De toiletmadam
Dit cursiefje behaalde de tweede plaats van de Cursiefjeswedstrijd 1995
DE TOILETMADAM
In geen enkel programmaboekje van de Gentse Feesten staan ze vermeld. Geen enkele samensteller, bezorgd om zijn integriteit, zou het trouwens durven wagen hen op te nemen tussen de andere attracties van de Gentse Feesten. Dan nog niet gesproken over het probleem onder welke rubriek je ze zou moeten plaatsen. Ik heb het hier over de welig tierende toiletten.
Dat ze er nodig zijn zal wel niemand betwijfelen. Nu al meldt de lokale pers dat teveel feestgangers deze openbare nutsvoorzieningen negeren. Met alle gevolgen van dien voor de historische gebouwen en de openbare gezondheid, om nog maar te zwijgen over de kwalijke geurtjes die de reukzintuigen van de feestvierders teisteren.
Vroeger vond je nog op diverse crusiale punten van de stad heuse openbare toiletten, maar die worden de laatste jaren steeds maar schaarser. Je moet al een doorwinterde Gentenaar zijn om zomaar voor de vuist weg een handvol van die, voor de gemeenschap nuttige instellingen, op te sommen. In het stilaan verdwijnen van deze historisch gegroeide intieme plaatsjes heb ik steeds de hand gezien van de vrouwenemancipatiebeweging. Eerlijkheidhalve moet ik bekennen dat er in deze materie slechts weinig rekening gehouden werd met de ene helft van de stadsbevolking. De laatste jaren hebben we wel het schoorvoetend plaatsen van muzikale openbare toiletten meegemaakt. Achteraf bleken deze van achtergrondmuziek voorziene blikken dozen, geen succes te hebben. Naast het probleem van de juiste pasmunt zijn heel wat potentiële gebruikers ervoor beducht langer dan de strikt noodzakelijke tijd erin te moeten doorbrengen door de schuld van een of ander technisch defect.
De plaatijzeren pisbakken die enkele jaren terug nog de Gentse binnenstad sierden tijden de Feesten, hebben plaats moeten maken voor hedendaagse degelijke uitgeruste en bemande, of moeten we zeggen “bevrouwde”, toiletcontainers. De meeste worden tijdens de feest-tiendaagse neergepoot op een plaats waar je ze de overige éénenvijftig weken van het jaar niet zou dulden. Maar ze horen er nu eenmaal bij, net zoals de vele hot-dog-, friet- en doner-kebabkramen, een noodzakelijk kwaad dus.
Tijdens een van mijn avondlijke slenterpartijen doorheen de feestende stad passeer ik zo'n "natuurlijke-behoefte-box". Een onweerstaanbare drang maakt zich van mij meester en noopt tot een bezoek. Na moeizaam de drie treden overwonnen te hebben sta ik in de helverlichte deuropening. Ik heb blijkbaar geluk want het anders zo druk bezette bedrijfje biedt een verlaten aanblik. Nog net zie ik de toiletdame in één van de deurtjes wegglippen. Was het om één of ander te reinigen, of was het om zelf eens gebruik te maken van haar eigen accommodatie, ik weet het niet. Tegen alle handelsregels in, die zeggen dat de klant pas hoeft te betalen na een bewezen dienst, hangt hier aan één van de toiletdeuren een bordje met "Gelieve vooraf te betalen". Gezien ik tijdens de Gentse Feesten een stuk begripvoller en toleranter ben diep ik uit mijn broekzak de gevraagde twee koperkleurige vijffrankstukken op. Daar de terugkomst van de bedrijfleidster op zich laat wachten en mijn behoefte steeds maar nadrukkelijker wordt, besluit ik noodgedwongen niet langer te wachten en alvast aan datgene te beginnen waarvoor ik hier gekomen ben. Wanneer ik me enkele ogenblikken later van de wand afwend om via de deuropening dit "paleis van verlichting" te verlaten bemerkt ik dat de toiletdame op haar vertrouwde plaats is teruggekeerd. In haar hand laat ze enkel geldstukken tegen elkaar klinken, een simpel truukje waarmee de meeste van haar collega's er hun klanten aan herinneren dat ze dit werk van barmhartigheid niet gratis verrichten. Spontaan reik ik haar het verschuldigde bedrag aan maar de anders zo grijpgrage hand blijft gesloten. Enigszins verwonderd herhaal ik mijn beweging. De hand blijft echter gesloten. Met verwijtende blik kijkt de dame me strak aan en met nadruk in de stem orakelt ze: "Maar meneer, ik wacht hier ook maar mijn beurt af." Terwijl ik het schaamrood naar de wangen voel stijgen, lukt het me nog net een " Excuus mevrouw, maar ik dacht dat u de toiletmadam..." uitbrengen.
Snel afdruipend laat ik me door de anonieme mensenzee opslorpen in de hoop de toiletdame-tegen-wil-en-dank nooit meer tegen het lijf te lopen. Minuten later besef ik dat de twee vijffrankstukken nog steeds doelloos in mijn hand ronddraaien.
Ik heb mij vast voorgenomen tijdens de volgende editie van de Gentse Feesten mijn schulden te gaan vereffenen. Even vast ben ik ervan overtuigd dat ik deze keer beter uit mijn doppen zal kijken.

