was het! Zijn grijze massa pijnigend, hoe ze in hemelsnaam hier was terecht gekomen, schoot het hem plots te binnen dat ze in de stad een of andere nicht had wonen. Aan telepathische toestanden had hij nooit veel geloof gehecht, of was het puur toeval toen hij enkele weken geleden een oud fotoalbum doorbladerde en hij een vergeelde, aan de randen uitgerafelde foto uit zijn soldatentijd, meer dan dertig jaar geleden, onder ogen kreeg. Die avond hadden hij en zijn lotgenoten voor het eerst de kazerne van het Waals provinciestadje mogen verlaten. Ze zouden eens duchtig de bloemetjes buiten zetten en waren toevallig een drankgelegenheid met de fantasieloze naam “The Club” binnengestapt. Daar zag hij haar voor het eerst, amper zestien lentes en de dochter van de bazin. Haar vlasblonde kopje, haar sierlijke benen en de guitige tinteling in haar ogen weekten bij hem een gevoel los dat hem voor het eerst in zijn jonge leven boven de grond liet zweven. Toen een van zijn metgezellen later op de avond een fototoestel bovenhaalde, legde hij teder zijn arm over haar schouders. En zij liet hem zonder enige tegenstand begaan. De rest van zijn soldatentijd was hij snel, na diensttijd, iedere avond weer, de kazernepoort uitgelopen met steeds dezelfde bestemming. Dagen, weken en maanden hadden ze in elkaars gezelschap doorgebracht en ondanks het Babylonisch taalverschil toch heerlijke en tedere momenten meegemaakt. Diep in hun hart verdrongen ze het onbehaaglijk gevoel dat hieraan ooit een einde zou komen en hun wegen een andere richting zouden uitgaan. En dit moment kwam er, veel te vlug en onverbiddelijk. Later had hij zich nog dikwijls afgevraagd hoe het met haar zou vergaan zijn, maar een antwoord op zijn vraag kwam er nooit.
De luide muziek op het podium doorprikte zijn gedachtenwereld. De stemmen rond hem, die een tijdlang op de achtergrond waren verdreven, klonken net zo schel als voorheen. Aan het tafeltje, een leeg glas door haar vingers draaiend, zat zij nog steeds geïnteresseerd naar het schouwspel te turen. Heel even twijfelde hij of hij naar haar zou toestappen en haar een “Bonjour Aimée, comment ça va?” zou toefluisteren. Op het moment dat hij bijna zijn onzekerheid had overwonnen stapte een ranke Italiaan met gitzwarte haren naar het tafeltje van het vlasblonde kopje. Hij kuste haar op de wang en beiden wisselden enkele woorden met elkaar. Met zijn arm beschermend omheen haar middel slenterden ze het plein af, weldra opgeslokt door de anonieme mensenzee.
De vergeelde verfomfaaide foto zit nog steeds in het oude fotoalbum... maar de herinneringen die aan deze momentopname kleven vervagen, langzaam maar zeker.

