Moppen.

Mop 1: Een pastoor en een rabbijn zijn in een theologisch gesprek. 'Ik had laatst een visioen van de joodse hemel,'zegt de pastoor. 'En,hoe was het er? vraagt de rabbijn. 'Man,het leek wel een vlooienmarkt. Overal troep,overal kabaal,overal schreeuwende en gebarende mensen. Dat was niet mooi meer....' 'Grappig zegt de rabbijn,'want ik had laatst een visioen van de christelijke hemel.' 'Vertel eens?' 'Nou,heel anders,' zegt de rabijn: 'Het was er oogverblindend mooi. Het staat er vol van kathedralen van goud en zilver en edelstenen. Alles even proper en netjes,een oase van rust.' 'En de mensen?' vraagt de pastoor. 'Mensen?' De rabbijn schudt peinzend zijn hoofd. 'Mensen? Nee,die waren er niet.'
Mop 2: Adam en Eva zaten in de weelderige tuinen van het Paradijs. Nog voor de komst van de slang,de beet in de appel en de zondeval,dus alles was nog ideaal. Toch knaagt er iets aan Eva,en zij is de eerste van een eindeloze reeks vrouwen die de vraag stelt: 'Hou je nog van me?' Adam: 'Natuurlijk. Van wie anders?'
Mop 3: Waarom hebben politieagenten zo weinig kinderen? Ze moeten eerst drie keer in de lucht schieten.




























































ALWEER.

STRAKS.







