Welkom op de blog van Natuurvereniging DEN BUNT. Onze vereniging is gestart in 1981 en bestaat nu dus meer dan 40 jaar en telt ruim 200 leden in de Kempense regio. Alles wat te maken heeft met milieu, natuur en natuurfotografie, activiteiten van onze vereniging...enz. vind je terug op deze blog. En deze blog is er voor en door de leden. Wil je een bericht plaatsen, dan kan dat door mij een mailtje te sturen met de te plaatsen tekst en foto's. Volg ons ook op onze Facebookpagina.
Zaterdag 11 juli 2026
VALKRUID
Valkruid - Arnica montana
Valkruid of wolverlei is een vaste plant die behoort tot de composietenfamilie met opvallende oranjegele bloemen (bloeitijd juni en juli) en die van oudsher bekendstaat om zijn krachtige ontstekingsremmende en pijnstillende werking bij fysieke trauma's. De plant groeit voornamelijk in Europese berggebieden op schrale, zure grond en dus ook in de Ardennen, en is in het wild in België wettelijk beschermd.
Hierbij fotoverslag (Roger DAMEN) van de zwerfvuilactie van vorige zaterdag. Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten. Klik daarna op de 2 pijltjes onderaan rechts om beeldvullend te kijken.
De veenbesparelmoervlinder is een uiterst zeldzame dagvlinder. Deze soort is in Nederland en Vlaanderen acuut met verdwijnen bedreigd door de sterke achteruitgang van zijn zeer specifieke leefgebied. Je vindt hem uitsluitend in actieve, goed ontwikkelde hoogvenen en langs de oevers van vennen met hoogveenontwikkeling. Je zal hem bijgevolg nog uitsluitend kunnen zien in de Hoge Venen. De rupsen leven vrijwel uitsluitend van de kleine veenbes. Je kan hem vooral zien van half mei tot half juli.
Bij de libellen staat de azuurwaterjuffer op de eerste plaats van meest waargenomen soorten. Je kunt dit blauwzwarte juffertje in heel het land aantreffen, maar de kans is het grootst op de hogere zandgronden. Het uit elkaar houden van de verschillende blauwe waterjuffers is soms wel een uitdaging. Op het tweede segment van het smalle achterlijf (vanaf het borststuk gezien) van de azuurwaterjuffer staat doorgaans een U-vormige zwarte tekening. Je moet maar net even weten waar je naar moet kijken… . Ze vliegen nog tot eind juli, dus er is nog een beetje tijd om te oefenen langs de waterkant van stilstaande en zwak stromende wateren op zandbodem.
Azuurwaterjuffer (M) - Foto: Karel VERBRUGGEN
Azuurwaterjuffer (Jong M- nog niet helemaal gekleurd) - Foto: Karel VERBRUGGEN
Kleine weerschijnvlinder versus Grote weerschijnvlinder
De kleine weerschijnvlinder (Apetura ilia) komt zelden voor in Wallonië. De waardplanten van de rups zijn o.a. ratelpopulier, witte abeel en schietwilg. En dat zijn exact boomsoorten die in het vlieggebied, langsheen een zijrivier van de Salm, voorkomen. Merkwaardig dat de vlinder steunt op twee paar poten, de voorste ledematen zijn in groei achter gebleven. Als de mannetjes met geopende vleugels licht vangen kunnen de vleugels blauw verkleuren (= irisatie). Dit effect is niet aanwezig bij de vrouwtjes, waarbij bruin de hoofdkleur is. Ze drinken sap van rottende planten, onrijpe vruchten en worden zelfs aangetrokken door mensenzweet. Of wasemt Wout de geur van stinkende kaas uit, want ook daardoor worden ze aangetrokken. Vandaar dat ze zo maar naar je toe kunnen vliegen. Vleugelspanwijdte 55 tot 60mm. Kwam eind 2012 afgebeeld voor op Belgische postzegels. Maakt opmars in Vlaanderen.
De grote weerschijnvlinder (Apetura iris) is met zijn spanwijdte van 84mm een indrukwekkende grote vlinder met lange, puntige voorvleugels. Bij geopende vleugels zijn de kleuren van de kleine- en grote weerschijnvlinder sterk overeenkomend. De kleine weerschijnvlinder heeft 2 extra oogvlekken (dus in totaal 4) op de bovenzijde van de voorvleugels. De grote weerschijnvlinder heeft slechts 2 oogvlekken. Ook bij samengevouwen vleugels is er kleurverschil. Mannetjes van de grote weerschijnvlinder zoeken in het begin van de dag dierlijke ontlasting op voor de mineralen. Later kan dan een date volgen met de vrouwtjes in grote eiken. In geuren en kleuren wordt hier de toekomst verzekerd. Bij waarnemingen.be worden de waarnemingen ‘vervaagd’, dus geen exacte coördinaten ter bescherming van de soort.
Roger DAMEN.
Kleine weerschijnvlinder (Alle foto's: Roger DAMEN)
Fraai hertshooi is een slanke, sierlijke en overblijvende vaste plant uit de hertshooifamilie. De plant valt direct op door haar goudgele bloemen met opvallende, roodoranje bloemknoppen en dieprood aangelopen stengels. In het wild is deze inheemse soort inmiddels zeldzaam tot vrij zeldzaam in ons land en bijgevolg staat de plant genoteerd op de Rode Lijst van beschermde en kwetsbare planten.
De plant heeft slanke, rechtopstaande rode stengels met een maximale hoogte van 30 tot 60 centimeter en goudgele bloemen met subtiele zwarte kliertjes langs de randen van de kroonbladen. De bloeiperiode loopt van juni tot augustus.
De bonte ribbelboktor is een keversoort uit de familie van de boktorren die vooral voorkomt in bosrijke gebieden. De kever is 12 tot 22 mm lang en heeft een zwart lichaam met twee opvallende geelachtige of roodbruine dwarsbanden op de dekschilden. Het halsschild heeft aan beide kanten een scherpe doorn, wat typerend is voor ribbelboktorren. In tegenstelling tot veel andere boktorren zijn de voelsprieten van deze soort relatief kort.
Je vindt ze vaak op dode stammen, stronken en houtstapels in zowel naald- als loofbossen. De volwassen kevers bezoeken soms bloemen om stuifmeel te eten. Te zien van midden april tot eind juni.
De bonte bessenvlinder, ook wel bekend als de harlekijn, is een opvallende nachtvlinder uit de familie van de spanners. Ondanks dat het een nachtvlinder is, vliegt deze soort ook regelmatig overdag. Geliefde waardplanten zijn onder andere de kruisbes, aalbes, framboos, sleedoorn en braam…. en vandaar ook zijn naam.
De vleugels zijn wit met een patroon van zwarte vlekken en opvallende geeloranje dwarsbanden.De vlinder vliegt in één generatie van half mei tot eind augustus. Ze worden sterk aangetrokken door lichtbronnen.
Akkerflora: hoe herstellen we ons kleurrijkste cultuurlandschap?
Akkerflora is de verzamelnaam voor wilde kruidachtige planten die specifiek voorkomen op en langs akkerlanden. Deze planten zijn vaak pioniersoorten die gedijen in de dynamische omgeving van bewerkte grond. Hoewel ze soms als "onkruid" worden gezien, zijn veel soorten essentieel voor de biodiversiteit en geven ze het landschap kleur met hun vaak opvallende bloemen.
In Nederland en Vlaanderen is de akkerflora de afgelopen decennia sterk achteruitgegaan door intensieve landbouw, betere zaadschoning en het gebruik van herbiciden. Ongeveer de helft van onze soorten staat op de Rode Lijst van bedreigde planten. Voor het herstel worden vaak bloemrijke akkerranden ingezaaid of specifieke akkerreservaten beheerd.
De wasbeer is een middelgroot roofdier dat oorspronkelijk uit Noord-Amerika komt, maar inmiddels als invasieve exoot stevig voet aan wal heeft gekregen ook in ons land. Hoewel ze er met hun zwarte oogmasker en geringde staart schattig uitzien, veroorzaken ze soms aanzienlijke ecologische schade en lokale overlast.
Ze zijn ongeveer zo groot als een flinke huiskat, met een lengte van 50 tot 60 centimeter en een gewicht tussen 5 en 12 kilo. Ze hebben een opvallend zwart 'boevenmasker' rond de ogen en een spitse snuit en een bossige, grijsbruine staart met duidelijke zwarte ringen.
Wasberen zijn voornamelijk nachtactieve solitaire dieren die uitstekend kunnen klimmen en zwemmen. Ze slapen overdag in boomholten, oude vossenholen, maar ook op zolders, in garages of riolen. In Wallonië (vooral de Ardennen) is de populatie geëxplodeerd: - naar schatting 50.000 tot 70.000 dieren. De paartijd is van januari tot begin februari. Na een draagtijd van 60 tot 73 dagen worden er meestal vier of vijf jongen geboren van maart tot mei, en gewoonlijk blijven de jongen bij de moeder tot in de herfst.
Tijdens een wandeling in de Ardennen zag Roger een verborgen hoekje met platgelopen gras. De nachtcamera bracht hiervoor een verklaring:- dit was de speelplaats van mama wasbeer en haar vier ‘klein mannen’. Leuk om zien, dat gestoei. Maar toen er later een das passeerde was er geen spelende jeugd meer te bespeuren. En ook van de papa wasbeer geen spoor!
Fotografie: Roger DAMEN
Klik op de "play-knop" om het filmpje (8 min) te starten. Klik daarna op de 2 pijltjes rechts onderaan om beeldvullend te kijken.
De muurbloem is een geurende vaste plant uit de kruisbloemenfamilie die bloeit van maart tot juni. De plant staat bekend om zijn intens zoete geur, die vooral 's avonds sterk is. De bloemen zijn van oorsprong goudgeel of oranje. Zoals de naam al zegt, groeit de plant van oudsher op zonnige, droge plekken zoals oude stadsmuurkronen, ruïnes en rotstuintjes, mits er kalkrijke mortel aanwezig is. Het is een belangrijke nectarbron voor vroege bijen en vlinders.
Nabij het provinciaal domein De Gavers is er een nestpaal geplaatst om ooievaars te lokken. Een succes want in juni 2026 bezetten drie jonge ooievaars het nest. Met hun wat besmeurd verenpak zijn het niet moeders mooiste..... maar het zal hen ook geen zorg wezen. Belangrijk is dat de beide ouders regelmatig voedsel aanbrengen en dat kan zeer gevarieerd zijn. In de vochtige Dendervallei zijn pieren binnen bereik en als het gras gemaaid is om te hooien zijn woelmuizen ook best te verschalken. Ook kikkers en mollen zijn niet veilig.
Een bedreiging is slecht weer, hevige regenval en hagel. Indien mogelijk beschermen de ouders hun jongen door hun vleugels als een paraplu te openen. Als er zon volgt na een fikse regenbui kunnen de jongen zich ook drogen. Lange koude en nattigheid kunnen nefast zijn voor de blootgestelde jongen op de nestpaal. Horsten van roofvogels kunnen nog een beschermende boomkruin hebben, maar dat is niet het geval bij dit ooievaarsgezin. Ook niet bij ooievaarsnesten op daken/gebouwen.
Begin jaren tachtig was een van de eerste daguitstappen een bezoek aan het ‘ooievaarsdorp’ Liesveld in Nederland. Zo’n kweekcentra waren erg afdoend om de ooievaar als broedvogel te behouden in Nederland. In België hetzelfde verhaal met als oplossing Het Zwin en Planckendael. In 1990 een zeldzaam broedgeval in het Kijkverdriet te Ravels ….. Maar nu zijn de ooievaars gelukkig helemaal terug. En niet alleen als geshowd model in het straatbeeld bij de geboorte van een kind.
Roger DAMEN
Ooievaarsnest Geraardsberen (Alle foto's: Roger DAMEN)
Lievevrouwebedstro is een populaire, bodembedekkende vaste plant die bekendstaat om zijn heerlijke geur van vers gemaaid hooi of vanille, vooral wanneer de bladeren verwelken of gedroogd zijn. Vanwege de lekkere geur werd het vroeger gebruikt als vulling voor matrassen ("bedstro") en om wijn (Meiwijn) op smaak te brengen.
De plant vormt een groen tapijt van 10 tot 30 cm hoog met kransvormige bladeren en kleine, witte stervormige bloemetjes.Hij bloeit in het voorjaar, meestal van april tot en met juni.
Echt lepelblad is een inheemse, tweejarige plant die vooral bekendstaat om zijn extreem hoge gehalte aan vitamine C. Vroeger was het voor zeelieden een essentieel middel om scheurbuik te voorkomen tijdens lange reizen. De plant vormt in het eerste jaar een rozet van vlezige, hartvormige bladeren. In het voorjaar (april-juni) bloeit hij met trossen kleine, geurige witte bloempjes. Het is van nature een kustplant die goed bestand is tegen zout en wind. Je vindt hem in brakwatergebieden, op schorren en langs dijken. In België is de plant in het wild momenteel bijna uitsluitend te vinden in het Schelde-estuarium. Omdat de plant gedijt op zilte of brakke grond, is dit de beste locatie om hem te spotten.
De spreeuw is een van de meest bekende en fascinerende zangvogels in ons land. Hoewel hij op het eerste gezicht onopvallend donker lijkt, heeft zijn verenkleed in het zonlicht een prachtige groen-paarse glans met witte stippen (en dat is op de foto’s van Wim goed te zien). Spreeuwen staan bekend om hun indrukwekkende synchrone vliegshows en hun unieke talent om geluiden na te bootsen.
Buiten het broedseizoen vormen spreeuwen gigantische groepen die samen slapen. Voor het neerstrijken voeren ze in de lucht indrukwekkende, synchrone 'dansen' uit. Deze gecoördineerde zwermen beschermen hen tegen roofvogels, waarbij elke vogel continu de beweging van zijn directe buren volgt.
Spreeuw (Alle foto's: Wim MARTENS)
Vroege vogels – Korte natuurfilm “The art of Flying” (Filmer: Jan van IJken) Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten Klik daarna op de twee pijltjes om beeldvullend te kijken.
Komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. In 1905 werden drie paren muskusratten uit Alaska overgebracht naar Europa. Eén mannetje stierf onderweg, de andere vijf werden losgelaten in Tsjechoslowakije bezuiden Praag. Alle muskusratten in Europa stammen waarschijnlijk af van deze dieren. Tamelijk plomp dier met vier volgroeide tenen aan de voorpoten en met vijf tenen aan de grotere achterpoten die met kleine zwemvliezen zijn verbonden. De staart is zijdelings afgeplat. De vaardigheid met de voorpoten is vergelijkbaar met deze van de eekhoorn en de mens. Muskusratten zijn vooral vegetariërs, al worden ook wel slakken en schelpdieren gegeten. Ze worden bestreden vanwege de uitgebreide gangenstelsels die worden gegraven in dijken. Dit knaagdier wordt verkeerdelijk als rat beschouwd, maar is eigenlijk een onderfamilie van de woelmuizen. Lichaamslengte tot 40cm met een staart tot 25cm.
Roger DAMEN
Muskusrat - Geilenkirchen juni 2026 (Fotografie: Roger DAMEN) Klik op de "play-knop" om het filmpje te starten. Klik daarna op de twee pijltjes rechts onderaan om beeldvullend te kijken.
De zwartkop is een talrijk voorkomende, slanke zangvogel uit de familie van de grasmussen. De vogel is ongeveer zo groot als een koolmees (13-15 centimeter) en valt vooral op door zijn luide, heldere en melodieuze zang. Er is een duidelijk verschil tussen de geslachten: - het mannetje heeft een gitzwart 'petje', een muisgrijs verenkleed en een lichtgrijze onderkant.Het vrouwtje heeft een roestbruin of kastanjebruin petje en een iets bruinachtiger grijs verenkleed.
De zwartkop is een echte struikvogel die zich vaak goed verborgen houdt in de begroeiing. Hij leeft in oude loofbossen, parken, landgoederen en tuinen, mits er een goed ontwikkelde en bij voorkeur stekelige struiklaag (zoals braamstruiken) aanwezig is.Van oorsprong is de zwartkop een zomergast die in april arriveert en in september naar het Middellandse zeegebied trekt. Door zachtere winters en het bijvoeren in tuinen blijven er tegenwoordig echter ook steeds meer zwartkoppen in ons land overwinteren.
Zwartkop (Foto's: Wim MARTENS) Klik op de foto als je ook de zang wil beluisteren (Geluid aan)
De vos heeft geen vaste prooi, omdat het een opportunistische omnivoor (alleseter) is die eet wat op dat moment het makkelijkst te vangen is. Het hoofdmenu van een vos bestaat voornamelijk uit kleine knaagdieren, aangevuld met andere kleine dieren en zelfs plantaardig voedsel. Vossen jagen meestal alleen en hebben een zeer gevarieerd dieet.
Vooral muizen, ratten en jonge konijnen of hazen vormen de belangrijkste voedselbron. Maar ook grondbroedende vogels, eenden en de eieren uit vogelnesten. Verder eet hij ook grote kevers, regenwormen en kikkers. Maar ook plantaardig voedsel zoals vruchten, bessen (zoals bramen) en afgevallen fruit. En als een kippenhok niet goed is afgesloten, grijpt een vos ook gemakkelijk een kip of tam konijn.